Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SER-adviesaanvraag sociaal economisch beleid

Datum nieuwsfeit: 28-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Economische Zaken - Persbericht 180 Datum: 28-10-1999

SER-ADVIESAANVRAAG SOCIAAL ECONOMISCH BELEID MIDDELLANGE TERMIJN

Hierbij de brief die minister Jorritsma van Economische Zaken namens het kabinet aan de SER heeft verzonden. De SER wordt hierin verzocht advies uit te brengen over het te voeren sociaal-economisch beleid op de middellange termijn (2000-2004).
De tekst van de brief volgt hierna.

Aan:

dr. H.H.F. Wijffels
Voorzitter van de
Sociaal-Economische Raad
Bezuidenhoutseweg 60
2594 AW DEN HAAG

27 oktober 1999 AEP99059873


Onderwerp: Adviesaanvraag over het sociaal-economisch beleid op middellange termijn (2000-2004)

Hierbij wil ik u, namens het kabinet, verzoeken advies uit te brengen over het te voeren sociaal-economisch beleid op de middellange termijn (de periode 2000-2004).

De Nederlandse economie staat er in vergelijking met een aantal jaren geleden aanzienlijk beter voor. De groeivertraging die werd verwacht als gevolg van de verspreiding van de Azie-crisis blijkt ook minder groot dan eerder werd gevreesd. De vooruitzichten op het gebied van de economische groei en de werkgelegenheid zijn derhalve positiever dan eerder werd aangenomen.

In de vorige adviesaanvraag voor het sociaal-economisch beleid op de middellange termijn (1998-2002) verwees het kabinet al naar de inhaalslag welke sinds het midden van de jaren '80 is gemaakt op het gebied van participatie, welvaart en het op orde brengen van de openbare financien. Ook in de afgelopen jaren is verdere vooruitgang geboekt, waarbij met name de afname van het aantal inactieven ten opzichte van het aantal actieven in het oog springt. Flexibilisering van de economie en institutionele vernieuwing heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd.

De komende jaren wil het kabinet verder gaan met vergroting van het groeipotentieel van de Nederlandse economie en het wegnemen van belemmeringen voor de benutting van dit potentieel. Dat hiertoe nog ruimte bestaat blijkt onder meer uit de Miljoenennota 2000, de Sociale Nota 2000 en de "Toets op het Concurrentievermogen 2000" die het kabinet binnenkort zal presenteren. Het is van groot belang dat verdere stappen worden gezet om productiviteit en participatie te verhogen, zeker ook in het licht van de uitdagingen waarmee onze economie wordt geconfronteerd. Naast de tendens van individualisering en internationalisering gaat het dan om de benutting van de grote mogelijkheden van de informatie- en communicatietechnologie, de effecten van de vergrijzing op de economie, de eisen die deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) stelt aan de flexibiliteit van de economie en de relatie tussen economie en milieu.

Het inspelen op deze uitdagingen vraagt een voortzetting van de algemene beleidslijnen van het kabinet, zoals verdere gezondmaking van de overheidsfinancien, inclusief de handhaving van de begrotingssystematiek, verlaging van lasten, investeringen in de kwaliteit van de economische en sociale infrastructuur, een activerende sociale zekerheid en een verdere flexibilisering van de economie, onder meer door bevordering van marktwerking (bijvoorbeeld via het MDW-project) en ondernemerschap. Ook binnen de EMU zal de economische ontwikkeling primair worden bepaald door de kwaliteit van het nationale economisch beleid 1). Daarbij speelt de vraag hoe, gegeven een uniform Europees monetair beleid, rekening kan worden gehouden met een assymetrische ontwikkeling van de conjunctuur in de verschillende Europese landen.

Binnen deze algemene beleidsinzet, welke kan worden samengevat als het streven naar macro-economische stabiliteit, micro-economische flexibiliteit en vernieuwing en investeren in de kwaliteit van de economische en sociale infrastructuur, vraagt het kabinet aandacht voor drie specifieke thema's.
Het betreft hier allereerst de onevenwichtige situatie op de arbeidsmarkt, welke een bedreiging kan zijn voor het optimaal benutten van het groeipotentieel.
Een tweede thema waarvoor het kabinet aandacht vraagt betreft de versterking van het kennis- en innovatieklimaat, onder meer via het wegnemen van barrieres voor een groei van de productiviteit en een optimale benutting van kennis. Tot slot wil het kabinet aandacht vragen voor de noodzaak voor een goed vormgegeven milieubeleid, welke ertoe kan bijdragen dat een benutting van het groeipotentieel van de Nederlandse economie kan blijven samengaan met verbetering van het milieu.

Het kabinet constateert dat er sprake is van een onevenwichtige situatie op de arbeidsmarkt, waar knelpunten in de personeelsvoorziening samen gaan met een lage participatie van ouderen en allochtonen en (in arbeidsjaren) vrouwen. Meer in het algemeen geldt dat in het grote aantal personen in de beroepsgeschikte leeftijd met een uitkering een belangrijk onbenut arbeidspotentieel schuil gaat. Over een aantal van deze onderwerpen, zoals de mogelijkheden voor het combineren van arbeid en zorg en vergroting van de participatie van ouderen, is de Raad reeds separaat om advies gevraagd. Het kabinet zou de Raad willen vragen om in het middellange termijn advies aandacht te besteden aan drie vragen omtrent de vergroting van de arbeidsparticipatie en het wegnemen van knelpunten op de arbeidsmarkt.

Ondanks de sterke groei van de werkgelegenheid zijn nog steeds ongeveer 550.000 personen aangewezen op een werkloosheidsuitkering (hetgeen aanzienlijk hoger is dan het aantal feitelijk werkzoekenden), terwijl het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfs een lichte stijging vertoont. Het kabinet zou derhalve allereerst advies willen ontvangen over het verminderen van de inactiviteit. Hoe kan de huidige gunstige arbeidsmarktsituatie optimaal worden benut ter bevordering van uitstroom en reintegratie van (langdurig) werklozen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten? Hoe kan, mede met het oog op de vergrijzing en de knelpunten in de personeelsvoorziening, de instroom in de WAO worden beperkt en het vroegtijdig uittreden van ouderen via VUT, WAO en WW worden teruggebracht?

Daarnaast vraagt het kabinet aandacht voor de relatief lage participatie van, en hoge inactiviteit onder, allochtonen. Zo is het verschil in werkloosheid tussen allochtonen en autochtonen nog steeds hoog. Langs welke wegen kan de participatie van allochtonen worden verhoogd en werkloosheid worden verkomen, respectievelijk verlaagd? Welke bijdrage kan het onderwijs hier leveren? Zo constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau dat wat betreft de taalvaardigheden onder allochtone leerlingen in het primair onderwijs sprake is van een belangrijke groep permanente achterblijvers. Ook in rekenen presteren de leerlingen uit minderheden duidelijk slechter, al nemen deze verschillen in de loop van het basisonderwijs af. Daarnaast spelen problemen als voortijdig schoolverlaten in bijzondere mate bij allochtone leerlingen.

Op het terrein van de arbeidsmarkt vraagt het kabinet tot slot de mening van de Raad omtrent de knelpunten in de personeelsvoorziening, zowel in de marktsector als in de collectieve sector. Hoe kan de aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van personeel op de arbeidsmarkt worden verbeterd? Kan het onderwijs en een betere invulling van het employability-beleid hier een bijdrage leveren?

Het tweede thema waarover het kabinet de SER om advies wil vragen betreft het kennis- en innovatieklimaat. De minister van Economische Zaken heeft op 21 juni 1999 de brief "Ruimte voor industriele vernieuwing: agenda voor het industrie- en dienstenbeleid" aan de Tweede Kamer toegezonden. Daarin wordt geconstateerd dat onze toekomstige welvaartsontwikkeling vooral zal afhangen van het vermogen van bedrijven om te vernieuwen en flexibel in te spelen op de snel veranderende omgeving. Bovendien blijkt uit tal van gegevens dat het vernieuwingsvermogen van de Nederlandse economie achterblijft bij dat van andere landen.

De beleidsagenda van het kabinet ten aanzien van het industrie- en dienstenbeleid is gericht op concurrentiebevordering, op het wegnemen van onvolkomenheden en (inter-) nationale verstoringen in de concurrentie en op het verzilveren van externe effecten van kennis en technologie (onder meer door mobilisatie van het publieke kennispotentieel en de bevordering van privaat onderzoek en ontwikkeling) . Kan de Raad zich vinden in de analyse van sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen, die ten grondslag ligt aan de geformuleerde beleidsagenda? Daarnaast verneemt het kabinet graag van de Raad of deze nog aanvullingen heeft op de beleidsagenda van het kabinet.

Een tweede vraag op het gebied van het kennis- en innovatieklimaat betreft de benutting van de mogelijkheden van de informatie- en communicatietechnologie. In de nota "De Digitale Delta" heeft het kabinet haar visie hierover gegeven. Hoe beoordeelt de Raad deze visie? Hoe kan Nederland naar de mening van de Raad optimaal inspelen op de kansen die ICT biedt? Op welke wijze kan worden bevorderd dat de productiviteitsgroei in de ICT-sector beter doorwerkt naar de rest van de economie (inclusief de publieke sector)? Hoe beoordeelt de Raad het overheidsbeleid op het gebied van ICT?

Het laatste thema waarover het kabinet de Raad om advies wil vragen betreft de relatie tussen economie en milieu. Op dit moment bereidt de Raad reeds een advies voor over de nota Ruimtelijk Economisch Beleid. Daarnaast zal de Raad op termijn advies uitbrengen over de nog te verschijnen Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. In aanvulling op deze adviezen vraagt het kabinet de Raad welke beleidsinstrumenten ertoe kunnen bijdragen dat economische groei blijft samengaan met verbetering van het milieu. Onder welke omstandigheden kunnen marktconforme instrumenten hier een bijdrage leveren? Daarnaast vraagt het kabinet aandacht voor de congestie, die een bedreiging vormt voor het optimaal benutten van het economisch potentieel van de Nederlandse economie.

(w.g.) A. Jorritsma-Lebbink
Minister van Economische Zaken

1) Het kabinet zal de Raad separaat advies vragen over de coordinatie van het macro-economisch beleid in de Europese Unie, waarbij onder meer aandacht zal worden gevraagd voor onderwerpen als beleidsconcurrentie, beleidscoordinatie en het subsidiariteitbeginsel.

Noot van de redactie: inlichtingen bij J.W.R. de Savornin Lohman , tel: (070) 379 61 16

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie