Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onvoldoende inzicht milieutaak energiedistributiebedrijven

Datum nieuwsfeit: 28-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht Algemene Rekenkamer

Economische Zaken heeft onvoldoende inzicht in uitvoering milieutaak door energiedistributiebedrijven

28 oktober 1999

De minister van Economische Zaken (EZ) heeft onvoldoende inzicht in de uitvoering van de milieutaak door energiedistributiebedrijven. Dit blijkt uit het rapport Milieutaak Energiebedrijven: verslaglegging en toezicht, dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

Op grond van de Wet Energiedistributie moeten de energiedistributiebedrijven bevorderen dat zijzelf en de verbruikers er doelmatig en milieubewust met energie wordt omgegaan. De bedrijven hebben hiertoe het Milieu Actie Plan (MAP) opgesteld. Het doel van dit plan is het terugdringen van de uitstoot van CO2 en methaan (de broeikasgassen), het bestrijden van verzuring en het verminderen van energieverbruik. Het plan loopt tot 2000. Om de maatregelen te bekostigen stelt de minister van Economische Zaken jaarlijks een maximumpercentage vast voor de heffing diemogen de bedrijven bij de verbruikers een toeslag op de tarieven van gas en elektriciteit in rekening mogen bbrengen. De minister van EZ stelt hiervoor jaarlijks een maximum vast. In 1997 inden de bedrijven ruim 210 miljoen gulden aan MAP-toeslagen. In 1997 leverde die heffing de bedrijven 210 miljoen gulden op. Eind 1997 beschikten de bedrijven gezamenlijk over een saldo aan gereserveerde MAP-gelden van ruim 298 miljoen gulden.

De Rekenkamer heeft onderzocht of de verslaglegging van de energiebedrijven over de besteding van deze publieke middelen voldoet aan de normen.voerde het onderzoek uit in de periode juni 1998 tot en met april 1999. Uitgangspunt was het verslagjaar 1997.

Uit het onderzoek blijkt dat de minister van EZ onvoldoende zekerheid heeft over de rechtmatigheid van de besteding van de publieke middelenmilieutoeslag en onvoldoende inzicht heeft in de doelmatigheid van de uitvoering van de milieutaak door de energiebedrijven. Hierdoor kan de minister onvoldoende invulling geven aan haar verantwoording afleggen over het MAP aan de Tweede Kamer.

De informatie die de energiedistributiebedrijven in hun jaarstukken verstrekken is niet toereikend voor de minister en andere belanghebbenden (zoals bijvoorbeeld MKB-Nederland, de Consumentenbond of de stichting Natuur en Milieu) om de uitvoering van het MAP te kunnen beoordelen. Aanbevelingen van de koepelorganisatie EnergieNed voor eenduidige verantwoording blijken overwegend niet te worden opgevolgd. Zo gaven slechts dertien van de 32 energiedistributiebedrijven informatie over gerealiseerde beperkingen in de CO2-uitstoot. In de rapportage die EnergieNed jaarlijks voor de hele sector opstelt wordt de bereikte CO2-reductie wél vermeld, maar van deze rapportage is de betrouwbaarheid niet gewaarborgd.

De minister heeft voor het toezicht op de vervulling van de milieutaak door de energiedistributiebedrijven geen beleid geformuleerd. EEen toezichtbeleid en een jaarlijkse beoordeling van de recht- en doelmatigheid van de uitvoering van de wettelijke taak ontbraken. De daartoe benodigde en systematische beoordeling van verantwoordingsinformatie hierover vindtbleek niet plaats te vinden. Verder bleekis gebleken dat het ministerie geen actie heeft ondernomenam op een moment dat bijsturing gewenst was. Tien bedrijven bleken bijvoorbeeld geen verbruikersraad te hebben ingesteld, terwijl deze raden over bestedingsplannen en tariefvoorstellen moeten adviseren.

Overigens voldeden de publieke verslagen van de energiedistributiebedrijven over 1997 wel aan de eisen van de Wet Energiedistributie.

De minister schreef dheeft de Rekenkamer in een reactie op het onderzoek laten weten dat ze het toezichtbeleid zal verbeteren. Ook zal ze bij de sector erop aandringen dat de financiële eb de publieke verslaglegging verbetert. Volgens haar is overigens geen jaarlijkse beoordeling van het MAP nodig, omdat een externe toets voor de vaststelling van de rechtmatigheid en beleidsprestaties na afloop van het MAP in 2000 kan volstaan. De Rekenkamer blijft van mening dat het jaarlijks afleggen van verantwoording over de inning en besteding van publiek geld noodzakelijk is.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie