Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Aantwoord kamervragen over naleving Kinderrechtenverdrag

Datum nieuwsfeit: 29-10-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG

Directie Verenigde Naties

Afdeling Juridische en Sociale Zaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 oktober 1999
Kenmerk 99/JS/0793
Blad 1/1
Bijlage(n) Antwoorden op kamervragen
Betreft Beantwoording vragen van de leden Hoekema en Albayrak over de Nederlandse rapportage in het kader van het Kinderrechtenverdrag C.c. -

Zeer geachte voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, dd. 10 oktober 1999, kenmerk 2990000940, waarbij gevoegd waren de door de leden Hoekema en Albayrak overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer mede namens de Staatssecretaris van Justitie, U als bijlage dezes de antwoorden op de gestelde vragen te doen toekomen.

Ik ga ervan uit dat met deze antwoorden tevens de opmerking van de leden Arib en Kant met betrekking tot hetzelfde onderwerp gedaan tijdens het ordedebat van de Tweede Kamer op 12 oktober jl., zijn afgehandeld.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoorden van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer Cohen, Staatssecretaris van Justitie, op vragen van de leden Hoekema (D66) en Albayrak (PvdA) over de Nederlandse rapportage met betrekking tot de naleving van het Kinderrechtenverdrag.

Vraag 1:

Hebt u kennis genomen van de kritiek op Nederland in het rapport over naleving van het Verdrag voor de Kinderrechten dat op 8 oktober jl. in Genève is gepresenteerd?

Antwoord

De regering heeft kennis genomen van de concluderende opmerkingen van het VN-Comité inzake de Rechten van het kind en de daarin opgenomen aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering door Nederland van de bepalingen van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De reactie op deze aanbevelingen, die is opgesteld in overeenstemming met de betrokken bewindslieden, en de concluderende opmerkingen zelf, gaan de Kamer als bijlage bij deze brief toe, tezamen met de Nederlandse rapportage en de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Comité naar aanleiding van die rapportage.

Vraag 2:

Kunt u reageren op de beschuldiging dat de Nederlandse delegatie in Genève "slecht beslagen ten ijs kwam" en dat de Nederlandse vertegenwoordigers zich "weinig professioneel opstelden"?

Antwoord

De Nederlandse delegatie naar de 20ste zitting van het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind was op de gebruikelijke wijze samengesteld uit (in totaal 8) vertegenwoordigers van ministeries die ook betrokken waren bij de opstelling van de rapportage en de beantwoording van de 37 schriftelijke vragen door het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind gesteld vooruitlopend op de mondelinge behandeling, te weten Justitie, VWS, SZW, en BZ (dat de opstelling van de Nederlandse rapportages coòrdineert).

Daarnaast waren de eveneens gebruikelijke voorzieningen getroffen voor ruggespraak van de delegatieleden met hun eigen Ministeries alsmede met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tijdens de anderhalve dag durende behandeling van het Nederlandse rapport werden door het Comité ruim 100 verdere mondelinge vragen gesteld aan de Nederlandse delegatie.

Ondanks de zeer beperkte tijd konden op 7 na alle gestelde vragen staande de vergadering worden beantwoord. Met betrekking tot de ontbrekende antwoorden werd een schriftelijke reactie toegezegd door de delegatie.

In zijn concluderende opmerkingen spreekt het Comité van een heldere en uitgebreide rapportage, van gedetailleerde schriftelijke antwoorden en aanvullende informatie verschaft tijdens de zitting, die het Comité in staat stelden de situatie van de rechten van het kind in Nederland te beoordelen. Het Comité spreekt zijn spijt erover uit dat enkele vragen onbeantwoord zijn gebleven.

De conclusies van het Comité geven derhalve geen grond aan de in de vraag genoemde kwalificaties.

Vraag 3:

Waarom is geen inzicht gegeven in de hoofdlijnen van het Nederlandse beleid met betrekking tot de AMA's, zoals dat onder meer vorm krijgt in onder meer de binnenkort te verschijnen nota over AMA's, en de aanpak van de problematiek van Nigeriaanse AMA's in het bijzonder.

Antwoord

In het Nederlandse rapport over het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind van mei 1997 zijn in de paragrafen 307 tot en met 315 reeds de hoofdlijnen opgenomen van het Nederlandse beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's).

In de zomer van 1999 heeft het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind nadere vragen gesteld over de huidige situatie van de alleenstaande minderjarige asielzoekers. Het antwoord op deze vragen treft u aan onder nummer 27 van de antwoorden die u met het Nederlandse rapport heeft ontvangen.

Tijdens de zitting van het Comité in Genève is tenslotte nog de vraag gesteld wat de Nederlandse overheid doet ter bescherming van minderjarigen in de opvangcentra om te voorkomen dat zij in handen vallen van mensensmokkelaars en mogelijk terecht komen in de prostitutie.

Daarop is geantwoord:


-Er lopen nog strafrechtelijke onderzoeken naar het verdwijnen van minderjarige asielzoekers uit opvangcentra.


-In de opvangcentra wordt voorlichting gegeven aan de risicogroep, die bestaat uit alleenstaande minderjarige asielzoekers uit Nigeria, Liberia, Sierra Leone en Soedan, over de gevaren die hen kunnen bedreigen.


-De minderjarigen worden onder extra toezicht geplaatst. Voorts wordt gepoogd om deze asielzoekers in de nabijheid van hun begeleiders te huisvesten.


-In samenwerking met de Vreemdelingendiensten wordt een signalement opgemaakt van de asielzoekers behorend tot deze risicogroep, zodat bij vermissing adequate informatie verstrekt kan worden die het opsporingsonderzoek vergemakkelijkt.


-De aandacht voor de aanpak van mensensmokkelaars die verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van alleenstaande minderjarige asielzoekers, is geïntensiveerd en heeft in het afgelopen jaar resultaat gehad. Twee grote opsporingsonderzoeken hebben geleid tot veroordelingen door de rechter.

Vraag 4:

Is er aanleiding naar de VN een beter onderbouwde reactie te doen uitgaan?

Antwoord

Terzake zij verwezen naar de antwoorden op de vragen 1 en 2.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie