Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA aan notaoverleg uitvoeringsnota klimaatbeleid

Datum nieuwsfeit: 01-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 1 november 1999

BIJDRAGE VAN FERD CRONE (PVDA) AAN HET NOTAOVERLEG UITVOERINGSNOTA KLIMAATBELEID
----------------------------------------------------------------------------

Inleiding
Zomaar wat observaties van een zaterdag en zondag:
- Zaterdag was de warmste 31 oktober van eeuw; zoals de laatste tien jaar vele weerrecords werden gebroken;
een bedrijf gaat Zeppelins maken; de zuinigste luchtvervoerder, en laat zich aan de beurs noteren; maar een retourtje Washington kost nog maar 545 gulden; Nobelprijswinnaar Paul Crutzen bevestigt, evenals op onze hoorzitting het KNMI, dat de opvattingen onder wetenschappers steeds meer aanwijzingen bevatten dat we het broeikasprobleem steeds serieuzer moeten nemen; de ‘ijsberenactie’ van WNF levert in een paar weken 20.000 mensen op die duurzame stroom willen kopen. Het is een gemengd beeld van een werkelijk serieuze dreiging waar wetenschappers en bezorgde burgers wat aan willen doen en waar technologische mogelijkheden zijn. Maar toch is het niet goed om tevreden te zijn. Het kabinet is eigenlijk tamelijk afwezig; in het Nederlandse klimaatbeleid ontbreekt het aan inspiratie en urgentie voor de lange termijn. Minister Pronk horen we meer over andere zaken en minister Jorritsma schuift veel op de langere baan en neemt weinig besluiten. De Uitvoeringsnota klimaatbeleid biedt een beleidspakket voor het klimaatprobleem dat het minimum te noemen is. Het klimaatprobleem vergt een structuurverandering van onze economie die voornamelijk wordt aangepakt door verbetering van energie-efficiency zodat we steeds minder energie nodig hebben. Daarnaast moeten we van energievoorziening veranderen: omschakelen van fossiele brandstoffen (kolen en olie) naar duurzame energie (zon, biomassa en wind). Een dubbele ingrijpende verandering; een trendbreuk naar zuiniger en schoner! Onze economie is immers grotendeels gebaseerd op ‘teveel’ energiegebruik en op het verbruik van fossiele brandstoffen. Kortom: klimaatverandering, het broeikaseffect, is een lange termijn probleem dat een aanpak met meer visie vereist. Nu lijkt het kabinet - maar je ziet het ook bij veel milieuspecialisten - zichzelf te verstrikken in technische maatregelen. De megatonnen vliegen je om de oren. Dat de maatregelen maar net toereikend zijn is duidelijk. De Uitvoeringsnota laat dat ook zien. De CO2-uitstoot in ons land zal nog blijven stijgen en op zijn best tegen 2010 pas gaan dalen. Er is absoluut nog geen sprake van een ontkoppeling tussen economische groei en CO2-uitstoot. Economische groei gaat nog steeds gepaard met een groter druk op het klimaatprobleem. Het kan anders. Ik zal daar voorstellen voor doen. Wat is de visie van de minister hierop? Is dat voldoende of zijn er toch meer ingrijpende maatregelen nodig? En andere partijen: staan zij met de rug naar de problemen toe of willen zij investeren in debatten met hun achterban, met partijen in andere landen? Of verschuilen zij zich juist achter ‘internationaal moeilijk omstandigheden? Dat lijkt de PvdA niet terecht: onze economie floreert en dat kan aan de ene kant meer energie en klimaatproblemen veroorzaken, maar het geeft ons ook meer middelen om juist extra in schoon en zuinig te investeren. Onze verantwoordelijkheid is nu groter dan ooit, zowel ten opzichte van ontwikkelingslanden als van andere westerse landen die nog met grotere werkgelegenheidsproblemen worstelen. Ziet het kabinet ook een voortrekkersrol voor ons land weggelegd en hoe wordt die rol dan ingevuld?

De Uitvoeringsnota kan meer betekenen door de CO2-uitstoot structureel te vermijden. Investeren in klimaatbeleid is tenslotte ook investeren in onze maatschappij. Winst voor Nederland. Als we het maar tijdig en geleidelijk aanpakken hoeft het ons geen economisch drama op te leveren maar winst in de vorm van werkgelegenheid, technologische vernieuwing, energiebesparing, export mogelijkheden en natuurlijk een schone milieu (ook op andere terreinen zoals verzuring) als de eerder genoemde omschakeling wordt ingezet. De VROM-raad , de Algemene Energieraad en de SER pleiten alle drie in opmerkelijk harde adviezen daarom ook voor zo’n overstap naar schone energiebronnen. Nogmaals: dit is een ingrijpende structurele verandering. Verandering kost moeite en lijkt onmogelijk. Het is dan geen wonder dat het rapport van de VN GEO 2000 klimaatverandering als één van de hardnekkigste milieuproblemen betitelt. Ook geen wonder dat er vorige week en vandaag weer demonstraten opkomen om hun ongenoegen te uiten over de maatregelen die genomen moeten worden. Dit is niet de eerste en zal niet de laatste keer zijn. Desalniettemin moeten we ons concentreren aan wat klimaatbeleid ons oplevert. Kan de minister klimaatbeleid niet beter ‘verkopen’ aan de Nederlandse samenleving? Gaat het niet om meer dan het alleen zo goedkoop mogelijk halen van beleidsopties om aan de ‘zware’ reductieverplichtingen voldoen? Ik ben ook benieuwd welke rol andere partijen, met name ook VVD en CDA willen in nemen. Doen ze nu mee met stevig en consequent beleid of laten ze het kloppen en zijn wellicht later ingrijpende maatregen nodig Interessant is hier ook de positie van onze vice-premier.

Klimaatverandering – het versterkte broeikaseffect

Het versterkte broeikaseffect verstoort de natuurlijke opwarming van de aarde door de zon. Broeikasgassen, kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en de fluorverbindingen (HFK, PFK, SF6) houden warmte van zonnestralen vast maar omdat er meer broeikasgassen in de lucht komen wordt dit proces versterkt. Klimaatmodellen laten heel duidelijk dit verband zien: hoe meer broeikasgassen, hoe warmer de temperatuur. Wetenschappelijk bestaat over dit mechanisme geen enkele twijfel. Wel is er onzekerheid over de precieze omvang en het tempo van het broeikaseffect. Er zijn immers andere factoren in het geding, zoals bijvoorbeeld de rol van oceanen en variaties in de zonnecyclus. Toch concludeert de Intergouvernementele Panel Klimaatverandering (IPCC) dat menselijk activiteiten, voornamelijk als gevolg van fossiele brandstofverbruik, een belangrijke oorzaak zijn voor de toename van broeikasgassen. Het KNMI onderschrijft de conclusies van de IPCC. De verwachting van het KNMI tijdens de hoorzitting van vorige week en van prof. Crutzen is dat het derde rapport van de IPCC (2001) de invloed van menselijke handelen nog sterker zal onderschrijven. Het versterkte broeikaseffect leidt dus tot klimaatverandering en menselijke handelen ligt hier ten grondslag.

Gevolgen van klimaatverandering – het voorzorgsprincipe

Belangrijker dan een gemiddelde temperatuurstijging van 1, 2 of 3 graden is dat we weten dat temperatuurstijging tot heftige veranderingen in weerpatronen leidt. Voor Nederland betekent dit meer regenval en natheid. Sommige delen van Afrika zullen juist minder regenval krijgen. Aanpassen is moeilijker voor deze landen zoals al te bekend voor de huidige milieuminister. Ook weten we dat temperatuurstijging gevolgen heeft voor voedselproductie, ecosystemen, rivier- en zeestromen en zeespiegelniveau. Wat we niet precies weten: hoe snel zal het gaan en hoe zal het precies uitpakken? Het gevaar is dat deze veranderingen in een rap tempo plaats kunnen vinden. Bijvoorbeeld, ecosystemen met een lange levenscyclus zoals bossen kunnen zich moeilijk aanpassen aan temperatuurvariaties en zullen dus afsterven. Hoe minder bos, hoe minder CO2-opname - bossen houden CO2 vast. Dit heeft dan weer gevolgen voor de rijkdom aan plant- en diersoorten omdat bossen veel biodiversiteit herbergen. Al met al kan een soort domino-effect optreden – de ene verandering veroorzaakt weer de andere. Daarom is een trendbreuk in broeikasemissies op zijn plaats om voor een ‘safe landing’ te zorgen
*KNMI rapport over safe landing zone*: (citaat) “(…) met enige voorzichtigheid kunnen we vaststellen dat de door de mens veroorzaakte wereldwijd gemiddelde temperatuurverandering alleen dan beperkt kan worden tot minder dan 2 graden Celsius als geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden na 2010 hun uitstoot aanzienlijk terug brengen. Een wereldwijd gemiddelde door de mens veroorzaakte zeespiegelstijging van 20 cm in 2100 lijkt al niet meer te vermijden.” In het kort kleven er veel risico’s aan klimaatverandering die moeilijk afwendbaar zijn als er geen preventieve maatregelen worden genomen. De politieke keuze is om de ernst van het klimaatprobleem te erkennen en om actie te ondernemen.

KNMI – wetenschappelijke opvattingen steeds duidelijker en eenduidiger

Het KNMI erkent ook voluit de ernst van de klimaatproblematiek, maar waarschuwt ervoor de warmte records van de laatste 10 jaar in Nederland (we zijn natuurlijk niet meer dan een klimatologische postzegel in het wereldklimaat) geheel aan het broeikaseffect toe te schrijven. Monitoring blijft nodig om de klimaattrends te volgen. Een goed voorbeeld van monitoring is het Engelse milieuminister dat rapporteert over indicatoren (34 in totaal) die klimaatverandering indentificeert, zoals een twee weken vroeger begin van de lente en een natter voorjaar en drogere zomers met nu al zichtbare gevolgen voor flora en fauna! . Waarom stelt minister Pronk een soortgelijk rapport niet op? Kan dit niet een duidelijke signaal ter bewustwording betekenen?

Reductie afspraken
Opmerkelijk en eigenlijk zonder precedent blijft het succes van Kyoto: een wereldwijde erkenning en comitment van zoveel landen om de broeikasemissies terug te dringen met 5%. Nog altijd denk ik met zeer veel waardering terug aan de inzet van minister de Boer. En alleen al vanwege deze problematiek hoop ik dat Al Gore de volgende VS president wordt. Hij was ook in Kyoto en durft consequenties aan zijn inzicht te verbinden, hoe moeilijk dat ook juist in de VS is. Dit is een eerste stap want ook als de emissies dalen kan de concentratie van broeikasgassen nog toenemen. Een broeikasgas zoals CO2 heeft bijvoorbeeld een lange leeftijd en blijft daardoor langer in de lucht hangen. De IPCC pleit daarom voor een wereldwijde reductie van 50-70% ten opzichte van 1990 om de temperatuurstijging tot 2 graden Celcius te beperken.

De Europese Unie heeft zich in Kyoto verplicht een reductie van 8% te realiseren. Maar het EU-‘succes’ om broeikasemissies in 2000 te stabiliseren is tot nu toe louter incidenteel. Stabilisatie is mogelijk dankzij de economische herstructurering in Duitsland en de omschakeling van kolen naar gas in het VK. Er is meer dan incidenteel succes nodig. Beleid is bijvoorbeeld hard nodig voor de transportsector die het hardst groeit (22% in 2000). Het convenant van de EU met de auto-industrie (in Europa en Azië) is nog de enige maatregel om emissies in de transportsector te beteugelen. Is er niet veel meer winst te halen op EU-niveau voor het Nederlandse klimaatbeleid in deze en andere sectoren zoals de energieproductie, grootverbruikers in de industrie en luchtvaart? Leren we genoeg van onze Europese partners die doelmatig beleid voeren (benchmarking tussen EU-landen)? Is er regelmatig uitwisseling van ideeën tussen VROM en ander EU-milieuministeries? Is de het alsmaar niet lukken van coördinatie van ecobelastingen in de EU niet een reden om het te tillen naar de Europese Top in Finland, zeker als het onze milieukrachtpatser commissaris Bolkestein op de Ecofin van volgende week ook weer niet lukt?

Nederland heeft ‘‘voordelige’ taakstelling in EU gekregen

De Nederlandse reductiedoelstelling valt onder de lastenverdeling zoals overeengekomen in EU-verband. Nederland heeft een reductiedoelstelling van 6%. Nederland voert een energie-efficiënt beleid en heeft een lagere reductie percentage bedongen (oorspronkelijk 10% in EU-verband). Dit reductiepercentage is nog zeer ambitieus, maar toch haalbaar omdat reducties gehaald kunnen worden met andere broeikasgassen (behalve CO2) en in het buitenland (de zogenaamde ‘flexible mechanisms’).

Door reductie van overige broeikasgassen en door CO2-reductie in het buitenland op te kopen zal de CO2-uitstoot in ons land nog blijven stijgen. Tegen 2010 zou er sprake kunnen zijn van een lichte daling. Een trendbreuk in CO2-emissies is daarom nog helemaal niet zeker. Deelt de minister deze mening en wat doet de minister om aan het streven van ontkoppeling van het regeerakkoord te voldoen?

Politiek context – 50/50 verdeling
Nederland komt dus ‘voordelig’ weg met de CO2-taakstelling met emissie reducties in het buitenland. Twee factoren zijn hier van belang.

Ten eerste: Nederland moet geloofwaardig blijven tegenover ontwikkelingslanden die nog geen reducties willen boeken tenzij industriële landen emissies reduceren in eigen land. Het klimaatprobleem is immers grotendeels het resultaat van economische ontwikkelingen in het noorden. Daarom is het ook volkomen terecht, en ben ik er trots op dat Nederland bij het regeerakkoord honderden miljoenen beschikbaar stelt om ontwikkelingslanden, op hun voorwaarden (ODA-criteria), te ondersteunen bij energiebeleid. (CDM)

Ten tweede: aan de andere kant de Verenigde Staten, verantwoordelijk voor 25% van alle broeikasemissies, zullen het Kyoto Protocol niet ondertekenen zonder maximale mogelijkheden om reducties in het buitenland te halen. De discussie hierover is nog helemaal niet rond, maar ook hier zit wat in: via internationale handel kan er in theorie een groter resultaat tegen lagere kosten worden gehaald, maar dan moeten de westerse landen op politiek geloofwaardig te zijn wel een veel lager plafond accepteren. Neemt Nederland niet een groot risico door nu al van een 50/50 verdeling uit te gaan? Of is dit het perfecte midden tussen alles in het Noorden doen en volledig verhandelbare CO2rechten.

Conference of the Parties in Den Haag
De ‘flexible mechanisms’ moeten nog op internationaal niveau uitgewerkt worden (deel II Uitvoeringsnota). Om het bedrijfsleven mee te krijgen is dit noodzakelijk. De Conferentie in Bonn zal dit onderwerp niet afronden. Wel is de verwachting dat de Conferentie in Den Haag (CoP-6) dat wel doet. Wat doet de minister om de kans van slagen (overeenstemming ‘flex mechs’) te vergroten? Kanselier Schröder heeft afgelopen week ook gepleit voor snelle ratificatie van het Kyoto Protocol. Deelt de minister de wenselijkheid hiervan en zou dit niet een mooie afronding kunnen betekenen voor de CoP-6? (Niet alleen Maastricht, maar ook Den Haag weer op de internationale kaart). Is de minister het met ons eens dat Bonn in ieder geval zou moeten opleveren dat voor onderwerpen waarover iedereen het eens is, zoals energiebesparing en duurzame energie (zonnepanelen in de derde wereld!), overeenstemming wordt bereikt over de criteria waaronder CDM-bijdragen worden erkend als bijdrage aan Kyoto. Over moeilijke onderwerpen als de verhouding nationaal/internationaal en over sinks (bossen) zal meer tijd nodig zijn. Ziet minister Pronk deze kansen op een Deelovereenstemming?

Standpunt van de PvdA
Samenvattend is het PvdA-standpunt: voorlopig instemmen met de 50/50 verdeling maar dat onder de conditie dat er meer zekerheid komt dat we voor 2010 een trendbreuk in de nationale/ EU CO2-emissies bereiken. Hoe minder geloofwaardig dat is, des te meer recht van spreken hebben ontwikkelingslanden om ‘lekker door te groeien’ met hun CO2-emissies. Voor vandaag is dus de hoofdzaak: zorgen dat het nationale beleidspakket van deze nota harder wordt. En wie daar een onderdeel uit wil halen moet zich ook verplicht voelen om er een even groot alternatief tegenover te stellen

Een overzicht van het pakket – wie controleert het eigenlijk?

Het kabinet heeft een pakket gemaakt, verdeeld over alle sectoren. Kan nog eens toegelicht worden dat deze pakketten naar kosten eerlijk verdeeld zijn: dat geen sector onevenredig zwaar of licht wordt aangeslagen? En wie is eigenlijk verantwoordelijk? Terecht stellen de instituten maar ook de adviesorganen deze vraag centraal: is het allemaal wel hard en duidelijk? Kan het kabinet de precieze verantwoordelijkheden toelichten en vooral de hardheid, die natuurlijk moet blijken uit sancties. Zijn die er als een sector zijn verantwoordelijkheid wil ontlopen? Want zo is het de afgelopen jaren ook wel eens gegaan, anders hadden we de trendbreuk want dat was ook al de doelstelling van 2000 eerder ook al bereikt. Ik herinner hier aan een eerder PvdA-voorstel om de verantwoordelijkheden precies aan elke minister toe te delen, inclusief de reductietaken van de sector waar die minster voor verantwoordelijk is. Dus vervoer bij minister Netelenbos, energie bij minister Jorritsma enz. Ik heb toen de vergelijking gemaakt met het uitgavenplafond van de minister van Financiën: iedere minister is verantwoordelijk voor een CO2-emissieplafond voor zijn/haar sector. Dat plafond wordt bij RA of kabinetsbrede nota – zoals nu - vastgesteld. En net als bij minister Zalm: je moet zelf je boontjes doppen! Ik het daarbij gepleit voor rapportage aan de Tweede Kamer, gecoördineerd door de minister van VROM en voor de mogelijkheid zelfs onder elkaar de emissiereducties te verhandelen. Ik weet dat ook dit kabinet externe integratie bij afzonderlijke departementen belangrijk vindt. Ik vraag bijvoorbeeld minister Jorritsma of het waar is dat zij alle verantwoordelijkheden over energiebesparing overhevelt naar V&W, VRO, Landbouw enz. Maar levert zij daarbij ook de instrumenten en middelen? En wie is dan verantwoordelijk voor resultaten (de vakminister) of de coördinerend minister (EZ)? Of verdwijnen alle verantwoordelijkheden tussen wal en schip?

Ik loop de belangrijkste maatregelen door.

Kolencentrales
Kolencentrales laten omschakelen van kolen naar biomassa/aardgas, één van de reductiemaatregelen, stuit op weerstand. EnergieNed en Electriciteits-Productie Maatschappij Zuid Nederland (EPZ), de elektriciteitscentrales die getroffen zullen worden, zijn tegen deze omschakeling. Zij beroepen zich op het belang van diversificatie (kolen, nucleair), de nieuwe investeringen die al gedaan zijn (combinatie kolen & biomassa) en EU liberalisatie waarbij buitenlandse producenten niet gebonden zijn aan deze omschakeling (Franse kerncentrales, Duitse bruinkolen). Toch moeten we hieraan vasthouden voor vier redenen. Ten eerste zullen voor deze centrales kolonheffingen vervallen van f250- 300 miljoen (BSB), dat kan als volgend jaar als er overeenstemming is, terwijl het CO2-resultaater pas over 10 jaar hoeft te zijn.. Ten tweede kunnen de elektriciteitscentrales profiteren van de gunstige belastingtarieven voor biomassa (12 cent per MW) *. Ten derde, is er sprake van langzame uitfasering waarbij de kosten voornamelijk gebaseerd zijn op het prijsverschil tussen kolen en aardgas – technische aanpassingen zijn niet nodig omdat de meeste centrales al een tweede brander hebben speciaal bedoeld voor aardgas. Overigens zou een aantal kolencentrales voor 2010 dichtgaan, dus al een bijdrage leveren aan CO2 reductie. Ten vierde, sluiting levert een harde reductie op van 6Mton op. En dat is een robuust resultaat dat alleen kan vervallen als de sector een alternatief inbrengt. Ik daag daar ook de sector voor uit, want zeker nu alle centrales in concerns komen waarin veel meer energiedragers en –handel een rol spelen, zijn er wellicht meer of andere mogelijkheden om eenzelfde resultaat te boeken.

Natuurlijk is de sector hiervan geschrokken, zeker omdat men zich door de ‘eigen’ minister van EZ overvallen voelde. Mag ik dan ook deze minister vragen waarom er inmiddels niet al uitgebreid is onderhandeld om de redelijkheid van uw voorstel toe te lichten? En wanneer verwacht u deze onderhandelingen wel te voeren en af te ronden? Het langer op houden van kerncentrale Borssele is hierbij niet een optie wegens ons eerder ingenomen standpunt in 1994 dat de sluiting vervroegde van 2007 tot 2004. De argumenten waren en blijven
- Het terugdringen van de problemen van kernafval (dat eeuwen een groot probleem blijft) en kernafvaltransporten.
Voorts levert Borssele slechts 4% van de Kyoto-doelstelling op (1 van het gat van 25 Mton) Daar komt nu bij dat de Kyoto-reducties worden gemeten in 2010-2020, en niemand zal toch voorstellen de centrale nog 16 jaar langer open te houden. Dat zou geheel nieuwe onderzoeken en investeringen in veiligheidssystemen vergen, die nu allemaal zijn geijkt op 2007. Terwijl de veiligheidssystemen wel tegen hoge kosten zouden kunnen worden aangepast, maar het kernvat zelf blijft dan toch zeer oud en daarin moet voorkomen worden dat er haarscheurtjes komen. Maar de langere openstelling zou dan niet alleen kostbaar zijn, maar ook nog 16 jaar extra afvaltransporten betekenen. Niet verstandig.

Liberalisering
Europese liberalisering van de gas- en elektriciteitssector speelt bij het debat over de kolencentrales een grote rol. Een argument om tegen te zijn: waarom wordt elektriciteit opgewekt door Duitse bruinkolen geïmporteerd? Of waarom moet Borssele dicht als Franse kernenergie geïmporteerd wordt? Toch zal het niet zo simpel zijn. Duitsland heeft, net als Nederland, heeft een reductieverplichting. Duitsland moet een reductie van 21% realiseren. Dat lukt ze nu al nieten zeker niet als ze veel meer zwaar vervuilende bruinkoolstroom gaan produceren, Want die komt op Duitse rekening. Er zijn bovendien nu al signalen van de Duitse vakbonden (Epsu) en energiemaatschappijen (Cedec) dat er meer garanties voor milieudoelstellingen en duurzame energie moet komen met de voortgaande liberalisatie. Liberalisatie betekent ook sanering van overcapaciteit: sommige kolencentrales zullen dicht moeten. En met een open gasmarkt zal het prijsverschil minder zijn ten opzichte van kolen, zeker bij een verstandige mix per energieconcern. De Nederlandse regering moet daarbij haar eigen verantwoordelijkheid nemen om reducties zo hard mogelijk te maken.

Duurzame energie en milieu slachtoffer van liberalisering?

Maar bij liberalisering is een cruciaal belang wel dat de overheid/wetgever voor het milieu in het krijt treedt Zeker als de prijzen van conventionele (vuile) stroom dalen worden ook energiebesparing, WKK en duurzame energieopwekking te duur. Dan moet je of als overheid de vergunningen voor productie aanscherpen (eisen aan installaties) of prijsprikkels in de markt durven zetten: ecotax met vrijstellingen voor schone energie en fiscale stimulering voor schone energie.

In dit licht vraagt de PvdA-fractie of het kabinet wil overwegen een REB-heffing op rest- en afvalwarmte (boven een zekere drempel) in te voeren die uiteraard niet hoeft te worden betaald indien deze wordt ingezet voor WKK en andere warmtebenutting (bijvoorbeeld stads- en kassenverwarming). Ik ben voorts verheugd dat het kabinet de suggestie van de PvdA overneemt om serieus te bekijken of een teruggaveregeling mogelijk is voor duurzaam opgewekte warmte en zouden willen vragen deze zo spoedig mogelijk in te voeren.

Wij zijn het zeer eens met de hantering van het nultarief voor groene stroom maar voor de derde tranche nog voorstellen te verwachten zijn voor wat betreft lagere (of nul)tarieven voor andere vormen van duurzame energiebronnen. Of je gaat nog een stap verder en die stap spreekt ons het meest aan: je legt de markt, alle gebruikers op dat zij x% duurzame energie (zon, wind of biomassa) gebruiken en je geeft ze het recht bewijsstukken daarvan te verhandelen (markt van verhandelbare groene stroomcertificaten). Dat is de meest efficiënte aanpak want de markt zal veel beter de goedkoopste opties ontwikkelen dan dat de overheid kan doen en weten met subsidies. Wat in elk geval niet kan, is het aan bedrijven en vrijwillige afspraken (convenanten) overlaten. Of is de minister zo naïef dat zij denkt dat de markt tegen het financiële eigen belang toch substantiële investeringen in duurzame stroom en WKK zal blijven doen? Waarom is dan de minister toch nog steeds zo aarzelend en zelfs terughoudend als het er om gaat dit soort marktinstrumenten in te zetten? Waarom negeert zij hier alle adviezen, ook van de AER die op verplichting aandringt? Weet zij het beter? Minister Jorritsma ontloopt nu al zo lang ze er zit het werkelijk nemen van besluiten om WKK en duurzame energie verder te laten groeien. Intussen bevordert ze wel verdere marktwerking. De argumenten, geleverd bij de begrotingsbehandeling vorige week, dat er geen vraag- maar aanbodproblemen zijn is een zwaktebod of een smoesje. Het geldt misschien voor windenergie op de korte termijn maar voor WKK, zon en biomassa en ook wind is er voor de middellange en lange termijn nog een groot tekort aan vraag en aanbod. Logisch bij dalende prijzen voor conventionele stroom! Daar moet de minister wat aan doen: bijvoorbeeld zorgen voor een geleidelijk stijgende vraag naar zonnepanelen zodat producenten de productie kunnen opschalen en de kosten door schaalvoordelen echt gaan dalen (in vraag 116 ontbrak natuurlijk weer dit cruciale schaalaspect) Wat de minister ook kan doen, is het artikel uit de Elektriciteitswet activeren dat met een kleine opslag op het transporttarief een fonds wordt gecreëerd om besparing en duurzaam te bevorderen. Dat zou niks meer en minder betekenen dan het afromen van een klein stukje van de prijsdaling die door liberalisering wordt bereikt zodat markt en milieu samen gaan. De minister, en trouwens ook de VVD-fractie, wekt bij ons te vaak de indruk dat ze al dit soort instrumenten niet echt willen. Dan breken zij het ‘ja, mits’ van marktwerking af en kiezen zij voor eenzijdige economische marktwerking en worden de nadelen afgewenteld op consument en milieu. Dan is er geen paars compromis meer mogelijk en vervallen we in een marktdictaat; niet ons perspectief

Benchmarking
Het Sociaal Economische Raad (SER) (Commissie voor Duurzame Ontwikkeling) waarschuwt in haar advies over de Uitvoeringsnota terecht over de risico van benchmarking1. De PvdA-fractie heeft er mee ingestemd onder het beding dat de besparing aan megatonnen die nu verwacht wordt er ook werkelijk uitkomt. Dat weten we als de bedrijfsplannen er zijn in 2001: hoe en wat men moet doen om te gaan behoren tot de wereldtop De SER waarschuwt nu dat een bedrijf zich daarna niet verder hoeft in te spannen en kan zich ook nog uitbreiden. De risico is dus ‘meer van minder’. Denkbeeldig is bijvoorbeeld dat Hoogovens (ofwel CORUS) haar Britse nevenvestigingen naar Nederland haalt (minder belastende heffingen). We overschrijden dan natuurlijk in Nederland de Kyoto-plafonds. Of gaat het kabinet het MKB en landbouw dan zwaarder aanslaan die daar in de SER hun angst voor hebben uitgesproken? Wij moeten daarom goed op de evaluatie momenten letten: levert dit benchmarking instrument genoeg reducties op en is er voldoende vergelijkingsmateriaal (operationalisering van ‘bij de wereldtop horen’)? Op de lange termijn is het ook nodig om meer goedkope reducties (30 f/ton) in de industriesector te halen door het ontwikkelen van een systeem van verhandelbare emissierechten. Welke initiatieven neemt het kabinet daar nu al vast voor? Tot nu toe is de industrie van deze goedkope maatregelen vrijgesteld uit concurrentie overwegingen waardoor het MKB meer voor haar rekening moet nemen.

Verkeer & vervoer
De reductiemaatregelen voor verkeer en vervoer zijn niet erg groot en opvallend zacht. Gedragsverandering moet tot meer dan de helft van de reductie in deze sector leiden. Wij zullen op verdere aanscherping moeten aandringen. Belangrijk is dat nu eindelijk het belonen van de zuinige rijders van de grond komt en dat de vuile rijders meer betalen. Dat kan door de aankoopbelasting (BPM) en jaarlijkse belasting (MRB) te variëren met de hoeveelheid CO2-uitstoot. Een vergelijkbaar voorstel werd twee jaar geleden door VVD en CDA weggestemd. Ik vraag het kabinet de nieuwe voorstellen zo snel mogelijk concreet aan ons voor te leggen. Maar ik zou eerst een actualisering zien van de onderbouwing en klassenindeling van de auto’s (etikettering) waarvan ik begrijp dat daar wellicht voor consumenten verwarring gaat optreden. Er zal een geloofwaardige etikettering in de showroom moeten komen zodat mensen in een oogopslag begrijpen waarom de ene auto wel en de andere niet zwaarder of lichter wordt belast. Ik weet dat na de ANWB nu ook RAI/Bovag eindelijk hieraan willen meewerken en dat RIVM binnen enkele maanden zo’n studie kan afronden. Ik verzoek u die route te kiezen, zodat we over zes maanden een voorstel krijgen dat per 1-1-2001 kan in gaan. Maatregelen voor goederenvervoer ontbreken in het geheel. Omdat goederenvervoer niet onder benchmarking is gebracht, willen we vragen om een extra pakket maatregelen. Minister Netelenbos is hier nu niet maar wilt u dat toezeggen?

Huishoudens
De REB in het belastingsplan wordt verhoogd met f 3 miljard en per 1 januari aanstaande gaan de subsidies voor zuinige apparaten en isolatie van woningen (positieve prikkels in). We verwachten ook meer van voorlichting, zoals de actie van de NIBUD. Dit is in de lijn van de motie over elektrische apparaten in de ‘stand by mode’. In de nieuwbouw kan de EPN verder omlaag: ik las nu dat er woningen zijn gebouwd met een EPN van 0.45 met 100 tot 200 gulden lagere energielasten! En hoog comfort door lage temperatuur verwarming in vloeren en wanden. Het kabinet is hier echt te traag. Toch is ook nog veel te halen in vooral de bestaande bouw. We hebben gezien dat bij eigenaar/bewoners de investeringskosten voor de baat van de lagere energiebesparingskosten uitgaat. De EnergiePrestatieadviezen (EPA) bouwen daarop voort en als dat niet hard genoeg gaat willen wij dat fiscaal aanzetten. Bij de huurders is technisch hetzelfde mogelijk maar gebeurt het vaak niet omdat de belangen van verhuurders, huurders en energiebedrijven en gemeentes niet altijd precies gelijk lopen. Daarom slagen wel veel technische piot projecten maar sneeft de werkelijke verbreiding ervan. Hier is een doorbraak nodig, wellicht door om te beginnen bij een aantal experimenten in een klap een paar honderd huizen aan te pakken. Daar wordt dan geïnvesteerd in isolatie en technologie. Daar wordt besparing en dus een lagere energielastenrekening bereikt en daar bereiken bewoners en verhuurders overeenstemming dat de lasten omlaag gaan maar dat huurders ook aan de investeringen bijdragen. De huurprijzensystematiek voorziet daarin niet en vergt dus een experimenteerartikel. In Utrecht is men bereid aan zo’n experiment te werken. Zou het kabinet deze experimenteermogelijkheid willen bezien en middels bijvoorbeeld een convenant en incidentele financiële steun op dit terrein een doorbraak willen forceren?

Wanneer krijgen we eigenlijk een overzicht van de voortgang EPA en gaat het hierbij wel om meer dan energiebesparing en ook over schone en duurzame technologie? EN wordt het niet gemonopoliseerd door distributiebedrijven (zoals de MAP helaas is gebeurd)?

Land en tuinbouw
Men laat weten zich niet gebonden te achten aan de CO2-besparingsafspraken (convenanten), gelet op de liberalisering van de energiemarkten. Legt het kabinet zich er ook hier bij neer dat markt en milieu elkaar in de weg gaan zitten, zodat de sector wel het economisch prijsvoordeel binnenhaalt maar niet zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt? En moet straks de rest, gezinnen de CO2-verplichting van hen overnemen om Kyoto te halen? Zou er niet een specifieke regeling via terugsluizing van een (verhoogde) ecotax (REB) kunnen worden ingezet. Waarom speelt de methaanreductie bij de veehouderij geen rol in het pakket? Daar is nog wel een strontje weg te werken in een meerjaren aanpak, zo meldt CLM, via kunstmest, krachtvoer e.d.

Dan zijn er maatregelen in het reservepakket ook veel belovend. Verdere vergroening van de belastingen: energie/vervuiling wat duurder maken en arbeid/inkomen en schoon gedrag goedkoper kan ook in een volgend kabinet Kok een succesformule zijn. De PvdA-fractie blijft van mening dat verdere initiatieven in de richting van grootverbruikers daarbij zeer gewenst zijn voor wat betreft proportionele tariefstelling. Immers hieruit vallen de grootste milieueffecten te verwachten, zeker in het licht van de nationaal te verrichten inspanning voor wat betreft de CO2- problematiek. Hoewel natuurlijk de Europees gecoördineerde aanpak verre de voorkeur verdient, is het ook denkbaar via generieke nationale vergroeningsstappen meer energieverbuik onder de REB te brengen, zeker ook nu grootverbruikers voordeel hebben van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Hierbij kan het kabinet hierbij tevens initiatieven nemen naar aanleiding van de motie Remkes/de Vries inzake een teruggaafregeling voor MJA-bedrijven. Wil de regering dit bij de werkgroep Vergroening van het Fiscale Stelsel 2 als prioritair aan te melden en daarbij op maximale inspanning gerichte, maar economisch inpasbare varianten (zie bijvoorbeeld de voorstellen van Werkgroep 1 tot een mogelijke verhoging van 5.1 miljard) uit te werken die uitgaan van het zowel het bestaan van een Europese energieheffing als het ontbreken daarvan? Dit is des te meer noodzakelijk nu door de liberalisering de, ook door het kabinet verwachte groei van WKK sterk achter dreigt te blijven..

CO2-opslag
CO2-opslag kan meer/beter benut worden. De technologische kennis voor CO2-opslag kan bijvoorbeeld van toepassing zijn voor waterstof winning. Waterstof, een klimaatneutrale energiedrager, kan één van de lange termijn oplossingen bieden. Financiering voor dit soort initiatieven vanuit de GAVE fonds en de 500 miljoen in positieve prikkels dient ondersteuning. Aan het einde van dit jaar is onderzoek rond over waterstof. Kan de minister al voorlopige conclusies hieruit trekken? Wat zijn de perspectieven? Waarom zijn de studies over CO2-opslag voornamelijk bureaustudies? En zijn er contacten gelegd met Noorwegen en de VS die al ervaring hebben opgedaan met CO2-opslag teneinde van gas- en methaanwinning?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie