Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA inbreng in debat over begroting VWS

Datum nieuwsfeit: 01-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Begroting VWS (271099)

Begroting VWS (271099)

De CDA-fractie is bezorgd over een aantal zaken: de groei van de bureaucratie waardoor de menselijke maat steeds verder verloren gaat; het niet halen van de doelstelling om de te lange wachtlijsten weg te werken en de werkdruk echt te verminderen; de snel groeiende personeelsproblemen en het steeds meer in verdrukking raken van het vrijwilligerswerk en verenigingsleven.

De CDA-fractie wil:

Dat het kabinet vastlegt dat aan het eind van deze regeerperiode de wachtlijsten binnen aanvaardbare maatschappelijke normen zullen zijn en dat er in de praktijk resultaten zijn geboekt inzake de vermindering van werkdruk;

Dat fors wordt ingezet op terugdringing van de bureaucratie;

Dat de keuzevrijheid van mensen in de zorgsector wordt hersteld door werk te maken van persoonsgebonden financiering en te beginnen met de scheiding van de kosten van wonen en zorg binnen instellingen;

Aandacht vragen voor het feit dat overheidsbesluiten vaak nieuwe problemen oproepen voor verenigingsleven en vrijwilligerswerk;

Den Haag, 27 oktober 1999

Uitgesproken tekst geldt.

INBRENG

Inleiding
Vorig jaar hebben we de eerste begroting van de nieuwe kabinetsperiode behandeld. In het regeerakkoord stonden 3 punten centraal: het wegwerken van de wachtlijsten, het verminderen van de werkdruk en een nieuwe bestuurlijke aanpak door het sluiten van meerjarenafspraken met de diverse sectoren. Vraag is natuurlijk of deze centrale punten qua uitvoering inmiddels goed op de rails zijn gezet. En of de achterstand kan worden ingelopen die in de vorige kabinetsperiode is ontstaan.

Het moge voor zich spreken dat de CDA-fractie de stukken beoordeelt vanuit haar visie op de samenleving, en zoals door onze fractievoorzitter verwoord tijdens de algemeen politieke beschouwingen vanuit (herstel van) een goede spreiding van verantwoordelijkheden. Zeker binnen de gezondheidszorg is dit van belang, want als gevolg van de steeds sterkere overheidssturing van het aanbod is er schaarste van goede zorg gecreëerd, zowel in de geneeskunde als in de verzorgingssectoren. Bovendien is er een te grote en logge bureaucratie ontstaan die de creativiteit en het eigen initiatief van mensen teveel smoort in regels, regels en nog eens regels. Dat geldt mensen die zorg vragen of ontvangen, dat geldt mensen die in de zorg werken.

Er is de afgelopen maanden een wat tegengesteld beeld ontstaan: het persbericht van het ministerie is optimistisch: veel extra geld (3,1 miljard), er wordt hard gewerkt en dat is ook zo (dus) zou je denken dat het wel goed komt.

Maar ga je naast de mensen staan die zorg nodig hebben, of de medewerkers in de gezondheidszorg, dan proef je een heel andere kijk op de werkelijkheid:

Het aantal mensen dat veel te lang moeten wachten blijft veel te hoog, in de ziekenhuiszorg, maar vooral in de verzorging en verpleging. Zorgwekkend omdat de echte vergrijzing nog moet beginnen.

De mantelzorg blijft onder veel te grote druk en dreigt soms te bezwijken. Als je korter gaat werken om een dierbare te verzorgen krijg je als dank te horen dat de professionele uren worden verminderd of opname wordt uitgesteld.

Wie had ooit gedacht dat het zover zou komen in ons land dat een juridische zoektocht moet gaan uitvogelen wie aansprakelijk gesteld kan worden voor de schaarste? Nu fase 2 via het proces tegen een zorgkantoor in Utrecht.

De werkdruk blijft onverminderd hoog. Het extra geld dat is uitgetrokken lijkt op macroniveau heel wat, maar een instelling krijgt daar maar een kruimel van.

Discussies over voorrangszorg blijven dus regelmatig oplaaien.

In grensregios wordt voor behandeling steeds meer naar het buitenland gegaan en Zwitserland ziet er tegenwoordig brood in om in Nederland te adverteren.

De meerjarenafspraken staan vol knelpunten die met het budget níet aangepakt kunnen worden.

Het doelgroepenbeleid raakt buiten beeld, wat twijfels oproept over het beleid bij de ouderenorganisaties en organisaties van mensen met beperkingen.

Het aantal mensen dat onverzekerd rond loopt stijgt ieder jaar.

Gebrek aan esprit, elan en (meetbare) beleidsdoelstellingen Naar onze mening is er sprake van bloedarmoede in beleidsontwikkeling. Er spreekt weinig esprit en elan uit de stukken. Het ontbreekt aan een omschreven perspectief van wat de beide bewindsvrouwen in deze regeerperiode willen bereiken. Er wordt gewerkt aan uitvoering van het regeerakkoord, financieel en inhoudelijk. Er lijkt geen ruimte om daarbuiten te komen en zelfs over de tekst van het akkoord bestaat soms verschil van mening, zo bleek bij de behandeling van het wetsvoorstel zelfstandigen in het ziekenfonds. Hoe gaat het eigenlijk met de coalitie, zou ik de bewindslieden en mijn collegas willen vragen?
Het is slecht voor het land wanneer het politiek denken over gezondheidszorg zich beperkt tot de korte, warme zomerweken waarin een regeerakkoord tot stand komt. Temeer omdat juist dan de minste inspraak vanuit de samenleving mogelijk is en amper sprake is van democratische besluitvorming binnen en tussen de betrokken fracties. Voeg daarbij acht jaar paarse onenigheid over de aanpak en het kan niet anders dan dat de verschraling om zich heen blijft grijpen.

Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de 5 punt 6 miljard punt van Zalm het enig richtinggevend kader is. Er worden geen beleidsdoelen geformuleerd die een omschreven niveau van kwaliteit vastleggen. In sectoroverleg worden afspraken gemaakt hoe de extra middelen over de allergrootste prioriteiten zullen worden verdeeld, waarbij keurig wordt opgeschreven wat er aan erkende knelpunten níet kan worden opgelost. Steeds meer tijd en energie wordt verbruikt om over steeds minder geld (alleen de intensiveringmiddelen) te praten. Maar de doelmatigheidskortingen gaan door en de sectoren staan onder steeds grotere druk om de kwaliteit van de zorg overeind te houden. De Inspectie is eveneens toenemend bezorgd over de kwaliteit, zo maken wij op uit (de inleiding van) hun Jaarverslag.

De 150 mln. die tijdens de APB zijn toegevoegd veranderen niet veel aan het beeld. De GGZ rekent ons voor dat met 30 mln. extra wordt bereikt dat de groei van de wachtlijsten wordt afgezwakt, maar de wachtlijsten blijven nog altijd groeien. Dat geeft voeding aan klachten, roept particulier commercieel initiatief op, en vervolgens in deze kamer weer een debat over voorrangszorg.

Wij vinden dat het kabinet zichzelf resultaatverplichtingen moet opleggen, net zoals dat van de sectoren wordt gevraagd. Dus wachtlijsten wegwerken (motie):

Zijn aan het eind van deze kabinetsperiode de wachtlijsten weggewerkt? De wachtlijsten voor ziekenhuizen en specialisten; de wachtlijsten voor mensen met een handicap; de wachtlijsten en rantsoenering van de thuiszorg; voor verpleeg- en verzorgingshuizen; de RIAGG, de Persoonsgebonden Budgetten en voor de Regionale Indicatieorganen. Graag een indicatie hiervan.

Hoeveel taskforces, wachtlijstbrigades en platforms zijn op dit moment actief, en wat zijn de kosten hiervan? Op welke begrotingspost worden deze verantwoord?

Kan naar schatting worden aangegeven hoeveel extra kosten de wachtlijsten op zich veroorzaken binnen het budgettair kader, aan medicijngebruik, extra bezoek aan artsen of andere hulpverleners, aan kosten van overleg en advies?

Wanneer en hoe worden de knelpunten opgepakt, die wel zijn omschreven in de meerjarenakkoorden, maar niet binnen dat kader kunnen worden opgelost?

Voorzitter, schaarste in de zorg leidt tot onrust, gevoel van onveiligheid bij mensen, en tot uitstroom van personeel. Dat kan niet, gezondheidszorg mag geen schaars goed zijn in een rijk land als Nederland. Ad hoc beleid heeft de lappendeken groter gemaakt en gebrek aan een samenhangende visie werkt verlammend.

Naar Meer Menselijke Maat in de gezondheidszorg Mijn fractie wil Naar Meer Menselijke Maat in de gezondheidszorg, en kiest daarbij voor degenen die zorg nodig hebben. Ouderen, gehandicapten en chronisch zieken moeten langdurige zorg zelf kunnen inkopen. De overheid stelt normbudgetten vast die bij een bepaalde zorgzwaarte horen, en dat budget moet meteen na de indicatie ter beschikking komen voor de persoon in kwestie via de eigen verzekeraar. Dat vereenvoudigt de uitvoering van de AWBZ, het aparte circuit van de zorgkantoren verdwijnt en is klantvriendelijk omdat mensen hun zaken via hun eigen verzekeraar kunnen regelen.

De keuzevrijheid van mensen wordt hersteld. Ouderen moeten tijdens hun laatste levensfase wonen en zorg kunnen laten aansluiten bij hun eigen levenssfeer. Maar ook kleinschalige initiatieven kunnen gerealiseerd worden. In Huizen is een project gerealiseerd waar een aantal ouders van meervoudig gehandicapte kinderen samen een huis hebben gekocht en met persoonsgebonden budgetten de zorg zelf hebben ingekocht. Zij deden dat omdat er geen zorgaanbieder was die aansloot bij hun kerkelijke geloofswensen. Zo kan ik tal van voorbeelden noemen, die momenteel eerder ondanks dan dankzij de regelgeving gerealiseerd kunnen worden, en helaas vooral voor mensen die dat kunnen betalen. Maar het kan ook bereikbaar zijn voor mensen met een smallere beurs kunnen, mits het scheiden van wonen en zorg echt wordt aangepakt, ook binnen verpleeg- en verzorgingshuizen. Een echtpaar dat al 50 jaar getrouwd is hóef je niet het verdriet aan te doen om een scheiding van tafel en bed te moeten aanvragen om de eigen bijdrage te kunnen betalen. Waarom kunnen deze instellingen geen woonruimte bieden aan de partner tegen betaling van huur?

Door de verantwoordelijkheden helder te spreiden kan iedereen de eigen rol in de gezondheidszorg op een goede manier oppakken: de cliënten, de aanbieders, de verzekeraars en de overheid. Nu is niemand aanspreekbaar en wijst iedereen naar de ander. Nu is het de rechter die moet uitmaken wie aansprakelijk gesteld kan worden. In ons voorstel worden dat de verzekeraars zijn omdat zij voldoende zorg moeten inkopen voor hun verzekerden (tenzij het zelf doen). Maar dat kan alleen maar wanneer de overheid niet meer ingrijpt met budgetteringsaanwijzingen.

Doordat instellingen verzelfstandigd worden en niet meer tot in detail worden aangestuurd (de tegels in de badkamer en de maten van de deuren), kan ook het aanbod zich richten op de cliënten in plaats van de richtlijnen en procedures. De instellingen kunnen zelfstandig opereren als maatschappelijk onderneming, maar zijn dan ook voor hun continuïteit afhankelijk van de voorkeuren van de zorgvragers. Dat is echte vraagsturing, en zo kan een beter antwoord komen op de behoeften van mensen, die natuurlijk even pluriform is als onze samenleving. (gereguleerde compentie, géén vrije marktwerking, wil ik de VVD zeggen)
De overheid kan niet alles zelf regelen en moet dat ook niet willen. De overheid moet de randvoorwaarden stellen en zich helder op de kerntaak richten: het toezicht en het waarborgen van de kwaliteit, de beschikbaarheid en de toegang voor iedereen.

In de curatieve sectoren kan op gelijksoortige wijze de verantwoordelijkheid beter verdeeld worden. De verzekeraars onderhandelen met de ziekenhuizen en andere aanbieders over de capaciteit. De overheid respecteert die overeenkomsten en grijpt alleen in wanneer apart tegen het beleid wordt ingegaan. Dus precies zoals bij het algemeen verbindend verklaren van CAOs .

Bureaucratie moet bestreden worden
Krachtig element van onze notitie vinden wij dat bureaucratie wordt weggesneden, wat de coalitie tot heden heeft nagelaten. Toen paars voor het eerst aantrad werd forse deregulering aangekondigd, administratieve lastenverlichting! Ook in de zorg veerde men op, maar tot hun schrik en soms met schouderophaling zag men dat het erger werd, vooral in de care. Wat kwam er allemaal bij:
1. Het centrale administratiekantoor (CAK) voor de facturering en de berekening van de eigen bijdragen. Extra werk voor de instellingen en voor bewoners en klanten onnavolgbare berekeningen van de eigen bijdragen.

2. De Regionale Indicatie Organen zijn nodig voor langdurige zorg, maar voor de kortdurende hulp is het volstrekt overbodige nieuwe bureaucratie.

3. Het persoonsgebonden budget krijgt steeds meer regels over zich heen die de nieuwverworven vrijheden voor de mensen weer inperken.
4. De werkers in de thuiszorg moeten voort met de stopwatchzorg en dagelijkse registratie per 5 minuten per cliënt, per producttype.

De verzuchting van Ed van Ed van Thijn in de Volkskrant is mij uit het hart gegrepen: de politiek verliest haar greep op de bureaucraten en werkt veel te verkokerd. Ik sta echt niet meer alleen in mijn vergelijking vorig jaar met de centraal geleide economie.

De nota Zicht op Zorg , het plan van aanpak voor de modernisering van de AWBZ, is wat ons betreft een schoolvoorbeeld van technocratische bureaucratie. . Het is een gesloten systeem van en tussen instituties, waarbij verantwoordelijkheden niet helder zijn verdeeld. Lof dat de staatssecretaris vraaggericht wil werken, maar wij voorspellen dat het voorgestelde model het tegendeel zal bewerkstellingen. Het blijft aanbodregulering, alleen worden de sores wie het meest uit de ruif mag eten meer naar de regio verlegd. Wij vrezen dat het de gewenste vermaatschappelijking van de zorg en community care eerder zal blokkeren dan stimuleren.

Wij missen in Zicht op Zorg het persoonsgebonden budget (PGB) als volwaardig alternatief en zien er steeds minder schot in komen. De motie van Blerck wordt wel heel minimaal uitgevoerd. Voor verstandelijk gehandicapten komt er maar 17 mln. bij. Daarvan kunnen ca. 300 mensen geholpen worden van de 5000 wachtenden. Wij begrijpen dat zorgkantoren onderuitputting voor andere zaken mogen gaan uitgeven, en dat zet het meer op de tocht. (motie) De verbreding naar verpleeghuis- en verzorgingshuiszorg blijft uit, de regeldichtheid wordt groter. Wij komen er bij de Zorgnota weer op terug.

Steeds meer problemen stapelen zich op

De ambulancezorg kan steeds minder aan de norm voldoen van een kwartier: in Zeeland, Zuid Oost Brabant, op de Waddeneilanden wordt het almaar knellender.

In diverse regios verzet de bevolking zich tegen het verdwijnen van kleinere streekziekenhuizen na fusie met een groter ziekenhuis in de buurt: Oosterhout, Velp, Zierikzee, Kennemerland. Gevolg van schaarse middelen, of eigenlijk niet nodig in de ogen van de minister?

Ouders van autistische kinderen moeten steeds langere zoektochten maken om passende hulp te vinden voor hun kind. Als je een ziekte hebt die niet volledig binnen een koker van een benoemd specialisme past, val je al gauw buiten de boot, en heb je complexe handicaps, dan wordt het helemaal een probleem.

Instellingen met veel bewoners die intensieve zorg nodig hebben kunnen het hoofd nauwelijks boven water houden.

Punten waar wij bij de Zorgnota op terug komen, maar die ik hier noem om aan te geven dat aan de verschraling van de zorg nog geen halt is toegeroepen.

Arbeidsmarktproblemen niet onderschatten
Ook de arbeidsmarktproblemen moeten niet onderschat worden. In Buitenhof klonk het wat optimistisch. Er zijn opnamestops vanwege personeelstekorten, er worden mooie prijzen uitgeloofd voor nieuwe collegas, in het buitenland geworven. Dat is de praktijk.

Ziekteverzuimbegeleiding geeft inderdaad het snelste resultaat, maar is het niet juist de werkdruk die dat verhindert én het verzuim veroorzaakt?

Is het inkomen van de werkers in de zorg voldoende marktconform, vooral aan de onderkant van het loongebouw en voor alfahulpen? Moet ook niet de sector zelf een discussie aangaan of de loonronde gelijk moet zijn voor alle functieklassen?

Is taakuitsplitsing niet medeoorzaak van het minder aantrekkelijk worden van het werken in de zorg? De variatie weg, geen tijd voor aandacht voor de patiënt?

Wij vinden het een gemiste kans dat de staatssecretaris terug kwam op onze suggestie op de stopwatchregistratie te stoppen. Een gemakkelijke en zelfs kostenbesparende bijdrage aan het arbeidsklimaat in de thuiszorg. Ik vond de motivering onvoldoende. En de woorden van de minister in Buitenhof geven mij de moed om het nog eens te vragen (motie).

De opleidingen zijn een even groot struikelblok. Je gelooft je oren niet als je een ROC (regionaal opleidingscentrum) bezoekt en hoort dat studenten worden geweerd omdat er te weinig stageplaatsen zijn.

Heeft U er geen spijt van dat de inservice-opleidingen zijn gestopt? Combinatie van werken en leren is voor veel mensen aantrekkelijk.

Is inmiddels de minister van Onderwijs bereid om de numerus fixus los te laten zodat naast Belgische artsen ook Nederlandse artsen kunnen instromen?

Over het aankomend huisartsentekort wordt al jaren gepraat, ook specialismen als klinische geriatrie hebben wij eerder aan de orde gesteld, maar steeds wordt de opleiding met minder uitgebreid dan nodig is.
Wordt de opleidingscapaciteit straks het echte struikelblok voor de schaarste?

Meerjarenafspraken oplossing voor alle kwalen?
Ik had dit punt uitvoerig willen behandelen, maar zal mijn groter wordende twijfel bij de Zorgnota uiteenzetten. Toch kan ik niet nalaten nu al plagend te reageren op het antwoord op vraag 10 naar Uw ideële opvatting over verantwoordelijkheden. Ik citeer Deze interactieve en meer horizontale manier van beleidsvorming is wenselijk om in het publieke domein tot gezamenlijke doeleinden te komen.. En wat lees ik in HP/deTijd aan uitspraken van Arie van der Zwan: Dit soort nieuwe methoden dient vaak als reddingsvest voor politici die niet weten wat ze willen. Verderop Alle neuzen moeten in één richting wijzen. Voor je het weet heb je een totalitaire maatschappij. Ik beveel het U gaarne ter lezing aan.

In het sectoroverleg staat elke partij op zich voor een wereld van verschil: diverse soorten aanbieders, de zeer gevarieerde groep patiënten en cliënten, verzekeraars en instituten. Toch moet elk van hen tot één geluid komen, zowel namens als naar hun achterban. We noemen dat mainstreamen, maar kleinere instellingen en belangenorganisaties worden zo volledig gedomineerd door de groten. Dat leidt tot toestanden die vd Zwan bedoelt.

Ethische zaken
Vlak voor en in het reces bereikten ons enkele zwaarwegende wetsvoorstellen, inzake euthanasie, late zwangerschapsafbreking en gebruik van foetaal weefsel. In de medische wetenschap worden grenzen verkend die vragen om een politiek oordeel. Want grenzen verkennen betekent niet zelden grenzen verleggen. Grenzen die wegen openen naar nieuwe mogelijkheden om ziekten te genezen en lijden te voorkomen, maar ook overschrijden van grenzen van het voorstelbare: hoe gaan wij om met het transplanteren van dierlijke organen in mensen, hoe gaan wij om met kloneren en het gebruik van foetaal weefsel? Moet de stand van de medische wetenschap en de wens om voortgang te kunnen boeken maatgevend zijn voor ons politieke oordeel? Ik herhaal onze fractievoorzitter tijdens de APB: politiek oordeel is nooit waardevrij maar wordt bepaald door opvattingen over mens en samenleving. In onze rechtsorde hebben we eerbied voor het menselijk leven en bieden we dat bescherming. Voor het CDA spreekt het voor zich dat de overheid een belangrijke verantwoordelijkheid draagt en zich uit moet spreken over de ethische waarden en daarom gebaseerde normen waarbinnen zij haar opdracht waar wil maken. In zijn kern is wetgeving niet anders dan het dwingend opleggen van normen. Deelt de minister die overtuiging of vindt zij dat de overheid hier eigenlijk geen normerende rol past en de persoonlijke ethiek van mensen de norm moet bepalen? Als zij onze mening deelt dat de overheid wel degelijk een ethisch toetsingskader dient te hanteren, blijft voor ons de vraag welke waardenoriëntatie voor haar bepalend is. Of vindt zij die vraag niet relevant en is zij van opvatting dat de staat a-moreel hoort te zijn en iedere poging om waarden en normen in wetgeving te vertalen als een inbreuk op het recht van zelfbeschikking van de individuele, autonome mens gezien moet worden? Wat ons betreft mag het in ieder geval niet zo zijn dat de praktijk en de ontwikkeling daarvan de norm gaat bepalen.

Er is sprake van grote onrust bij groepen mensen die zich persoonlijk aangesproken voelen. Niet alleen vanwege religieus bepaalde opvattingen. De achterbannen van de gehandicaptenraad maken zich grote zorgen. Velen vragen zich af of aan hún bestaansrecht getwijfeld wordt.
Het is van groot belang dat de politiek onmiskenbare signalen afgeeft dat iedereen welkom is in onze samenleving en recht heeft op een gelijkwaardige plek, ongeacht welke beperkingen dan ook. Ziekte, maar ook afhankelijkheid en dood mogen niet alleen staan in het teken van angst en afkeer. In het uitstralen daarvan hebben wij als volksvertegenwoordigers een verantwoordelijke taak.

Doelgroepen raken buiten beeld
Voorzitter, het wreekt zich dat de staatssecretaris er niet voor heeft gekozen om voor een aantal belangrijke doelgroepen jaarlijks de praktijk te toetsen aan het doel waarnaar we streven. De Perken te Buiten voor het gehandicaptenbeleid wordt niet meer geactualiseerd. Evenmin kwam er een notitie over het ouderenbeleid in brede zin. Gelet op de vergrijzing is het zo van belang om te kijken naar andere aspecten dat de zorg alleen: preventie, participatie, huisvesting, etc.. Hetzelfde lot was de integrale notitie vrijwilligerswerk beschoren. Er kwam een brede, allesomvattende welzijnsnota die naar onze smaak zo procedureel en programmatisch is geworden, dat weinig doelgroepen zich er in zullen herkennen.

10% van het totale welzijnsbudget wordt nog uitgegeven op rijksniveau, en dat zou juist moeten gaan naar landelijke netwerken en organisaties van doelgroepen. Het Informatie-uitwisseling en elkaar stimuleren is van groot belang. Dat hoort van, voor en door de mensen zelf te zij. Wij betreuren het dat het beperkte landelijke budget steeds minder gaan naar het versterken van de vrijwilligersorganisaties.

Mensen kunnen heel veel goed zelf oppakken. Vaak worden hun initiatieven, als ze succes hebben, weer ingezogen door overheden of grote instellingen. Dan nemen de zgn. professionals het weer over en valt het de doelgroep uit handen. Ook is het vaak moeilijk om financiering bij elkaar te schooien, zeker als overheden naar elkaar kunnen wijzen, of departementen onderling de rekening proberen door te schuiven.

Bovendien worden vrijwilligersorganisaties in regelgeving behandeld als waren het gewone commerciële ondernemingen of gesubsidieerde instellingen. Steeds moet de kamer te pas komen aan relatief kleine bedragen om het te redden. We kennen het voorbeeld van het LSA (Landelijk Samenwerkingsverband Achterstandswijken), de Okeekrant voor verstandelijk gehandicapten, Slachtofferhulp, het blad voor de woonwagenbewoners. Uiteindelijk komt het dan wel weer goed, ik neem tenminste aan dat minster Borst inmiddels haar 4 ton voor slachtofferhulp heeft veiliggesteld, maar het zou niet nodig moeten zijn.

Voor de gezondheidszorg wil ik drie vrijwilligersinitiatieven noemen:

De RPCP (regionaal patiënten consumenten platform) moet zich niet tot een vooral professioneel bureau ontwikkelen, maar juist aangestuurd blijven worden door de mensen die het betreft: ouderen, gehandicapten, chronisch zieken. Dus moeten die achterliggende organisaties zelf gesterkt worden in hun werk.

Wij zijn zeer verheugd met het extra geld voor de mantelzorg. Maar willen de bewindslieden ons ervan verzekeren dat de inzet van die middelen vooral komt onder de regie van de organisatie van de mantelzorgers zelf, de LOT (Landelijke Organisatie Thuisverzorgers) en niet wordt ingezogen door de professionele instellingen van thuiszorg, de LVT (Landelijke Vereniging Thuiszorg). Gaat het geld vooral naar de steunpunten?

Het programma Buitenhof, heeft verwarring gezaaid over consultatiebureaus voor ouderen of gemeentelijke ouderenconsulenten. Gaat het nu om specialistische deskundigen zoals klinische geriaters, die vanuit het verpleeghuis bijvoorbeeld huisartsen kunnen adviseren. Of gaat het om het bezoeken van ouderen? In dat laatste geval kan aangesloten worden bij bestaand initiatief, waarbij al heel veel vrijwilligers zijn getraind voor het werk dat zij als ouderenconsulent doen.

Vrijwilligers(organisaties) ontkracht
Het vrijwilligerswerk wordt meer en meer gesmoord door technocratische eisen en regels. Prestatie-eisen en productafspraken, outputmeting, fiscale aanpak en sociale diensten ondergraven het vrijwilligerswerk in plaats van dat het stimulansen geeft.
Dat geldt niet alleen de zojuist genoemde landelijke netwerken, maar ook op lokaal niveau de sportorganisaties, de scouting, de fanfares, de buurtvereniging, en het werken als vrijwilliger bij allerlei instellingen. Vanuit vrijwel alle overheidshoeken komen er meer en meer regels ook nog verkokerd op hen af en worden forse kostenstijgingen veroorzaakt. Dat demotiveert.
Sommige mensen worden van vrijwilligerswerk uitgesloten terwijl ze door gebrek aan betaald werk juist beschikbaar zijn: heb je uitsluitend AOW of bijstand, dan kun je het niet betalen; ben je gehandicapt, krijg je geen vervoersvergoeding of hulpmiddel verstrekt, want dat geldt alleen een betaalde baan, etc.. Dat moet en kan anders.

Het bedrag voor de sport zou worden verdubbeld, zo is afgesproken. Heel goed, vz, sport is gezond en gezellig en bevordert het meedoen aan verenigingsleven. Mijn collega Eurlings pleitte vorig jaar al voor meer positief jeugdbeleid, preventie. Dat kan hand in hand gaan met stimulering van verenigingsleven en sport. Het is dus niet volgens afspraak om op de sport weer meteen te bezuinigen (amendement). Wat ons in de breedtesportnotitie teleurstelt is dat veel niet in overleg gaan met en aansluit op de bestaande sportorganisaties. Als iets niet via een ambtelijk topdown hoeft te worden aangepakt, dan is het de sport wel. Wat wordt bedoeld met de komst van een inzichtelijke en adequate ondersteuningsstructuur voor lagere overheden? (Toelichting op de begroting) Heeft de staatssecretaris actie ondernomen om ervoor te zorgen dat de ecotax ook naar de verenigingen wordt teruggesluisd?

Kortom: ook op het terrein van vrijwilligerswerk en verenigingsleven zien wij graag leiderschap, een voortrekkersrol en coördinerend bewindspersoon om de diverse departementen bij de les te houden. Wij vinden dat er een vrijwilligerstoets moet worden ingevoerd, zodat wetgeving en beleidsontwikkeling vooraf wordt getoetst op effecten voor het verenigingsleven en vrijwilligerswerk. Bij emancipatie heeft dat wel gewerkt, dus Bent U bereid, zo vraag ik het kabinet, om dat te doen? (motie).
Al jarenlang hebben we lovende woorden voor de vrijwilligers het cement van of de cohesie voor de samenleving. Vaak worden door de overheid de kosten alleen maar opgedreven, waardoor kansarme kinderen weer moeten uitvallen, of gedwongen tot professionalisering, waardoor vrijwilligerswerk verdwijnt.
Is de staatssecretaris formeel belast met coördinatie van het vrijwilligerswerk, zo wil ik haar vragen? Zo nee, is het dan niet wenselijk om daartoe over te gaan? Wat zijn de ervaringen met coördinerend bewind voeren, bv. voor het gehandicaptenbeleid?

Voorzitter, in onze notitie Kiezen voor Kinderen heeft de CDA-fractie de kokers bijeengebracht om het beleid op kindvriendelijkheid te toetsen. Dan kom je ook heel wat tegen. Wij hebben daarin tal van voorstellen op verschillende terreinen gedaan. Fijn dat ook de VVD naar een kindgebonden budget wil in de kinderopvang. Dat volgt onze lijn in school aan de ouders, en de kinderopvang dus ook. Vraagsturing door de ouders kan tot kinderopvang leiden die aansluit bij de eigen leefomgeving van het kind. Wij zouden het onjuist vinden als de staatssecretaris nu al het geld voor de 4 jaar wegzet via de gemeenten. Wil zij aangeven of hiervan sprake is? En klopt het dat er verschil van mening is tussen enerzijds VWS en VNG en anderzijds andere partijen, zoals FNV en BOINK (de organisatie van ouders)?

Ook stellen om voor de opvoedingsondersteuning aan te gaan sluiten bij de consultatiebureaus.
Daar vindt de ouder- en kindzorg voor 0-4jarigen al plaats en is contact met alle jonge kinderen en hun ouders. Het vroegtijdig opsporen is van groot belang voor het kind. En ouders hebben vaker behoefte aan advies over opvoeding, maar weten vaak niet waar ze terecht moeten. Het consultatiebureau kennen ze allemaal. Door een combinatie ontstaat er voor de vaders en moeders een centrum waar ze met hun vragen over de jongste kinderen terechtkunnen en kan er goede samenwerking ontstaan tussen verschillende disciplines. Graag reactie hierop.

Sprekend over kinderen moet mij nog van het hart dat ik de gang van zaken rond de schippersinternaten een slechte vind. Vorig jaar al aan de orde gesteld. Er wordt gewoon doorgegaan, en vooruit gelopen op de onderzoekscommissie. Of heb ik de antwoorden verkeerd begrepen?

Rapport Algemene Rekenkamer inzake vaststelling premies

Als laatste heb ik nog een punt voor de minister. Bij de Zorgnota gaan we uitvoerig praten over de premiefinanciering. Maar de Rijksbijdrage is een begrotingspost en dus heb ik een vraag over het rapport van de rekenkamer. Wij begrijpen dat U, zoals Uw collega van sociale zaken, in augustus afspraken wilt maken. Maar toch: ook de belastingen worden in december pas vastgesteld, dus zou dat moment ook voor de premies kunnen gelden. Vaak is het immers vanwege de inkomensplaatjes dat de premie lager wordt vastgesteld dan fondsbeheerders aangeven in de oktobercijfers. Als U wel het advies overneemt om in december zonodig Rijksbijdragen in te zetten om vermogenstekorten te voorkomen, hoe rijmt U dat dan met de inmiddels door de kamer vastgestelde begroting. Pregnanter vinden wij de vraag hoe U dat dan gaat financieren. Knabbelt U de Rijksbijdrage dan af van de volumegroei? Die is dan toch al helemaal toegezegd aan de sectoren. Daar kan dan niet op teruggekomen worden als U een betrouwbare partner wil zijn. Graag horen wij hier wat meer over van de minister.

Kamerlid: Nancy Dankers

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie