Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag bijeenkomst en gezamenlijke raad EU-GCC

Datum nieuwsfeit: 02-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

EU-GCC : MINISTERIËLE BIJEENKOMST EN 9e GEZAMENLIJKE RAAD / Dubai

Brussels (02-11-1999) -Nr. 3502/99 (Presse 324)


Dubai, 2 november 1999

CE-GOLFE 3502/99 (Presse 324)

:

MINISTERIËLE BIJEENKOMST EU-GCC

EN 9e GEZAMENLIJKE RAAD

(Dubai, 2 november 1999)

GEZAMENLIJK COMMUNIQUÉ


1.
De negende zitting van de Gezamenlijke Raad, die is opgericht overeenkomstig de Samenwerkingsovereenkomst tussen de landen die partij zijn bij het handvest van de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten (Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Saudi-Arabië, Oman, Qatar en Koeweit) enerzijds en de Europese Gemeenschap anderzijds, is op 2 november 1999 in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gehouden.
De GCC-delegatie stond onder leiding van Z. Exc. Rashid Abdulla Al-Noaimi, minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten en voorzitter van de Raad van ministers van de GCC. Het secretariaat van de GCC was vertegenwoordigd door Z. Exc. Jamil I. Al-Hejailan, secretaris-generaal. De EG-delegatie werd geleid door mevrouw Tarja Halonen, Minister van Buitenlandse Zaken van Finland en voorzitter van de Raad van de Europese Unie. De Commissie van de Europese Gemeenschappen was vertegenwoordigd door de heer Zangl, adjunct-directeur-generaal a.i..
2.
De bijeenkomst vond plaats in een hartelijke en vriendschappelijke sfeer. Ter voorbereiding van deze bijeenkomst hadden ambtenaren van de GCC en de EU in oktober in Riyadh vergaderd in het Gemengd Comité voor samenwerking alsmede in het kader van de politieke dialoog. De ministers van Buitenlandse Zaken van de GCC en de EU hebben bovendien in september in New York een ontmoeting gehad.


3.
De Gezamenlijke Raad ontving een verslag van het Gemengd Comité voor samenwerking over de uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst, dat ook een verslag bevatte betreffende de onderhandelingen over een EG-GCC-vrijhandelsovereenkomst. De Gezamenlijke Raad bevestigde zijn opvatting dat handel, investeringen en samenwerking de grondslagen vormen voor de ontwikkeling en de verbetering van de economische betrekkingen tussen de GCC en de EU.

4.
Handel: De Gezamenlijke Raad nam nota van het door het Gemengd Comité voor samenwerking voorgelegde verslag over de onderhandelingen betreffende vrijhandel.
De GCC-ministers vestigden de aandacht op het belang van de ontwikkelingen bij de instelling van een douane-unie. Na het besluit van vorig jaar om de douane-unie in 2001 in te voeren, is de laatste hand gelegd aan de tariefindeling van producten die onder het gemeenschappelijk buitentarief vallen en is voor de komende GCC-Hoge Raad in november 1999 een besluit voorbereid over de accijnstarieven voor de drie categorieën. De EG sprak haar voldoening uit over deze belangrijke ontwikkelingen, die zullen bijdragen tot het welslagen van de onderhandelingen, en betuigde zich voorts ingenomen met de toezegging van de GCC zo spoedig mogelijk informatie te verschaffen over de hoogte van het gemeenschappelijk buitentarief van de GCC-douane-unie.
In maart 1999 heeft de GCC een uitgebreid mandaat voor de deelname aan de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst voorgelegd. In aansluiting hierop hebben twee onderhandelingszittingen plaatsgevonden en zijn lijsten opgesteld van gevoelige industriële producten.
De Gezamenlijke Raad sprak zijn voldoening uit over deze door het Gemengd Comité voor samenwerking gemelde ontwikkelingen. De Gezamenlijke Raad hechtte zijn goedkeuring aan de overeenkomst van beide partijen in het Gemengd Comité voor samenwerking om in de vrijhandelsovereenkomsten de WHO-regels te volgen. De ministers wisselden van gedachten over de handelsbetrekkingen tussen de twee regio's. In dit verband legde de GCC specifieke voorstellen voor en verklaarde de EG daar de nodige aandacht aan te zullen besteden.
De Gezamenlijke Raad bevestigde de verbintenis om de onderhandelingen het volgend jaar te intensiveren en ook te onderhandelen over regelingen voor specifieke producten, opdat zo spoedig mogelijk een vrijhandelsovereenkomst kan worden gesloten.


5. Investeringen
: De Gezamenlijke Raad memoreerde zijn in april 1996 in Luxemburg genomen besluit om alle relevante vraagstukken te bestuderen in een constructieve poging de wederzijdse investeringsvoorwaarden te verbeteren.
In 1998 is een studie verricht naar rechtstreekse investeringen in de GCC-landen, die resulteerde in een aantal aanbevelingen aan de GCC en de EU voor verbeteringen in de voorwaarden en het beleid betreffende investeringen.
De Gezamenlijke Raad hechtte zijn goedkeuring aan het besluit van het 10e Gemengd Comité voor samenwerking dat de GCC een document zal voorleggen waarin de aanbevelingen uit de studie opnieuw worden geëvalueerd en nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de investeringsvoorwaarden in de GCC-landen worden toegelicht.
6. Uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst: de Gezamenlijke Raad nam nota van het verslag van het Gemengd Comité voor samenwerking over de uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten.
De Gezamenlijke Raad wees erop dat er weer middelen voor samenwerking in het kader van de EG-GCC-Samenwerkingsovereenkomst beschikbaar moeten worden gemaakt om de samenwerkingsactiviteiten in het jaar 2000 te kunnen hervatten. In dit verband drong de Gezamenlijke Raad er bij de EG op aan snel een oplossing te vinden voor haar financieel probleem.
Wat de afzonderlijke samenwerkingsgebieden betreft nam de gezamenlijke Raad nota van het verslag van het Gemengd Comité voor samenwerking en legde hij de volgende verklaringen af: a) Samenwerking betreffende normen
De Gezamenlijke Raad onderstreepte het belang van samenwerking betreffende normen voor de versterking van de industriële en handelsrelaties tussen de beide regio's en riep de Commissie en de GSMO (Standards and Metrology Organisation van de GCC) op een tweede programma terzake uit te werken.
b) Douanesamenwerking
De Gezamenlijke Raad nam nota van de getroffen maatregelen en bekrachtigde de plannen voor verdere samenwerking op dit gebied. c) Samenwerking op energiegebied
De gezamenlijke Raad riep op tot een snelle uitvoering van de projecten die in voorbereiding zijn en bekrachtigde het besluit van het 10e Gemengd Comité voor samenwerking om in de eerste helft van 2000 een vergadering te houden van de EG-GCC-Groep Energie.

d) Samenwerking op milieugebied
De Gezamenlijke Raad nam nota van de gemelde activiteiten en wees op het belang van een snelle uitvoering van de resterende projecten, waaronder de EU-GCC-workshop inzake luchtverontreiniging, de uitbreiding van het natuurreservaat van Al-Jubail (Saoedi-Arabië) tot andere staten in de Golf-regio, en de voorbereiding van het regionaal protocol betreffende biodiversiteit en beschermde zeegebieden in de Golf-regio. e) EU-GCC Technologie-Informatiecentrum
De Gezamenlijke Raad drong er bij de partners op aan overeenstemming te bereiken over de financieringsregeling voor het centrum, opdat het project kan worden uitgevoerd.
7. Gedecentraliseerde samenwerking:
De 6e Gezamenlijke Raad heeft in 1996 te Luxemburg besloten gedecentraliseerde samenwerking toe te voegen aan de samenwerking op officieel niveau tussen de beide regio's. Tijdens latere bijeenkomsten is besloten tot gedecentraliseerde samenwerking op drie gebieden:
a) samenwerking in het bedrijfsleven;
b) samenwerking tussen universiteiten/hoger-onderwijsinstellingen en
c) samenwerking op het gebied van de media. De Gezamenlijke Raad nam nota van het verslag van het Gemengd Comité voor samenwerking over de tenuitvoerlegging van de gedecentraliseerde samenwerking en wees op het belang van de heroprichting van de samenwerkingsfondsen, overeenkomstig de besluiten van de 6e Gezamenlijke Raad, opdat in 2000 een aanvang kan worden gemaakt met de samenwerkingsactiviteiten in de universitaire en de mediasector.
In dit verband drong de Gezamenlijke Raad er bij de EG op aan te streven naar een snelle oplossing voor haar financieel probleem. Wat betreft samenwerking van het bedrijfsleven nam de Gezamenlijke Raad nota van de vertraging die is opgetreden bij het organiseren van het tweede EG-GCC Interprise Event in Dubai en riep hij de Commissie en de federatie van kamers van koophandel van de GCC op te zoeken naar een samenwerkingsmodel dat is toegesneden op de specifieke behoeften van de KMO's van de GCC en de EU.
8.
De ministers van de GCC en de EU bespraken een aantal internationale en regionale politieke problemen van wederzijds belang en wisselden uitvoerig van gedachten over de ontwikkelingen in de twee regio's.


9.
Ondersteuning en versterking van de regionale veiligheid en stabiliteit is een van de belangrijkste gedeelde doelstellingen van het buitenlands beleid. Regionale ontwikkelingen hebben laten zien hoe belangrijk een eerlijke en open dialoog tussen de GCC en de EU is. De ministers herhaalden vast besloten te zijn deze politieke dialoog op lange termijn te doen uitmonden in een strategisch partnerschap, zodat de twee partijen samen gemeenschappelijke oplossingen voor hun gemeenschappelijke problemen kunnen zoeken.
10.
De ministers benadrukten de noodzaak van samenwerking en vreedzame coëxistentie tussen alle staten in het Golfgebied op basis van eerbiediging van erkende internationale rechtsbeginselen en
-normen. Zij erkenden het recht van landen middelen te verwerven om zichzelf te verdedigen in overeenstemming met hun rechtmatige defensie- en veiligheidsbehoeften, zonder dat dit een bedreiging mag vormen voor de regionale veiligheid en stabiliteit. 11.
De ministers bevestigden dat zij hechten aan de volledige uitvoering van alle door de VN-Veiligheidsraad aangenomen resoluties betreffende Irak¸ met name van alle bepalingen van de resoluties 687 en 715, en spraken hun volledige steun uit voor resolutie 1194. Zij riepen de Veiligheidsraad van de VN op overeenstemming te bereiken over een nieuwe, uitgebreide resolutie op basis van voornamelijk zijn ontwapenings- en humanitaire doelstellingen. De ministers riepen de Iraakse regering op volledig samen te werken met de VN en de IAEA. De ministers bleven bezorgd over de ernstige humanitaire situatie in Irak, waarvoor de Iraakse regering in hoge mate verantwoordelijk is. Zij kwamen overeen dat de internationale gemeenschap alles in het werk moet stellen om ervoor te zorgen dat het olie-voor-voedselprogramma zoveel mogelijk in het voordeel van de Iraakse bevolking werkt, en deden een beroep op de Iraakse regering om de samenwerking voor de uitvoering van dit programma te intensiveren.
De ministers bevestigden dat hun regeringen hechten aan de eenheid, de territoriale integriteit en de soevereiniteit van Irak.
12.
In dit verband onderstreepten de ministers hun bezorgdheid over de voortdurende onzekerheid over de Koeweitse en andere krijgsgevangenen en gedetineerden die door Irak sinds de Golfoorlog worden vastgehouden. Zij spoorden Irak aan te voldoen aan zijn duidelijke verplichting op grond van resolutie 687 van de VN-Veiligheidsraad om samen te werken met het ICRK, de tripartite commissie te helpen deze personen op te sporen, en alle van Koeweit gestolen eigendommen terug te geven.

13.
De ministers constateerden met voldoening dat het meer constructieve beleid van de Iraanse regering wordt voortgezet. Beide partijen hebben verbeteringen geconstateerd in hun betrekkingen met Iran, hoewel er nog punten zijn die aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid. In dit verband namen de ministers met bezorgdheid nota van het uitblijven van vooruitgang bij inspanningen om het geschil tussen de VAE en de Islamitische Republiek Iran over Abu Musa en de Tunbseilanden bij te leggen. De ministers waren ingenomen met de instelling van de tripartiete commissie (Qatar, Saoedi-Arabië en Oman) en herhaalden dat zij een vreedzame regeling van het geschil steunen overeenkomstig het internationale recht, hetzij via rechtstreekse onderhandelingen hetzij door voorlegging van deze kwestie aan het Internationaal Hof van Justitie.
14.
De ministers evalueerden de ontwikkelingen in het Vredesproces in het Midden-Oosten en bevestigden dat zij ten zeerste hechten aan een billijke en omvattende vrede in het Midden-Oosten, op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-veiligheidsraad, met name de resoluties 242, 338 en 425, en de in Madrid en Oslo overeengekomen beginselen, met inbegrip van de volledige uitvoering van de bestaande verbintenissen in het kader van de door de Israëli en de Palestijnen gesloten interimovereenkomsten en het Protocol van Hebron.
15.
De ministers waren ingenomen met het memorandum van Sharm-el-Sheikh van 5 september 1999 en de hervatting van de besprekingen over de definitieve status. Zij erkenden dat voor deze besprekingen een duurzame politieke verbintenis nodig zal zijn en riepen alle partijen op zich te onthouden van alle unilaterale acties die ingaan tegen de geest van de principeverklaring, zoals de uitbreiding van de nederzettingen in bezette gebieden, die onwettig zijn en een grote hindernis voor de vrede betekenen. Met dergelijke maatregelen wordt ook vooruitgelopen op de uitkomst van onderhandelingen over de definitieve status, meer bepaald met betrekking tot de stad Jeruzalem.
De ministers herhaalden hoe belangrijk zij het vinden dat het Syrische en het Libanese spoor snel nieuw leven wordt ingeblazen om te komen tot een alomvattende vrede in het Midden-Oosten op basis van het beginsel "land voor vrede". De ministers namen nota van de toezegging van Israël dat het zich volgend jaar uit het zuiden van Libanon zal terugtrekken. De terugtrekking dient te verlopen in overeenstemming met Resolutie 425 van de Veiligheidsraad van de VN. In afwachting hiervan riepen zij alle belanghebbende partijen op samen te werken met de groep die belast is met toezicht in Zuid-Libanon. Voorts wees de EU erop dat het multilaterale spoor moet worden versterkt en riepen zij alle partijen in de regio op daartoe samen te werken. Ook namen de ministers met voldoening nota van het voornemen van de EU betreffende een geleidelijke hervatting van de activiteiten van de Werkgroep Regionale Economische Ontwikkeling (REDWG).

De GCC-ministers spraken hun waardering uit voor de inspanningen van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten en riepen de EU op haar inspanningen terzake te intensiveren. In dit verband spraken de GCC-ministers in het bijzonder hun waardering uit voor de verklaring van de Europese Raad van Berlijn van 25 maart 1999, waarin opnieuw het blijvende en onvoorwaardelijke recht van de Palestijnen op zelfbeschikking wordt bevestigd, waaronder het recht op een onafhankelijke Palestijnse staat. De ministers erkenden dat de Europese Unie en de GCC-landen nog steeds de belangrijkste donors van de Palestijnen zijn en deden een beroep op anderen om zich daar evenzeer voor in te zetten. 16.
De ministers herhaalden dat zij zich gebonden achten aan de non-proliferatie van massavernietigingswapens en betoonden zich bezorgd over de voortzetting van programma's voor massavernietigingswapens in het Midden-Oosten, waaronder de Golf-regio. Zij herhaalden dat zij zich zullen blijven inzetten voor het bevorderen van de totstandbrenging van een zone die vrij is van kernwapens en andere massavernietigingswapens in deze regio. De ministers riepen andermaal alle landen die nog geen partij zijn bij de desbetreffende ontwapenings- en non-proliferatieverdragen, waaronder het NPV, het alomvattend kernstopverdrag en de verdragen betreffende biologische en chemische wapens, op tot een zo spoedig mogelijke toetreding tot en bekrachtiging van deze verdragen.
17.
De GCC-ministers sloten zich, na te hebben gewezen op de verschillen in waardesystemen, die ten volle in aanmerking moeten worden genomen, bij de EU aan om hun voortdurende gehechtheid te bevestigen aan de bevordering en bescherming van de mensenrechten. De ministers herinnerden aan de op de Wereldconferentie over Mensenrechten in Wenen tot uitdrukking gebrachte gehechtheid van alle staten aan het beginsel dat alle mensenrechten universeel, ondeelbaar en onderling afhankelijk zijn.
18.
De ministers bevestigden dat zij sterk gekant zijn tegen alle vormen van terrorisme, ongeacht de oorsprong, reden of motieven. Zij waren het erover eens dat geen asiel moet worden verleend aan terroristen of terroristische groeperingen, en dat zij zullen samenwerken om alle bronnen van materiële hulp aan terroristen te identificeren en te beperken, met inbegrip van middelen, opleiding en aankoop van wapens en explosieven. Zij riepen alle landen op om alle in internationale verdragen overeengekomen maatregelen tegen terrorisme ten volle toe te passen.
19.
De ministers bevestigden dat zij de teelt, de productie, het misbruik en de handel in illegale drugs zullen aanpakken door internationale samenwerking en de volledige uitvoering van de VN-verdragen inzake drugs door alle deelnemende staten.

20.
De ministers wezen erop hoe belangrijk het is dat het Internationaal Strafhof waarborgt dat de daders van de ernstigste misdaden binnen de internationale gemeenschap niet langer ongestraft hun gang kunnen gaan en individueel ter verantwoording zullen worden geroepen voor hun misdaden.
21.
Beide partijen kwamen overeen dat de tiende Gezamenlijke Raad in 2000 in de EU zal worden gehouden.

_______________


/newsroom/press/c/03502.NL9.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie