Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak staatssecretaris Remkes (VROM) op Aedescongres

Datum nieuwsfeit: 02-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
expostbus51


MINISTERIE VROM

www.minvrom.nl

MIN VROM: Toespraak staatssecretaris Remkes Aedescongres

.Corporaties op nieuwe markten., toespraak staatssecretaris Remkes van VROM bij Aedescongres, 2 november 1999, te Amsterdam

Dames en heren,
Corporaties zijn er in alle soorten en maten. Van grote, invloedrijke tot kleine . maar op hun lokale niveau even invloedrijke. Laat ik mijn toespraak tot u vandaag beginnen met te stellen dat corporaties in Nederland een belangrijke partner zijn in de volkshuisvesting. Een gevestigde partij waarvan veel wordt verwacht en die veel goede bijdragen heeft geleverd . en naar mijn stellige overtuiging nog zal leveren . aan onze samenleving. Een partij die weet waar het over gaat in volkshuisvestingsland. En één die met z.n tijd meegaat. Getuige ook uw congres van vandaag met als thema .Corporaties op nieuwe markten..

Corporaties in Nederland hebben intussen een imago opgebouwd. Een imago dat balanceert tussen positief en negatief, stel ik vast na me ruim een jaar in de volkshuisvesting te hebben verdiept. Positief als het gaat om het beeld van betrokken volkshuisvesters die zich sociaal willen inzetten voor de maatschappij.

Maar: soms ook negatief als bolwerken die bulken van het geld en daar te weinig mee doen. Die balanceren tussen die sociaal-maatschappelijke positie en het monopolie van de sociale verhuurder-bij-uitstek, zittend op het subsidiegeld uit het verleden.

Hoe daar mee om te gaan op de scheiding van twee eeuwen? Die vraag heeft ongetwijfeld ten grondslag gelegen aan het thema van vandaag.

Corporaties verkeren over het algemeen in de gelukkige omstandigheid dat ze bezig zijn met goede dingen. Corporaties staan ook op een splitsing van wegen. Ze profileren zich als sociale ondernemers. Wat dat sociale betreft zit het natuurlijk altijd goed. Maar hoe staat het met dat ondernemen? Wat krijgt de boventoon?

Het zal u niet ontgaan zijn dat we ons de afgelopen tijd hebben bezig gehouden met de zogeheten MDW-operatie. Om uw geheugen op te frissen: bij het regeerakkoord van het huidige kabinet is afgesproken dat gekeken zou worden naar de .verbetering van kwaliteit van publieke diensten.. Een opdracht die ook de lading van de activiteiten van woningcorporaties in ons land dekt. De gedachte achter de MDW-operatie is dat door de regels eenvoudiger te maken en door concurrentie te stimuleren de kwaliteit van diensten met een publiek belang kan worden verbeterd.

MDW-operatie
Zonder vooruit te lopen op de eindconclusies van de MDW-werkgroep kunnen we constateren dat er op verschillende terreinen verbeteringen wenselijk en mogelijk zijn. Corporaties bevinden zich in een positie tussen markt en overheid. Het zijn private ondernemers die een publieke taak uitoefenen en een bijzondere band met de overheid hebben. Die positie vereist transparantie. Ik zal twee aspecten noemen. Het eerste is de doelmatigheid. Het feit dat corporaties geen rendementsdoelstelling hebben -het waarborgen van de financiële continuïteit is immers voldoende- maakt dat marktprikkels mogelijk minder doorwerken in de interne bedrijfsvoering. Dit betekent dat een doelmatige besteding van middelen of verbetering van de kwaliteit van aangeboden producten en diensten wellicht onvoldoende prikkels krijgt.

Een tweede problematisch aspect betreft ongelijke concurrentieverhoudingen. Corporaties profiteren vanwege hun bijzondere positie van verschillende financiële en fiscale faciliteiten, zoals het Centraal Fonds, het WSW en vrijstelling van vennootschaps- en overdrachtsbelasting. Faciliteiten waar andere aanbieders van woondiensten in veel gevallen niet over kunnen beschikken. Dit geeft corporaties een voorsprong in de concurrentiestrijd.
Het opheffen van ongelijke concurrentie en vergroting van de marktwerking waar het kan, zal de prikkels tot doelmatig gedrag en kwaliteitsverbetering doen toenemen. Ten bate van de burger. Het zal u niet verbazen dat ik als bewindsman van VVD-huize die gedachte van harte ondersteun.

Maar lang niet iedereen in de volkshuisvestingswereld is ervan overtuigd dat de kwaliteit verbetert als de markt meer vrijheid krijgt. Je zou kunnen zeggen dat er een tegenstelling van gedachten is. Een tegenstelling tussen vrijdenkers en puristen. Tussen rekkelijken en preciesen. De vrijdenkers die de corporaties de ruimte willen geven zich op te stellen als commerciële marktpartijen, de puristen die willen vasthouden aan de oorspronkelijke opzet van de corporaties: een sociaal-maatschappelijke inzet zonder punten of komma.s.

Randvoorwaarden
Ik trek de conclusie dat ondernemen op het terrein van het wonen ook voor corporaties tot de mogelijkheden moet behoren. Maar wel met een aantal uitdrukkelijke randvoorwaarden. Ik wil er vijf noemen:
1. er zal scherper moeten worden geformuleerd wat moet in plaats van wat mag.

2. het geld dat corporaties met hun activiteiten verdienen moeten ze opnieuw inzetten voor hun onrendabele sociale taken.
3. ze mogen slechts beheerste risico.s nemen.
4. er mag geen sprake zijn van concurrentievervalsing.
5. de doelmatigheid en transparantie van het ondernemen zal moeten toenemen.

Jawel: het is een duidelijk compromis tussen blijven bij de oorspronkelijke sociaal-maatschappelijke oogmerken waarvoor corporaties ooit in het leven zijn geroepen en opereren op de oh-zo aantrekkelijke markt van het grote geld. Tussen de rekkelijken en de preciesen, dus. Een typisch voorbeeld van een paarse oplossing, zou je kunnen zeggen.

Maar wat wilt u als sociaal ondernemer? Wilt u opereren als andere organisaties op het scheidingsvlak van overheid en markt, zoals de thuiszorg of tot voor kort de energiemarkt? Wilt u echt eerst zorgen voor een grote directiewagen en de wachtlijsten maar voor lief nemen?
Natuurlijk begrijp ik best dat er in het hart van een aantal van u nu een besmuikt 'ja, graag' klinkt. Toch heb ik de volkshuisvestinsgwereld intussen anders leren kennen: namelijk als een bolwerk dat kiest voor de verstandige balans: kijken wat je op een creatieve manier kunt doen, zonder ongewenste bij-effecten. En diegenen onder u die even dat stemmetje van 'ja, graag' hoorden, zou ik willen oproepen tot een beetje relativering. U bent immers aan de slag met een maatschappelijk kapitaal dat we in decennia samen hebben opgebouwd. Dus dat ondernemen -in de zin van echte risico.s nemen- moet óók een beetje gerelativeerd worden.

Welke richting moeten woningcorporaties nu de komende tijd inslaan? Die van verbreding van taken van de traditionele naar meer commerciële activiteiten. Of juist van verbreding van activiteiten naar . laten we zeggen: .belendende sociale percelen.. Wat mij betreft moet dat laatste in ieder geval gebeuren. Daarmee bedoel ik: uitbreiding in de richting van bijvoorbeeld activiteiten ten behoeve van dak- en thuislozen of wonen en zorg.

'Wat saai', hoor ik enkelen onder u al denken. Inderdaad: het is heel iets anders dan 'aannemertje spelen'. Maar bedenk wel dat daarmee het risico bestaat dat uw aandacht voor management en de prioriteiten teveel verschuiven naar de boeiende wereld van het grote geld, terwijl uw opdracht is en blijft juist voor dat andere, meer sociale element aan de slag te gaan. Want daar bent u nu juist voor op de wereld gekomen.

Ik heb u daarstraks al voorgehouden dat ik mij niet thuis voel bij de rekkelijken, noch bij de preciesen. De markt is voor mij ook geen doel op zich, maar een middel tot. Het gaat er mij dus niet om dat corporaties de grote klapper maken met het geld dat ze in kas hebben. Het gaat er om dat ze hun maatschappelijk vermogen blijvend inzetten voor de sociale context waarvoor dat is bedoeld. Daar past anno 1999 best een wat ruimere jas bij, maar er hoeft niet een totaal nieuwe te worden gekocht.

Voor sommige corporaties kan die oude jas ook wel eens te krap blijken te zijn. En dat brengt me op een tweede punt uit het regeerakkoord, het sluitend stelsel. Aedes heeft mij deze zomer een rapportage gestuurd met de bouwstenen daarvoor. Hoewel ik deze bouwstenen een prima aanzet vind om taken en middelen op elkaar af te stemmen, vormen ze in mijn ogen nog geen waarborg voor een sluitend stelsel. Daarom heb ik in overleg met Aedes en de VNG besloten om een adviescollege, het College Sluitend Stelsel, in te stellen. Van de brief die ik daarover zeer onlangs aan de Tweede Kamer heb gestuurd, heeft u ongetwijfeld kennisgenomen. Dit college is wat mij betreft geen papieren tijger. Het zal het voertuig moeten zijn om knelpunten bij de invulling van de lokale investeringsopgave, ook daadwerkelijk op te lossen.

De krappe jas kan ook verruimd worden door het verkoopprogramma van de corporaties flink op te schroeven. En daarmee slaat u twee, nee zelfs drie vliegen in een klap. In de eerste plaats speel je daarmee in op de behoefte van de huurders om hun woning te kopen; het laatste Woningbehoefte-onderzoek wijst uit dat het daarbij gaat om zo.n 840.000 huurders. In de tweede plaats creëer je op deze manier de financiële ruimte voor de noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld de stedelijke vernieuwing. En in de derde plaats kan het bijdragen aan een gematigder huurbeleid van de corporaties. En u weet dat dit een actueel onderwerp is, en dat ik daar volgende week met de Tweede Kamer over praat. Ik wil van deze gelegenheid graag gebruik maken om u op te roepen volgend jaar de gemiddelde huurverhoging ook daadwerkelijk substantieel richting inflatie te brengen: 2,5 % of lager.

Fusies
Ik kom op een laatste punt waarmee de corporatiewereld het druk heeft: fusieperikelen. Fuseren we onder de randvoorwaarden die ik u zojuist heb geschetst nu wel of juist niet? Kijk, dat is zo.n punt dat ik graag aan het gezonde verstand en managament-inzicht van al uw besturen en directies overlaat. Maar wel met een paar kanttekeningen. Fusies om de fusie, groot omdat het mooi is: néé dus.

Maar wel als er:

. een aantoonbare meerwaarde mee te behalen is in de vorm van de opgave,
. als je jezelf daarmee als corporatie verder staande kunt houden, . als je er wat lagere huren door kunt realiseren, of . als je daarmee nieuwe sociale taken kunt oppakken.

Kortom: als het de huurders, de organisatie en de oorspronkelijke sociaal-maatschapelijke doelstelling van de corporatie ten goede komt. Het mag in elk geval wat mij betreft niet betekenen dat een corporatie zich loswrikt van de lokale opgave. De lokale worteling zal ten alle tijde aanwezig moeten blijven. De term .sociaal evenwicht. is hier van belang. Corporaties zullen voor de lokale overheid ook het aanspreekpunt bij uitstek moeten blijven als vertegenwoordiger van bewoners die de voorkeur geven aan huren. Of dat nu is omdat ze daarop financieel zijn aangewezen of omdat ze er uit vrije wil de voorkeur aan geven.

Slot
Afrondend zou ik willen zeggen: corporaties in Nederland gaan een belangrijk nieuw millennium tegemoet: met mogelijkheden voor ondernemerschap, als ze het maar sociaal houden.

Ik roep u op ook daadwerkelijk te zijn wat u zegt te zijn: sociale ondernemers. Sociaal waar het gaat om recht te doen aan uw taakstellingen. Ondernemers waar het gaat om het op een verantwoorde manier inzetten van de u beschikbare geldelijke middelen. Om doelmatiger te functioneren dan uw collega.s. Om uw mondige huurders die plaats en invloed te geven, die zij verdienen. Als dat over 10 jaar het profiel is van corporatieland, dan ben ik ervan overtuigd dat die sociaal vitale corporaties ook in de volgende eeuw een belangrijke maatschappelijke betekenis zullen houden.

Voor meer informatie:
Persvoorlichting Volkshuisvesting
Willem Klein
070 339 39 81

Caroline Keulemans
070 339 39 81

faxnummer:
070 339 13 52

02 nov 99 15:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie