Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage RPF aan debat begroting Verkeer en Waterstaat 2000

Datum nieuwsfeit: 03-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GPV

Begroting Verkeer & Waterstaat 2000
Bijdrage van RPF-fractie Tweede Kamer
3 november 1999

99-372V&W

D.J. Stellingwerf

Voorzitter! Ik spreek mede namens de GPV-fractie.

De groeiende mobiliteit heeft de afgelopen jaren prominent op de politieke agenda gestaan, en terecht. Het mobiliteitsvraagstuk en de nauw daarmee samenhangende ruimtelijke problematiek behoren tot de grootste politieke vraagstukken van de volgende eeuw, hoewel in wezen natuurlijk sprake is van een luxe probleem. Het is goed dat de minister in de toelichting op de begroting erkent dat de mobiliteitsproblematiek een integraal karakter heeft en dat het mobiliteitsbeleid dus ook integraal zal moeten zijn. Mobiliteit gaat niet alleen over vervoer, maar ook over milieu en ruimtelijk beleid. De minister schrijft dat het kabinet, meer dan nu het geval is, de bestaande infrastructuur als ordenend principe zal hanteren voor de ruimtelijke inrichting. Het lijkt een logische gedachte wanneer bestaande infrastructuur benut wordt om toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Dit principe mag er echter niet toe leiden dat waardevolle open gebieden worden volgebouwd. Zo zouden langs een toekomstige Zuiderzeelijn stedelijke ontwikkelingen zich als kralen aan een ketting kunnen ontwikkelen, niet als een lange lintbebouwing. Over ordenende principes gesproken. Hoe moeten we deze benadering van het kabinet nu zien in het licht van het feit dat ook het water in beleidsstukken nadrukkelijk als ordenend principe wordt genoemd? Afgelopen week nog presenteerde Natuurmonumenten de visie "Een waterbed voor Nederland". Daarin is water het leidende beginsel op basis waarvan ook de ruimte van Nederland structuur zou moeten krijgen. Wat zal de samenhang worden tussen de verschillende structurerende principes?

Een mooi voorbeeld van een project waarbij water het leidende beginsel is voor een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is te vinden in het dit voorjaar door de Raad voor het landelijk gebied gegeven advies om haalbaarheidsonderzoek te doen naar het alsnog aanleggen van het vergeten randmeer tussen het "nieuwe land" van de Noordoostpolder en het "oude land" van de Kop van Overijssel en Friesland tussen Vollenhove en Lemmer. In reactie op dit advies geeft de regering aan het advies te betrekken bij de Integrale visie IJsselmeergebied. Wij vinden dit een nogal vrijblijvende reactie. Onduidelijk blijft of op dat moment haalbaarheidsonderzoek gedaan is of dat dan de vraag pas zal worden beantwoord of haalbaarheidsonderzoek plaats zal vinden. Zo dreigt kostbare tijd verloren te gaan. Het gaat hier om een buitengewoon interessante optie. Een in het verleden gemaakte weeffout kan worden hersteld. De waterhuishouding zou daar zeer bij zijn gebaat. In de Noordoostpolder zou wateroverlast namelijk beter kunnen worden bestreden, terwijl op het oude land verdroging zou kunnen worden tegengegaan. Ook vanuit cultuurhistorisch opzicht is met deze optie winst te boeken. Met een randmeer van gemiddeld 200 meter breedte komen de oude Zuiderzeedijk en de daarachter liggende historische kernen Vollenhove, Blokzijl en Kuinre weer tot hun recht. Daarnaast zou via een nieuw randmeer een verantwoorde impuls kunnen worden gegeven aan de toeristisch-recreatieve sector in de regio. Tenslotte biedt een randmeer uitstekende mogelijkheden om tot grootschalige natuurontwikkeling te komen. Heeft het kabinet het advies van de Raad voor het landelijk gebied alleen procedureel afgedaan of ziet het dit advies als een uitdagende en aantrekkelijke optie voor de toekomst?

Voorzitter! Een onderdeel van de mobiliteitsgroei betreft de groei van het goederenvervoer. Het goederenvervoer en dan met name het wegtransport is het afgelopen decennium niet alleen indrukwekkend, maar ook zorgwekkend geweest. In ruim tien jaar tijd is in het internationaal wegvervoer het aantal voertuigkilometers bijna verdubbeld. De toename kan in belangrijke mate worden toegeschreven aan de relatief lage transportkosten. Het aandeel van de transportkosten in de totale productieketen bedraagt slechts 3 tot 5%. Mede met het oog daarop heb ik vorig jaar het concept Nederland distributieland ter discussie gesteld. Nederland heeft, door zijn gunstige geografische ligging, veel goederenstromen kunnen aantrekken. Het genereren van veel transportbewegingen mag echter nooit een doel in zichzelf worden. Wij moeten naar een duurzamer systeem van transport en distributie. Dit standpunt werd door de Kamer in meerderheid gedeeld, gelet op de steun voor de motie die ik hierover met collega Van den Berg vorig jaar indiende. Het zal de minister daarom niet verbazen dat ik aangenaam was verrast door het recente advies van de Raad voor verkeer en waterstaat. Kern van dit advies is dat Nederland zich moet ontwikkelen tot regieland, waarbij meer waarde moet worden toegevoegd aan de goederenstromen die door ons land gaan. Dit zou tot stand moeten worden gebracht door transportpreventie, door meer selectie bij het aantrekken van vervoersstromen en door meer innovatie van vervoersmogelijkheden door onder andere vernieuwing van transportsystemen. Bij dat laatste kan worden gedacht aan ondergronds transport van stukgoederen en aan combiroad, het concept voor onbemand containertransport.

De selectiviteit kan volgens de Raad voor verkeer en waterstaat worden versterkt door een Europees havenbeleid. Havens zullen in die visie primair hun natuurlijk achterland moeten bedienen en niet zo'n beetje de halve wereld. Dat is een reële en nuchtere benadering die uitwerking verdient. Want laten we wel zijn: het is toch te gek voor woorden dat in Nederland meer dan 50% van alle snijbloemen in de wereld worden verhandeld? Alle bloemen uit bijvoorbeeld Israël, Kenia en Mozambique worden naar Nederland gesleept, hier geveild om vervolgens weer over de hele wereld te worden gevlogen.

Het is positief dat deze raad ook nadrukkelijk heeft gekeken naar de effecten van dit concept op onze concurrentiepositie en op de werkgelegenheid in het bijzonder. Een keuze voor Nederland regieland zal volgens de raad het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven in Nederland positief beïnvloeden, omdat de in een land aanwezige kennis een steeds grotere rol speelt bij de overwegingen van bedrijven om zich ergens te vestigen.

Het verheugt me dat de minister positief is over transportpreventie. Dit wil zij vooral bereiken door beprijzing van externe en infrastructuurkosten. Ik zou haar willen vragen wanneer dit instrument in EU-verband kan worden geïntroduceerd. Wij praten er al zo lang over. Ik sluit me graag aan bij de raad die vindt dat Nederland samen met gelijkgezinde landen het initiatief moet nemen om dit binnen vijf jaar te realiseren.

In dit kader is ook het recente advies van het Centrum voor energiebesparing relevant. Het centrum heeft de maatschappelijke kosten geobjectiveerd. Een van de consequenties zou zijn dat het openbaar vervoer veel duurder wordt. Het is de taak van de politiek om op basis van deze objectieve berekeningen sociaal, maatschappelijk en politiek wenselijke keuzes te maken. Zo zal het openbaar vervoer ook voor lagere-inkomensgroepen bereikbaar moeten blijven.

Minder blij ben ik met de reactie van de minister op de voorgestelde selectiviteit. Rotterdam heeft volgens haar grote vervoerstromen nodig om "goede" stromen (met toegevoegde waarde) aan ons land te binden. Dat wil er bij mij toch niet in. De goederenstromen zijn hier zo groot dat wij in de positie verkeren om selectief te zijn zonder dat de haven leegloopt. De minister lijkt voor en-en te kiezen. Natuurlijk moeten wij streven naar handhaving van de mainportpositie van Rotterdam. Maar mainport betekent toch niet zoveel mogelijk volume en massa aantrekken? Voorrang geven aan goederenstromen met toegevoegde waarde vergroot duurzaamheid. De Raad voor verkeer en waterstaat schrijft hierover: "De verwevenheid van de transport- en distributiesector met de rest van de economie is niet zo sterk dat er een domino-effect optreedt als de doorvoer in de toekomst minder groeit. (...) Omdat nu niet alle kosten van de Nederlandse voorzieningen zoals infrastructuur worden doorberekend aan de gebruiker, profiteert de doorvoer nu vooral van de overheidsinvesteringen die zijn gemoeid met het verwerven en uitbouwen van de positie van Nederland als distributieland." Mogen wij ervan uitgaan dat in het NVVP wordt aangegeven hoe de overheid in dezen haar verantwoordelijkheid neemt en op welke wijze verladers en vervoerders kunnen worden gestimuleerd om, letterlijk, andere wegen in te slaan? De Raad voor verkeer en waterstaat ziet in dit kader een voortrekkersrol voor Nederland weggelegd en dringt erop aan de problemen voortvarend aan te pakken. We kunnen niet langer wachten, zo schrijft de raad.

Voorzitter! Als we het hebben over de relatie tussen enerzijds het goederenvervoer en anderzijds het milieu en de beschikbare ruimte scoort de binnenvaart per definitie goed. Ik wil aandacht vragen voor de problemen die zich juist in deze sector voordoen. De Europese schippersorganisatie wijst op een dreigende overcapaciteit door de ongebreidelde toevoeging van nieuwe schepen. Welke oplossing ziet de minister hiervoor als aanscherping van de oud-voor-nieuwverplichting door haar niet wordt overwogen? Omdat de nieuwe schepen normaal gesproken tot de grotere klassen behoren worden de kleine schepen steeds schaarser, terwijl juist de kleine vaarwegen in de nabije toekomst weer een belangrijke schakel kunnen gaan vormen in de vervoerketen. Wat doet de regering eraan om dat onderliggend vaarwegennet weer aantrekkelijker te maken? Daarmee kan toch ook een deel van het probleem worden weggenomen? Doorrekening van de externe kosten zou de situatie in deze milieuvriendelijke sector ongetwijfeld verbeteren. Door directe overslag van de mammoetcontainerschepen op kustvaarders en binnenvaartschepen kan de concurrentiepositie van zowel kustvaart als binnenvaart sterk worden verbeterd. Je voorkomt immers overslaghandelingen. Hoe is de feitelijke situatie op dit punt en welke verbeteringen staan op stapel?

Sprekend over de binnenvaart moet het mij van het hart, dat de driedaagse stremming van de Rijn in verband met een legeroefening in maart 2000 onaanvaardbaar is. Je kunt deze slagader van het vervoer niet straffeloos op de voorgestelde manier afknijpen. Dat staat in de brieven die wij binnen krijgen. Wat doet de minister eraan? Heeft zij overleg met haar collega van Defensie?

Het mobiliteitsprobleem wordt in de beeldvorming in belangrijke mate veroorzaakt door het vrachtvervoer. Als we echter kijken naar het vervoer over de weg blijkt dat het vrachtverkeer een veel kleiner aandeel heeft in het totaal aantal voertuigen dan het personenverkeer. Het waardevolle advies van de Raad voor verkeer en waterstaat mag dan ook niet de aandacht van de personenauto afleiden. De raad signaleert een benuttingsgraad van het wegvervoer van gemiddeld 50% tot 60%. Hiermee doet deze sector het dan nog altijd beter dan het personenvervoer. Een gerichte stimulering van allerlei vormen van gedeeld autogebruik is dan ook noodzaak. Een van de mogelijkheden om carpoolen te stimuleren, betreft het plan om mensen via de vervoersrelatie wonen-werken op basis van hun postcode bij elkaar te brengen. Er is op dit punt wel eens summier onderzoek gedaan, maar dit zou veel structureler moeten worden bekeken. Is de minister bereid deze vorm van betere benutting van de weg in kaart te brengen en hierop in het NVVP terug te komen?

Onze fracties zijn goed te spreken over de richting waarin de discussie rond variabilisatie van autokosten zich heeft ontwikkeld. De minister weet dat wij hoge verwachtingen hebben van de introductie van een kilometerheffing. Dit instrument kan op een groeiend draagvlak rekenen. In de schriftelijke antwoorden deelt de minister mee dat vier jaar nodig is om de benodigde techniek te ontwikkelen. Dat biedt perspectief. De genoemde vier jaar spoort goed met het voorstel van de Raad voor verkeer en waterstaat om binnen vijf jaar een systeem in werking te hebben waarmee de maatschappelijke kosten in de kilometerprijs zijn opgenomen. Het is zaak zo snel mogelijk het wetgevingstraject te starten. Intussen zouden we de resultaten van de afgeronde en nog geplande onderzoeken naar dit fenomeen met de minister kunnen bespreken. Ik wil de minister herinneren aan haar toezegging dat we hieraan nog een aparte discussie zouden wijden.

Het terugdringen van de automobiliteit betekent dat een groter beroep moet worden gedaan op het openbaar vervoer. Met de huidige capaciteit levert dat problemen op. Een impuls voor de OV-sector is wat ons betreft noodzakelijk. Het is nog steeds onbegrijpelijk dat een bezuiniging van 35 mln. in de stukken is opgenomen.

In het kader van de betere benutting van infrastructuur en de filebestrijding op autosnelwegen zou ik de minister willen vragen om op die wegvakken waar sprake is van permanente filedruk de twee rijstroken én de vluchtstrook bij wijze van proef om te zetten in drie smallere rijstroken. Er blijft dan een smalle vluchtstrook over. In díe regio's zou bij een inhaalverbod voor vrachtauto's en een maximumsnelheid van 100 km/uur de capaciteit met 50% toenemen. Ook zal het rijgedrag op die wegvakken rustiger worden.

Tot slot vraag ik aandacht voor het ontsnipperingsbeleid. We kregen deze week een brochure, die mede naar aanleiding van mijn motie van vorig jaar is opgesteld. Hierin wordt de stand van zaken helder weergegeven. Ons beeld is bevestigd dat aan ontsnippering te weinig prioriteit wordt gegeven. Binnen het budget voor wegonderhoud wordt slechts 1% besteed aan faunabescherming. Hier is sprake van scheve verhoudingen. We isoleren ecosystemen door infrastructuur en laten daardoor veel slachtoffers vallen onder de verschillende diersoorten. Het zal tot 2010 duren om 90% van de knelpunten op te lossen. Wij bepleiten binnen het totale budget een verdubbeling van het budget voor faunamaatregelen. Ik zal daarover een motie indienen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie