Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA kamerlid over AIV-advies humanitaire hulp

Datum nieuwsfeit: 03-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : AIV-advies humanitaire hulp (031199)

AIV-advies humanitaire hulp (031199)

Den Haag, 3 november 1999


1. Nederland voert als beleidslijn noodhulp verlenen waar ook ter wereld, in tegenstelling tot concentratie landenbeleid tot structurele hulp aan 17 landen. Noodhulp is dus niet geconcentreerd. CDA-fractie onderschrijft deze keuze. Noodhulp is ook niet gedecentraliseerd, in tegenstelling tot de structurele hulp.


2. Noodhulp dient verleend te worden aan landen die zelf geen capaciteit hebben, armere landen dus. Het blijft overigens van belang dat zoveel mogelijk landen zelf zorgen voor een noodhulpcapaciteit en niet altijd uitsluitend afhankelijk zijn van de internationale gemeenschap. Voorbeeld: overstroming van de Yangtse in China, waar de Chinezen zoveel mogelijk zelf de hulpverlening en het herstel ter hand namen.


3. Noodhulp wordt zoveel mogelijk via particuliere organisaties verleend, dat is tot nu toe de Nederlandse beleidslijn en de CDA-fractie neemt aan dat dat nog steeds de beleidslijn is. Particuliere organisaties blijken het best in staat noodhulp te verlenen.


4. Verbazingwekkend dat de Minister beloofde verdubbeling niet aan Samenwerkende Hulporganisaties heeft gegeven, gedeeltelijk wel (1/3 deel) en de rest via ambassades die het dan weer aan ngos geven (omslachtig) en de multilaterale UNDP, die ook niet altijd even effectief is. Vervolgens is een deel voor schuldverlichting aangewend. Maar is dit ook noodhulp? Nog afgezien van de vraag of de Minister haar belofte van verdubbeling is nagekomen. CDA-fractie vindt van niet, wil graag toelichting van Minister hierover.


5. Adviesaanvraag aan AIV over noodhulp in conflictgebieden en het advies van de AIV en de brief van de Minister schieten qua inhoud enigszins langs elkaar heen. Misschien was de opdracht niet echt duidelijk geformuleerd. In ieder geval is het vraagstuk noodhulp in conflictgebieden dermate complex dat met dit advies en deze beleidsreactie van de Minister nog niet veel verhelderd is.


6. Het voornaamste probleem is dat de AIV adviseert om noodhulp te begrenzen en zeker niet te vermengen met politieke actie, de Minister zegt dat dit niet wenselijk is. In de praktijk is namelijk volgens de Minister de overgang van noodhulp naar rehabilitatie en vervolgens naar structurele ontwikkelingshulp niet te trekken. Maar wat is dan de achtergrond van de vraag van de Minister aan de AIV geweest? Allereerst constateert de Minister zelf in de adviesaanvraag aan de AIV dat 4 jaar na de nota humanitaire hulp, tussen conflict en ontwikkeling weinig reden tot tevredenheid is, hoewel er nu meer samenhang is tussen humanitaire hulpverlening enerzijds en conflictpreventie anderzijds. Dat geldt ook voor de samenhang tussen rehabilitatie, wederopbouw aan de ene kant en vrede, veiligheid en ontwikkeling aan de andere kant. Een herbezinning op de effecten van die hulp is gewenst, schrijft de Minister aan de AIV.

Ik citeer uit de adviesaanvraag: De vraag die zich aandient is of er beleid te ontwikkelen is dat rekening houdt met de grenzen van de humanitaire hulp. Deze grenzen worden overigens niet slechts getrokken door het al of niet beslissen tot militair of politiek ingrijpen. Een grens kan ook getrokken worden op overwegingen van continuïteit en verder Dient voor Nederland de bereidheid en de mogelijkheid tot het verlenen van rehabilitatiehulp na een crisis een criterium te zijn bij overweging van financiering van humanitaire hulpverlening in dat land?.

Mijn conclusie is dat de Minister dus ook onderscheid maakt, althans in de adviesaanvraag, tussen noodhulp, rehabililatiehulp, wederopbouw en structurele hulpverlening.


7. Nu concludeert de AIV dat het affectiever is om humanitaire hulp te begrenzen, als noodhulp, te scheiden dus van andere activiteiten zoals rehabilitatie om te voorkomen dat de hulp gepolitiseerd wordt, of omdat de hulp anderszins misbruikt wordt, bijvoorbeeld het conflict verlengt.
De AIV: Een beperktere vorm van humanitaire hulp zal de onderliggende oorzaken van het conflict of de crisis niet verhullen en de noodzaak van de conflictoplossing zal zichtbaar blijven. Eerder had de Minister in de adviesaanvraag al gesteld dat humanitaire hulp gewelddadige conflicten niet kan oplossen.
De Minister gaat daaraan echter voorbij. En dat is een gemiste kans want er is toch wel wat aan de hand met de humanitaire hulpverlening. Nogmaals de adviesaanvraag is niet voor niets gedaan. Het CDA vindt het wat gemakkelijk dat de Minister nu verwijst naar een rapport van de OESO / DAC over conflict en ontwikkeling in verband met de legitimatie van een bredere toepassing van het begrip noodhulp in conflictsituaties. Wat nu oprijst is een diffuus beeld, we doen wat nodig is, waar ook ter wereld, dat is kennelijk een beetje de slogan.


- In hoeverre wordt bijvoorbeeld vanuit Lokichokio in Kenia door de Operation Lifeline Soedan de oorlog tussen Noord- en Zuid-Soedan verlengd?

- In hoeverre houden noodhulporgansiaties zich aan hun mandaat, zoals bijvoorbeeld de UNHCR die in Rwanda huizen cf. de imidugudu-politiek bouwt (met behulp van kostbaar drinkwater cement draait) en scholen?
- Waarom beschikken noodhulporganisaties veelal niet of nauwelijks over communicatiemogelijkheden of worden zij getraind om te gaan met onveilige situaties?

- Hebben we zicht op de coördinatie van de hulp, van mijn bezoek aan Kosovo heb ik daaraan geen warme gevoelens overgehouden.
- Wordt er wel stelselmatig geïdentificeerd wat de hulpbehoefte is, worden er gegevens verzameld en tussen hulporganisaties uitgewisseld? Voorbeeld zijn de kampen rondom Khartoum met 1,5 miljoen ontheemden krioelt het van de noodhulporganisaties, maar enig gegevensbestand van de ontheemde ontbreekt.

- Houden alle noodhulporganisaties zich aan de Code of Conduct en wie controleert dit?

- Realiseren we ons wat militaire beveiliging kan betekenen rondom vluchtelingenkampen bijvoorbeeld? Wanneer Soedanese vrouwen in de ontheemdenkampen in Wau hout willen halen in de nabijgelegen bossen dan betalen ze daarvoor twee keer: eenmaal bij de militairen die het beschermen en eenmaal bij de rebellen die het bos als hun territoir beschouwen.

Kortom de vraag is of je met noodhulp verschillende doelen kunt dienen of dat je noodhulp gescheiden moet houden van politieke en militaire doelen en hoe doe je dat dan?
Dit zijn voor de CDA-fractie relevante vragen waarop nu nog geen antwoorden liggen. We realiseren ons dat het om een complexe materie gaat, veelal om mensonterende situaties. Daarom dringt mijn fractie er bij de Minister op aan om het onderwerp humanitaire hulp en de begrenzing ervan in één of meerdere conferenties met deskundigen verder uit te diepen en de Kamer daarover nader te informeren. Het onderwerp is te belangrijk om de discussie met dit advies en deze brief van de Minister af te doen.


8. In afwachting van de uitkomst van die discussie wil ik de Minister het volgende vragen. Gelet op de ervaringen in Kosovo, waar in de noodhulpfase kinderen ook onderwijs kregen wil ik vragen of bij langdurige situaties onderwijs, beroepsopleiding en eigen voedselvoorziening aan het basispakket noodhulp toe te voegen. Op dit moment gaat een groot deel van de huidige generatie jongeren in Zuid-Soedan en Oost-Congo niet naar school. Voor landen met langdurige conflicten zou een basishulp verleend moeten worden, noem het noodhulp+. Graag reactie Minister.


9. Over neutraliteit en onpartijdigheid is de VN-resolutie 46/182 eenduidig. De Minister schrijft echter dat de regering positief oordeelt over het feit dat sommige organisaties zich niet neutraal opstellen, de regering erkent weliswaar het belang van het hebben en houden van toegang tot de slachtoffers voor het bieden van hulp maar vindt dat de principes van neutraliteit en onpartijdigheid niet in absolute zin gehandhaafd kunnen worden. Verwerpt de regering daarmee de resolutie 46/182? Is deze houding verhelderend naar de hulporganisaties of juist niet verwarrend?

10. Over een VN-politiemacht is de Minister niet enthousiast. De CDA-fractie ook niet. Waarom steunt de Nederlandse regering dan wel het initiatief van een EU-politiemacht? Zijn daaraan niet dezelfde bezwaren verbonden als aan een VN-politiemacht?

11. Dan over het internationaal humanitair recht. De AIV heeft een goed punt te pakken met de stelling dat veel regeringen geen partij zijn bij relevante verdragen, dat strijdende partijen al helemaal geen partij zijn bij verdragsverplichtingen. Onderhandelingen met die partijen om tot afspraken over de meest elementaire humanitaire kwesties te komen zouden dan moeten plaatsvinden. Vindt de Minister dit een begaanbare weg? Welke initiatieven onderneemt zij om naleving van humanitair recht aan te scherpen? Is de Minister ook van mening dat het onthouden of tegenwerken van het bieden van hulp aan de bevolking als een misdaad tegen de mensheid beschouwd kan worden en dus strafbaar is?

Kamerlid: A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie