Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wetenschapskaternen geven eenzijdig beeld van wetenschap

Datum nieuwsfeit: 04-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Vrije Universiteit Amsterdam

(veb@dienst.nl)

Wetenschapskaternen geven eenzijdig beeld van wetenschap

Wetenschapsjournalisten volgen bij het presenteren van nieuws vooral hun eigen interesse en specialisatie. Ook passen ze zich aan aan de cultuur van de krant die decreteert dat wetenschapsjournalisten zich vooral met bètawetenschap bezighouden. Bovendien maken ze vaak gebruik van bètageoriënteerde nieuwsbronnen. Het gevolg ervan is dat de wetenschaps-katernen van Nederlandse dagbladen vooral bètanieuws presenteren; alfaonderwerpen worden veelal beschouwd als æcultuurÆ en komen daardoor niet op de wetenschaps- maar op de kunst- en cultuurpaginaÆs terecht. Dit blijkt uit het proefschrift Sluiswachters in de wetenschaps-communicatie. Selectieprocessen bij het populariseren van (alfa)onderzoek waarop Adriana Esmeijer op donderdag 4 november hoopt te promoveren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Centraal in het onderzoek staat de vraag waarom bètawetenschappen in de wetenschaps-katernen van de Nederlandse dagbladen vaak de voorkeur krijgen boven alfa- en gammawetenschappen. Hiertoe is nagegaan welke selectiecriteria en ûmotieven door (wetenschaps)journalisten, wetenschapsvoorlichters aan universiteiten en wetenschappelijke instellingen en alfaonderzoekers worden gehanteerd.

Naar voren komt onder meer dat wetenschapsjournalisten minder aandacht aan alfaonder-werpen besteden in de wetenschapskaternen van dagbladen omdat de nieuwswaarde en de actualiteit van bètaonderzoek volgens hen groter is. Ze zijn ervan overtuigd dat bètaonderzoek meer nieuwswaarde heeft vanwege de mogelijke praktische toepassingen van dit type onderzoek en de impact ervan op de maatschappij.

De belangstelling van de lezer is niet bepalend voor de selectie van onderwerpen; wetenschaps-journalisten blijken met publieksinteresse weinig rekening te houden. Ze geven aan niet of nauwelijks te weten in welke wetenschappelijke onderwerpen het publiek geïnteresseerd is. Daarnaast blijkt dat wetenschapsjournalisten denken dat universiteiten vooral bètanieuws verspreiden. Tellingen wijzen echter uit dat bètanieuws en nieuws over medische wetenschap slechts rond een derde van de universitaire output dekt. Het is vooral nieuws over gamma- en

alfawetenschap dat door de universiteiten wordt verspreid.

Wetenschapsvoorlichters aan universiteiten en wetenschappelijke instellingen vertonen in principe een voorkeur voor bètaonderwerpen bij het selecteren van onderwerpen. Zij rekenen het tot hun taak om voorlichting te geven over æde wetenschapÆ zoals die zich binnen hun eigen instellingen manifesteert, maar zij leggen daarbij doelbewust het accent op ætoegepaste wetenschapÆ omdat zij denken dat dergelijke berichtgeving de hoogste nieuwswaarde heeft voor hun voornaamste doelgroep: de journalisten. Volgens de voorlichters zijn wetenschapsjournalisten meer geïnteresseerd in bètaonderwerpen. De reden die de voorlichters geven, ligt vooral in de wetenschappelijke status van alfa- en bètawetenschappen: de wetenschapsvoorlichters menen dat journalisten alfawetenschappen minder wetenschappelijk vinden dan de bètawetenschappen en er daarom minder over publiceren. In de praktijk blijken voorlichters echter meer persberichten te verzenden over ga!mmaonderzoek.

Letterenonderzoekers zijn zich bewust van het vertekende beeld van wetenschap in de wetenschapskaternen van de dagbladen, maar wijten deze vertekening aan de wetenschappelijke status van alfaonderzoek. Ze denken dat journalisten bètaonderzoek æwetenschappelijkerÆ vinden dan alfaonderzoek. Desondanks werken letterenonderzoekers over het algemeen mee aan het populariseren van hun onderzoek omdat zij menen dat het publiek meer inzicht krijgt in de wetenschap en het wetenschappelijk bedrijf en er daardoor meer maatschappelijk draagvlak voor (alfa)wetenschap ontstaat.

De onderzoeker concludeert dat voor een evenwichtiger vorm van wetenschapscommunicatie meer aandacht moet worden geschonken aan wetenschappelijke multidisciplinariteit, waarin bovendien meer aangesloten wordt bij de interessen en fascinaties van het publiek. Hiertoe is een verschuiving noodzakelijk van aanbod- naar vraag gestuurde informatie. In journalistieke berichtgeving zou lopend onderzoek - vaker dan nu het geval is - aan de orde moeten zijn. Niet het wetenschappelijk eindproduct maar het onderzoeksproces zou belicht moeten worden, zodat wordt voorkomen dat wetenschappelijke resultaten uit hun context worden gehaald en het publiek de indruk krijgt dat het wetenschappelijk bedrijf een soort æfeitenproducerende ondernemingÆ is.

Wetenschapsvoorlichters en -journalisten dienen hiertoe meer dan nu het geval is inzicht te krijgen in de eigen werkwijze om vervolgens vanuit een breed gedragen strategie te werken aan een evenwichtiger en op het publiek toegesneden voorlichting over wetenschap en techniek. Deze aanpak is volgens de onderzoeker nodig om alle vormen van wetenschap op de publieke en journalistieke agenda te zetten.

Het proefschrift is gerealiseerd met steun van de Stichting Wetenschap en Techniek Nederland (WeTeN).

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie