Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA standpunt bij wijziging Pensioen- en Spaarfondsenwet

Datum nieuwsfeit: 04-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Wijziging Pensioen- en Spaarfondsenwet in verband met toezicht, verbod op uitstelfinanciering en waardeoverdracht (041199)

Wijziging Pensioen- en Spaarfondsenwet in verband met toezicht, verbod op uitstelfinanciering en waardeoverdracht (041199)

Den Haag, 4 november 1999

Inleiding en uitgangspunten
In een eerder stadium heeft de CDA-fractie al te kennen gegeven in belangrijke mate met het voorliggende wetsvoorstel in te kunnen stemmen. De noodzaak van versterking van het toezicht en van de waarborgfunctie van de Pensioen- en Spaarfondsenwet staat voor de CDA-fractie dan ook niet ter discussie. Toezicht op de uitvoering is een taak van de overheid evenals het stellen van regels over kwaliteit, soliditeit en integriteit van uitvoering van collectieve pensioenregelingen ter bescherming van de deelnemers. Het gaat immers om de financiële zekerheid van de pensioenvoorziening voor de toekomst.

Pensioenen zijn in onze visie primair een zaak van sociale partners. Inhoud en uitvoering van pensioenregelingen behoren tot hun verantwoordelijkheid. Met dit wetsvoorstel neemt op het terrein van de pensioenen de regulerende taak van de Verzekeringskamer toe en wordt de rol van de overheid belangrijker. De overheid schept de kaders waarbinnen sociale partners hun pensioenen zelfstandig kunnen regelen, vooral met het oog op het waarborgen van de financiële zekerheid van de aanvullende pensioenen. In die zin bemoeit de overheid zich niet met de inhoud van de pensioenregelingen, wel met de wijze van financiering. De CDA-fractie kan instemmen met de voorgestelde wijzigingen.
Op enkele punten gaat dit wetsvoorstel echter verder dan de genoemde uitgangspunten. Ik noem met name de herverzekeringsplicht voor pensioenfondsen met minder dan 100 actieve deelnemers. Ik kom hier later op terug.

Ik loop verschillende onderdelen langs.

Verbod op uitstelfinanciering
In het kader van deugdelijke financiering onderschrijft de staatssecretaris nog eens de wenselijkheid van ons huidige pensioenstelsel: de AOW als volksverzekering met een vaste uitkering voor iedereen, collectieve, private pensioenregelingen gebaseerd op solidariteit daarbovenop en individuele aanvullingen tot slot. Ook met de komende vergrijzingsgolf blijkt het een houdbaar stelsel te zijn. Het zgn. 65-x-systeem ondergraaft dit echter, omdat het risicos naar de toekomst verschuift. Vanuit een oogpunt van solide financiering bevat het voorgestelde verbod op uitstelfinanciering voordelen. Wij kunnen instemmen met de overgangstermijn van 10 jaar met een ontheffingsmogelijkheid door de Verzekeringskamer. Wel hebben wij vragen bij de consequenties van dit artikel voor de beleidsvrijheid van sociale partners ten aanzien van de inhoud van de pensioenregelingen en aanspraken. Deze vrijheid wordt, zoals de staatssecretaris ook stelt in zijn antwoorden op de vragen, ingeperkt, omdat art. 7a naast evenredige financiering van aanspraken ook evenredige opbouw van aanspraken voorschrijft. Kan de staatssecretaris nog eens nader ingaan op de afweging die bij dit ingrijpen in de vrijheid van sociale partners is gemaakt. Ik stel deze vraag omdat ook de staatssecretaris zelf in een ander verband ook stelt dat sociale partners eerst verantwoordelijk zijn voor de invulling van pensioenen.

M.b.t. de evenredige opbouw stelt de staatssecretaris dat het mogelijk blijft een overbruggingspensioen in 10 jaar op te bouwen. Is dit niet in strijd met de tekst van artikel 7a. Moet een prepensioen of overbruggingspensioen niet volledig tijdsevenredig plaatsvinden?

Overigens komt in de discussie het inflatieargument naar voren: bij oplopende inflatie zou de toename van de uitgaven kunnen worden beperkt en dat zou dan weer pleiten voor uitstelfinanciering. Kan de staatssecretaris nog eens zijn visie op dit argument geven?

Herverzekeringsplicht voor kleine pensioenfondsen De CDA-fractie heeft moeite met de herverzekeringplicht voor kleine pensioenfondsen. Het nut van deze bepaling is onze fractie niet helder. Het komt ons voor dat dit ingegeven is vanuit grotere efficiency van toezicht. De Verzekeringskamer heeft en krijgt voldoende toezicht- en handhavingsinstrumenten om erop toe te zien dat de kwaliteit en soliditeit van de uitvoering, ook bij kleinere fondsen deugdelijk is. Bovendien kan de Verzekeringskamer ook nu al verplichten tot herverzekering, indien dat nodig is. Ook wordt door dit voorstel het zelfstandig voortbestaan van pensioenfondsen na faillissement onmogelijk gemaakt, ook als ze voldoen aan de eisen van de wet.
Daarom heb ik een amendement van de heer Van Zijl meegetekend om deze herverzekeringsplicht uit de wet te halen.
De staatssecretaris erkent dat hij bij Nota van Wijziging de regelgeving m.b.t. herverzekering van fondsen zonder actieve deelnemers zodanig gewijzigd heeft, dat slechts het Algemeen Mijnwerkersfonds eronder valt. Dat lijkt mijn fractie allereerst geen goede wijze van wetgeven. Bovendien geldt ook hiervoor dat regelgeving en toezicht voldoende zijn om een goede en deugdelijke uitvoering te garanderen en een herverzekeringsplicht dan ook niet nodig is. Het argument van efficiency voordelen voor de Verzekeringskamer vind ik niet doorslaggevend. Het gaat om ca. 400 fondsen die hun aanspraken moeten herverzekeren, terwijl er 30.000 extra regelingen bijkomen om toezicht op te houden, nl. de rechtstreekse regelingen. Een verbod op eenmansfondsen wil mijn fractie bij de algehele herziening van de PSW behandelen.

Toezicht door de Verzekeringskamer
Versterking van het toezicht door de Verzekeringskamer is nodig. De voorgestelde wijzigingen worden door de CDA-fractie onderschreven. De mogelijkheid tot het geven van een aanwijzing, tot de benoeming van een stille curator en het opleggen van bestuurlijke boeten en dwangsommen zijn voorwaarden voor een effectief toezicht.

De vormgeving van het toezicht op de ca. 30.000 rechtstreekse regelingen wordt neergelegd in een Plan van Aanpak van de Verzekeringsbank. Kan de staatssecretaris al iets zeggen over de gekozen aanpak. Ook op deze regelingen moet goed worden toegezien. Het toezicht loopt weliswaar via de verzekeraar, maar ons bereiken berichten dat op de uitvoering van deze regelingen het één en ander aan te merken is. (De herverzekeringsplicht hoeft dus niet altijd te leiden tot een betere uitvoering!)

Deskundigheid, integriteit en kwaliteit
Invoering van de bestuurderstoets, de vier-ogen-regeling en een gedragscode zijn middelen om de deskundigheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de besturen van de pensioenfondsen te versterken. Wij gaan er vanuit dat de voorwaarden die de Verzekeringskamer ten aanzien van de gedragscode kan stellen slechts de echt noodzakelijke minimumeisen bevat, die niet leiden tot overbodige bureaucratie en algemene normstelling of uniformering. Het Opf heeft op dit moment al een gedragscode opgesteld. De CDA-fractie hecht aan zelfregulering op dit punt. De vraag is dan ook of er voldoende ruimte is voor zelfregulering. Kan de staatssecretaris hierop nader ingaan?

Besturen van pensioenfondsen blijven uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de uitvoering ook met de uitbreiding van het toezicht. Als maatschappelijke onderneming zijn zij niet gericht op winstuitdeling aan aandeelhouders, maar op verantwoord beleggen met het oog op de belangen van de deelnemers en de ondernemingen. Solidariteit wat betreft de inhoud van de pensioenregelingen is kenmerkend voor pensioenfondsen. Het CNV heeft onlangs voor pensioenfondsen een beleggingscode voor pensioenfondsen gepresenteerd. Hierbij gaat het om maatschappelijk verantwoord ondernemen door pensioenfondsen. Het CNV zal pensioenfondsen aanspreken hun verantwoordelijkheid voor een rechtvaardige en duurzame samenleving. De CDA-fractie is een voorstander van deze wijze van zelfregulering.

Waardeoverdracht
De mogelijkheid tot waardeoverdracht van pensioenaanspraken wordt beperkt tot situaties die gekoppeld zijn aan een nieuw dienstverband. Kan de staatssecretaris nog nader beargumenteren waarom deze wijziging die een breuk met het verleden vormt noodzakelijk is? Ons bereiken nl. berichten dat hiermee bepaalde mogelijkheden voor mensen worden afgesneden die wel in een behoefte voorzien, omdat de overdracht van slapersrechten zonder dat dit in direct verband staat met het dienstverband verdwijnen zal. Zo is het voor mensen die een verbrokkelde pensioenopbouw bij meerdere pensioenuitvoerders hebben dan niet meer mogelijk dit onder te brengen in één regeling, als tegen de pensioengerechtigde leeftijd komen. Ook mensen die na hun dienstverband als zelfstandige verder gaan zouden hierdoor getroffen worden. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Kamerlid: Jan Peter Balkenende

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie