Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Geannoteerde Agenda Ecofin Raad in Brussel

Datum nieuwsfeit: 08-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Geannoteerde Agenda Ecofin Raad 8 november Brussel

DIRECTIE BUITENLANDSE FINANCIËLE BETREKKINGEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-1127m

29 oktober 1999

Onderwerp

Toezending geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 8 november 1999 te Brussel.

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris, de geannoteerde agenda voor de Ecofin Raad van 8 november 1999.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot in de volgende vergadering.

Deze ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer alsmede de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

Geannoteerde agenda Euro-11 d.d. 7 november 1999

Tijdens de Euro-11 zal gesproken worden over verschillen in economische ontwikkeling in de Euro-zone en de begrotingssituatie in België en Finland.

Verschillen in economische ontwikkeling in de Euro-zone

De Commissie heeft geconstateerd dat het proces van convergentie van de Lidstaten de afgelopen periode is vertraagd. Zo loopt de groei van met name Duitsland en Italië achter bij de rest van de Euro11-landen en lijkt dit verschil sinds de Spring 1999 Forecasts groter te zijn geworden. Daarnaast bevinden de Lidstaten zich in verschillende cyclische fases. Nederland huldigt het door de meeste andere Lidstaten onderschreven standpunt dat verschillen in economische groei en inflatie goed verklaarbaar zijn door inhaaleffecten, het conjunctuurverloop en de mate waarin structurele hervormingen in de Lidstaten zijn doorgevoerd. Groeiverschillen zijn een normale uiting van verschillen in groeidynamiek. Het nastreven van convergentie op dit terrein zou die dynamiek smoren. Beter is het via identificatie van best practices en peer pressure achterblijvende Lidstaten tot beleidshervormingen aan te zetten, waardoor structurele of zelfs toenemende groeiverschillen tussen Lidstaten achterwege blijven.

Begrotingssituatie in België en Finland

Met het oog op de begrotingsvoorbereiding 2000 en vooruitlopend op de presentatie van de stabiliteits- en convergentieprogrammas door de Lidstaten is het inmiddels gebruik geworden de economische en budgettaire situatie in individuele Lidstaten te bespreken. Na Duitsland, Italië, Nederland, Frankrijk, Ierland en Spanje zullen nu België en Finland een korte presentatie geven.

België heeft reeds tijdens de Euro-11 in september een korte toelichting gegeven op economische en budgettaire vooruitzichten. Op 12 oktober jl. heeft de regering de federale begroting voor 2000 aan het parlement gepresenteerd. De gevolgen van de dioxinecrisis zijn relatief beperkt gebleven en de nieuwe beleidsruimte als gevolg van de hoogconjunctuur wordt aangewend voor lastenverlichting, investeringen in het openbaar vervoer en een verhoging van de laagste uitkeringen en lonen. Voor 2000 wordt een tekort van 1% BBP verwacht, hetgeen conform het stabiliteitsprogramma is en gelijk aan het geraamde tekort voor 1999. Voor 2002 wordt ernaar gestreefd de begroting in evenwicht te hebben. De staatsschuldquote zal van 1999 op 2000 dalen van 114,9% BBP naar 112,4% BBP. De voorgestelde begroting oogt weinig spectaculair, maar voldoet op het eerste gezicht wel aan de vereisten van het Stabiliteitspact.

De Finnen hebben hun geactualiseerde stabiliteitsprogramma ingediend. Uit het programma blijkt dat de in maart jl. aangetreden Finse regering een robuuste economische groei voor 1999 en 2000 verwacht van 3,8% respectievelijk 3,9%, in lijn met de recentste IMF voorspellingen. Gestreefd wordt het begrotingsoverschot van 3,1% BBP in 1999 verder te laten oplopen naar 4,7% BBP in 2000. De doelstellingen zijn aanzienlijk ambitieuzer dan de doelstellingen in het stabiliteitsprogramma uit 1998 (+2,4% BBP voor 1999 en +2,2% BBP voor 2000). Voor 2002 wordt een begrotingsoverschot nagestreefd van 4,6% BBP. De regering acht een dergelijk overschot, conform het standpunt van de Ecofin Raad, noodzakelijk om de toekomstige kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen en om rekening te kunnen houden met de effecten van de economische cyclus. Vooruitlopend op de behandeling lijkt het Fins stabiliteitsprogramma te voldoen aan de vereisten van het Stabiliteitspact.

Geannoteerde agenda Ecofin Raad d.d. 8 november 1999

Belastingpakket

aard bespreking : voortgangsverslag van stand van zaken belastingpakket in zijn geheel. Er zal

niet over afzonderlijke delen worden gesproken.

Bespreking van het zogenoemde belastingpakket van 1 december 1997. Op deze datum stelde de Ecofin Raad het belastingpakket vast dat bestaat uit drie onderdelen: (a) de gedragscode ter voorkoming van schadelijke belastingconcurrentie, (b) een nieuw richtlijnvoorstel over de fiscale behandeling van rente uit spaartegoeden en (c) een nieuw richtlijnvoorstel over de afschaffing van bronheffingen op interest en royalty-betalingen tussen verbonden ondernemingen. Het is de bedoeling dat tijdens de Ecofin Raad een voorschot wordt genomen op de Ecofin Raad op 28/29 november op welke vergadering afronding van het belastingpakket is voorzien. Om die reden zal op deze Ecofin Raad de voortgang op de drie dossiers worden besproken. Er zullen nog verschillende vergaderingen van werkgroepen noodzakelijk zullen zijn om de drie onderwerpen van het belastingpakket besluitrijp te maken.

Nederland is nog altijd gecommitteerd aan een mooi eindresultaat en zal zich inzetten om het nemen van eventuele hindernissen te vergemakkelijken.

Energiebelasting

aard bespreking : verzoek om compromisvoorstel aan te nemen.

Steeds meer landen besluiten ter verwezenlijking van milieu doelstellingen gebruik te maken van fiscale maatregelen. Wordt er gebruik gemaakt van fiscale heffingen zoals een energiebelasting, terwijl andere lidstaten niet gelijksoortige maatregelen invoeren dan kan er sprake zijn van concurrentieverstoringen met als gevolg dat energie-intensieve ondernemingen wegtrekken uit Lidstaten met een energiebelasting. Om dit te voorkomen is het wenselijk dat er op Europees niveau een energiebelasting wordt ingevoerd. In dat kader lopen er al geruime tijd onderhandelingen over een nieuwe richtlijn. Tijdens de afgelopen vergaderingen van de Ecofin Raad werd duidelijk dat 13 Lidstaten konden instemmen met de hoofdlijnen van een compromisvoorstel van het voorzitterschap, maar dat het voorstel voor twee Lidstaten onaanvaardbaar was als grondslag voor verdere werkzaamheden.

Nederland is een voorloper op het terrein van de milieubelastingen en is voorstander van de totstandkoming van de nieuwe richtlijn over een minimumbelasting van alle energieproducten. Dit kan ervoor zorgen dat de bestaande concurrentieverstoring wordt opgeheven. Mocht blijken dat het nog steeds niet mogelijk is om met alle Lidstaten overeenstemming te bereiken, dan is Nederland voorstander om afspraken te maken met een zo groot mogelijke kopgroep van gelijkgezinde Lidstaten.

Economische beleidscoördinatie

aard bespreking : oriënterend debat

Besproken wordt een concept rapport van de Ecofin Raad aan de Europese Raad van Helsinki van 10/11 december 1999 over economische beleidscoördinatie. Met de ingang van de derde fase is het noodzakelijk om de economische beleidscoördinatie te verdiepen en versterken teneinde bij te dragen aan het succes van de EMU en het bevorderen van een houdbare, werkgelegenheidsbevorderende groei. Inmiddels is sprake van een coördinatie-raamwerk dat in principe alle facetten van het economisch beleid dekt (begrotingsbeleid, structureel beleid, werkgelegenheidsbeleid, macro-economische dialoog). Bezien zal worden welke verbeteringen in het raamwerk van de Europese economische beleidscoördinatie kunnen worden aangebracht. Het begrip coördinatie is daarbij de vlag die verschillende vormen van afstemming op de verschillende beleidsonderdelen dekt (lopend van pure uitwisseling van informatie, discussies over best practices, beleidsdialoog, peer review, tot formele overeenkomsten en gezamenlijk vastgestelde actie).

Voor Nederland is daarbij met name van belang dat in Europa een convergentie naar het best presterende niveau wordt bereikt door het inzetten van twee complementaire instrumenten: beleidscoördinatie en beleidsconcurrentie. De optimale mix tussen coördinatie en concurrentie is maatwerk en kan in de loop van de tijd verschuiven. Het huidige coördinatie raamwerk voldoet op zichzelf, maar dit moet worden gestroomlijnd en verbeterd. Verder is meer aandacht nodig voor de implementatie van de coördinatie-inspanningen. Thans is de aandacht gericht op het formuleren van concrete suggesties voor verbeteringen.

EIB leningen

document : 7722/99 ECOFIN

aard van de bespreking : besluitvorming is voorzien

besluitvormingsprocedure : ER besluit met eenparigheid van stemmen na raadpleging EP

De Europese Investeringsbank (EIB) verstrekt naast lenigen aan de Lidstaten ook leningen aan landen buiten de Europese Unie. Voor zover deze leningen onder garantie van de EU worden verstrekt, stelt de Raad hiervoor meerjarige regionale leningmandaten vast. In januari 2000 lopen de meeste van deze mandaten aan landen buiten de Europese Unie af. Het onderhavige voorstel heeft betrekking op de verlenging van de EU-garantie voor EIB-leningen in Midden en Oost Europa, de Westelijke Balkan, het Middellandse Zeegebied, Azië, Latijns Amerika en in de Republiek Zuid-Afrika.

De ACS-leningen (door de Lidstaten gegarandeerd) en de pre-accessie leningen ten behoeve van de uitbreiding van de Europese Unie (voor eigen rekening EIB) blijven buiten dit voorstel.

In de Ecofin Raad van 12 juli 1999 werd overeenstemming bereikt over een aantal belangrijke elementen van het voorstel zoals de omvang van de totaalenveloppe (18.410 miljoen euro voor een periode van 7 jaar ingaande op 1 februari 2000) en de hoogte van de communautaire garantie (globale garantie van 65%). Na uiterlijk 4½ jaar zal een mid term review plaatsvinden.

De Ecofin Raad van 8 oktober boog zich over de verdeling van de totaalenveloppe tussen de onderscheiden regios. De Raad ging toen akkoord met een geringe verhoging van de enveloppe voor de Middellandse Zeeregio ten laste van de enveloppe voor Midden en Oost Europa en de Westelijke Balkan. Wel zou de pre-accessiefaciliteit van de EIB voor de kandidaat Lidstaten verder worden verhoogd. Echter, tot definitieve overeenstemming over de omvang van de regio enveloppes kwam het niet. Het onderwerp is daarom wederom op de agenda van de Ecofin Raad van 8 november geplaatst.

HIPC-initiatief: EU-participatie

aard bespreking : besluitvorming is voorzien

De Lidstaten van de Europese Unie hebben vanaf de aanvang van het HIPC-initiatief (Highly Indebted Poor Countries) aangeven bereid te zijn substantieel bij te dragen aan de verlichting van de schuldenlast van arme landen met grote schulden. Een eerste schuldverlichting in 1998 van 40 miljoen euro aan de groep van ACS-landen (landen in Afrika, Caribische Gebied en de Stille Zuidzee) werd gefinancierd uit de renteopbrengsten van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Op de G7-bijeenkomst van Keulen werd besloten het HIPC-initiatief uit te breiden en te verdiepen tot een enhanced HIPC-initaitief. De totale kosten van het HIPC worden hiermee meer dan verdubbeld en liggen in de orde van grootte van USD 27 miljard (netto contante waarde).

De EU-lidstaten zijn ook in het kader van het enhanced HIPC-initiatief bereid aan de HIPC-landen schuldverlichting te verlenen. De Commissie heeft een EU bijdrage voorgesteld van 1 miljard euro, hoofdzakelijk afkomstig uit de onderbesteding van het EOF. Nederland zal zich inzetten voor een aanwending die leidt tot directe schuldverlichting en aandringen op het spoedig starten van het overleg met de ACS-partners waarmee overeenstemming moet worden bereikt.

Risicokapitaal

Document : Risk capital: implementation of the action plan (document COM (1999)-493)

Aard bespreking : presentatie door de Commissie

Op 12 juni 1998 heeft de Commissie het actieplan Risk Capital - a key for job creation in the European Union ter bevordering van een pan-Europese kapitaalmarkt opgesteld. Het actieplan is in juni 1998 door de Europese Raad van Cardiff aangenomen. Tijdens de Europese Raad van Wenen van december 1998 is besloten dat de lidstaten een voortgangsrapportage over de tenuitvoerlegging van het actieplan aan de Commissie zullen sturen. De lidstaten hebben hieraan gehoor gegeven. De Commissie heeft aan de hand van de rapportages geanalyseerd hoe de in het actieplan opgenomen maatregelen in de Lidstaten zijn geïmplementeerd. Dit zal worden gepresenteerd in het nog door de Commissie op te stellen Cardiff rapport.

De Commissie concludeert dat de implementatie van de in het actieplan voorgestelde maatregelen het komende jaar moet worden versneld. Daarnaast geeft de Cie aan de voortgang van de ontwikkeling van risicokapitaal aan de hand van een benchmarkingproces, inclusief best practices, in de Lidstaten te willen monitoren. De Commissie zal tot slot in het voornoemde Cardiff rapport aanbevelingen doen ter promotie van de ontwikkeling van risicokapitaal.

Nederland is voorstander van verdergaande liberalisering van de kapitaalmarkten en heeft het actieplan van vorig jaar dan ook verwelkomt. Het rapport over de implementatie van het actieplan geeft een verdere aanzet in het concretiseren van maatregelen en acties die nodig zijn om voortgang te boeken op het gebied van de liberalisering van de Europese kapitaalmarkten, hetgeen Nederland derhalve steunt.

Eigen Middelen van de Europese Unie

aard bespreking : besluitvorming is voorzien

besluitvormingsprocedure : ER besluit met eenparigheid van stemmen na raadpleging EP;

ratificatie nationale parlementen

Tijdens de ER van Berlijn zijn wijzigingen in het Eigen-Middelenbesluit van de EU overeengekomen. De perceptiekostenvergoeding bij de traditionele eigen middelen (landbouwheffingen en douanerechten) stijgt vanaf 2001 van 10% naar 25%. Het maximum heffingspercentage bij het BTW-middel zal in twee stappen worden verlaagd van 1% nu naar 0,5% in 2004. De financiering van de compensatie die het Verenigd Koninkrijk krijgt zal zodanig worden gewijzigd, dat Nederland, Duitsland, Zweden en Oostenrijk een korting krijgen van 75% op hun aandeel in de financiering. De VK-compensatie wordt bovendien gecorrigeerd voor onbedoelde voordelen die voortvloeien uit het nieuwe Eigen-Middelenbesluit. Deze wijzigingen en enkele juridische wijzigingen (met name naar aanleiding van het Verdrag van Amsterdam) zijn door de Commissie verwerkt in een concept Eigen-Middelenbesluit dat 1 januari 2002 inwerking moet treden.

Het voorstel is voor Nederland van groot belang, omdat de in Berlijn bereikte verbetering van de Nederlandse nettopositie (ten opzichte van de oorspronkelijke Commissie-voorstellen) bijna volledig via het nieuwe Eigen-Middelenbesluit moet worden gerealiseerd. Het onderhandelingsresultaat van Berlijn moet nu op de juiste wijze in juridische tekst worden omgezet. Van belang voor Nederland is met name de korting op de financiering van de VK-compensatie en tijdige inwerkingtreding (1 januari 2002). Dit betekent dat er vaart in het besluitvormingstraject van de Raad gehouden moet worden, omdat er ook voldoende tijd voor de nationale parlementen moet blijven voor ratificatie.

Werkgelegenheidspakket

documenten : een herzien concept van het Gezamenlijk Werkgelegenheidsrapport 1999; een concept voor de aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten over het werkgelegenheidsbeleid in de individuele landen; en de concept werkgelegenheidsrichtsnoeren 2000.

aard bespreking : debat ter voorbereiding van de Jumboraad van 29 november

besluitvormingsprocedure : ER besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en na raadpleging van het EP, het ELC en het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regios over de werkgelegenheidsrichtsnoeren; de Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de aanbevelingen vast .

De Ecofin Raad zal discussiëren over bovenstaande documenten, tezamen aangeduid als het werkgelegenheidspakket. Dit werkgelegenheidspakket is op 22 oktober 1999 in de Sociale Raad besproken en daarvoor, op 8 oktober, in de Ecofin Raad. Het pakket zal uiteindelijk worden voorgelegd aan de Europese Raad van Helsinki. Na de eerste bespreking in de Ecofin en Sociale Raad heeft de Commissie enkele wijzigingen in de documenten aangebracht. Zo is in de herziene versie van het werkgelegenheidsrapport 1999 tegemoet gekomen aan de Nederlandse bezwaren tegen plaatsing van Nederland in de één na minst presterende groep over de sluitende aanpak voor jongeren en volwassenen. Nederland is nu in de tweede groep geplaatst. Dit is de groep landen die plannen uitvoert die leiden tot resultaten in lijn met de richtsnoeren en de deadline van 2002. De formele aanbeveling aan Nederland over de sluitende aanpak is echter nog niet aangepast aan de gewijzigde analyse in het werkgelegenheidsrapport. Nederland is in zijn algemeenheid positief gestemd over het feit dat de Commissie met de voorliggende stukken de druk op lidstaten wil vergroten om vorm te geven aan een Europese werkgelegenheidsstrategie.

Macro-economische dialoog

aard bespreking : informatie-uitwisseling, met respect voor de onafhankelijkheid van de

Europese Centrale Bank en de autonomie van de sociale partners

In het kader van het Europees Werkgelegenheidspact heeft de Europese Raad afgelopen zomer het 'proces van Keulen' in het leven geroepen. Besloten is dat een macro-economische dialoog wordt ingesteld met vertegenwoordigers van de Raad, de Commissie, de Europese Centrale Bank en de sociale partners. In de dialoog dienen de macro-economische ontwikkelingen en perspectieven grondig te worden geanalyseerd. De deelnemers kunnen, zonder aantasting van hun respectievelijke verantwoordelijkheden en onafhankelijkheid, informatie uitwisselen over hun eigen beleid en doelstellingen, zodat iedere deelnemer volledig geïnformeerd zijn eigen beslissingen kan nemen.

De eerste dialoog op politiek niveau zal plaatsvinden op 8 november. Gesproken zal worden over de economische situatie en vooruitzichten, waarna de deelnemers in kunnen gaan op de uitdagingen voor het beleid en informatie kunnen uitwisselen over de bijdrage van elke deelnemer.

Omdat niet de individuele landen, maar vertegenwoordigers van de Raad aan de dialoog deelnemen, zal het Nederlandse standpunt ten aanzien van de macro-economische dialoog niet rechtstreeks kunnen worden ingebracht, maar indirect via deelname aan de Ecofin Raad en de Sociale Raad. Deze Raden zullen namelijk vertegenwoordigd worden door het huidige voorzitterschap en de twee toekomstige voorzitterschappen. Voor wat betreft de implementatie van de dialoog, zijn de principes die zijn vastgelegd in de kabinetsnota over de macro-economische beleidscoördinatie in de EU (brief van de Minister van Financiën, 14 april 1999, BFB/99-352m) aan de Tweede Kamer gestuurd, nog steeds actueel. Enkele daarvan zijn:

* De onafhankelijkheid van de ECB en de autonomie van de Sociale Partners dienen te worden gerespecteerd.

* Belangrijk uitgangspunt is het subsidiariteitsbeginsel: het beleid wordt decentraal bepaald tenzij er overtuigende reden zijn om het te centraliseren.

* De werkloosheid in de Europese Unie is grotendeels structureel van aard. Daarom moet een te grote nadruk op vermeende macro-economische oplossingen worden vermeden. De essentie van de dialoog zou moeten zijn dat alle betrokkenen elkaar maximaal inzicht verschaffen over hun doelstellingen, inzet van instrumenten en beleidsoriëntaties. De dialoog moet niet worden aangegrepen om deals te sluiten tussen monetaire en politieke autoriteiten en sociale partners: dit leidt slechts tot vervaging van de verantwoordelijkheden van de betrokken actoren.
* De loonontwikkeling dient gegeven de zeer grote verscheidenheid op de arbeidsmarkten van de lidstaten plaats te vinden op decentraal niveau.

* Op Europees niveau zou het nuttig zijn als de sociale dialoog verder tot ontwikkeling komt. Tussen en met sociale partners kan informatie worden uitgewisseld over de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden, waaronder loondifferentiatie, en kunnen ervaringen worden uitgewisseld met betrekking tot 'good practices', onder meer van overheidsbeleid ter ondersteuning van een verantwoorde ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie