Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

D66 voorstellen voor de Nederlandse krijgsmacht

Datum nieuwsfeit: 08-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

8 november 1999

De Nederlandse krijgsmacht: 21 voorstellen voor de 21ste eeuw

Nicky van 't Riet

Nederland is een kwetsbaar land. Verstoringen van de internationale vrede en veiligheid - die ontstaan door regionale crises, terrorisme en internationale criminaliteit - kunnen grote gevolgen hebben. De krijgsmacht is een onmisbaar instrument voor de bescherming van Nederland - als parlementaire democratie en economisch hoog ontwikkelde staat - tegen de gevolgen van deze veiligheidsrisico's.

Daarnaast heeft Nederland de morele plicht bij te dragen aan het handhaven en versterken van de internationale rechtsorde en de bescherming van fundamentele humanitaire waarden. Deze uitgangspunten vereisen volgens D66 een krijgsmacht met de volgende hoofdtaken:
· Bescherming van belangen, met inbegrip van de territoriale integriteit van het Nederlands en bondgenootschappelijk territoir.
· Vredesondersteuning en humanitaire hulpverlening.

Verder kan de krijgsmacht worden ingezet voor nationale- en Koninkrijkstaken. Voor het bepalen van de aard en inrichting van de toekomstige krijgsmacht hanteert D66 de volgende uitgangspunten:
· De krijgsmacht voert haar hoofdtaken in beginsel in multinationaal verband uit. De NAVO en EU zijn daarbij de kaders die als eerste in aanmerking komen.

· De krijgsmacht voert haar taken uit onder uiteenlopende geografische omstandigheden en door het gehele geweldsspectrum. Dit vereist een breed samengestelde krijgsmacht.

· De krijgsmacht heeft voldoende vermogen om de opgedragen taken gedurende langere tijd voort te kunnen zetten. Uitgangspunt is het ambitieniveau zoals verwoord in de prioriteitennota 1993.

D66 kiest voor een omvorming van de huidige krijgsmacht tot een krijgsmacht met een meer expeditionair karakter. Deze krijgsmacht dient in staat te zijn om ver van huis in internationaal verband op te treden en levert modules voor multinationale vredesoperaties en crisisbeheersing.
Flexibiliteit, modulaire opbouw en inzetbaarheid zijn de kerneigenschappen van de krijgsmacht van de 21ste eeuw. Daartoe zijn volgens D66 de volgende maatregelen nodig:


1. Opheffen van alle mobilisabele eenheden is gewenst omdat deze niet binnen een expeditionaire krijgsmacht passen. De internationale veiligheidssituatie vraagt om een snel, flexibel inzetbare leger. De tijd van de klassieke dreiging en de noodzaak van massale verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied ligt achter ons. De reactietijd voor een grootscheepse dreiging is inmiddels opgelopen tot meer dan tien jaar en dat geeft voldoende ruimte om, indien noodzakelijk, tijdig tot herinvoering van de opkomstplicht over te gaan. Niet parate onderdelen van de krijgsmacht dienen paraat te worden gesteld en/of te worden omgevormd tot oproepbare reserve-eenheden.


2. De opbouw van een Europese militaire capaciteit als onderdeel van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie vindt D66 wenselijk en onontkoombaar. Deze capaciteit moet kunnen worden ingezet voor kleinere conflicten, terwijl Europa ook met NAVO-middelen moet kunnen optreden bij grotere operaties. Het Defence Capabilities Initiative vormt een belangrijk richtsnoer voor het bepalen van de toekomstige Europese militaire capaciteit. D66 is voor de gemeenschappelijke Europese aanpak van de in het DCI verwoorde verbeteringsprojecten. Prioriteiten krijgen interoperabiliteit, logistiek en onbemande waarnemingssystemen. Een Europese Defensie capaciteit moet uiteindelijk leiden tot een zelfstandige Europese Defensie. Deze ontwikkeling biedt tevens goede mogelijkheden voor taakspecialisatie. Dit moet leiden tot een efficiëntere toedeling van middelen en tot intensivering van specialismen waar de verschillende deelnemende landen van oorsprong sterk in zijn. De door taakafstoting vrijgevallen gelden wil D66 investeren in nieuwe militaire middelen voor transportcapaciteit, raketverdediging, communicatie en logistiek.


3. D66 is om politieke en militaire redenen voorstander van handhaving van het Duits-Nederlandse legerkorps. Dit korps moet dan wel beter toegerust worden op nieuwe taken voor vredesmissies en crisisbeheersingsoperaties. Het karakter van het korps zal moeten veranderen zodat het bouwstenen kan leveren voor tijdelijk internationale verbanden zoals KFOR. Verdere uitbouw van dit binationale legerkorps in de richting van een snel-inzetbaar multinationaal legerkorps is gewenst. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de samenwerking tussen Polen, Denemarken en Duitsland.


4. D66 is voorstander van vervanging van een deel van het fregattenbestand door een nieuwe generatie kleinere korvetten. Met deze goedkopere schepen is de Koninklijke Marine beter toegerust voor de nieuwe kustwachttaken en andere ondiepwateroperaties. Speciaal de bestrijding van drugssmokkel, milieuvervuiling en illegale bevissing moet verbeteren.


5. D66 is er niet van overtuigd dat de Marine Luchtvaart Dienst moet blijven bestaan in haar huidige vorm. Een substantieel deel van de Orion-vloot moet geschikt gemaakt worden voor grondwaarneming. Onderzoek moet uitwijzen of de onderzeebootbestrijdingstaken die deze dienst nu vervult niet beter op een andere wijze kan worden uitgevoerd. Interstatelijke samenwerking is eveneens een optie.


6. D66 wil de sluiting van vliegveld Valkenburg. De hiermee vrijkomende gronden zijn uitermate geschikt voor woningbouw. Hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de ruimtebehoefte van de gemeente Leiden. De op vliegveld Valkenburg aanwezige Orion-vloot wordt verplaatst naar De Kooy, vliegbasis Eindhoven of Woensdrecht.


7. De voortgang van raketverdediging Theatre Missile Defence project, dat voorziet in de verdediging tegen tactische ballistische raketten, krijgt prioriteit. Een verdere uitbouw van geavanceerde verdedigingsmechanismen moet worden gestimuleerd. Nederland kan op deze manier haar kennis op dit terrein verder ontwikkelen.


8. D66 heeft grote twijfels over de voortgang en ontwikkelingen van de vervanging van de Lynx-helikopter door de NH-90. De nog lopende onderhandelingen met de industrie over een alternatief voor de NH-90 volgt D66 op gepaste afstand en met een kritische blik.


9. Veel geld en aandacht gaat uit naar het onschadelijk maken van landmijnen, bommen en granaten die na plaatsing of lancering niet zijn afgegaan. Dit vindt D66 terecht omdat hierdoor wordt voorkomen dat er onnodig burgerslachtoffers vallen. D66 wil onderzoek naar zelfdestructiemechanisme in munitie. Deze zelfdenkende (AT)mijnen, bommen en granaten moeten op zo kort mogelijke termijn worden ontwikkeld.

10. Het compensatiebeleid van defensiematerieel is aan herziening toe. Doorzichtigheid in de wapenaankoopsector is nodig. Daarom wil D66 een openbaar lobby-register. Meer en meer zal de aanschaf van dit materieel een Europese aangelegenheid moeten worden. Niet de eventuele compensatie van de eigen binnenlandse industrie moet daarbij maatgevend zijn, maar de mogelijkheid van een zelfstandige ontwikkelingsfunctie op onderdelen van een product. Geen compensatie, maar participatie. Dat is het motto om hoogwaardige industrie voor Nederland te behouden.

11. Afstoting van niet specifieke militaire activiteiten in combinatie met verkoop van daaraan gekoppelde goederen kan tot financiële ruimte leiden die elders binnen de organisatie van de krijgsmacht hard nodig is. D66 wil dan ook een nader onderzoek naar uitbesteding van taken die niet strikt noodzakelijk door de defensieorganisatie zelf uitgevoerd hoeven worden. De verkoop van het glasvezelnet moet hierbij betrokken worden.

12. Personeelsbeleid moet absolute prioriteit hebben. Personeel is de ruggengraat van de krijgsmacht. Het beroep van militair is risicovoller geworden. De werkdruk neemt toe en veelvuldige uitzendingen schrikt nieuw personeel af. Er dient voortdurend aandacht te zijn voor militairen die worden uitgezonden. Zij hebben recht op onze morele en materiele steun. De algehele paraat- stelling van de krijgsmacht zal een nog groter beroep doen op de toch al krappe arbeidsmarkt. Het arbeidsvoorwaardenbeleid moet Defensie als werkgever aantrekkelijker maken.

13. Ook de positie van vrouwen, homo's en allochtonen binnen de krijgsmacht moet worden versterkt. Hoewel relatief gunstig afstekend tegen andere legers valt er ook binnen de Nederlandse krijgsmacht nog veel te winnen op het terrein van acceptatie en integratie. De cultuur van het leger zal sommige mensen meer blijven aanspreken dan anderen. De Nederlandse krijgsmacht kan een redelijke afspiegeling van de maatschappij zijn. Het arbeidsvoorwaardenbeleid moet hierbij een belangrijk instrument zijn.

14. De ingeslagen weg van omvorming van de cultuur binnen de Defensieorganisatie wordt dan ook door D66 van harte ondersteund. Defensie moet een moderne organisatie worden, waar loyaliteit en een kritische opstelling gewaardeerde eigenschappen zijn en waar de blik naar buiten is gericht. De doofpotcultuur zal dan tot het verleden behoren.

15. In steeds meer regionale conflicten is de inzet van kindsoldaten aan de orde van de dag. D66 is wil een internationaal verbod op de inzet van kinderen in oorlogssituaties. D66 vindt dat de regering actief moet bevorderen dat in het Optioneel Protocol bij het Verdrag voor de Rechten van het Kind de minimum leeftijd voor toetreding tot het leger wordt verhoogd van 15 naar 18 jaar. Ook rekrutering voor de Nederlandse krijgsmacht moet hiermee in overeenstemming worden gebracht. Opleidingen binnen Regionale Opleidingscentra kunnen hiertoe uitkomst bieden.

16. Militaire artsen zijn steeds vaker nodig bij deelname aan vredesmissies en crisisbeheersingsoperaties. D66 wil dat er in de opleiding van medisch specialistisch personeel extra aandacht wordt geschonken aan oorlogschirurgie. Het personeel moet bovendien goed inzetbaar zijn bij humanitaire hulp aan burgerslachtoffers.

17. De rechtmatigheid van het dreigen met gebruik van kernwapens is omstreden. Het Internationaal gerechtshof kwam in 1996 tot dit oordeel. D66 pleit voor het afstoten van de laatste bondgenootschappelijk kernwapentaak die Nederland kent. Dit na overleg met de NAVO. Een helder neen van de Nederlandse politiek tegen kernwapens brengt een kernwapenvrije wereld een stapje dichterbij. Veel belangrijker nog zijn onderhandelingen over non-proliferatie en goed nageleefde verdragen over totale nucleaire ontwapening.

18. De Waddenzee als oefenterrein voor Defensie is in strijd met de milieudoelstellingen die voor dit unieke natuurgebied zouden moeten gelden. D66 is tegen verstorende militaire oefeningen in de Waddenzee. Dat het militair schietterrein Kollumerwaard aan de natuur is terug gegeven en is overgedragen aan Staatsbosbeheer vindt D66 een voorbeeld dat navolging verdient.

19. Versterking van de Centrale sturing is gewenst op het strategische en operationele vlak, terwijl de uitvoering van beleid juist decentraal kan geschieden. De strategische planningsfunctie van kerndepartement moet worden versterkt onder de plaatsvervangend Chef van de Defensie Staf (PCDS) voor Nationale en Internationale Plannen. De operationele aansturing van crisisbeheersing en vredesoperaties moet onder een PCDS voor operatien te komen. De CDS stemt beide processen op elkaar af en blijft tevens de hoogste militaire adviseur van de minister. Door het weghalen van de verdubbelingen tussen de Centrale organisatie en de Haagse staven ontstaat een meer doelmatige en afgeslankte organisatie. Een aantal beleidsterreinen kan geheel worden gecentraliseerd. Bijvoorbeeld de sector burgerpersoneel en de verwervingsfunctie.

20. Meer en meer vormt de Marechaussee een vreemde eend in de bijt. D66 is voorstander van een verkennend onderzoek naar de positie van de Marechaussee. Een integratie van Marechaussee in de politie, met in achtneming van de grondwettelijke taak en onder gelijktijdige overdracht van mensen, middelen en materieel, behoort niet te worden uitgesloten. In de huidige "groene taken" van de Marechaussee moet op adequate wijze worden voorzien.

21. D66 verwacht dat de omvorming van de Nederlandse krijgsmacht tot een organisatie met oog voor de toekomst en hart voor het verleden kan verlopen zonder extra financiële middelen. Dat zijn dan ook de financiële randvoorwaarden waarbinnen dit in de komende kabinetsperiode moet gebeuren. Voor de middellange termijn is het afhankelijk van ontwikkelingen op het internationale veiligheidsvlak, van het ambitieniveau van Nederland en van de economische ontwikkeling of er meer ruimte zal zijn voor extra investeringen in een toekomstig gezamenlijke Europese Defensie.

Nicky van 't Riet
Woordvoerder Defensie
E-mail:(N.vtRiet@tk.parlement.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie