Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nederlands ministerie lanceert concurrentietoets

Datum nieuwsfeit: 08-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie EZ persbericht

TOETS OP HET CONCURRENTIEVERMOGEN 2000: OP DE DREMPEL VAN HET NIEUWE MILLENIUM



Datum: 08-11-1999

Nederland heeft het economisch in de afgelopen jaren goed gedaan, maar toch liggen er nog belangrijke uitdagingen. Dat is een centrale conclusie in de Toets op het Concurrentievermogen 2000 die minister Jorritsma van Economische Zaken op 8 november 1999 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De Concurrentietoets biedt, op basis van een vergelijking met een aantal economisch goed presterende landen, aanknopingspunten voor maatregelen die het concurrentievermogen van Nederland verder verbeteren. Het gaat er daarbij vooral om belemmeringen voor economische groei in de toekomst op te sporen. Het Nederlandse beleid is de afgelopen jaren gericht geweest op financiële gezondmaking, lastenvermindering, een soepele werking van markten en investeringen in (kennis)infrastructuur. Het succes van dit beleid van structurele hervormingen blijkt uit de daling van de officiële werkloosheid tot een zeer laag niveau en de daling van het aantal uitkeringsgerechtigden ten opzichte van het aantal werkenden. Maar minister Jorritsma wijst erop dat er nog steeds sprake is van onbenut potentieel en van onvervulde ambities.
De sterke banencreatie brengt met zich mee dat de direct inzetbare arbeidsreserve de bodem begint te naderen. Tegelijkertijd staan bepaalde groepen te veel buitenspel: ouderen, allochtonen, vrouwen en laagopgeleiden. Deze groepen zijn niet goed inzetbaar op de arbeidsmarkt. Dit is de verklaring voor het feit dat ondanks het gegeven dat één op de drie personen binnen de potentiële beroepsbevolking niét werkt, er toch tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan. Sinds het begin van de jaren zeventig is het aantal vacatures als percentage van de werkgelegenheid (2,9 procent) nog nooit zo hoog geweest als nu. Mede omdat de vergrijzing in de toekomst vraagt om een vergroting van het draagvlak in de economie en juist groepen die nu vaak langs de kant staan nog in omvang zullen toenemen, is een brede beleidsagenda noodzakelijk.

Beleidsagenda
Het beleid om de Nederlandse economie verder te versterken, moet volgens minister Jorritsma gericht zijn op het wegnemen van belemmeringen voor participatie op de arbeidsmarkt en het versterken van het aanpassings- en vernieuwingsvermogen. De belangrijkste elementen hierin zijn:
1. Het wegnemen van belemmeringen voor participatie van groepen die nu teveel buiten het arbeidsproces staan. De verhouding tussen uitkering en netto-inkomen (de replacement rate) ligt zowel voor laagopgeleiden om vanuit een uitkeringssituatie aan de slag te gaan als voor ouderen die voor de beslissing staan om wel of niet door te werken zeer hoog. De financiële prikkel om te gaan werken of te blijven werken is voor deze groepen, internationaal vergeleken, relatief gering. Voor laagopgeleiden die gaan werken geldt dat hun netto-inkomen er slechts 8 procent op vooruit gaat (in landen als Duitsland en de VS is deze toename 4 tot 5 keer zo groot), terwijl ouderen die blijven werken netto 9 procent meer inkomen hebben dan wanneer ze stoppen (in de VS en het Verenigd Koninkrijk leidt stoppen met werken voor ouderen tot meer dan een halvering van het inkomen). Ook de geringere plichten ten aanzien van sollicitatie, scholing en dergelijke maken (blijven) werken relatief onaantrekkelijk. Daarnaast kan het ontbreken van mogelijkheden tot het combineren van arbeid en zorg een belemmering vormen.
2. Het verbeteren van de scholing van allochtonen. De
concurrentietoets laat zien dat allochtonen in Nederland relatief meer werkloos zijn dan in andere Europese landen. In Nederland is de werkloosheid onder allochtonen 3 keer zo hoog als onder autochtonen, in bijvoorbeeld Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is dit 2 keer zo hoog.Voor een deel is de slechte arbeidsmarktpositie te verklaren uit het lage opleidingsniveau van allochtonen. Zij komen met een taal- en rekenachterstand de school binnen en het onderwijs slaagt er maar gedeeltelijk in die achterstand weg te werken. Zij verlaten vaker dan autochtonen de school zonder startkwalificaties en komen dan zonder voldoende bagage op de arbeidsmarkt.
3. Voldoende Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs. Uit de Concurrentietoets blijkt dat Nederland hierin slechts gemiddeld presteert en ver achterblijft bij een land als de Verenigde Staten. De investeringen in Onderwijs on Line hebben als doel hier verbetering in aan te brengen.
4. Het vergroten van de flexibiliteit van onze economie door:
- verdere verlaging van de lastendruk. De gemiddelde en de marginale tarieven zijn in internationaal perspectief nog steeds hoog, ook na de stelselherziening in 2001;

- voortzetting van de internationaal geprezen operatie Marktwerking, Deregulering en wetgevingskwaliteit (MDW)

- voortgezette aandacht voor het combineren van publieke doelen en efficiënte productie in (voormalige) nutssectoren (electriciteit, gas, telecom, kabel);

- voortzetting van de hervorming van de uitvoering van de sociale zekerheid;

- verdere modernisering van het arbeidsbestel;

- op langere termijn voorzien in kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor economische activiteiten en bereikbaarheid. Uitdaging daarbij is het laten samengaan van de aandacht voor het milieu met toenemende ruimtevraag;

- een goed toegankelijke kapitaalmarkt, ook voor kleine ondernemingen.

5. Het verbeteren van het kennis- en innovatieklimaat. Nederland scoort gemiddeld
waar het gaat om de innovatieve output van bedrijven. De R&D uitgaven van
bedrijven zijn in internationaal perspectief echter nog steeds laag. Verder is in dit verband de rol van het onderwijs cruciaal. Essentieel is daarbij een betere aansluiting van vaardigheden op de vraag van bedrijven. Daarnaast is het van belang het aanzienlijke kennispotentieel in ons land verder te activeren, bijvoorbeeld via de toepassing van vormen van privaat-publieke samenwerking.



Ministerie van Economische Zaken
Aan deze paginas kunnen geen rechten worden ontleend - No rights can be derived from these pages

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie