Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag van de Europese Raad over Industrie

Datum nieuwsfeit: 09-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Verslag Europese Raad - INDUSTRIE

Press Release: Brussels (09-11-1999) - Press: 330 - Nr: 12516/99

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2214e zitting van de Raad


- INDUSTRIE -

Brussel, 9 november 1999

Voorzitter :

de heer Erkki TUOMIOJA

Minister van Handel en Industrie van de Republiek Finland

CONCURRENTIE EN ONDERNEMINGSBELEID IN DE EUROPESE UNIE

De Raad hield een uitvoerige gedachtewisseling over concurrentievermogen en ondernemingsbeleid in de Europese Unie.

Als achtergrond voor deze algemene discussie werden vier deelonderwerpen aan de orde gesteld:


- structurele wijziging en aanpassing van de Europese industrie


- concurrentievermogen in de informatiemaatschappij


- beleid op het gebied van het midden- en kleinbedrijf (MKB), en


- een werkprogramma voor de middellange termijn voor het organiseren van het debat over concurrentievermogen en ondernemingsbeleid.

Het Voorzitterschap bracht aan de Raad verslag uit over de resultaten van het MKB-forum dat op 16 september 1999 in Helsinki is gehouden en legde een in nauwe samenwerking met de komende voorzitterschappen (Portugal en Frankrijk) opgesteld document voor over het werkprogramma op de middellange termijn voor de organisatie van continue discussie over het industriële concurrentievermogen.

Commissielid LIIKANEN belichtte kernpunten van de mededeling van de Commissie over structurele veranderingen en aanpassing in de Europese industrie en had bijzondere aandacht voor de sleutelrol van het midden- en kleinbedrijf voor het scheppen van banen, het belang van investeringen in immateriële activa als belangrijke bron van concurrentievoordeel, alsmede het groeiende aandeel van de dienstensector, die een aanzienlijke bijdrage zal leveren tot de economische groei in het volgende millennium.

Wat rapportering over concurrentievermogen betreft, deelde Commissielid LIIKANEN de Raad mee dat de Commissie voornemens is benchmarking te combineren met het volgende verslag over het concurrentievermogen, zodat de Raad hierover efficiënter zal kunnen vergaderen.

In de daaropvolgende bespreking kwam een algehele overeenstemming naar voren over de volgende punten:


- investeringen in immateriële activa op gebieden zoals technologie, onderzoek en ontwikkeling en innovatie, opleiding, organisatorische ontwikkeling, beheer en netwerkfunctie zijn uitgegroeid tot de belangrijkste bron van aanpassing, en dus van concurrentievoordeel;

- de dienstensector heeft een steeds groter aandeel in de economische groei, het scheppen van banen en het concurrentievermogen van Europa in de wereld; aangezien diensten veelal worden verleend door het MKB, is een bijdrage tot het scheppen van gunstiger kadervoorwaarden voor ondernemerschap in de hele EU noodzakelijk.
Na afloop van het debat nam de Raad onderstaande conclusies aan:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

MEMOREREND

- de conclusies van de Raad van 24 april 1997 inzake de organisatie van de werkzaamheden betreffende het concurrentievermogen van de Europese industrie;

- de conclusies van de Raad van 29 april 1999 inzake benchmarking en concurrentievermogen;

VERHEUGT ZICH OVER het verslag over het concurrentievermogen van de Europese industrie over 1999 ( 1) en de mededeling van de Commissie inzake structurele wijziging en aanpassing van de Europese industrie ( 2);

BENADRUKT dat

- het jaarlijks debat over het concurrentievermogen een belangrijk element is binnen het kader van de Raad (Industrie) en dat het verslag van de Commissie betreffende het concurrentievermogen over 1999 en de bijbehorende mededeling een waardevolle bijdrage leveren aan dit debat;

- aanpassingsvermogen en snelle structurele wijziging noodzakelijk zijn voor het concurrentievermogen van de Europese industrie, vooral het MKB;

- volgens het verslag de belangrijkste uitdaging voor beleidsmakers is, het potentieel voor structurele wijziging en aanpassing van de Europese industrie te ontplooien, met inbegrip van het aanzienlijke potentieel dat bij het MKB aanwezig is;

IS VAN MENING DAT


- de analyse en de conclusies in het verslag over het concurrentievermogen alle ruimte bieden voor toekomstige werkzaamheden inzake benchmarking, in het bijzonder met betrekking tot nieuwe technologieën, immateriële zaken, vestigingsplaatsen voor de industrie, netwerken tussen bedrijven, aanpassingsvermogen en gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven van toepassing op alle sectoren;

- de Groep Benchmarking van het concurrentievermogen, die is opgericht in het kader van de Directeuren-generaal Industrie, het passende forum is om ervoor te zorgen dat benchmarking meer aandacht krijgt in het verslag over het concurrentievermogen;

IS VAN OORDEEL dat het verslag over het concurrentievermogen over 1999 enkele tekortkomingen van de Europese economie belicht en dat een uitvoeriger analyse een breed inzicht in de oorzaken daarvan vergemakkelijkt;

VERZOEKT DE COMMISSIE


- een jaarlijks verslag over het concurrentievermogen van de Europese industrie op te stellen, waarin met name de geboekte vooruitgang en de resterende noodzakelijke aanpassingen aan de internationale mededinging worden beoordeeld;

- mogelijke maatregelen aan te geven om het concurrentievermogen van de industrie te verbeteren en innovatie aan te moedigen;

VERZOEKT DE COMMISSIE een lijst op te stellen en mee te delen van de factoren die een sleutelrol spelen in het aanpassingsproces, ook in het MKB; deze factoren kunnen dan in de toekomstige verslagen over het concurrentievermogen worden geanalyseerd;

VERZOEKT DE COMMISSIE tevens, gezien het belang van de dienstensector voor werkgelegenheid, groei en productiviteit, in de toekomstige verslagen over het concurrentievermogen ook een analyse van diensten te geven;

VERZOEKT DE COMMISSIE EN DE LIDSTATEN de kwaliteit en coördinatie van het statistische kader op zowel communautair als nationaal niveau te verbeteren, vooral wat de gegevens over de dienstensector betreft, en terzelfder tijd te waken voor onnodige extra rompslomp voor de bedrijven. Zo kunnen de structuren en markten voldoende los van elkaar worden geanalyseerd en kan meer inzicht worden verkregen in de sterke en zwakke punten van de Europese economie."

INTEGRATIE VAN DUURZAME ONTWIKKELING IN HET INDUSTRIEBELEID VAN DE EU

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het aan de Europese Raad van Helsinki voor te leggen verslag over de integratie van duurzame ontwikkeling in het industriebeleid van de EU.

Zoals bekend heeft de Europese Raad van Wenen een groot aantal samenstellingen van de Raad, met inbegrip van de Raad Industrie, verzocht dergelijke verslagen voor te leggen aan de Europese Raad van Helsinki (10 en 11 december 1999).

De samenvatting van het verslag luidt als volgt:


1. De integratie van duurzame ontwikkeling in het industriebeleid moet worden gebaseerd op het Verdrag van Amsterdam en de voornaamste hierboven besproken beginselen zoals:


- het concurrentievermogen is, binnen de drie dimensies (economisch, sociaal en milieugebonden) van duurzame ontwikkeling, het zwaartepunt van het industriebeleid;

- het beleid dient kosteneffectief en bij voorkeur marktgericht te zijn;

- zelfregulering dient, waar mogelijk, bevorderd te worden;
- samenwerking met alle betrokkenen is van essentieel belang;
- er moet speciale aandacht worden besteed aan het midden- en kleinbedrijf (MKB).


2. De verwachtingen ten aanzien van een op duurzaamheid gericht industriebeleid moeten op nationaal, communautair en mondiaal niveau, hoog worden gesteld. Dit geldt voor de economische aspecten, met inbegrip van concurrentievermogen, sociaal beleid en milieu. De Europese Unie moet haar positie in de mondiale voorhoede inzake duurzame ontwikkeling behouden. Het milieu vormt voor het bedrijfsleven niet alleen een bron van bedreigingen en beperkingen, maar ook van geweldige nieuwe mogelijkheden die er vervolgens toe bijdragen dat de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling ten volle in aanmerking kan worden genomen.


3. De integratie van duurzame ontwikkeling in het industriebeleid zal het beleid en de maatregelen op het gebied van klimaatverandering, die naleving van de in Kyoto aangegane verplichtingen ten doel hebben, positief beïnvloeden.


4. Via het streven naar eco-efficiëntie in alle sectoren kan een antwoord worden gevonden op een groot aantal uitdagingen op de lange termijn. Hiervoor is een actieve inzet vereist, niet alleen van de kant van regeringen en ondernemingen, maar ook van andere belanghebbenden zoals met name de consumenten.


5. Het proces van de uitbreiding van de Unie zal nieuwe inspanningen vergen voor wat betreft de industriële modernisering om aan de eisen van duurzame ontwikkeling te voldoen. Door nieuwe, milieuvriendelijke investeringen zullen de drie pijlers van duurzame ontwikkeling elkaar versterken; de Unie moet de kandidaat-lidstaten bijstaan op de weg naar duurzame ontwikkeling.


6. De Raad is voornemens om de vooruitgang naar een duurzame ontwikkeling binnen alle drie de pijlers voortdurend te controleren en zijn beleidsmaatregelen bij te stellen.


7. De Raad zal zijn werkzaamheden voor een strategie voortzetten; daartoe behoren doelstellingen, een tijdschema voor verdere maatregelen en een reeks indicatoren, met inachtneming van dit verslag, en de conclusies van de Europese Raad van Helsinki. De Raad verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk, als bijdrage aan genoemde strategie, een actieplan voor integratiebevordering aan de Raad voor te leggen. Op basis daarvan zal de Raad concrete invulling geven aan de operationele aspecten van deze strategie tot en met het jaar 2004.

DE CONCURRENTIEPOSITIE VAN DE OP BOSBOUW GEBASEERDE EN AANVERWANTE BEDRIJFSTAKKEN IN DE EU - CONCLUSIES

Commissielid LIIKANEN presenteerde de mededeling van de Commissie over de concurrentiepositie van de op bosbouw gebaseerde en aanverwante bedrijfstakken in de EU.

Doel van deze mededeling is, een reeks acties voor te stellen die door de belangrijkste belanghebbenden in deze sector moeten worden ondernomen en/of nagestreefd teneinde het duurzame concurrentievermogen van deze bedrijfstakken van de EU in een mondiale context te consolideren. De mededeling past in het integratieproces dat is ingezet tijdens de Europese Raad van Cardiff, alsmede de conclusies van de recente Raad Industrie van 29 april 1999, waar wordt gepleit voor een geïntegreerde aanpak van duurzame ontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met de doelstellingen op het gebied van milieubescherming, economische ontwikkeling in een concurrentieklimaat en maatschappelijke ontwikkeling. Daartoe worden in de mededeling de cruciale sociaal-economische kenmerken van de betrokken sectoren in de EU beschreven, de belangrijkste factoren geanalyseerd die van invloed zijn op hun relatieve concurrentiekracht in vergelijking met hun belangrijkste internationale concurrenten en de voornaamste uitdagingen voor die bedrijfstakken geïnventariseerd. De mededeling is een aanzet tot open dialoog, die moet worden voortgezet in het kader van het in de mededeling voorgestelde forum, teneinde de analyse van een aantal vraagstukken verder uit te diepen, de prioriteiten inzake de voorgestelde of in de toekomst vast te stellen acties te omschrijven en de uitvoering ervan door passende maatregelen te completeren.

Na de presentatie nam de Raad de volgende conclusies aan:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

HERINNEREND AAN de mededeling van de Commissie "een bosbouwstrategie voor de EU" ( 3) en de Resolutie van de Raad ( 4) over hetzelfde onderwerp, waarmee wordt ingegaan op het verzoek van het Europees Parlement en waarin een strategie wordt gepresenteerd die hoofdzakelijk betrekking heeft op bossen en bosbouw en tevens wordt verwezen naar een meer gedetailleerde analyse van de op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken in een komende mededeling.

IS INGENOMEN MET de mededeling van de Commissie over de concurrentiepositie van de op bosbouw gebaseerde en aanverwante bedrijfstakken in de EU ( 5), en

NEEMT NOTA van het feit dat de mededeling een alomvattende analyse bevat van het concurrentievermogen van die bedrijfstakken, namelijk: de houtverwerkende industrie; productie van pulp, papier en karton; verwerking van papier en karton en verpakkingsmateriaal; drukkerijen; en uitgeverijen.

ERKENT HET VOLGENDE:

·
De in de mededeling gehanteerde aanpak, die ruimer is dan een traditionele sectoriële aanpak en waarin verscheidene sectoren gegroepeerd worden, toont belangrijke aspecten vanuit het oogpunt van beleidsvorming.
·
De op bosbouw gebaseerde en aanverwante bedrijfstakken in de EU vormen een grote industriële sector van de EU en zijn zeer gelijk over de lidstaten verspreid. Het relatieve belang van de op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken voor plattelandsgebieden is groot, ook al liggen de meeste bedrijven, die voor het merendeel KMO's zijn, in dichtbevolkte gebieden.
·
Binnen de EU werken de op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken tegen de achtergrond van hoge grondstof- en bedrijfskosten in vergelijking met hun concurrenten over de hele wereld. Daarom moet er absoluut voor worden gezorgd dat de belangrijkste concurrentiële voordelen, namelijk hoogstaande technologie en knowhow, van de op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken van de EU worden gehandhaafd en verder verbeterd.
·
De op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken van de EU staan voor een reeks uitdagingen, zoals mondialisering en dus sterkere concurrentie van goedkoper producerende bedrijven, recycling en terugwinning, milieuwetgeving en, met name, de voorspelbaarheid en de samenhang daarvan, waaraan moet worden beantwoord teneinde hun wereldwijd concurrentievermogen en hun bijdrage aan duurzame ontwikkeling te handhaven en te verbeteren.

VERWELKOMT het voornemen van de Commissie om een forum te organiseren. Het forum zou het concurrentievermogen van de op bosbouw gebaseerde bedrijfstakken in de EU verder kunnen analyseren en daarbij onder meer bijzondere aandacht besteden aan factoren betreffende de vraag naar producten en duurzame ontwikkeling en een verdere ontwikkeling van de gegroepeerde aanpak. Het forum dient naar voorstellen voor concrete actie toe te werken.

VOORTS IS DE RAAD INGENOMEN met het feit dat de Commissie op gezette tijden bij de Raad verslag zal uitbrengen over de werkzaamheden van het forum en over specifieke maatregelen die een aanzienlijk effect op de concurrentiepositie van de op bosbouw gebaseerde en aanverwante bedrijfstakken in de EU hebben."

KOLEN- EN STAALINDUSTRIE


- CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE IJZER- EN STAALINDUSTRIE VAN DE EU

De Raad nam nota van de toelichting die Commissielid LIIKANEN gaf bij de mededeling over het concurrentievermogen van de ijzer- en staalindustrie van de EU en van informatie over door de Commissie vastgestelde acties, waarover de Commissie periodiek verslag zal uitbrengen aan de Raad.

Volgens deze mededeling krijgt de ijzer- en staalindustrie van de EU, een van de modernste en sterkste ter wereld, te maken met een aantal uitdagingen waarop een antwoord moet worden gevonden om haar internationale concurrentievermogen te behouden en zo mogelijk te versterken. Daarom worden in deze mededeling acties genoemd die met het oog daarop door de belangrijkste belanghebbenden in de ijzer- en staalindustrie en door de Commissie en/of de lidstaten moeten worden ontwikkeld en ten uitvoer gebracht. De Commissie zal in samenwerking met deze actoren zorgen voor een structurele follow-up van die acties en zal de ontwikkeling van het internationale concurrentievermogen van deze sector nauwlettend blijven volgen. Hierover zal zij periodiek verslag uitbrengen aan de Raad.


- COMMISSIEVERSLAG BETREFFENDE TOEZICHT OP STEUNVERLENING AAN DE STAALINDUSTRIE

(ARTIKEL 95 VAN HET EGKS-VERDRAG)

De Raad nam nota van de toelichting die Commissielid MONTI gaf bij het twaalfde halfjaarlijkse verslag betreffende toezicht op gevallen van steunverlening aan de staalindustrie in de Gemeenschap.

Zoals bekend had de Raad in december 1993 met eenparigheid van stemmen ingestemd met de toekenning van steun aan de volgende Europese staalondernemingen:


- Corporación de la Siderurgia Integral (CSI) (Spanje);


- Sidenor (Spanje);


- Ilva (Italië);


- Siderurgia Nacional (Portugal);


- EKO Stahl GmbH (Duitsland);


- Sächsische Edelstahlwerke GmbH, Freital/Sachsen (Duitsland).

In november en december 1995 gaf de Raad het groene licht voor steun aan de volgende twee ondernemingen:


- Voest Alpine Erzberg GmbH (Oostenrijk);


- Irish Steel (Ierland).

De Commissie gaf toestemming voor steun aan deze ondernemingen mits aan een aantal algemene voorwaarden zou worden voldaan, waaronder de verplichting - in elk van genoemde gevallen - dat strikt toezicht wordt uitgeoefend en dat de betrokken lidstaten daaraan hun volledige medewerking verlenen. In het kader van de overeengekomen toezichtregeling moesten de betrokken lidstaten twee keer per jaar een verslag bij de Commissie indienen met alle vereiste informatie over elk van de begunstigde ondernemingen en de herstructurering daarvan. De eerste verslagen moesten op 15 maart 1994 bij de Commissie binnen zijn en de laatste op 15 september 1998.

Hoewel het tiende verslag inzake toezicht, dat op 16 november jongstleden aan de Raad werd voorgelegd, was aangekondigd als zijnde het laatste, achtte de Commissie het toch verstandig de nauwkeurigheid van de informatie in de verslagen te blijven verifiëren, en in het bijzonder de naleving van de in genoemde toezichtregeling vervatte voorwaarden overeenkomstig de bepalingen van het EGKS-Verdrag. Het 11e verslag werd aan de Raad voorgelegd op 29 april 1999.

SCHEEPSBOUW


-
VERSLAG OVER DE SITUATIE IN DE INTERNATIONALE SCHEEPSBOUWSECTOR - CONCLUSIES

Commissielid LIIKANEN presenteerde een verslag over de situatie in de mondiale scheepsbouwsector.

Dit was het eerste verslag uit hoofde van artikel 12 van Verordening nr. 1540/98, dat de Commissie verplicht regelmatig een dergelijk verslag voor te leggen aan de Raad.

Volgens het verslag, waarin de algemene situatie, alsmede specifieke scheepsbouwcontracten geanalyseerd worden, verkeert de sector in crisis. Tussen vraag en aanbod is er een kloof, die

hoofdzakelijk te wijten is aan de aanzienlijke toename van de capaciteit op wereldvlak, vooral in Korea. Korea neemt thans 35 procent van de wereldmarkt voor scheepsbouw voor zijn rekening. De overcapaciteit heeft ertoe geleid dat de prijzen op de wereldmarkten met 15 à 35 procent zijn gedaald, met name in de categorieën met een lage toegevoegde waarde; in die categorieën worden de producten tegen een te lage prijs verkocht. Tegelijkertijd is het marktaandeel van Korea in deze sector, bijvoorbeeld wat containerschepen betreft, gestegen van 15 naar 70 procent in de periode 1997-1999. De Commissie onderzoekt momenteel 60 specifieke scheepsbestellingen. Tot dusver zijn 90 in Korea geplaatste bestellingen onderzocht: elk van die bestellingen wordt geacht een verlies van 15 à 40 procent teweeg te brengen.

Ter samenvatting van zijn verslag beklemtoonde Commissielid LIIKANEN dat het IMF zeker zijn onderzoek dient voort te zetten naar de wijze waarop Korea het steunpakket heeft aangewend dat hem onder leiding van het IMF is verleend en dat andere maatregelen, zoals een optreden in de WTO, kunnen worden overwogen.

Op basis van dit verslag hield de Raad een algemene bespreking en nam hij de volgende conclusies aan:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Heeft het eerste verslag van de Commissie over de situatie in de mondiale scheepsbouwsector bestudeerd.

Deelt het standpunt van de Commissie dat de sector wereldwijd in crisis verkeert en te kampen heeft met zeer lage prijzen en een ernstige overcapaciteit; deze situatie wordt veroorzaakt door de Republiek Korea en heeft zware gevolgen voor de Europese scheepsbouwindustrie.

Spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de resultaten van het onderzoek van de Commissie, waaruit blijkt dat in de Republiek Korea contracten beneden de kostprijs worden gegund, waardoor de belangen van de scheepswerven in de EU worden geschaad.

Neemt er nota van dat er verder onderzoek nodig is om na te gaan of deze praktijken verenigbaar zijn met de WTO-regels en met de voorwaarden van het onder leiding van het IMF aan de Republiek Korea verleende steunpakket.

Komt overeen dat verdere maatregelen noodzakelijk zijn om de situatie aan te pakken en verzoekt:

·
de Commissie, door te gaan met haar inspanningen om gelijke concurrentievoorwaarden in de sector tot stand te brengen, door de Republiek Korea onmiddellijk bij constructieve consultaties te betrekken om een eind te maken aan de oneerlijke concurrentie; ·
het bedrijfsleven, de lidstaten en de Commissie, zoveel mogelijk gedetailleerd bewijsmateriaal te verzamelen over de vermeende concurrentievervalsende praktijken, teneinde de mogelijkheden voor een passend ingrijpen in het kader van de WTO, te onderzoeken; ·
de lidstaten, er bij het IMF op aan te dringen, het onderzoek voort te zetten naar de vraag of de voorwaarden en uitgangspunten op basis waarvan het steunpakket onder leiding van het IMF is toegekend, volledig worden nageleefd;
·
de lidstaten en de Commissie, te blijven streven naar gelijke concurrentievoorwaarden voor de scheepsbouwsector in de bevoegde internationale fora, met inbegrip van de OESO, teneinde onverwijld eerlijke mededingingsregels af te dwingen.

De Raad is ingenomen met de vastberadenheid van de Commissie om haar verplichtingen uit hoofde van artikel 12 ( 6) van de Verordening van de Raad (EG) nr. 1540/98 van 29 juni 1998 te blijven nakomen en te gelegener tijd verslag uit te brengen over de ontwikkelingen."


-
VIERDE VERSLAG OVER HET TOEZICHT OP STEUN AAN BEPAALDE SCHEEPSWERVEN DIE WORDEN GEHERSTRUCTUREERD IN DUITSLAND EN SPANJE

De Raad nam nota van de toelichting die Commissielid MONTI gaf bij dit vierde verslag over het toezicht op steun aan bepaalde scheepswerven.

Op grond van Verordening 1013/97 van de Raad heeft de Commissie ingestemd met steun aan bepaalde ondernemingen die worden geherstructureerd in Duitsland en Spanje.

In artikel 2 van de Verordening van de Raad is bepaald dat er een voor de Commissie aanvaardbaar programma moet komen voor de controle op het daadwerkelijke gebruik van de bedrijfs- en investeringssteun, de nakoming van het herstructureringsplan en de uitvoering van de capaciteitsbeperkingen. Dit programma omvat controlebezoeken van de Commissie ter plaatse, zo nodig in aanwezigheid van onafhankelijke deskundigen. Voorts is in artikel 2 bepaald dat de betrokken lidstaten bij de Commissie in de periode tot eind juni 1999 kwartaalrapporten indienen over de voortgang van de herstructureringsprogramma's waarvoor steun wordt verleend, alsmede informatie over de specifieke scheepswerven die steun ontvangen. De informatie over de specifieke scheepswerven omvat onder andere de volgende gegevens: gebruik van de steun; investeringen; productieprestaties; capaciteitsverminderingen en -beperkingen; vermindering van het aantal werknemers; levensvatbaarheid. Op grond van de ontvangen informatie legt de Commissie de Raad halfjaarlijkse verslagen voor, die ook met de nationale deskundigen kunnen worden besproken.

WITBOEK BETREFFENDE DE MODERNISERING VAN DE MEDEDINGINGSREGELS

Commissielid MONTI bracht aan de Raad verslag uit over de stand van zaken met betrekking tot een witboek van de Commissie betreffende de modernisering van de regels inzake de toepassing van de artikelen 81 (voorheen 85) en 82 (voorheen 86) van het EG-Verdrag. Deze artikelen handelen respectievelijk over mededingingsbeperkende afspraken en misbruiken van machtspositie.

Zoals bekend worden in het Witboek, dat op de Raadszitting van 29 april 1999 aan de Raad is voorgelegd, verscheidene opties voor een hervorming besproken, waarover de lidstaten, alle andere instellingen en belanghebbenden verzocht werden uiterlijk op 30 september 1999 opmerkingen te doen toekomen.

Hoewel de raadplegingsfase nog niet was afgerond, waren de reacties van de lidstaten, op enkele uitzonderingen na, zeer positief. Een meerderheid van lidstaten heeft het belang beklemtoond van de kwesties waarvoor het Witboek geen oplossing aanreikt.

De doelstellingen van de hervorming - het mededingingsbeleid doeltreffender maken, de procedures vereenvoudigen en meer mededingingsautoriteiten betrekken om een coherente toepassing van de EU-mededingingsregels te waarborgen - kunnen met de huidige regeling niet worden bereikt.

De Commissie stelt daarom voor het ontheffingsmonopolie en de regeling voor aanmelding af te schaffen, de nationale mededingingsautoriteiten en de nationale rechterlijke instanties te betrekken bij de toepassing van de mededingingsregels en de Commissie ruimere bevoegdheden te geven in gevallen van overtreding.

DIVERSEN


-
OVERHEIDSSTEUN

De Raad nam nota van de toelichting die de Deense delegatie gaf bij het verslag "een proactief beleid inzake overheidssteun die niet tot concurrentieverstoring leidt", alsmede van de opmerkingen die Commissielid Monti en de delegaties tijdens de bespreking van deze kwestie maakten.


-
BOUWNIJVERHEID

De Raad nam nota van de toelichting die Commissielid LIIKANEN gaf bij het werkdocument van de Commissie:"Follow-up van de mededeling "Concurrentievermogen van de bouwnijverheid.".

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNT

MILIEU

Bescherming van trekkende wilde diersoorten

De Raad keurde het besluit van de Gemeenschap goed betreffende de deelname van de Gemeenschap aan de zesde vergadering van de Partijen bij het Verdrag van Bonn inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, die van 10 tot 16 november 1999 plaatsvindt in Kaapstad.


___________________

Footnotes:

( 1) 11552/99 ECO 309 - SEC(99) 1555

( 2) 11706/99 ECO 317 - COM(1999) 456

( 3) Doc. 13450/98 FORETS 8 ENV 503 - COM(98) 619 def.

( 4) Doc. 14244/98 FORETS 12 ENV 547.

( 5) Doc. 11707/99 ECO 318 - COM(99) 457 def.

( 6) "Artikel 12

Verslag van de Commissie
De Commissie legt de Raad regelmatig een verslag over de marktsituatie voor en beoordeelt of Europese werven worden benadeeld door concurrentiebeperkende praktijken. Indien wordt vastgesteld dat de industrie wordt geschaad door concurrentiebeperkende praktijken van welke aard dan ook, stelt de Commissie de Raad, in voorkomend geval, maatregelen voor om het probleem aan te pakken.

Het eerste verslag wordt uiterlijk op 31 december 1999 aan de Raad voorgelegd."

_________________________________________________________________

nl/indus/12516.NL9.html

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie