Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Algemeen overleg NAVO ministers over veiligheidspolitiek

Datum nieuwsfeit: 10-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie

Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Ministerie van Defensie

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal I.a.a.: de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Ons nummer D 99003105

Datum 4 oktober 1999

Onderwerp Informele bijeenkomst van Navo-ministers van Defensie in Toronto, 21-22 september 1999

Mede met het oog op het algemeen overleg van 10 november a.s. over veiligheidspolitieke onderwerpen, licht ik u graag in over de informele bijeenkomst van de Navo-ministers van Defensie van 21 en 22 september jl. in Toronto (Canada). Tijdens dit informele overleg zijn, zoals gewoonlijk, geen formele besluiten genomen. Omdat de vergadering dit jaar samenviel met de presentatie van de rijksbegroting in de Staten-Generaal, kon ik bij deze bijeenkomst helaas niet aanwezig zijn. Nederland werd vertegenwoordigd door de permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de Navo, de heer Biegman.

Situatie op de Balkan

De ministers stonden in Toronto vanzelfsprekend uitvoerig stil bij de situatie op de Balkan. Dankzij het optreden van de door de Navo-geleide vredesmacht in Kosovo (Kfor) is de situatie in Kosovo in korte tijd sterk verbeterd. Een groot deel van de vluchtelingen is inmiddels teruggekeerd en er is een begin gemaakt met de wederopbouw. Niettemin, zo bleek uit presentaties van de voorzitter van het Militaire Comité, admiraal Venturoni, en de opperbevelhebber van de bondgenootschappelijke strijdkrachten in Europa, generaal Clark, blijft de situatie in de provincie gespannen. Zowel Serviërs als Albanezen maken zich herhaaldelijk schuldig aan geweldplegingen en intimidatie. Generaal Clark deed ook verslag van de met het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) aan de vooravond van de bijeenkomst bereikte overeenkomst over het Kosovo Protection Corps, dat wordt opgenomen in het Unmik-bestuur en onder toezicht van Kfor komt te staan. Verschillende ministers onderstreepten het belang van deze overeenkomst: zij bevordert immers de gedaanteverandering van het UCK van een militaire verzetsorganisatie in een politieke organisatie die zich houdt aan democratische spelregels.

Wat betreft Bosnië-Herzegowina is de militaire situatie stabiel, al blijft een internationale militaire aanwezigheid geboden. De geleidelijke terugkeer van vluchtelingen naar minderheidsgebieden is bemoedigend en moet waar nodig door Sfor worden begeleid. Niettemin blijft het vredesproces in Bosnië-Herzegowina moeizaam verlopen. In dat verband wezen verschillende sprekers op de schadelijke invloed van corrupte overheidsorganen en de wijdvertakte georganiseerde misdaad. Verschillende ministers beklemtoonden voorts dat de nieuwe vredesoperatie in Kosovo geen afbreuk doet aan het belang van de internationale militaire aanwezigheid in Bosnië-Herzegowina.

In het licht van de omvangrijke militaire verplichtingen in Kosovo en Bosnië-Herzegowina onderstreepten verschillende ministers het belang van rationalisatie en doelmatigheid. In dat verband spraken zij onder meer steun uit voor het besluit van de Navo-Raad om Sfor op verantwoorde wijze te reduceren en te herstructureren. Ook moet worden gestreefd naar meer multinationale samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van hoofdkwartieren en logistiek. In de nieuwe structuur van Sfor staat de flexibele inzet van eenheden centraal, wat onder meer betekent dat zij in voorkomend geval buiten het eigen vak moeten optreden.

Wat betreft Kosovo heeft de Nederlandse permanente vertegenwoordiger onder meer de hoop uitgesproken dat de situatie in Orahovac snel en zonder geweld wordt opgelost. Verder gaf hij, samen met de Belgische minister van Defensie, een presentatie over het optreden van de Belgisch-Nederlandse Deployable Air Task Force (DATF) tijdens de Kosovo-crisis, aangezien hieruit was gebleken dat multinationale verbanden in staat zijn effectief en doelmatig te opereren in het kader van crisisbeheersingsoperaties.

DCI en EVDI

De informele bijeenkomst van Navo-ministers was voor het overige voor een belangrijk deel gewijd aan de implementatie van het tijdens de Navo-Top gelanceerde Defence Capabilities Initiative (DCI) en de ontwikkeling van een Europese Veiligheids- en Defensie Identiteit (EVDI). Het DCI moet een belangrijke impuls geven aan de aanpassing van de bondgenootschappelijke strijdkrachten aan de nieuwe veiligheidsomstandigheden. In dat kader is een groot aantal aanbevelingen gedaan, die de bondgenoten de komende tijd moeten uitvoeren of uitwerken. Zij hebben betrekking op de verbetering van het voortzettingsvermogen, de inzetbaarheid, de mobiliteit, de effectiviteit, het overlevingsvermogen en de interoperabiliteit van eenheden. Er wordt naar gestreefd tijdens de ministeriële Navo-vergaderingen van december a.s. de eerste formele besluiten naar aanleiding van deze aanbevelingen te nemen. Verschillende ministers verklaarden overigens dat zij in hun nationale defensieplannen al met de DCI-aanbevelingen rekening houden.

Er bestond brede overeenstemming dat de ervaringen tijdens de Kosovo-crisis het belang van het DCI eens te meer hebben onderstreept. Voorts werd algemeen onderschreven dat de discussie over dit initiatief nauw samenhangt met die over de EVDI. Het DCI biedt de Europese bondgenoten immers de mogelijkheid de krachten te bundelen op terreinen waarop Europa tekortschiet. De ministers waren het erover eens dat volledig aparte Europese militaire structuren politiek en militair onwenselijk en financieel onhaalbaar zijn. Voorts wezen verschillende ministers op het belang van de samenhang van de Navo en, in dat verband, de positie van de Europese Navo-landen die geen lid zijn van de Europese Unie. Om Europese zwaartepunten te kunnen leggen, heeft Nederland gepleit voor intensivering van Europees overleg in het kader van het Navo-planningsproces. Ook hecht Nederland belang aan verbetering van de doelmatigheid van defensiebestedingen en het gebruik van de mogelijkheden tot multinationale financiering.

Rusland, Oekraïne en de partnerschapslanden Tijdens de lunch is gesproken over de Navo-betrekkingen met Rusland en met Oekraïne, en de betrekkingen met partnerschapslanden in het algemeen. Deze blijven zeer belangrijk. De dialoog met Rusland is nog niet volledig hervat. Wel wordt inmiddels in het kader van de Permanente Gemeenschappelijke Raad met Rusland overlegd over de situatie in Kosovo.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

mr. F.H.G. de Grave

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie