Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Conclusies EU Permanent Comite voor Arbeidsmarktvraagstukken

Datum nieuwsfeit: 11-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Standing Committee on Employment : 2. Meeting / Presidency Conclusion

Brussels (11-11-1999) -Nr. 12640/99 (Presse 342)


Brussel, 11 november 1999

12640/99 (Presse 342)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

VERGADERING VAN HET PERMANENT COMITE VOOR ARBEIDSMARKTVRAAGSTUKKEN

Conclusies van het voorzitterschap


1. Het Permanent Comité voor arbeidsmarktvraagstukken, voorgezeten door mevrouw Sinikka Mönkäre, de Finse minister van Arbeid, is vandaag voor de tweede maal sinds zijn hervorming in maart 1999 bijeengekomen. Het comité zorgt ervoor dat er voortdurend een dialoog wordt gevoerd tussen de Raad (in zijn samenstellingen Arbeid en Sociale Zaken en Ecofin), de Commissie en de sociale partners, teneinde de sociale partners in staat te stellen bij te dragen tot de gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie, daarbij rekening houdend met de economische en sociale doelstellingen van de Gemeenschap. De voorzitter van het Comité voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt was eveneens aanwezig.
2. Aan het begin van de vergadering heeft het comité zijn nieuwe reglement van orde aangenomen (zie bijlage I).
3. Het comité besprak het door de Commissie voorgestelde najaarswerkgelegenheidspakket (werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2000, het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid in 1999, aanbevelingen aan de lidstaten).
De Europese werkgelegenheidsstrategie is de weerspiegeling van een krachtige politieke verbintenis om de werkloosheid in Europa te bestrijden. Het is een zeer zichtbaar proces geworden dat al snel door alle betrokkenen over een breed front is aanvaard. De sociale partners spelen een sleutelrol in dit proces door de bijdragen die zij leveren aan het formuleren van werkgelegenheidsrichtsnoeren en de uitvoering ervan op alle niveaus. Het comité toonde zich verheugd over het feit dat de werkgelegenheid in de EU is verbeterd en de werkloosheid is gedaald. Dit moet echter niet leiden tot zelfgenoegzaamheid. Er bestaat nog steeds de noodzaak om binnen alle pijlers van de werkgelegenheidsrichtsnoeren beslissende acties te ondernemen.

4. Het comité tekende aan dat de veranderingen in de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor 2000 tot een minimum beperkt moeten blijven, waarbij de nadruk moet worden gelegd op de consolidering. De leden stemden in met het idee van een herziening halverwege van de werkgelegenheidsrichtsnoeren in het jaar 2000, teneinde de Europese werkgelegenheidsstrategie op basis van de opgedane ervaring aan te passen en te consolideren.
5. De deelnemers onderstreepten ook het belang van synergie tussen de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Zij wezen tevens op het belang van het proces voor de hervorming van de markten voor goederen, diensten en kapitaal.

6. Volgens het comité toont het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 1999 aan dat alle lidstaten vooruitgang boeken bij de uitvoering van de Europese werkgelegenheidsstrategie. Het rapport is kwalitatief hoogwaardig maar het comité benadrukt dat het van belang is verdere inspanningen te doen om goede kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren alsmede vergelijkbare statistische gegevens te ontwikkelen. Dit is zowel voor de vergelijking als voor de evaluatie van de resultaten van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten van cruciaal belang.
7. Binnen de werkgelegenheid doen zich diepgaande veranderingen qua vorm en inhoud voor. De werkgelegenheidsbetrekkingen worden beïnvloed door de behoefte van bedrijven en werknemers aan flexibiliteit en zekerheid. Een betere organisatie van het werk, gebaseerd op vaardigheid, vertrouwen en kwaliteit, evenals op een hoge mate van betrokkenheid van de werknemers, kan een waardevolle bijdrage leveren tot het concurrentievermogen van Europese bedrijven, de verbetering van de kwaliteit van het arbeidsleven en de inzetbaarheid van de arbeidskrachten. Het is van belang dat bij het reorganiseren van het werk op een flexibeler wijze rekening wordt gehouden met de behoeften van zowel werkgevers als werknemers.

8. De sociale partners dragen de hoofdverantwoordelijkheid in het proces van het moderniseren van de organisatie van het werk. Het comité tekende aan dat volgens het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid meer vooruitgang moet worden geboekt bij de verbetering van het aanpassingsvermogen door onder meer beroepsopleiding en modernisering van het contractuele raamwerk. Het comité acht het van essentieel belang om, wanneer deze zaken ter hand worden genomen, zowel op nationaal als op Europees niveau een gunstig klimaat te scheppen.

9. Volgens het comité bieden de aanbevelingen aan de lidstaten een waardevolle steun voor regeringen en de sociale partners bij het opvoeren, op alle niveaus, van het streven naar een betere werkgelegenheid.
10. De sociale partners vestigden de aandacht van het comité op het werk dat zij momenteel verrichten om gezamenlijk de verschillende initiatieven van de sociale partners te analyseren teneinde te achterhalen welke factoren succes opleveren. Zij bevestigden nogmaals bereid te zijn een constructieve rol te spelen in de Europese werkgelegenheidsstrategie. 11. De vertegenwoordigers van de werknemers verklaarden:
- dat de werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten worden aangescherpt en geconsolideerd,

- dat de huidige beoogde benadering veralgemeend moet worden,
- dat de integratie van gelijkheid tussen vrouwen en mannen moet worden geïntensiveerd,


- dat er nieuwe richtsnoeren nodig zijn inzake gezondheid en veiligheid, zwart werk en job rotation,

- dat het belasting- en het uitkeringsstelsel in het algemeen herzien moeten worden, en niet alleen de stelsels die te maken hebben met de arbeidsmarkt.

Voorts benadrukten zij dat hervormingen, gericht op het scheppen van banen, alleen geen oplossing bieden voor alle
werkgelegenheidsproblemen in Europa, maar dat er ook ondersteunende groeibevorderende en werkgelegenheidsvriendelijke macro-economische beleidslijnen noodzakelijk zijn en dat voor het blijvende probleem in Europa van massale werkloosheid zowel meer middelen als een beter beleid noodzakelijk zijn.

12. De werkgeversvertegenwoordigers benadrukten van hun kant de noodzaak van hervormingen van de arbeidsmarkt en onderstreepten de nationale verantwoordelijkheid (subsidiariteitsbeginsel) bij de uitvoering van de werkgelegenheidsstrategie. Bij het implementeren van de vier pijlers zijn maatregelen op lokaal en regionaal niveau van groot belang. Hoewel alle relevante actoren de belangrijke rol erkennen die de openbare arbeidsbureaus spelen in de werking van de arbeidsmarkten, zijn de werkgevers van mening dat ook de nadruk moet vallen op de belangrijke bijdrage die particuliere arbeidsbureaus leveren bij het opsporen van werkgelegenheidsmogelijkheden. De werkgevers maakten zich zorgen over het feit dat de vooruitgang die wordt geboekt bij de uitvoering van de pijler betreffende het ondernemerschap vaart mindert en zij wensen het centrale belang van deze pijler te benadrukken, in het bijzonder de richtlijn betreffende de verlaging van de indirecte arbeidskosten. Tenslotte benadrukten zij dat het werkgelegenheidsbeleid niet mag steunen op gesubsidieerde banen, die de mededinging vervalsen.

13. Het comité zet zich honderd procent in voor het welslagen van de Europese werkgelegenheidsstrategie en voor de resolute toepassing van het hoofdstuk werkgelegenheid van het Verdrag van Amsterdam, teneinde de werkgelegenheid in Europa te doen stijgen.

14. Het Permanent Comité voor arbeidsmarktvraagstukken moet het aangewezen forum zijn voor voortdurende dialoog, voortdurend overleg en raadpleging over deze aangelegenheden.

__________

BIJLAGE I

BESLUIT VAN HET PERMANENT COMITÉ VOOR ARBEIDSMARKTVRAAGSTUKKEN

Reglement van Orde

HET PERMANENT COMITÉ VOOR ARBEIDSMARKTVRAAGSTUKKEN,

Gelet op Besluit 1999/207/EG van de Raad van 9 maart 1999 ter hervorming van het Permanent Comité voor arbeidsmarktvraagstukken en tot intrekking van Besluit 70/532/EEG , inzonderheid op artikel 6,

Overwegende dat de leden van het Permanent Comité voor arbeidsmarktvraagstukken een akkoord hebben bereikt over het onderhavige reglement van orde.

BESLUIT:


1. Het Permanent Comité voor arbeidsmarktvraagstukken, hierna "comité" te noemen, komt bijeen op convocatie van zijn voorzitter. De voorzitter kan een vergadering bijeenroepen op eigen initiatief dan wel op verzoek van de Commissie, het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) of de Unie van Industrie- en Werkgeversfederaties in Europa (UNICE), die zorgen voor de coördinatie van de werknemers- en werkgeversdelegaties in het comité.


2. Uiterlijk één maand vóór elke vergadering deelt de voorzitter de geplande datum mee en stelt hij een ontwerp-agenda op overeenkomstig artikel 4 van Besluit 1999/207/EG, hierna "besluit" te noemen. De ontwerp-agenda wordt toegezonden aan de in artikel 2, lid 2, van het besluit bedoelde leden. Documenten met betrekking tot de agendapunten moeten de leden, zo mogelijk, uiterlijk 15 dagen vóór de datum van de vergadering bereiken.


3. De voorwaarden inzake de toegang tot de vergaderingen en de talenregeling zijn die welke van toepassing zijn op de zittingen van de Raad.

Op verzoek van de coördinatoren van de delegaties der sociale partners kan de voorzitter waarnemers van deze delegaties toelaten, doch niet meer dan 5 personen per delegatie.


4. De voorzitter draagt zorg voor een evenwichtige deelneming van alle partijen die in het comité vertegenwoordigd zijn. Daartoe delen de coördinatoren van de delegaties der sociale partners de voorzitter voor elk agendapunt de naam mee van de als woordvoerder aangewezen personen, overeenkomstig artikel 3, lid 4, van het besluit. Elke andere uiteenzetting tijdens de discussie moet zo mogelijk een specifieke kwestie betreffen.


5. Wanneer het comité het uit hoofde van artikel 2, lid 5, van het besluit dienstig acht in beperkte samenstelling te vergaderen, roept de voorzitter de vergadering bijeen en vergewist hij zich ervan dat de onderscheiden partijen in dit comité evenwichtig vertegenwoordigd zijn.


6. Overeenkomstig de artikelen 4 en 6 van het besluit, wordt de voorzitter voor de voorbereiding van de vergaderingen van het comité en voor het leggen van de contacten met de relevante instanties bijgestaan door een bureau bestaande uit de coördinatoren van de werknemers- en werkgeversdelegaties, alsmede uit een beperkt aantal vertegenwoordigers van de andere partijen in het comité.

De voorzitter brengt aan de leden van het comité verslag uit over de door het bureau gelegde contacten.


7. Het secretariaat van het comité wordt verzorgd door het secretariaat-generaal van de Raad. Het draagt in het bijzonder zorg voor de tijdige verspreiding van de documenten en voorstellen die aan alle leden van het comité ter discussie worden voorgelegd. Het assisteert de voorzitter bij de opstelling van de verslagen van de besprekingen.

De voorschriften inzake de toegang van het publiek tot Raadsdocumenten zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op de conclusies van het comité.

Met het oog op de voorbereiding en organisatie van de vergaderingen legt het secretariaat van het comité passende contacten met het EVV en met de UNICE, die zorgen voor de technische coördinatie van de werknemers- en werkgeversdelegaties in het comité, en met de Commissie.


8. De reiskosten als bedoeld in artikel 5, lid 3, van het besluit worden beperkt tot het in artikel 2, lid 3, van het besluit genoemde aantal vertegenwoordigers van de sociale partners.

Gedaan te Brussel,

het Permanent Comité

voor arbeidsmarktvraagstukken

de Voorzitter

____________________


/newsroom/press/c/12640.NL9.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie