Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage Khadija Arib (PvdA) notaoverleg Zorgnota 2000

Datum nieuwsfeit: 15-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Bijdrage van Khadija Arib aan het notaoverleg Zorgnota 2000

15 november 1999 PvdA

Mijn inbreng bij dit notaoverleg zal vooral geconcentreerd zijn op:


*mijn bezorgdheid over de kwaliteit van de zorg;
*de wachtlijsten en het recht op zorg.
U kunt hieruit opmaken dat de agenda voor het leeuwendeel wordt bepaald door de actualiteit maar de politiek kan ook de agenda bepalen voor de toekomst, met name voor de lange termijn. Vandaar dat ik ook aandacht zal vragen voor preventie bij de jeugd en ouderen.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de wachtlijsten zijn niet het enige probleem in de zorg. Het is enorm schrikken om in de kranten te lezen dat het anno 1999 nog mogelijk is om bejaarden een heel jaar lang te mishandelen zonder dat dit aan het daglicht komt. Ouderen klagen niet, bleek onlangs uit een onderzoek, terwijl minstens 5% van hen mishandeld wordt. Niet alleen in de ouderenzorg maar ook in de gehandicaptenzorg zijn de incidenten schering en inslag. Ik denk hierbij aan een voorbeeld als Hooge Burg in Zwammerdam waar de kwaliteit van de zorg ver onder de maat is. We zijn ernstig bezorgd over de kwaliteit van de zorg in de ouderen- en gehandicaptensector. Het door het ministerie van VWS aangekondigde onderzoek naar mishandeling van ouderen is wat de PvdA betreft pas een begin. We willen van de staatssecretaris dat zij de Inspectie inschakelt. We vragen om een inspectieronde bij alle instellingen in de ouderenzorg en de verstandelijk gehandicaptenzorg. De Inspectie moet hierbij kijken naar de kwaliteit van de zorg en de effectiviteit van de kwaliteitsbewaking in kaart brengen.
Steeds weer blijken de instrumenten om bij misstanden in te grijpen tekort te schieten. Onlangs verscheen een rapport onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar Meurs waarin wordt gepleit voor een integraal toezicht, een wettelijke verankering van de Raad van Toezicht in de gezondheidszorg en het instellen van een speciale kamer voor de zorg bij de rechtbank. De PvdA zou een dergelijke maatregel een grote stap vooruit vinden. Graag de mening van de staatssecretaris over dit rapport en een verslag aan de Kamer over de verdere stappen die zij naar aanleiding van dit advies gaat zetten.

Ik wil het nu hebben over de wachtlijsten en het recht op zorg, keuzemogelijkheden en keuzevrijheid.
Er is extra geld beschikbaar voor de zorg - ruim 1,4 miljard in 2000 waarvan 586 miljoen voor verpleging en verzorging. Er wordt nog veel meer gepraat en gepland. De Zorgnota bulkt van de beleidsvoornemens en voor veel van die voornemens is nu een tijdshorizon vastgesteld. Dat is een vooruitgang ten opzichte van vorig jaar. Wat nog ontbreekt zijn de echte harde resultaten, met name op het gebied van de wachtlijsten. En dat krijgen we nu keihard terug via de rechter die vier mensen op de wachtlijst in het gelijk heeft gesteld. De verzekeraar moet hen de zorg binnen een week leveren.

De staatssecretaris heeft nu een incidentele oplossing voor dit acute probleem gevonden. Het geld komt uit de onderuitputting intensieve thuiszorg en het persoonsgebonden budget. Maar dat neemt niet weg dat voor alle mensen binnen de AWBZ vanaf nu de weg open staat om via de rechter de geïndiceerde zorg af te dwingen. Op zich een goede zaak want het schept duidelijkheid, maar ook omdat het dwingt tot een voortvarende aanpak van de wachtlijsten en met name het veld onder druk zet belangrijke onderdelen van het plan van aanpak wachtlijsten uit te gaan voeren. De vraag is echter of de staatssecretaris en het veld de tijd krijgen die ze hebben afgesproken in de meerjarenafspraken. Als niet alleen iedere geïndiceerde in de thuiszorg maar ook in de verpleeghuiszorg, verstandelijk gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg het recht op zorg onmiddellijk zou gaan opeisen, dan zijn de gevolgen niet te overzien. Hoe gaan de bewindslieden op al deze individuele aanspraken anticiperen? En hoe verhouden deze aanspraken zich tot de meerjarenafspraken? D.w.z. gaan deze aanspraken de meerjarenafspraken niet inhalen? Hoe zien de bewindslieden dit? Waar het ons om gaat is de mensen die zorg nodig hebben ook van zorg te voorzien. Daarom hebben we zeven vragen en voorstellen.

1.Het formuleren van maximaal aanvaardbare wachttijden kan niet langer op zich laten wachten. Voor de thuiszorg is dit nu geregeld; in januari 2000 zijn ze geformuleerd en in juni zijn ze voldoende uitgetest om geïmplementeerd te worden. Toch de vraag wat er tot juni gebeurt. Zolang er geen normen zijn, kunnen immers talloze mensen naar de rechter stappen. En hoe zit het bij de andere sectoren, de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg? We vinden dat de afspraken met het veld over maximaal aanvaardbare wachttijden bespoedigd moeten worden. Wanneer zijn deze te verwachten?

2. Datzelfde geldt voor het regelen van wachtlijstbeheer. Er is nog steeds sprake van gebrek aan coördinatie en afstemming bij de toewijzing van de zorg waardoor mensen onnodig op de wachtlijsten staan. Het wachtlijstbeheer in de verpleging en verzorging wordt pas in 2002 gerealiseerd. Ook hier willen we de termijn vervroegd zien.

3.Voor het betrouwbaar maken van de wachtlijsten worden nog geen termijnen genoemd bij de meerjarenafspraken. Dat vinden we onacceptabel omdat we zo nooit in staat zullen zijn de werkelijke vraag goed in te schatten en daar voldoende financiële middelen tegenover te zetten.

4.We vinden het belangrijk dat voor de korte termijn creatieve ideeën worden gevonden. Hotels, lege ziekenhuisafdelingen, laten we gewoon iets doen aan die wachtlijsten. De regio's moeten op dit punt van elkaar kunnen leren. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit via voorlichting of anderszins gaat gebeuren?

5.Een goede samenwerking tussen ziekenhuizen en AWBZ-zorg is essentieel voor het oplossen van de wachtlijsten. Voor deze ketenzorg worden binnenkort twee experimenten gestart. Ik weet echter dat er nu al minimaal twee regio's zijn die deze zorg al met succes ingevoerd hebben (Gorinchem, Land van Cuijk) en alleen nog wachten op het opheffen van storende regelgeving. Verder weet ik uit werkbezoeken dat er nog zeven andere regio's bereid en geschikt zijn om met ketenzorg te experimenteren. Zijn de minister en de staatssecretaris bereid tot meer dan twee experimenten?

6.Dan zijn er de regio's waar niet zozeer de capaciteit maar het personeelsgebrek de reden is van lange wachtlijsten en -tijden. We vinden dat deze regio's de ruimte moeten krijgen om de extra middelen te verschuiven van volume-uitbreiding naar werkdrukvermindering (meer handen per bed), zodat de zorg aantrekkelijker wordt voor werknemers. Graag de mening van de staatssecretaris.

7.Het opstarten van een opleiding op kwalificatieniveau één wordt algemeen erkend als een manier om de zorg aantrekkelijker te maken. Hoe staat het hiermee? Inmiddels is ook uit de inventarisatie van minister Borst gebleken dat de lonen van de lagere functies in de ouderenzorg achterblijven bij andere sectoren in de gezondheidszorg en al helemaal bij de marktsector. Het is juist deze groep werknemers waar de grote tekorten zijn. Ik wil de bewindslieden vragen voortvarend te gaan werken aan het wegwerken van deze verschillen. Graag reactie op dit punt.

Ik stap over op het recht op keuzemogelijkheden. Mensen hebben recht op keuzemogelijkheden, ook op het terrein van wonen met zorg. We hebben ervoor gekozen om niet tot het scheiden van wonen en zorg over te gaan in bestaande verpleeg- en verzorgingshuizen. Dat neemt niet weg dat we alvast stappen kunnen zetten in het stimuleren van combinaties van wonen en zorg waarbij het zelfstandig wonen voorop staat. In het Regeerakkoord staat dat de mogelijkheden van een tijdelijk stimuleringsfonds zal worden onderzocht. Dat fonds kan dienen om op korte termijn de woningmarkt geschikter te maken voor combinaties van wonen en zorg: voor het 'opplussen' van woningen in de bestaande woningvoorraad. De PvdA wil dat dit fonds er op zeer korte termijn komt. Kan de staatssecretaris alvast een tip van de sluier lichten over dit onderwerp en de termijn van invoering? Overigens heb ik voor het deel dat het ministerie van VWS van het fonds moet financieren nog een tip voor de staatssecretaris: er kan worden geput uit de afroming van de reserves van de intramurale instellingen.

In de zorg gaat het niet alleen om keuzemogelijkheden, maar ook om keuzevrijheid.
Onlangs werd bekend dat patiënten niet van huisarts kunnen veranderen; dit lijkt sterk op kartelvorming. De huisartsen blijken onderling afspraken te maken om niet elkaars patiënten te behandelen. Dit tast de individuele keuze van de patiënt aan. Patiënten hebben het recht om van huisarts te veranderen en huisartsen dienen deze keuze te respecteren en niet tegen te werken. Dit is ook in strijd met de WGBO (Wet op de geneeskundige behandelings-overeenkomst). De Inspectie moet erop toezien dat dit soort praktijken niet plaatsvinden. Graag een reactie van de minister hierop en wat ze hieraan gaat doen?

Mijn volgende onderwerp is het persoonsgebonden budget. Dit krijgt in 2000 10% van de groei in de sector verpleging en verzorging extra. De motie
Van Blerck is hiermee minimaal ingevuld. Voor de PvdA staat nu voorop dat dit bedrag volledig wordt ingezet voor het verminderen van de wachtlijsten in het persoonsgebonden budget. Dit betekent dat we de staatssecretaris vragen wegen te zoeken om de onderuitputting die ontstaat door het te laat toekennen van budgetten door zorgverzekeraars, weer opnieuw in te zetten voor de wachtlijsten.
In dit kader zijn we ook ongerust over de meerjarenafspraak die de reguliere instellingen in 2000 een materiële toeslag belooft boven op de tarieven voor het persoonsgebonden budget. De zorg wordt daardoor duurder waardoor er minder geld is voor de wachtlijsten. We willen van de staatssecretaris weten waaruit die materiële kosten bestaan en op basis van welke argumenten zij vindt dat deze moeten worden vergoed.

Dan het persoonsgebonden budget en de subsidieregeling voor intensieve thuiszorg.
Deze is toegankelijk gemaakt voor budgethouders, in die zin dat ze een beroep kunnen doen op deze regeling als ze meer dan drie uur lijfgebonden zorg per dag nodig hebben. Er is echter iets vreemds aan de hand: er is alleen een recht op zorg in natura. En die mag uitsluitend door de reguliere thuiszorgorganisaties worden geleverd. Voor de budgethouder betekent dit dat er geen keuze meer is. Hij of zij moet doodgewoon bij de reguliere thuiszorg aankloppen. De budgethouder heeft opeens twee hulpverleners in huis: één die tot en met drie uur zorg verleent en zelf is uitgekozen en één die de rest van de zorg levert en niet zelf is verkozen. De PvdA vindt deze situatie onhoudbaar en vindt dat de budgethouders op de korte termijn de ITZ-regeling in budgetvorm moeten kunnen krijgen.

Ik wil ook iets zeggen over de inspraak van patiënten- en consumentenorganisaties.
De PvdA wil dat deze een stevige inbreng krijgen in onze zorg. Voor de korte termijn willen we weten hoe het zit met de betrokkenheid van ouder- en patiëntenorganisaties bij de verdeling van de intensiveringsmiddelen tijdens het maken van de meerjarenafspraken. Ons bereiken geluiden dat ze meer dan eens worden gepasseerd, zelfs bij het bepalen van normen voor maximaal aanvaardbare wachttijden. Voor de langere termijn vragen we een structurele financiering voor de regionale patiënten- en consumentenorganisaties, d.w.z. een toezegging dat deze organisaties ook na afloop van de meerjarenafspraken nog kunnen rekenen op de vanaf 2000 verkregen extra miljoenen.

Mijn laatste punt betreft meer preventie voor de jeugd en ouderen. Om te beginnen de discussie over hepatitis-B. Deze is kort geleden gevoerd naar aanleiding van het incident met de chirurg die een aantal patiënten heeft besmet. Minister Borst heeft als reactie hierop aangekondigd wil alle werkers in de gezondheidszorg op hepatitis-B te laten screenen en inenten. Deze maatregel vindt de PvdA niet voldoende. Steeds meer mensen reizen, de mobiliteit is groter in vergelijking met vroeger. Ook de samenleving is diverse geworden (hepatitis-B komt vooral in Afrika voor). Met name Marokkaanse en Turkse kinderen zijn eerder blootgesteld aan dit virus via bezoeken aan landen van herkomst.
De Gezondheidsraad heeft in 1996 een advies aan de minister uitgebracht waarin naast de risicogroepen benadering Nederland voorbereidingen diende te treffen voor een algemene vaccinatie. Tot op heden heeft de minister zich steeds beperkt tot de risicogroepen, die overigens ook niet allemaal worden bereikt. Deze aanpak lost het probleem van hepatitis-B voor een deel op. Hepatits-B virus is een levensgevaarlijke virus dat zeer besmettelijk is en een gevaar vormt voor de volksgezondheid. Wij beschikken over een uitstekend vaccin die zeer effectief is en bescherming biedt.
Juist met het oog op preventie pleit ik voor een algemene vaccinatie bij kinderen.
Op dit moment wordt een standaardpakket voor zuigelingen ontwikkeld (elk kind dient een aantal keren door een zuigelingenarts op het consultatiebureau te worden gezien en een aantal inentingen te hebben gehad). Ik bepleit voor het opnemen van de vaccinatie tegen hepatitis-B in het standaardpakket.

De aandacht voor preventie bij ouderen wordt met het oog op de vergrijzing steeds actueler. Voor preventie bestaat al een hele infrastructuur van huisartsen, de GGD, thuiszorginstellingen en welzijnsinstellingen. Desondanks blijkt dat ouderen niet genoeg worden voorgelicht en de preventie voor aandoeningen niet voldoende is. Ook blijkt dat ouderen vaak bij verschillende specialisten lopen en dat deze zorg niet is afgestemd. Door de schotten in de zorg is het zorgaanbod voor ouderen vaak onoverzichtelijk en kost het veel moeite om de weg te kunnen vinden en zelf de zorg af te kunnen stemmen op de behoefte. De minister heeft bij de begrotingsbehandeling gezegd met voorstellen te komen voor ouderenadviseurs. Deze zijn er echter al en zijn niets nieuws. Bovendien betreft het hier adviseurs die zich vooral met wonen en welzijn bezig houden. De PvdA pleit ervoor zorgconsulten voor ouderen in te stellen. Het gaat hier om iemand die ouderen psychisch en sociaal ondersteunt en wegwijs maakt en ook kennis over gezondheid heeft. Een zorgconsulent kan ook de huisartsen ondersteunen in hun preventieve taak. Tegelijkertijd kunnen huisartsen van de zorgconsulenten gebruik maken door patiënten naar hen te verwijzen voor taken waar zij niet aan toe komen (b.v. voorlichting over medicijngebruik, praten over verlies van partner enz). Deze functie moet bij het bestaande zorgaanbod aansluiten, waar de huisarts de spil van vormt. Graag een reactie van de bewindslieden hierop.

Over het effect van preventie bij ouderen is weinig bekend. Is het niet mogelijk dat faculteiten in Nederland hier onderzoek naar gaan verrichten. Dan de geriatrie; hiervoor zijn geen financiële middelen beschikbaar. Ook in de Zorgnota wordt hier geen aandacht aan besteed. Met het oog op vergrijzing dienen meer middelen beschikbaar te komen voor onderzoek op dit gebied en voor meer opleidingsplaatsen in de geriatrie. Ook zien we dat er steeds meer een tekort is aan geriaters. Graag een reactie van de minister hoe zij op deze ontwikkelingen gaat anticiperen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie