Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage GPV aan debat over startnota ruimtelijke ordening

Datum nieuwsfeit: 15-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GPV

26 391 Notaoverleg over de startnota ruimtelijke ordening Bijdrage E. van Middelkoop mede namens RPF-fractie 15 november 1999

Inleiding

MdV! De voorbereiding van de Vijfde nota kent al een lang traject. Van een prikkelende, maar ook nogal ongerichte discussie over de scenariostudie Nederland 2030 werken we langzaam naar een pkb-tekst toe. Het wordt nu echt tijd om tot keuzen te komen, keuzen die in de Startnota nog ontbreken. Het gaat om planologische keuzen, die het niveau moeten ontstijgen van slechts een discussie-inbreng van RPD-ers en hun minister.

Ik ga in op keuzen die moeten worden gemaakt met betrekking tot het landelijk gebied, het sturingsvraagstuk, de positie van nationale projecten en de discussie over corridors.

Landelijk gebied

MdV! De indeling van het landelijk gebied in parels, verbeteringsgebieden en basiskwaliteitsgebieden is misschien een aardig woordspelletje, maar niet veel meer dan dat. De grote vraag voor mij is wat dit nieuwe begrippenkader toevoegt aan de reeds bestaande beleidsplannen van VROM, LNV en de provincies. Hoe verhoudt deze gebiedsindeling zich tot het beleid van de VINEX en andere plannen? Mijns inziens is het probleem niet zozeer dat we niet goed onder woorden kunnen brengen wat we in algemene zin met gebieden willen, maar veel meer hoe we die beleidstermen in de praktijk brengen. Het zgn. koersenbeleid uit de VINEX heeft wat dat betreft niet zoveel effect gesorteerd. Welke mogelijkheden ziet de minister om de uitvoering van het plattelandsbeleid een krachtige ruimtelijke impuls te geven?

Overigens vind ik de term basiskwaliteitsgebieden niet zonder gevaar; het lijkt een eufemistische term om de groene schatkist van deze gebieden te kunnen verkwanselen, doordat de aandacht uitgaat naar andere gebieden.

Over open ruimte gesproken, hoe staat het met de uitvoering van de motie Stellingwerf c.s. om in de Vijfde nota beleid te formuleren voor het Noordzeegebied?

Nationale projecten / windmolens

MdV! In de Startnota wordt de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende bestuurslagen aan een heroverweging onderworpen. Op hoofdlijnen kunnen we de gedachtegang in de Startnota volgen, maar duidelijk is dat hier nog veel moet worden uitgewerkt. Welk gebied krijgt welke status? En hoe kan worden voorkomen dat in gebieden met directe rijkssturing het lokale belang ondersneeuwt en dat in de rijksvrije gebieden de middelen ontbreken om te zorgen voor bijvoorbeeld de noodzakelijke infrastructuur?

Ons positieve oordeel betreft in ieder geval de aandacht voor het regionale schaalniveau in de ruimtelijke ordening, vaak letterlijk het juiste midden tussen landelijk en lokaal. Regionale afspraken over bijvoorbeeld de nieuwbouw van woningen of de parkeernormen voor bedrijven bieden nieuwe kansen voor een krachtige ruimtelijke ordening, zonder dat deze krampachtig hoeft te zijn.

Voor de uitwerking van de nieuwe verhoudingen tussen overheden, kan niet worden volstaan met beleidsuitspraken in de Vijfde nota, maar moet ook worden gezorgd voor een nieuwe WRO, een adequaat grondbeleid en een passende verdeling van financiële middelen. Hoe staat het met de planning hieromtrent? Slaagt de minister erin om binnen enkele maanden het fundament voor een passend instrumentarium te storten?

In dit kader wil ik nog op één punt nader ingaan, namelijk de plannen voor een rijksprojectenprocedure. Deze procedure is een noodzakelijke aanvulling op eerdere projectwetgeving, vooral ook omdat de suggestie van willekeur kan worden vermeden, die is ontstaan doordat wetten als de Tracéwet en de wet voor de Vijfde baan Schiphol zich eenzijdig richten op infrastructurele investeringen. Het rijksbeleid moet zich richten op álle zaken van nationaal belang. Een voorwaarde voor een goed werkende rijksprojectenprocedure is wel dat deze een goede inbedding krijgt in de Vijfde nota. Wordt in de Vijfde nota duidelijk gemaakt welke beleidsdoelen onder het kopje nationaal project vallen? Ik heb al vaak de suggestie gehoord om delen van de Ecologische Hoofdstructuur als nationaal project aan te wijzen. Wat is de reactie van de minister daarop?

Aan het wensenlijstje wil ik in ieder geval één zaak toevoegen, namelijk de plaatsing van windmolens. We komen later nog wel te spreken over een nieuw plaatsingsconvenant, de medewerking van gemeenten en de noodzaak van aanwijzingen. Wat ik hier wil agenderen is niet de losse windmolens, maar de toenemende roep om de wat grotere windparken. Wat let de minister om daar in de Vijfde nota een concrete taakstelling voor op te nemen, inclusief het kaartbeeld, om daar vervolgens door middel van de rijksprojectenprocedure uitvoering aan te geven? Graag een duidelijke reactie op dit punt.

Corridors

MdV! Over de corridors is al veel gezegd. Ik wil er nog dit over zeggen. Het corridorconcept is een jaar of vijf geleden in zwang geraakt, met als één van de grootste aanjagers het ministerie van EZ. Ruimte voor economische groei, dat was de basisgedachte. De waarde van een integrale kwaliteit werd daarmee weinig recht gedaan. Als ik de inbreng van onder meer de VROM-raad en de WRR lees en de kritiek van maatschappelijke organisaties en politieke partijen en de reactie van de minister hierop verneem, moet ik toegeven dat we er met elkaar langzamerhand redelijk in zijn geslaagd het begrip uit te kleden en te normeren. We zijn erin geslaagd de wolf schaapskleren aan te trekken. De nadruk ligt weer op de kwaliteit van de bestaande stad. Bovendien zijn multi-modale knooppunten voor goederentransport, stedelijke netwerken met een sterk openbaar vervoer en regionaaleconomische impulsen ook zonder de corridorgedachte wel te realiseren, afhankelijk van de situatie in een regio.

Willen we deze ontwikkeling handen en voeten geven, dan moeten er mijns inziens twee dingen gebeuren:


1. Schrap de corridor als richtinggevend principe! De eigen dynamiek die alleen al in het woord corridor is ingebakken is niet goed. De corridor als ontwikkelingsprincipe is een diffuus begrip, voor velerlei uitleg vatbaar, en leidt de aandacht onnodig af van de doelstelling van vitale steden en de mogelijkheden binnen netwerksteden. Het zou de minister sieren als hij zijn ruimtelijke agenda met heldere, eigen termen inkleedt. Graag een reactie.


2. Formuleer vervolgens heldere criteria voor de mogelijkheid om af te wijken van de beleidslijn om bínnen de steden bouwen. Wat zijn bijvoorbeeld het ambitieniveau voor en de grenzen aan compact bouwen in een bepaalde regio en welke procedurele en inhoudelijke criteria gelden er om buiten het stedelijke gebied te mogen bouwen. Kortom, hoe werkt het doel van selectiviteit ook echt door in de bestemmingsplannen? Legt de minister alleen zijn wensen op tafel, of zoekt hij er ook de instrumenten bij? Zonder een heldere, instrumentele uitwerking zal het de Vijfde nota aan sturingskracht ontbreken.

Tot slot: de stichting Natuur en Milieu doet een aantal suggestie voor de herontwikkeling van reeds bestaande corridors. Wat is de reactie van de minister hierop? En wat is zijn reactie op de suggestie voor het creëren van groene mallen rond steden, om op die manier bebouwingscontouren inhoud en kleur te geven?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie