Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CDA debat begroting Volkshuisvesting

Datum nieuwsfeit: 16-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Begroting Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en het Milieuprogramma 2000 - 2003 (161199)

Begroting Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en het Milieuprogramma 2000 - 2003 (161199)

Den Haag, 16 november 1999

Algemene Inleiding
De oorspronkelijke versie van deze beschouwing begon met een compliment aan de minister vanwege zijn inzet voor het milieubeleid, maar voor wie even doorleest en doordenkt passen daarbij toch nuances. In een groot interview in Trouw van 12 november jl. lijkt de minister nogal eens ander beleid voor te staan dan dat van Paars II, iets dat erg duidelijk aan het licht kwam bij het recente debat over het Waddengas. En wie denkt aan de wijze waarop juist deze minister de bestrijding van de CO2-problematiek ter hand wil nemen, nl. ten dele met behulp van gelden voor de ontwikkelingslanden, krijgt wel sterk reminiscenties aan het optreden van sommige burgemeesters in oorlogstijd..

Het was de CDA-fractie die er vorig jaar bij de VROM-begroting op wees dat de verhouding tussen vrijheid en verantwoordelijkheid uit het lood is geslagen. De vraag van de fractie moet iedereen overal altijd alles kunnen doen wat zij/hij wil? werd en wordt natuurlijk negatief beantwoord, maar pas in deze begroting lijkt de minister de consequenties aan te durven. Weliswaar is er keuzevrijheid maar die wordt beperkt door de gevolgen die de keuze van de ene burger of het ene bedrijf kan hebben voor een ander. In de algemene politieke beschouwingen stelde de fractieleider van het CDA het begrip verantwoordelijkheid centraal en het doet derhalve goed als men in de VROM-begroting direct na de geciteerde passage over die keuzevrijheid leest: Daarom wordt in onze samenleving een beroep gedaan op verantwoordelijkheid (blz. 5), waarmee natuurlijk met name ook gedoeld wordt op individuele verantwoordelijkheid. Vooral hetgeen de minister vervolgens (blz. 6) opmerkt over duurzaamheid is de CDA-fractie uit het hart gegrepen. Ik citeer nogmaals : Duurzaamheid.. betekent dat geen onomkeerbare processen plaatsvinden die schade toebrengen aan mens, milieu of ruimte. Duurzaambeleid gaat zuinig om met ruimte en eindige grondstoffen, is niet schadelijk voor de gezondheid, houdt rekening met de belangen van planten en dieren, gaat uit van het voorzorgbeginsel, trekt geen wissel op de toekomst en legt de prijs voor onze ontwikkeling niet bij anderen. Onmiddellijk in het verlengde hiervan pleit de minister voor tegengaan van verspilling,, hergebruik van materialen en matiging in het energiegebruik.

Een goede meetlat voor dit alles is de zg. ecologische voetafdruk (EV) en begrip dat wederom de CDA-fractie bij de begroting van vorig jaar als eerste introduceerde en dat men nu ook in deze begroting zelf terugvindt (MvT, blz. 16), terwijl onlangs ook de VROM-raad er een advies over uitbracht, getiteld Mondiale duurzaamheid en de ecologische voetafdruk (Advies 016, september 1999). De ecologische voetafdruk geeft, kort gezegd, het ruimtebeslag aan per Nederlander in verhouding tot het wereldgemiddelde. Een Nederlander heeft + 4,7 ha nodig voor zijn huidig consumptieniveau, het gemiddelde per wereldburger is + 1,7 ha. Nederland heeft voor zijn productie en consumptie dus inderdaad ongeveer 3x zoveel ruimte nodig als zijn eigen oppervlak groot is. Dit cijfer gaf de CDA-fractie ook aan bij de vorige begroting.

Een ander belangrijke milieu-indicator is de biodiversiteit (de variatie en rijkdom aan soorten planten en dieren), die in de begroting ook diverse malen aan de orde komt (blz. 6, 19 en 223). Er wordt een biodiversiteitsnota aangekondigd voor het najaar 1999. Dit loopt nu dus het kàn nog. Is de minister in staat hierover duidelijkheid te verschaffen? Uit de Natuurbalans 1999 blijkt dat de soortenrijkdom in Nederland nog steeds afneemt, zij het in een lager tempo dan voorheen. Het uitbrengen van die nota is dus urgent, vooral vanwege het belang zoals ook in de begroting aangeduid, van de doorvertaling van het biodiversiteitsbeleid naar het beleid op het stuk van natuur, milieu, water en ruimtelijke ordening. Het is ook in dit verband dat de CDA-fractie aandacht vraagt voor de landelijke actie die onlangs werd gevoerd door de natuur en milieubeweging onder het motto: Trek de groene grens. Zonder dat het CDA zich deze gedachtegang in al haar consequenties eigen wil maken, onderschrijft de fractie wel dat het wenselijk is duidelijke keuzes te maken waar kan worden gewoond en gewerkt en waar sprake is van natuur. Een vitaal en leefbaar platteland is daarbij evengoed van levensbelang als een duurzame en renderende landbouw.

Ruimtelijke ordening
Juist deze week vond een nota-overleg plaats over de zg. Startnota en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zal in april/mei 2000 zal worden uitgebracht. De CDA-fractie begeeft zich dus niet in uitvoerige beschouwingen over de wenselijke inrichting van ons land. Wel pleit zij voor een duidelijke visie op de basisstructuur. Zo is er aan de noordwest kant de totale Wadden-, kust- en Deltazône terwijl de oost- en zuidflank worden ingenomen door zandgrondgebieden met bekenstelsels. Op de diagonaal van Dollard tot Zwin ligt een parelsnoer van natte natuurgebieden die als wetland van internationale betekenis zijn: de Friese meren, Wieden/Weerribben. Oostvaardersplassen en randmeren, Naardermeer, Utrechts- en Hollands plassengebied, Biesbosch, Markiezaatsmeer, Saeftinghe. En dan is er natuurlijk het rivierengebied. Daar overheen ligt een structuur van steden, dorpen en bedrijventerreinen alsmede de verbindingen daartussen, terwijl nog altijd tweederde van ons areaal bij de landbouw in gebruik is, een functie die mede ten grondslag ligt aan de enorme variatie die ons land landschappelijk kenmerkt. Op basis van een dergelijk macroperspectief dient onze ruimte te worden geordend en ingericht. Een benadering op basis van regios - de Randstad als totaal is daarvan een schoolvoorbeeld, maar ook bijvoorbeeld het noorden des lands verdient daarbij de voorkeur.

Op enkele concrete onderwerpen gaat de CDA-fractie nog nader in.
1. VINEX
Onlangs bezochten wij per fiets de locatie Leidse Rijn (Vleuten-De Meern/Utrecht). Daar is een stad voorzien ter grootte van Delft, die nauw op Utrecht moet aansluiten. Voor de 30.000 nieuwe woningen is + 5% gereed en grote nieuwe wijken zijn in voorbereiding (bouwrijp maken) of in aanbouw. Leidse Rijn is ontworpen als auto-luwe stad, maar de eerste bewoners worden zonder meer de auto ingejaagd, omdat elk adequaat openbaar vervoer ontbreekt. Van het nieuwe Hoogwaardige OV is nog niets te bekennen, evenmin als van de spoorverdubbeling nodig voor de Randstadrail. De nieuwe stations moeten nog volledig worden ontwikkeld en gebouwd. Ook met de aansluiting op de Rijkswegen 2 en 12 is het abominabel gesteld. Het lijkt erop dat het Rijk zijn verplichtingen uit het convenant niet nakomt, dan wel dat de financiering voor deze kostbare openbaarvervoer-projecten domweg ontbreekt. De CDA-fractie is van neming dat op geen enkele VINEX-locatie mag worden gestart met de woningbouw, voordat is aangevangen met de aanleg van de openbaarvervoervoorzieningen. De CDA-fractie pleit er voor om de VINEX-locaties niet geheel vol te bouwen, doch een klein deel van de capaciteit te reserveren bijvoorbeeld via flexibele bestemmingsplannen om die aldus pas later te kunnen invullen als meer zicht bestaat op bepaalde aspecten zoals de sociale cohesie in een wijk of buurt. Die kan dan misschien worden versterkt op basis van nieuwe inzichten.


2. Regionalisatie
Het komt de CDA-fractie voor dat het zwaartepunt van het RO-beleid verschuift van het Rijksniveau naar het provinciaal niveau en vooral ook, via gebiedseigen en gebiedsgerichte benadering en gebiedscontracten naar de regios. Deze tendens naar regionalisering ziet men ook bij de Europese Unie. In de regio kan de eigen identiteit worden beleefd, terwijl op dit niveau, uiteraard getoetst door de provincie (Streekplan), de eigenlijke keuzes voor de inrichting kunnen worden gemaakt, zulks op basis van een goede
verantwoordelijkheidsverdeling naar zo laag mogelijk niveau en zo dicht mogelijk bij de burgers, die daarop ook mogen worden aangesproken. Het Rijk geeft via de Pkbs slechts de nationale kaders en keuzen aan en de toetsingscriteria, o.a. zoals door mijn collega Leers aangegeven bij de behandeling van de Startnota. Leers onderscheidt conserveringsgebieden : door het Rijks aangewezen, beschermde gebieden met bijzondere waarden, waar weinig tot geen ruimte meer is voor uitbreiding van de bebouwing bijvoorbeeld Nationale parken of bepaalde Belvedère-gebieden. Vervolgens balansgebieden, waar ruimte is voor werken en wonen primair voor de eigen bevolking, maar dit wel in balans met natuur en landschappelijke waarden. Bij de inrichting van deze gebieden hebben de provincies het voortouw; hun keuzes worden marginaal door het Rijk getoetst. Ten derde de intensiveringsgebieden met volop ruimte voor wonen en werken, uiteraard met in achtneming van een algemene basismilieukwaliteit. De minister heeft deze benadering met name ook ten aanzien van die balansgebieden bij het Nota-overleg gisteren overgenomen. Voor het platteland is het van levensbelang dat de dorpen en kernen niet per definitie op slot gaan. Voor eigen behoefte en eigen bewoners moet via een contourenbeleid een adequate bouwmogelijkheid blijven bestaan. Ten aanzien van de zg. Nieuwe landgoederen past enige reserve, in die zin dat we ten plattelande niet te veel bouwmogelijkheden moeten creëren voor een vermogende elite. Ter fine van natuurontwikkeling kunnen zulke landgoederen een rol spelen.


3. De fundamentele herziening van de WRO.
Ook hierover is de CDA-fractie nu kort. Het bestemmingsplan als centraal afwegingskader mag niet worden uitgehold. Er dient niet gezocht te worden naar allerlei nieuw instrumentarium, omdat het oude niet zou voldoen hetgeen namelijk onjuist is; het werd domweg niet, onvoldoende of verkeerd gebruikt: zie weer die handhavingsdiscussie. Aan de rechtsbescherming kan niet worden getornd, alleen al uit hoofde van het Europees Verdragsrecht. De enorme stapeling van procedures moet echter worden teruggebracht tot normale proporties. Wat op centraal (Rijks-) niveau facetmatig is afgewogen (en dus niet alleen maar sectoraal), moet één op één doorwerken in lagere planfiguren, waar alleen nog plaats is voor nadere afweging op deelbelangen.

Op de grens van dit betoog dat aanstonds van RO naar milieu verschuift
- de volkshuisvesting wordt afzonderlijk aan de orde gesteld door mijn fractiegenoot Biesheuvel -, maakt de CDA-fractie nog een opmerking van principiële aard. De minister zegt in de M.v.T. terecht: Overheden rijk, provincies, gemeenten en waterschappen die zelf hun eigen regels niet naleven zijn niet geloofwaardig.
Dit heeft ook een internationale kant, zo zegt de minister: Internationaal gezien zou de geloofwaardigheid van Nederland in het geding komen als bijvoorbeeld wel wordt geageerd tegen het kappen van het regenwoud, terwijl het eigen beleid niet is gericht op het behoud van ecologisch waardevolle gebieden in eigen land. Nu wil het geval dat wij in ons land één gebied hebben van mondiale importantie, ecologisch gezien van gelijkwaardige orde als tropisch regenwoud, zij het aan de totaal andere zijde van het ecologsich spectrum en hier geldt nu bij uitstek het Horatiaanse: tua res agitur ofwel Nederland, let op uw zaak. Laten wij nu eindelijk eens volledige duidelijkheid verschaffen over de absolute beschermwaardigheid van de Waddenzee, óók uit hoofde van internationaal verdragsrecht. Zij is habitatrichtlijn- gebied, vogelrichtlijngebied, wetland (conventie van Ramsar) èn beschermd natuurgebied in de zin van onze eigen Natuurbeschermingswet. Kwalificaties als Nationaal landschapspark zijn ook op een deel van het gebied van toepassing. Evengoed als wij de stad prioriteren of het (openbaar) vervoer (HSL, Betuweroute, Schiphol) of allerlei bedrijvigheid (Rotterdam!), of woningbouw op grote schaal (VINEX), en evengoed als wij het platteland vitaal en leefbaar willen houden en kiezen voor een duurzame landbouw, opteren wij voor een aantal gebieden ook voor natuur, voor open ruimte, voor stilte, voor duisternis en dus óók voor de mens.

Milieu
Dit is een basaal terrein - onder het milieu valt ook steeds de natuur te begrijpen, namelijk het niet-levende (bodem, water, lucht, straling, geluid) en het levende in zijn voortdurende samenhang en wisselwerking. Basaal omdat wij, de mens, er onderdeel van uitmaken en er niet zonder kunnen: het is een zaak van puur leven en overleven. Natuur en milieu vormen daarvoor de bron, het fundament, het substraat en de basis. Het zijn bij uitstek goederen en waarden van een collectief karakter: allemans en iedermans bezit dus voor niemand exclusief. In deze gedachtegang past het besef dat we deze goederen (energie, voorraden, grondstoffen) wel mogen gèbruiken, maar niet straffeloos kunnen vèrbruiken.

De M.v.T. geeft op blz. 7-8 een soort ladder van Lansink, alleen is deze nu niet beperkt tot het afval. Preventie eerst, dan Zuinig zijn en hergebruiken en vervolgens Inpassing en aanpassing. In deze reeks en dan meer speciaal als onderdeel van het hoofdstuk Preventie mist de CDA-fractie de zg. de-materialisatie: verlaging van de inzet van primaire grondstoffen (metalen, hout, bouwgrondstoffen). In art. 1.1 tweede lid van de wet milieubeheer staat opgenomen dat onder gevolgen voor het milieu mede (worden) verstaan .. gevolgen die verband houden met het verbruik van energie en grondstoffen, terwijl onder bescherming van het milieu mede (worden) verstaan de zorg van een zuinig gebruik van energie en grondstoffen. Naar de mening van de CDA-fractie kan krachtig en snel worden ingezet op deze dematerialisatie. Om te beginnen moet terstond monitoring op gang worden gebracht naar het verbruik per hoofd in Nederland van bepaalde materialen en de toekomstige te verwachten ontwikkeling van dit verbruik. Er kan worden gewerkt met grondstoffenbalanzen; grondstof-arme productie kan wellicht fiscaal worden gestimuleerd; op een product kunnen bepaalde gegevens omtrent grondstof en energie-inhoud worden vermeld; via het milieuvergunningenbeleid kunnen grondstof-arme productieprocessen worden gestimuleerd (art. 8.8 jo art. 1.1, tweede lid Wm) o.a. via de best technical means en de best available means benadering. Er kan ook veel worden bereikt via consumentenvoorlichting. Met het bedrijfsleven kunnen convenanten worden gesloten, zoals bijvoorbeeld reeds gebeurde ten aanzien van verpakkingen. Een wijziging van de Wet milieubeheer lijkt niet nodig, maar kan anders worden overwogen. In het NMP4 dient afzonderlijk en thematisch aandacht te worden gegeven aan dematerialisatie. Het CDA overweegt op dit punt met een motie te komen.

Ten aanzien van het NMP4 heeft het CDA overigens met instemming kennisgenomen van de concept agendanotitie, getiteld Duurzaamheid en kwaliteit van leven. Naar verluidt is deze geaccordeerd in de RROM als in de zogenaamde poldergroep. De CDA-fractie vertrouwt dat de minister het NMP op basis van deze notitie inhoud zal geven en voorts dat de minister mèt deze fractie van mening is dat dit NMP4 ook door andere departementen dient te worden gedragen en onderschreven, waarbij dan vooral te denken valt aan EZ, LNV en V & W.

Onder de kop hergebruik kan overigens ook voor de ruimtelijke ordening belangrijk beleid worden gevat. Zo kunnen gebieden in de binnenstad en bestaande bedrijventerreinen, o.a via de ISV-middelen, worden geherstructureerd, waarbij men overigens wel over de nodige frictieruimte moet kunnen beschikken. Er zijn voorbeelden bekend dat ze op die wijze duurzaam worden ingericht, terwijl de werkgelegenheid met 50% toenam vergeleken met de oude situatie. Ten plattelande zullen tal van opstallen (men spreekt zelfs van 40.000!) vrijkomen als gevolg van herstructurering. Sanering van bedrijfsgebouwen of een op nieuwe economische dragers gerichte bestemming met name voor de woningen voorkomt leegloop van het platteland. Er dient hier een op behoud en versterking van de kwaliteit van het platteland gericht beleid te worden gevoerd om te voorkomen dat het platteland verder gaat verstenen.

Op het punt van de bodemsanering lijkt de ommezwaai naar functiegericht saneren thans definitief in zicht. De voorstellen van het Milieuprogramma (blz. 116-118) zijn voor de CDA-fractie hoopgevend. Minder is deze fractie te spreken over de sanering van de waterbodems, waar enorme hoeveelheden verontreinigd slib naar de Slufter en andere depots worden afgevoerd, terwijl er heel wat betere methoden bestaan om dit probleem te lijf te gaan. Waarom wordt niet veel meer in samenspraak met het betreffende bedrijfsleven gestreefd naar recycling en immobilisatie van baggerslib met hergebruik o.a. in de wegenbouw van het aldus te verkrijgen milieuvriendelijke materiaal? Dit kan het stortvolume verminderen met wel 85 %, terwijl het de behoefte aan zand (dat een via uiterst moeizaam verlopende ontgrondingen verkregen moet worden) sterk verkleint. Het principe van marktwerking wordt bij de bodemsanering uitdrukkelijk gehanteerd (Vergroten marktdynamiek, blz. 117) en dat kan hier ook. Als er ergens sprake is van een win-win-situatie is het hier. Het CDA overweegt te dezer zake ook een motie.

Ten slotte nog een opmerking over ammoniak- en stankbeleid: om de komende jaren de herstructurering van een aantal landbouwsectoren optimaal te laten verlopen en tevens een reconstructiewet maximaal in te zetten is het noodzakelijk het huidige ammoniak en stankbeleid drastisch te herzien.

Met betrekking tot ammoniak is zowel in het regeerakkoord als in een door de meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen motie van de CDA-fractie vastgelegd dat omschakeling van depositie- naar emissiebeleid vorm moet krijgen. Helaas moeten we constateren dat dit nog steeds niet via wetgeving is gerealiseerd. Het emissiebeleid zal eruit moeten bestaan dat op bedrijfsniveau een maximale emissienorm voor ammoniak wordt bepaald. Indien een bedrijf boven deze norm uitkomt zal het bedrijf middels reducerende technieken de emissie moeten terugbrengen tot de toegestane norm. Middels het alara-principe is dit goed te verwezenlijken.
Kamerlid: P.C.E. van Wijmen

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie