Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad - Volksgezondheid

Datum nieuwsfeit: 18-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2219. Raad - VOLKSGEZONDHEID

Press Release: Brussels (18-11-1999) - Press: 351 - Nr: 12923/99
_________________________________________________________________

12923/99 (Presse 351)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2219e zitting van de Raad


- VOLKSGEZONDHEID -

Brussel, 18 november 1999

Voorzitter :

mevrouw Eva BIAUDET

Minister bij het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid van de Republiek Finland

STRATEGIE VAN DE GEMEENSCHAP OP HET GEBIED VAN DE VOLKSGEZONDHEID

De Raad werd door Commissielid BYRNE op de hoogte gebracht van het voorbereidende werk voor een voorstel voor een actieprogramma inzake volksgezondheid, en van het recentelijk aangenomen vierde verslag over de integratie van de eisen inzake gezondheidsbescherming in alle beleidsmaatregelen van de Gemeenschap. Normaliter zal het voorstel voor het toekomstige actieprogramma tijdens het aanstaande Portugese voorzitterschap aan de Raad worden voorgelegd.

De ministers wisselden van gedachten over het toekomstige volksgezondheidsbeleid op Europees niveau en over de manier waarop artikel 152 van het Verdrag van Amsterdam het best kan worden uitgevoerd door bij alle communautaire beleidsmaatregelen aspecten van de volksgezondheid te betrekken.

In deze context sprak de Raad zijn goedkeuring uit over de plannen van de Commissie voor het actieprogramma, die volgens voorzitter BIAUDET een nieuwe kwalitatieve stap vooruit voor de volksgezondheid in Europa zullen betekenen. De Raad, die hoopt dat het voorstel spoedig zal worden ingediend, wees met name op de behoefte aan ruime samenwerking in deze sector en stemde in met de suggestie van het Commissielid om een Europees Gezondheidsforum op te richten. Er heerste overeenstemming over het feit dat het beoogde hoge beschermingsniveau, naast versterking van de bestaande regelingen, ook de invoering van nieuwe kan vereisen.

De Raad nam onderstaande resolutie aan, ter integratie van de gezondheidbescherming in alle beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap.

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE


1. BENADRUKT dat artikel 152 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorschrijft dat bij de bepaling en uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd dient te worden;

2. MEMOREERT dat in de resolutie van de Raad van 8 juni 1999 over de toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid ( 1) wordt gewezen op de bezorgdheid van de burgers van de Gemeenschap omtrent de risico's voor hun gezondheid en hun verwachtingen ten aanzien van een hoog niveau van gezondheid, op de behoefte aan een hoge mate van zichtbaarheid en transparantie van de activiteiten in de Gemeenschap die met gezondheid verband houden, alsmede op de uitdagingen op volksgezondheidsgebied waarmee de lidstaten en de Europese Unie bij het begin van het nieuwe millennium worden geconfronteerd;
3. ACHT derhalve een grote mate van politieke betrokkenheid noodzakelijk om te waarborgen dat bij het concipiëren en uitvoeren van beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap het aspect van de gezondheidsbescherming altijd wordt meegewogen;
4. SPREEKT ZIJN VOLDOENING UIT over de aanzet tot een interne reorganisatie bij de Commissie, waaruit blijkt hoe belangrijk de volksgezondheid in de Gemeenschap is;

5. NEEMT NOTA van het vierde verslag van de Commissie over de integratie van de eisen inzake gezondheidsbescherming in beleidsmaatregelen van de Gemeenschap;

6. NEEMT NOTA van wat er op nationaal en internationaal niveau is gedaan op het gebied van de beoordeling van gezondheidseffecten en de ervaringen die bij de milieueffectbeoordeling zijn opgedaan;
7. BEVESTIGT dat een hoog niveau van gezondheidsbescherming in de Gemeenschap coördinatie, samenhang en complementariteit in de lidstaten en de Gemeenschapsinstellingen vergt;
8. HERHAALT zijn eerdere verzoeken aan de Commissie aangaande de integratie van gezondheidsbescherming in de beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap, in het bijzonder om


- passende methoden en criteria alsmede een formele regeling vast te stellen voor de evaluatie van de gevolgen van beleidsmaatregelen van de Gemeenschap voor de menselijke gezondheid,
- het effect van beleidsmaatregelen van de Gemeenschap op de menselijke gezondheid vroegtijdig en op transparante wijze te evalueren,

- in haar jaarlijkse werkprogramma alle voorstellen aan te geven die van invloed kunnen zijn op de gezondheidsbescherming,
- in toekomstige rapporten een probleemgerichte benadering te volgen en zich toe te spitsen op kwesties van direct belang, en tevens rekening te houden met de prioriteiten van het nieuwe volksgezondheidsprogramma;


9. VERZOEKT de Commissie voorts

- een strategie uit te werken en passende punten op te nemen in het voorstel voor een actieprogramma inzake volksgezondheid, en zorg te dragen voor passende structuren om de integratie van gezondheidsbescherming in alle beleidsmaatregelen van de Gemeenschap te verwezenlijken;

- de beoordeling van de gezondheidseffecten van beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap verder te ontwikkelen en een netwerk van deskundigen te vormen om methoden, vaardigheden en een gemeenschappelijke terminologie uit te werken voor gebruik op Gemeenschapsniveau;

- vanuit een probleemgerichte benadering passende Gemeenschapsmaatregelen te kiezen om de gezondheidseffecten ervan te beoordelen en op basis daarvan modellen te ontwikkelen voor een bredere toepassing in de beleidsmaatregelen van de Gemeenschap;

10. DRINGT er bij de lidstaten op aan

- gezondheidseffecten in aanmerking te nemen bij de coördinatie van hun eigen beleidsmaatregelen en hun inbreng voor de ontwikkeling van beleidsmaatregelen van de Gemeenschap;

- bij te dragen tot het werk dat in de Gemeenschap in haar geheel wordt verricht door de gezondheidseffecten van beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap op nationaal niveau te beoordelen, en

- de Commissie te informeren over de ontwikkeling van intersectoraal beleid op nationaal niveau, met inbegrip van het effect van beleidsmaatregelen en activiteiten van de Gemeenschap."

BEVORDERING VAN DE GEESTELIJKE GEZONDHEID

De Raad nam de volgende resolutie aan betreffende de bevordering van de geestelijke gezondheid, die een van de prioriteiten was van het Finse voorzitterschap:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,


1. HERINNEREND aan de resolutie van de Raad van 2 juni 1994 betreffende het actiekader van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid ( 2), waarin wordt verklaard dat psychische stoornissen, die een zeer groot aandeel hebben in het ziektecijfer en in de totale uitgaven voor de gezondheidszorg, onverwijld moeten worden onderzocht om aard en omvang vast te stellen van de op Gemeenschapsniveau op te zetten acties ter ondersteuning van de inspanningen van de lidstaten op dit gebied;
2. HERINNEREND aan de mededeling van de Commissie van 16 april 1998 betreffende de ontwikkeling van beleid op volksgezondheidsgebied in de Europese Gemeenschap, waarin de geestelijke gezondheid wordt aangemerkt als een aangelegenheid waarmee in het toekomstige optreden van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid rekening zal moeten worden gehouden;
3. HERINNEREND aan de conclusies van de Raad van 26 november 1998 betreffende een toekomstig actiekader van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid ( 3), waarin wordt verklaard dat de beste resultaten voor de gezondheid van de burgers van de EU waarschijnlijk bereikt worden door het optreden van de Gemeenschap onder andere te richten op de terugdringing van de sterfte- en ziektecijfers die samenhangen met de algemene levensomstandigheden en levenswijzen, ten aanzien van zowel de fysieke als de psychische aspecten;

4. NOTA NEMEND van de resolutie van het Europees Parlement van 9 maart 1999 over de gezondheidstoestand van vrouwen, waarin de Commissie wordt verzocht om de momenteel schaars voorhanden gegevens over de geestelijke gezondheid en geestesziekten te verbeteren en erop te attenderen dat depressiesyndromen adequaat kunnen worden behandeld;

5. NOTA NEMEND van de gezamenlijke vergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie over het evenwicht tussen de geestelijke gezondheidsbevordering en de geestelijke gezondheidszorg, die van 22 tot en met 24 april 1999 te Brussel heeft plaatsgevonden en van de conclusies onder de titel "Geen gezondheid zonder geestelijke gezondheid";
6. IS INGENOMEN met de Europese Conferentie inzake de bevordering van de geestelijke gezondheid en de sociale integratie, die van 11 tot en met 13 oktober 1999 te Tampere is gehouden, waarin het belang werd benadrukt van de geestelijke gezondheid en van de behoefte aan optreden als een onderdeel van de volksgezondheidstrategie van de Gemeenschap;
7. ERKENT dat de geestelijke gezondheid een integrerend deel uitmaakt van de gezondheid;

8. IS VAN MENING dat de geestelijke gezondheid een aanzienlijke bijdrage levert aan de kwaliteit van het leven, aan de sociale integratie en aan een volledige maatschappelijke en economische participatie;

9. BENADRUKT dat psychische problemen en geestesziekten veel voorkomen, de oorzaak van menselijk lijden en van invaliditeit zijn, de mortaliteit doen toenemen en negatieve implicaties voor de economieën hebben;
10. BENADRUKT dat een zwakke geestelijke gezondheid, afgezien van andere factoren, vaak samenhangt met werkloosheid, marginalisering en sociale uitsluiting, dakloosheid en drug- en alcoholmisbruik; 11. ERKENT dat er doeltreffende middelen zijn om de geestelijke gezondheid te bevorderen en psychische problemen en geestesziekten te voorkomen;
12. IS VAN MENING dat het nodig is de waarde en zichtbaarheid van de geestelijke gezondheid te verhogen en een goede geestelijke gezondheid te bevorderen, met name bij kinderen, jongeren, ouderen en op het werk;
13. ACHT het van belang om op het gebied van de geestelijke gezondheid op een gecoördineerde wijze samen te werken met de Wereldgezondheidsorganisatie en andere internationale organisaties;
14. ERKENT de noodzaak om van de bevordering van de geestelijke gezondheid een aandachtspunt te maken in de verhoogde samenwerking met de kandidaat-lidstaten;
15. VERZOEKT de lidstaten:


- aan de geestelijke gezondheid de nodige aandacht te schenken en de bevordering ervan in hun beleid te versterken;
- degelijke gegevens over de geestelijke gezondheid te verzamelen en deze daadwerkelijk aan de overige lidstaten en de Commissie ter beschikking te stellen;

- maatregelen uit te werken en uit te voeren om de geestelijke gezondheid te bevorderen en geestesziekten te voorkomen, alsmede de uitwisseling van goede praktijken en gemeenschappelijke projecten met andere lidstaten te bevorderen;
- het onderzoek en de bevordering van de geestelijke gezondheid te stimuleren en te ondersteunen, met gebruikmaking van de mogelijkheden van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002), aangenomen bij Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 4);

16. VERZOEKT de Commissie:

- zich te beraden over de integratie van de activiteiten inzake geestelijke gezondheid in het toekomstige actieprogramma op het gebied van volksgezondheid, zoals de uitwisseling van informatie en goede praktijken, netwerking;

- binnen het communautair gezondheidsmonitoringssysteem een onderdeel voor de geestelijke gezondheid te ontwikkelen en te implementeren alsmede een verslag over de geestelijke gezondheid op te stellen;

- het effect van de communautaire activiteiten op de geestelijke gezondheid te analyseren, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, jeugdbeleid, sociale zaken en werkgelegenheid;
- in overleg met de lidstaten na te gaan of een voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende de bevordering van de geestelijke gezondheid moet worden uitgewerkt."

BESCHERMING VAN DE VOLKSGEZONDHEID TEGEN DE SCHADELIJKE EFFECTEN VAN HET TABAKSGEBRUIK

De Raad luisterde naar een presentatie van Commissielid BYRNE over een voorstel voor een richtlijn waarbij maatregelen zouden worden aangenomen op het gebied van de vervaardiging, presentatie en verkoop van tabaksproducten en die een versterking inhoudt van de bestaande richtlijnen inzake de etikettering en het teergehalte. Meteen hierna nam de Raad conclusies aan met betrekking tot het verslag van de Commissie betreffende de vooruitgang in verband met de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van het tabaksgebruik, en hield hij een openbaar beleidsdebat over deze kwestie.

Tijdens het openbaar debat, dat voor de media en het publiek toegankelijk was, spraken de lidstaten hun goedkeuring uit over het Commissievoorstel en bespraken zij mogelijke maatregelen op Gemeenschapsniveau die een steun kunnen betekenen voor de aan de gang zijnde nationale inspanningen om het tabaksgebruik te bestrijden en hierbij vooral aandacht te besteden aan jonge mensen. De ministers beklemtoonden dat de EU verantwoordelijkheid draagt in verband met de tabakskwesties op internationaal niveau, dit met name in het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie en gezien de aanstaande start van de onderhandelingen voor een kaderovereenkomst inzake de bestrijding van het tabaksgebruik.

De voorzitter constateerde de wil om vooruitgang te boeken bij de bestrijding van het tabaksgebruik. Er was sprake van acties om jongeren van het roken af te houden, volwassenen te doen stoppen met roken, niet-rokers te beschermen en belastingen op tabak te heffen. De bindende communautaire wetgeving moet worden aangevuld met "zachte" maatregelen en de uitwisseling van positieve en negatieve ervaringen over acties die reeds in deze sector lopen.

Het voorstel van de Commissie om de wetten, voorschriften of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de vervaardiging, presentatie en verkoop van tabaksproducten te harmoniseren en onderling aan te passen, is bedoeld als vervanging voor drie bestaande richtlijnen (89/622/EEG; 90/239/EEG en 92/41/EEG) die respectievelijk handelen over het teergehalte van sigaretten, pruimtabak en de etikettering van tabaksproducten; hiermee wil de Commissie de bestaande bepalingen actualiseren en aanvullen in het licht van nieuwe ontwikkelingen die blijken uit wetenschappelijke feiten, met als uitgangspunt een hoog beschermingsniveau voor de volksgezondheid.

Het voorstel behelst onder meer het volgende:


- met ingang van 31.12.2003 (of 3 jaar vanaf de datum van de aanneming) het teergehalte van sigaretten verder verlagen van 12 tot 10 mg per sigaret, terwijl de Helleense Republiek tot en met 31.12.2006 een afwijking geniet;

- een nieuwe limiet voor het nicotinegehalte van sigaretten instellen. Het nicotinegehalte mag met ingang van 31.12.2003 (of 3 jaar vanaf de datum van de aanneming) niet meer dan 1 mg per sigaret bedragen;

- een nieuwe limiet invoeren voor het koolmonoxidegehalte van sigaretten. Het koolmonoxidegehalte mag met ingang van 31.12.2003 (of 3 jaar vanaf de datum van de aanneming) niet meer dan 10 mg per sigaret bedragen;

- wat de etikettering van sigaretten betreft, blijft de aanduiding van het teer- en nicotinegehalte behouden en wordt het koolmonoxidegehalte hieraan toegevoegd; het wordt momenteel niet haalbaar geacht de aanduiding van het gehalte voor andere tabaksproducten dan sigaretten verplicht te stellen aangezien er geen internationaal erkend meetsysteem voorhanden is;
- voor de waarschuwingen betreffende de gezondheid op tabaksverpakkingen zijn er gedetailleerde drukvereisten bepaald (om waarschuwingen tegen een niet-contrasterende achtergrond te vermijden). De Commissie stelde ook voor om de waarschuwingen groter te maken en de inhoud ervan te veranderen, de aandacht te vestigen op de verbanden tussen roken en bepaalde ziekten, op de bijzondere gevaren van roken voor zwangere vrouwen en op het verslavende karakter van roken;

- additieven mogen slechts aan tabaksproducten worden toegevoegd indien de fabrikanten en de importeurs informatie verstrekken over de soorten additieven, het doel van het gebruik ervan en hun toxiciteit. De fabrikanten en de importeurs moeten aantonen dat die additieven veilig zijn wanneer ze op de juiste manier in hun tabaksproducten worden gebruikt;

- een verbod uitspreken op beschrijvingen zoals "licht", "ultra light", "mild" enz., tenzij zulks uitdrukkelijk wordt toegelaten door de lidstaten, die de Commissie in kennis dienen te stellen van de aan die toelating verbonden voorwaarden. De Raad nam de volgende conclusies aan
:

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,


1. BENADRUKKEND dat artikel 152 van het Verdrag voorschrijft dat bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid wordt verzekerd, en dat derhalve gezondheidsrisico's in overweging moeten worden genomen in alle met tabak verband houdende aangelegenheden, waaronder besluiten op het gebied van de interne markt, belastingen en landbouw;

2. HERINNEREND AAN de resolutie van de Raad van 26 november 1996 betreffende de terugdringing van het roken in de Europese Gemeenschappen ( 5), die een overzicht bevatte van de op dit gebied ondernomen acties, en richtsnoeren voor het toekomstige optreden aangaf;

3. HERINNEREND, naast de Richtlijn "Televisie zonder grenzen" en de richtlijnen betreffende respectievelijk de etikettering en het teergehalte, AAN de aanneming van Richtlijn 98/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten op het gebied van reclame en sponsoring voor tabaksproducten ( 6);

4. HERINNEREND AAN Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad van 30 juni 1992 ( 7), houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak waarbij het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak werd opgericht, en Verordening (EEG) nr. 2427/93 van de Commissie van 1 september 1993 houdende nadere voorschriften voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad wat het Communautair Fonds voor onderzoek en informatie over tabak betreft ( 8);

5. REKENING HOUDEND met de mededeling van de Commissie van 18 december 1996 betreffende de huidige en voorgestelde rol van de Gemeenschap bij de bestrijding van het tabaksgebruik;
6. NEEMT NOTA van het verslag van de Commissie van 8 september 1999 betreffende de vooruitgang in verband met de bescherming van de volksgezondheid tegen de schadelijke effecten van het tabaksgebruik;

7. NEEMT MET GENOEGEN KENNIS van het feit dat de Commissie binnenkort met een voorstel zal komen tot versterking en aanvulling van de bestaande bepalingen van de richtlijnen betreffende de etikettering en de inhoud van tabaksproducten;
8. NEEMT ER NOTA van dat het beleid inzake tabaksbeheersing per lidstaat aanzienlijke verschillen blijft vertonen;
9. IS VAN MENING dat de bestrijding van het tabaksgebruik één van de prioriteiten van het beleid en het optreden van de Gemeenschap en de lidstaten moet zijn;
10. ONDERSTREEPT dat de inspanningen moeten worden gericht op de prioritaire gebieden die in het Commissieverslag worden genoemd, namelijk voorkomen dat men met roken begint, het bijstaan van rokers die met roken willen stoppen, en de bescherming tegen onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook; dat binnen deze actiegebieden bijzondere prioriteit aan jongeren en vrouwen moet worden gegeven;
11. ONDERSTREEPT de noodzaak een algemene strategie te ontwikkelen die de volgende bestanddelen omvat:


- een doeltreffend systeem ter bewaking van het tabaksgebruik, het tabaksbeleid en het effect ervan in de hele Gemeenschap evenals van de uitvoering van de communautaire wetgeving;
- een gecoördineerd gamma van communautaire instrumenten en activiteiten op alle relevante beleidsterreinen;
- verbeterde samenwerking tussen de lidstaten; en
- internationale samenwerking, inzonderheid met de Wereldgezondheidsorganisatie;

12. BENADRUKT in dit verband het belang van de geplande kaderovereenkomst inzake terugdringing van het roken, tot de opstelling waarvan met eenparigheid van stemmen werd besloten op de 52e Vergadering (1999) van de Wereldgezondheidsorganisatie;

13. SPOORT de lidstaten AAN deze algemene strategie actief te steunen met hun maatregelen, en de Commissie regelmatig volledige informatie te verschaffen;

14. VERZOEKT de Commissie om als bijdrage tot de algemene strategie:
- een aanbeveling van de Raad voor te stellen met het oog op de bescherming tegen onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook op openbare plaatsen en op het werk;

- activiteiten tot beperking van het tabaksgebruik te integreren in het toekomstige actieprogramma voor de volksgezondheid, rekening houdend met de resultaten van de evaluaties halverwege;
- de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten over de beste praktijken en de opgedane ervaringen in verband met het terugdringen van het tabaksgebruik te bevorderen;
- ervoor te zorgen dat de middelen voor tabakspreventieacties van het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak effectief worden gebruikt en dat een en ander met de nationale volksgezondheidsautoriteiten wordt gecoördineerd;

- de mogelijkheid na te gaan voor initiatieven die gericht zijn op de bescherming van minderjarigen, waaronder regels inzake verkoopvoorwaarden, verkoop langs elektronische weg (Internet) en verkoopautomaten;

- de samenwerking tussen volksgezondheid en de andere beleidsgebieden, zoals interne markt en landbouw, te versterken, met als doel het waarborgen van een hoog niveau van gezondheidsbescherming op deze gebieden;

- maatregelen in het kader van de belasting op tabak te onderzoeken die ervoor moeten zorgen dat deze daadwerkelijk effect heeft op de terugdringing van het tabaksgebruik en de preventie van fraude en smokkel;

- acties tot terugdringing van het tabaksgebruik in het kader van de samenwerking met de kandidaat-lidstaten te stimuleren;
- mogelijkheden te onderzoeken om maatregelen tot terugdringing van het tabaksgebruik op te nemen in de Nieuwe Transatlantische Agenda en in de samenwerking met Canada op het gebied van volksgezondheid;

15. VERZOEKT de Commissie de ontwikkelingen op dit gebied te volgen, indien nodig nieuwe maatregelen voor te stellen en eens in de twee jaar verslag uit te brengen over het verrichte werk en de geboekte vooruitgang."

RESISTENTIE TEGEN ANTIBIOTICA

De Raad hoorde een uiteenzetting van de Commissie over de risico's van resistentie tegen antibiotica, die wordt veroorzaakt door het wijdverspreide gebruik van antibiotica in de menselijke geneeskunde naast die welke wordt gebruikt in de diergeneeskunde en de dierlijke productie; tevens ontvouwde de Commissievertegenwoordiger de nog op stapel staande of reeds uitgevoerde acties op Gemeenschapsniveau die een zorgvuldiger en adequater gebruik van die stoffen bij de behandeling van mensen moeten bevorderen.

De Raad nam akte van de uiteenzetting van de Commissie en van de acties die het voorzitterschap wenst te ondernemen nu er in juni 1999 een resolutie is aangenomen ten aanzien van "antibiotica-resistentie, een strategie tegen de microbiële dreiging". Het voorzitterschap maakte van de gelegenheid gebruik om de ministers van volksgezondheid mee te delen dat er na het huidige voorbereidende werk in december aan de Raad (Landbouw) conclusies zullen worden voorgelegd die vooral de diergeneeskundige en diervoedingsaspecten zullen belichten.

GEZONDHEIDSVRAAGSTUKKEN BUITEN DE HUIDIGE GRENZEN VAN DE EUROPESE UNIE

Voorzitter BIAUDET hield voor de Raad een uiteenzetting waarin hij betoogde dat bij een volksgezondheidsstrategie voor de Gemeenschap ook de ontwikkelingen buiten de EU-grenzen moeten worden betrokken.

De voorzitter vestigde de aandacht op de kandidaat-lidstaten en herinnerde eraan dat de Raad van 26 oktober 1999 conclusies heeft aangenomen in verband met de gezondheid in de kandidaat-lidstaten en meer samenwerking op het gebied van de volksgezondheid, en dat hierin de gebieden worden genoemd die van cruciaal belang zijn voor sterkere samenwerking inzake volksgezondheid tussen de kandidaat-lidstaten en de Europese Unie en haar lidstaten. De Raad zal de vooruitgang in deze sector op gezette tijden evalueren.

Voorts werd de Raad geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen betreffende de gezondheidskwesties in verband met de noordelijke dimensie en de gemeenschappelijke strategie ten aanzien van Rusland en werd hij het eens over een onderhandelingsstandpunt in het vooruitzicht van de Europees-mediterrane Conferentie van Ministers van Volksgezondheid op 2-3 december 1999 in Montpellier, als onderdeel van het proces van Barcelona. Het ziet er naar uit dat de Conferentie van Montpellier overeenstemming zal bereiken over een verklaring met een reeks praktische uitvoeringsacties ter verbetering van de volksgezondheid en het welzijn en vooral ter bestrijding van overdraagbare ziekten.

SAMENWERKING MET DE WHO

De Raad werd door Commissielid BYRNE geïnformeerd over de laatste contacten met de WHO om de samenwerking op het vlak van gezondheidskwesties te verbeteren en aan te passen aan nieuwe behoeften en uitdagingen.

VOEDSELVEILIGHEID

De Raad luisterde naar een toespraak van Commissielid BYRNE waarin deze de doelstellingen en plannen van diens instelling op het gebied van de voedselveiligheid uiteenzette en reeds een verband legde met het Witboek dat eind 1999 zal worden gepresenteerd. In dit Witboek zal de Commissie een allesomvattende strategie, van boerderij tot tafel, uitzetten en hierbij alle stadia van de voedselproductie bestrijken, naast andere punten, zoals de toegepaste controles, de verantwoordelijkheid van de producenten, een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en veiligheidsprocedures in noodgevallen. Ook zal het Witboek toelichting bieden bij de plannen om eventueel een Europese autoriteit voor de voedselveiligheid op te richten.

FARMACEUTISCHE DOSSIERS

De Raad nam kennis van de vooruitgang die is geboekt bij het overleg over een voorgestelde richtlijn inzake de invoering van goede klinische praktijken bij de uitvoering van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en over een voorstel om de richtlijn betreffende medische hulpmiddelen te wijzigen voor wat de medische hulpmiddelen betreft die stabiele derivaten van menselijk bloed of menselijk plasma bevatten.

Er zij aan herinnerd dat beide voorstellen zijn gebaseerd op artikel 95 van het Verdrag en dus in de Raad (Interne Markt) worden besproken.


_______________

Footnotes:

( 1) PB C 200 van 15.7.1999, blz. 1.

( 2) PB C 165 van 17.6.1994, blz. 1.

( 3) PB C 390 van 15.12.1998, blz. 1.

( 4) PB L 26 van 1.12.1999, blz. 1.

( 5) PB C 374 van 11.12.1996, blz. 4.

( 6) PB L 213 van 30.07.1998, blz. 9.

( 7) PB L 215 van 30.07.1992, blz. 70. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 660/1999 (PB L 83 van 27.3.1999, blz. 10).

( 8) PB L 223 van 02.09.1993, blz. 3. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1620/95 (PB L 154 van 5.7.1995, blz. 12).

_________________________________________________________________

nl/health/12923.NL9.html

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie