Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage algemeen overleg over emancipatiebeleid 2000

Datum nieuwsfeit: 18-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Bijdrage van Jet Bussemaker aan het algemeen overleg over de begrotingsbrief emancipatiebeleid 2000 18 november 1999 PvdA

Algemeen
De nota staat stil bij de vooruitgang die de afgelopen 100 jaar is geboekt. Dat is veel als men bedenkt dat dit de eeuw is van het eerste vrouwelijke kamerlid, de eerste vrouwelijke hoogleraar, burgemeester, directeur, minister etc., de eeuw van de eerste en tweede feministische golf, van vrouwenkiesrecht, afschaffing handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw, van 'baas in eigen buik' en economische zelfstandigheid. En de eeuw waarin de relatie tot werk fundamenteel is veranderd: van noodzaak tot verbod op arbeid naar een stimuleringsbeleid.
Maar behalve vooruitgang is er ook stagnatie: vrouwen verdienen nog steeds 7% minder dan mannen voor dezelfde functies, breken niet door het 'glazen plafond', departementen hebben emancipatiebeleid nog steeds onvoldoende geïntegreerd, vrouwenrechten worden internationaal nog altijd te weinig erkend als mensenrechten, om maar enkele voorbeelden te noemen.
De nota benadrukt te veel de vooruitgang en te weinig de huidige problemen. De nota is ook weinig ambitieus. Het is meer een samenvatting van beleid dat al in gang is gezet. Er is dringend behoefte aan een nieuwe integrale visie op emancipatiebeleid. Sinds het Beleidsplan Emancipatie uit 1985 is er weinig aan echt nieuwe ideeën ontwikkeld (behalve de afspraken in het regeerakkoord over een Kaderwet arbeid en zorg). Sinds het Beleidsplan uit 1985 is er sprake van verschuiving van thema's en strategie, soms onder druk van binnenuit (nationale vrouwenbeweging), soms onder druk van internationale organisaties (vgl. de
EU-verdragen en VN-vrouwenverdrag). Dat blijkt b.v. uit de nota's die sindsdien zijn uitgebracht, zoals het beleidsprogramma Met het oog op 1995 uit 1992 en Emancipatie in uitvoering uit 1995. Maar dat is nog niet genoeg. Er is meer nodig. Nodig is een eigen visie van de overheid op integraal emancipatiebeleid. Nodig is ook een overzicht van concrete en meetbare doelstellingen die de Kamer kan controleren, zodat wij weten waar de overheid vooruitgang boekt en waar niet.
Nu ben ik bang dat de staatssecretaris als antwoord op deze kritiek zal verwijzen naar de Meerjarennota Emancipatie die er aan komt. Daarom ben ik haar vast voor. Ik ben namelijk niet tevreden met de gang van zaken rond deze nota.
Allereerst is het de vraag wanneer deze bij de Kamer zal komen. Eerst zou deze afgelopen zomer bij de Kamer zijn, toen werd het eind 1999 en uit de schriftelijke antwoorden op gestelde vragen leid ik af dat deze op zijn vroegst najaar 2000 als beleidsplan naar de Kamer zal komen. Dat is rijkelijk vaak - te laat naar het idee van mijn fractie. Zo'n beleidsplan moet er mede toe dienen de ambities van het huidige kabinet te formuleren, en wat kan daar nog mee gebeuren in de anderhalf jaar die aan het eind van 2000 nog rest?
De Meerjarennota wordt eerst als 'discussienota' naar diverse adviesorganen gestuurd. Heeft de regering dan zelf geen ideeën en ambities? En waarom worden formeel alleen adviesraden van de overheid geconsulteerd en niet vrouwenorganisaties (E-quality, Vrouwenalliantie, NVR e.d.) alsmede de sociale partners? Kortom: het beeld dat ik krijg is dat het het kabinet ontbreekt aan ambitie. Wat wil het kabinet eigenlijk in de nog resterende periode waar maken? Toch niet alleen 'discussie' (al dan niet met adviesorganen) en 'onderzoek' - het tweede aspect waar de nota bol van staat. Waar kunnen we, anders gezegd, de staatssecretaris straks op afrekenen? Kan de staatssecretaris enkele ambities noemen, buiten het terrein van arbeid en zorg? Mijn probleem is verder vooral dat het beleid te weinig rekening houdt met diversiteit. Ik zie dat vooralsnog ook niet terug in de genoemde thema's die centraal komen te staan in de Meerjarennota. Mijn fractie is van mening dat onze enige zorg niet moet zijn dat vrouwen in middenhoge posities niet doorstromen naar topfuncties (hoe belangrijk op zich ook), maar ook dat er een nieuwe diensteneconomie aan de onderkant van de samenleving ontstaat waarin vooral vrouwen werken. Onze zorg moet ook zijn aandacht voor etnische verschillen: die komen nauwelijks aan bod, en ontbreken ook grotendeels in beleid van andere departementen (GSI, BZK etc.). Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou daar het voortouw moeten nemen door emancipatie meer te verbinden aan multiculturaliteit, b.v. door meer aandacht te besteden aan Marokkaanse en Turkse meisjes, o.a. in het samenwerkingsproject met de minister van Grote Stedenbeleid over 'Jonge generaties in de 21e eeuw' waar meisjes nu nauwelijks voorkomen. Ook de aandacht voor mannen is minimaal. Terwijl onderzoek keer op keer uitwijst dat het beleid zich daar meer op zou moeten richten.
Kortom, mijn fractie is kritisch over de voortgang en invulling van beleid. Wij willen de staatssecretaris graag aansporen tot meer daadkracht. We hebben niet voor niets een aparte staatssecretaris!

Integratie, coherentie en 'mainstreaming'
Veel onderwerpen op het terrein van emancipatiebeleid worden in samenwerking met andere departementen uitgevoerd. In theorie een mooie constructie maar in de praktijk vlot het allemaal niet. Dus:


*Wanneer komt nu eindelijk de rapporteur vrouwenhandel? De procedure is in gang gezet maar wanneer is die klaar? Graag niet simpelweg doorverwijzen naar Justitie. Immers, Sociale Zaken en Werkgelegenheid levert een belangrijk deel van de financiering voor deze rapporteur, dus daar ligt ook een verantwoordingsplicht.


*Wat is de stand van zaken ten aanzien van de motie Bussemaker c.s. die vraagt op concrete meetpunten om integratie van emancipatiebeleid bij andere departementen te verbeteren ('mainstreaming')? Spoed is nodig omdat de departementen in het voorjaar conform RA moeten rapporteren over uitvoering Actieplan Emancipatietaakstellingen Departementen. Het antwoord van de staatssecretaris op schriftelijke vragen voldoet in deze niet. Immers, zij verwijst naar een brief die naar de departementen is gestuurd om de taakstellingen te voorzien van concrete en meetbare doelen. Maar de motie vroeg om meer dan dat. De motie verzocht de regering concrete meetpunten op te stellen om tot verbetering van 'mainstreaming' te komen en deze aan alle departementen toe te zenden Zijn die er dan al en al gestuurd naar alle departementen?


* Er komt in dit kader een zgn. 'auditcommissie' maar hun taak was tot nu toe vaag. Ik begrijp uit de schriftelijke antwoorden dat die zich gaat richten op `good practices' om succes- en faalfactoren in kaart te brengen. Maar ligt het ook daar niet voor de hand dat die commissie al lang was ingesteld en aan de slag was? Ik heb namelijk steeds begrepen dat zo'n auditcommissie ook een taak zou hebben bij het in kaart brengen van de voortgang van de uitvoering van de taakstellingen. Dat lijkt mij op zich ook logisch. Ligt het daarbij ook niet voor de hand Tecena (tijdelijke commissie adviesinstellingen) of een andere onafhankelijke commissie hier een rol in te geven? We beginnen anders steeds opnieuw. Er is al veel deskundigheid verloren gegaan bij de opheffing van de Emancipatieraad. Vermeden moet worden dat dat straks bij Tecena ook gebeurt.


* Hoe zit het met het beloofde informatiepunt ten aanzien van het VN-Vrouwenverdrag? Nu is sprake van een onderzoek. Dat moet toch sneller kunnen. Het CWI spreekt echter al over vertraging. Klopt dat? Het CWI formuleert in een brief een aantal activiteiten die onder de steunfunctie zouden vallen. Dat is dus meer dan een informatiefunctie. Ik deel deze in grote lijnen en wil vooral het belang van ondersteuning bij de toepassing van het protocol individueel klachtrecht noemen. Daarnaast lijkt mij ook bekendheid geven aan beleidsmakers c.q. ambtenaren over het VN-vrouwenverdrag van groot belang. Kortom, wat is de stand van zaken in deze en hoe kan de voortgang bevorderd worden?

Diversiteit en emancipatie

* De emancipatieondersteuningsstructuur lijkt na veel veranderingen in de afgelopen kabinetsperiode meer op orde. Maar te veel activiteiten lijken gericht op de bovenkant van de samenleving (b.v. Opportunity in bedrijf en Toplink) en te weinig op de onderkant. Wordt het geen tijd meer te investeren in meer integraal 'diversiteitsbeleid'? In het regeringsbeleid vallen allochtone vrouwen vaak tussen wal en schip van het emancipatiebeleid en het minderheden- en integratiebeleid. Hoe denkt de regering dit te verbeteren? Wellicht door een nieuw vrouwen- en minderheden (VEM-)project op te zetten dat eerder in 1992 is afgesloten? Overigens, hoe zit het met het VEM-bureau werkgelegenheid dat nog enige tijd heeft gefunctioneerd? Hoe denkt de staatssecretaris in meer algemene zin invulling te geven aan gender en etniciteitsbeleid?

Emancipatie Effect rapportage (EER)

* Een evaluatieonderzoek naar de werking van de EER wijst uit dat het instrument op zich goed is maar vaak te laat in het beleidsvormingsproces wordt uitgevoerd, zodat resultaten niet meer verwerkt worden in beleidsvoornemens van het ministerie zelf maar alleen nog via inbreng vanuit de Tweede Kamer. Zie b.v. als recent voorbeeld de EER over het Belastingplan. Tot nu toe hebben EER's nooit tot substantiële wijzigingen of concrete voorstellen daartoe in de Kamer geleid. Om beleidsmakers te attenderen op de mogelijkheden van de EER wordt nu een handleiding voor opdrachtgevers geschreven. Belangrijker nog dan praktische aanwijzingen is het tijdstip waarop een EER wordt uitgevoerd. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de regering maar zeker ook voor de Kamer. Wat doet de regering op dit vlak?


* De regering wil veel aandacht besteden aan 'het glazen plafond'. De concrete voornemens beperken zich echter vooral tot onderzoek en conferenties. Hoe wordt het 'glazen plafond' bij de overheid zelf in samenwerking met Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangepakt? Is de regering bereid dit punt te agenderen voor het voorjaarsoverleg met sociale partners? Of om convenanten te sluiten met sectoren? Wat zijn de resultaten van Toplink en Opportunity in bedrijf tot nu toe? Veel belemmeringen voor doorstroming liggen in werktijden: hoe denkt de staatssecretaris in dit verband over wijzigingen in de Arbeidstijdenwet en een vierdaagse werkweek?

Gelijke beloning
Dat thema is al aan de orde geweest bij de bespreking over de Sociale Raad. Wij riepen de bewindslieden toen op dat met kracht op de Europese agenda te zetten. Maar ook binnen Nederland valt er veel te verbeteren. Binnen Europa doet Nederland het slecht. Bijna nergens zijn de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen zo groot. De afgelopen 30 jaar zijn ze binnen Nederland ook niet kleiner geworden. De loonkloof wordt zelfs groter in hogere functies. En die functies ontbreken in rapporten van de Arbeidsinspectie. Op dit terrein is meer daadkracht nodig:


- door de Arbeidsinspectie regelmatig onderzoek te laten doen naar inkomensverschillen binnen alle functies;


- het onderzoek naar discriminatie binnen functiewaarderingssystemen snel af te ronden. Wanneer komt dit?


- de Wet gelijke behandeling aan te passen ten aanzien van de paragraaf gelijk loon;


- dit thema te agenderen voor het komende voorjaarsoverleg, om met sociale partners te overleggen wat er te verbeteren valt.

Dagindeling
Daar kom ik graag bij een andere gelegenheid uitgebreider op terug. Eén vraag voor nu: de uitgaven genoemd op pagina 2. Zijn die alleen voor 1999 en 2000? Kunnen na 2000 ook nog projecten worden ingediend? Ik maak me nog zorgen over de doorwerking van de projecten. Dat moet meer dan `best practices' opleveren maar ook input voor beleid: lokaal, regionaal of nationaal.

Beijing
Ook hier is sprake van vertraging. Kan iets ook gewoon op tijd? Bovendien: hoe zit het met de samenwerking met NGO's en in het bijzonder vrouwenorganisaties? Meer organisaties dan DCE en E-quality dienen bij 'Beijing' betrokken te worden! Ook hier geldt bovendien dat de instrumenten zich sterk beperken tot onderzoek, voorlichting en het instellen van commissies. Waar blijft de grote lijn en omzetting in 'hardere' beleidsinstrumenten zoals wetgeving? Voor 'Beijing' is het onvoldoende als alleen het bestaande beleid wordt omgezet in een rapportage: het zou aan moeten zetten tot een extra impuls en nieuwe initiatieven. Daarmee ben ik terug bij het begin: meer ambitie en meer daadkracht is nodig. Anders verzandt het emancipatiebeleid in vage noties. En dat kan niet de bedoeling zijn.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie