Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Terbeschikkingstelling werknemers voor dienstverelning

Datum nieuwsfeit: 18-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

1836. Raad - ARBEID EN SOCIALE ZAKEN
Go Back INDEX

Brussels (27-03-1995) -Nr. 5961/95 (Presse 94)


TERBESCHIKKINGSTELLING VAN WERKNEMERS

Aan de hand van compromisvoorstellen van het Voorzitterschap heeft de Raad gesproken over het voorstel voor een richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers in het kader van dienstverlening.

Het debat ging vooral over :


- toepassingsgebied van de richtlijn ;


- het al dan niet volledige karakter van de lijst van arbeidsvoorwaarden en omstandigheden waarop de richtlijn betrekking heeft ;


- de bevoegdheid bij terbeschikkingstellingen van minder dan een maand de bepalingen van de richtlijn betreffende het minimumaantal betaalde vakantiedagen aan de minimumlonen niet toe te passen.

De Raad gaf het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opdracht de besprekingen in het licht van dit debat voort te zetten om in de zitting van 29 juni 1995 tot een besluit te komen.

PROGRAMMA TER BESTRIJDING VAN SOCIALE UITSLUITING

De Raad constateerde dat veertien delegaties positief tegenover het programma staan, terwijl één delegatie vasthoudt aan haar algemeen voorbehoud. Hij heeft voorts akte genomen van het voornemen van de Commissie binnenkort haar verslag over het voorgaande programma (Armoede 3) in te dienen.

De Raad gaf het Comité van Permanente Vertegenwoordigers opdracht de werkzaamheden mede in het licht van dit verslag van de Commissie voort te zetten en in de zitting van 29 juni 1995 verslag uit te brengen.

EVENWICHTIGE DEELNEMING VAN VROUWEN EN MANNEN AAN DE BESLUITVORMING

De Raad heeft op initiatief van het Voorzitterschap de volgende resolutie aangenomen :

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

overwegende dat de Commissie in haar derde actieprogramma op middellange termijn inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen (1991-1995) zich ertoe heeft verbonden communautaire acties op te zetten op een nieuw sleutelgebied dat betrekking heeft op de deelneming van vrouwen aan het besluitvormingsproces op alle niveaus van de samenleving ten einde de maatschappelijke positie van de vrouw te verbeteren ;

overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 21 mei 1991 () zijn steun heeft toegezegd aan de algemene doelstelling van dit derde actieprogramma en de Lid-Staten heeft verzocht maatregelen gericht op het "bevorderen van de deelneming van vrouwen aan het besluitvormingsproces in het openbare, economische en sociale leven" te stimuleren ;

overwegende dat de Raad de sociale partners heeft uitgenodigd "de nodige maatregelen te treffen waardoor de vertegenwoordiging van vrouwen in de besluitvormende instanties actief wordt bevorderd" ;

overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 11 februari 1994 betreffende vrouwen in besluitvormende organen de Lid-Staten verzoekt specifieke acties op dit gebied te ondernemen ;

overwegende dat de Europese Conferentie van vrouwelijke Ministers van de Lid-Staten van de Raad van Europa (Brussel, 7 maart 1994) in haar beginselverklaring de wens te kennen heeft gegeven om te komen tot een daadwerkelijke gelijkheid tussen man en vrouw in het Europa van morgen ;

overwegende dat de eerste Europese Conferentie "Vrouwen aan de macht" (Athene, 23 november 1992) met name benadrukt dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen op besluitvormingsposten verhindert dat met de belangen en behoeften van de gehele bevolking ten volle rekening wordt gehouden,


1. STELT :

a) dat de doelstelling van de evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming en de gedeelde verantwoordelijkheid tussen vrouwen en mannen in alle levenssferen een belangrijke voorwaarde is om te komen tot gelijkheid tussen vrouwen en mannen ;

b) dat het noodzakelijk is al het mogelijke te doen om de structuur en attitude-wijzigingen tot stand te brengen die nodig zijn voor echt gelijke toegang van mannen en vrouwen tot de besluitvormingsposten op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied ;


2. VERZOEKT de Lid-Staten :

a) de evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming te bevorderen als een van de prioritaire doelstellingen in het kader van hun praktijk op het gebied van gelijke kansen van mannen en vrouwen en deze doelstelling als zodanig in hun regeringsprogramma op te nemen ;

b) een alomvattende en geïntegreerde strategie te ontwikkelen ter bevordering van een evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming, hetgeen de ruime waaier van hierna volgende maatregelen omvat, en hierbij rekening te houden met de keuzes en de beste methoden die in de diverse Lid-Staten worden gevolgd :

i) regelmatig een cijfermatig overzicht te maken en uit te geven van de deelneming van vrouwen aan de besluitvorming op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied, ten einde de feitelijke situatie goed te leren kennen en bewustwording te bevorderen ;

ii) maatregelen te ontwikkelen om de nongouvernementele organisaties in het algemeen en in het bijzonder de groepen die zich in het veld actief voor dat doel inzetten, aan te sporen en te steunen ;

iii) het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied te steunen ten einde de ontwikkeling van nieuwe ideeën en concepten mogelijk te maken ;

iv) op gezette tijden voorlichtings en bewustmakingscampagnes uit te werken, op te zetten en te bevorderen, ten einde stof te leveren voor het publiek debat en ter ontwikkeling van de mentaliteit, zowel van de bevolking in het algemeen als van specifieke doelgroepen ;

v) initiatieven uit te lokken en te begeleiden die een voorbeeld vormen en de weg openen op de diverse gebieden van de besluitvorming, en daarna programma's te ontwikkelen om doeltreffende acties te veralgemenen ;

vi) een passend kader te ontwikkelen dat, in voorkomend geval, specifieke maatregelen omvat en dat een evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied bevordert ;


3. NODIGT de instellingen en organen van de Europese Gemeenschappen UIT :

a) als werkgever en op basis van een balans maatregelen ten uitvoer te leggen die een evenwichtige aanwerving van vrouwen en mannen bevorderen en het onder andere door acties tot stimulering en opleiding mogelijk maken te komen tot een evenwichtige deelneming aan functies die met de besluitvorming verband houden ;

b) de resultaten ervan op gezette tijden te evalueren en te zorgen voor de bekendmaking daarvan ;


4. NODIGT de Commissie UIT :

a) haar inspanningen inzake informatie, bewustmaking, aanmoediging van onderzoek en het opzetten van modelacties op te voeren ten einde de evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming te verwezenlijken ;

b) - in haar vierde actieprogramma inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen rekening te houden met deze resolutie ;


- met inachtneming van dat vierde actieprogramma een aan de Raad voor te leggen ontwerp-aanbeveling op te stellen inzake de bevordering van een evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen aan de besluitvorming ;

c) ervoor te zorgen dat de Lid-Staten op gezette tijden op de hoogte worden gebracht van de op dit gebied geboekte vooruitgang ;


5. VERZOEKT de sociale partners hun inspanningen te intensiveren om te zorgen voor een evenwichtige deelneming van vrouwen en mannen in de besluitvormingsinstanties ;


6. HERINNERT AAN DE in het verleden in de Raad betreffende de thema's van deze resolutie gevoerde besprekingen en genomen initiatieven ;


7. VERBINDT ZICH ERTOE op gezette tijden te debatteren over de thema's van deze resolutie.

OMZETTING EN DE TOEPASSING VAN DE COMMUNAUTAIRE SOCIALE WETGEVING

De Raad heeft op initiatief van het Voorzitterschap de volgende resolutie aangenomen :

"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

gezien de conclusies van de Raad van 21 december 1992 betreffende de daadwerkelijke tenuitvoerlegging en toepassing van de communautaire wetgeving op sociaal gebied (),

overwegende dat er reeds een omvangrijk geheel van communautaire voorschriften op sociaal gebied bestaat, met name inzake veiligheid en gezondheid op het werk ;

overwegende dat het van wezenlijk belang is dat iedere Lid-Staat de op deze Lid-Staat van toepassing zijnde communautaire wetgeving binnen de voorgeschreven termijnen integraal en getrouw in nationale wetgeving omzet ;

overwegende dat het ook van wezenlijk belang is dat de Lid-Staten maatregelen treffen opdat de nationale wetgeving waarin de communautaire wetgeving is omgezet, daadwerkelijk wordt toegepast ;

overwegende dat het van wezenlijk belang is dat de burgers van de Unie het recht hebben zich, voor wat hen betreft, te beroepen op de communautaire wetgeving ; dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft verklaard dat de nationale rechtbanken de nationale wetgeving waarin de communautaire richtlijnen zijn omgezet, moeten interpreteren in het licht van die richtlijnen ;

overwegende dat de door de Lid-Staten in communautair verband aangegane verbintenissen alleen zin krijgen door de omzetting van de richtlijnen in de nationale wetgeving van ieder van de Lid-Staten, en dat bij ontbreken van een integrale en getrouwe omzetting het bestaan zelf van een Europese sociale ruimte in het geding kan komen ;

overwegende dat de redactionele kwaliteit van de communautaire wetgeving, waarvoor de Raad in zijn resolutie van 8 juni 1993 () richtsnoeren heeft vastgesteld, alsmede het gebruik van samenhangende juridische bepalingen en voldoende lange termijnen voor de omzetting zullen bijdragen tot de correcte omzetting en de doeltreffende toepassing van de communautaire wetgeving ;

overwegende dat de Lid-Staten moeten toezien op de volledige en daadwerkelijke toepassing van de regelgeving van de Gemeenschap op sociaal gebied ;

overwegende dat volgens het Witboek van de Commissie "Europees sociaal beleid : Toekomstige acties voor de Unie", en met name hoofdstuk X, van wezenlijk belang wordt geacht dat de communautaire sociale wetgeving in iedere Lid-Staat naar behoren wordt uitgevoerd, wil zij werkelijk effect kunnen sorteren op de situatie van individuele personen in Europa,

I. ONDERSTREEPT DE VOLGENDE BEGINSELEN :


1. Het is onontbeerlijk dat de communautaire sociale wetgeving voor de burgers een tastbare realiteit wordt.

Deze doelstelling zal pas worden bereikt, wanneer de bepalingen van de communautaire sociale wetgeving in alle Lid-Staten even doeltreffend worden toegepast en, wat de richtlijnen betreft, getrouw worden omgezet.


2. Overeenkomstig het Verdrag heeft de Commissie tot taak toe te zien op de integrale omzetting van de communautaire wetgeving door de Lid-Staten, die de toepassing van deze wetgeving moeten garanderen door de passende vorm en de passende middelen te kiezen om hun verplichtingen na te komen.

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarborgt dat de communautaire wetgeving wordt geëerbiedigd ;

II. VERZOEKT DE COMMISSIE :


3. De omzetting en toepassing door de Lid-Staten van de gehele communautaire sociale wetgeving te vergemakkelijken, met name door :

a) vanaf de voorstelfase de voorafgaande effectstudies inhoudelijk te verrijken, met name, voor zover mogelijk, wat de informatie over de bestaande nationale en communautaire bepalingen betreft en wat de evaluatie van de gevolgen voor de werkgelegenheid en het midden en kleinbedrijf betreft ;

b) voldoende lange omzettingstermijnen voor te stellen.


4. Haar regeling inzake raadpleging van met name de sociale partners te handhaven en uit te bouwen :

a) raadpleging van de sociale partners op communautair niveau verschaft de communautaire sociale wetgeving een betere grondslag en moet dus worden uitgebreid ;

b) de richtlijnen zouden voorts de gelegenheid moeten bieden om, telkens als dit mogelijk is, de sociale partners overeenkomstig de nationale wetten en praktijken bij de omzetting van de communautaire sociale wetgeving te betrekken, via op nationaal niveau afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten of akkoorden ; de Lid-Staten hebben niettemin de taak om alle nodige maatregelen te treffen teneinde de door de betrokken richtlijn voorgeschreven resultaten te allen tijde te kunnen garanderen ;

c) de betrokken comités zal in voorkomend geval worden verzocht binnen het strikte kader van hun bevoegdheden een bijdrage te leveren aan het opstellen van documenten ter evaluatie van de tenuitvoerlegging van de richtlijnen ;


5. Met betrekking tot de evaluatie van beroepsrisico's, die een relevante indicator oplevert inzake het resultaat van de maatregelen die getroffen zijn om de veiligheid en de gezondheid op het werk te verbeteren, te trachten :


- de aan de gang zijnde harmonisatie van de arbeidsongevallenstatistieken tot een goed einde te brengen en


- in overleg met de Lid-Staten de beschikbare gegevens over beroepsziekten te verbeteren ;


6. Op basis van door de Lid-Staten verstrekte gegevens de informatie omtrent de tenuitvoerlegging van de bestaande richtlijnen te verbeteren door per richtlijn, op gezette tijden, overzichtstabellen te publiceren van de omzettingen in de nationale wetgeving van iedere Lid-Staat, waarin de door de Lid-Staten gemelde maatregelen worden overgenomen ;

III. VERZOEKT DE LID-STATEN :


7. a) In het kader van de transparantie, als waarborg voor de samenhang van de Unie, de Commissie relevante gegevens ter beschikking te stellen over de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de communautaire sociale wetgeving aan de hand van de in de punten 6 en 9 bedoelde documenten en tabellen.

De Commissie kan deze informatie in het kader van haar gebruikelijke verslagen ter kennis brengen van het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's zodat deze op de hoogte zijn van de tenuitvoerlegging van de communautaire sociale wetgeving ;

b) de actieve deelneming van de sociale partners aan de tenuitvoerlegging van de communautaire sociale wetgeving op nationaal niveau op de in elke Lid-Staat gebruikelijke wijze te stimuleren ;

IV. VERZOEKT DE LID-STATEN EN DE COMMISSIE :


8. Voorstellen te doen voor samenwerkingsverbanden om gegevens te verzamelen en te verspreiden over de vorderingen met en de problemen bij de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving in iedere Lid-Staat, zulks onder andere door toedoen van het Comité van hoge arbeidsinspecteurs in het kader van zijn bevoegdheden ;


9. De informatie over de tenuitvoerlegging van de bestaande richtlijnen te verbeteren door voor iedere richtlijn een document op te stellen met, in voorkomend geval, de relevante indicatoren.

Dit document, waarin de ervaringen van de Lid-Staten en/of de moeilijkheden die zij bij de toepassing ondervinden, zijn opgenomen, zal het mogelijk maken het effect van de richtlijn en/of de eventuele moeilijkheden bij de toepassing ervan te meten ;

V. VERBINDT ZICH ERTOE :

10. Regelmatig en met name aan de hand van de in de punten 6 en 9 bedoelde documenten en tabellen een bespreking over de omzetting van de richtlijnen te houden, onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op het gebied van toezicht.

11. In het kader van het beraad dat nodig is om lering te trekken uit de tenuitvoerlegging van de communautaire sociale wetgeving, het overleg met de sociale partners op communautair niveau te stimuleren."

MEMORANDUM VAN HET VOORZITTERSCHAP INZAKE DE SOCIALE DIMENSIE VAN HET INTERNATIONALE HANDELSVERKEER

Op basis van een memorandum van het Voorzitterschap heeft de Raad een beleidsdebat over de sociale dimensie van het internationale handelsverkeer gehouden.

Aan het slot daarvan heeft de Voorzitter van de Raad onder eigen verantwoordelijkheid de volgende conclusies getrokken :

"Ik heb de indruk dat er in onze Raad een brede consensus is over het volgende :


1. de problematiek die voortvloeit uit de ontoereikende arbeids en sociale normen moet erkend worden. De uitbuiting van kinderen en gevangenen door hen te laten werken kan niet getolereerd worden. De Europese Unie moet ijveren voor de afschaffing van onwaardige, onrechtvaardige situaties.


2. de fundamentele mensenrechten zoals erkend in het kader van de IAO en de Verenigde Naties moeten worden nageleefd ; tot deze rechten behoort met name het recht van werknemers op het oprichten van vakverenigingen en op collectieve onderhandelingen ;


3. er moet worden voorgesteld dat voortgang geboekt wordt met de besprekingen en de activiteiten die ertoe strekken in het kader van de multilaterale handelsbetrekkingen een kern van sociale grondrechten op te nemen ;


4. er moet een verband gelegd worden tussen sociale minimumnormen en de liberalisering van het handelsverkeer waardoor de rechten van de werkende mens en consolidatie van de liberalisering van het handelsverkeer bevorderd kunnen worden ;


5. voor de bevordering van deze grondrechten is het noodzakelijk de dialoog met de ontwikkelingslanden voort te zetten en er in de context van hun noodzakelijke economische ontwikkeling de voorkeur te geven aan een geleidelijke aanpak, stimulerende regelingen en technische samenwerking ;


6. de traditie van de Europese Gemeenschap die steunt op vrijheid van mededinging en van handelsverkeer met naleving van de grondrechten van de werknemers moet verdedigd worden in de diverse internationale fora en met name :


* in de IAO, die verantwoordelijk is voor de definitie en de eerbiediging van de internationale arbeidsnormen ;


* in de OESO, waar het beraad over de mogelijke verbanden tussen het handelsverkeer en de sociale normen gaande is ;


* in de WTO, die eveneens besloten heeft dit onderwerp binnenkort aan te vatten ;


7. er moet benadrukt worden dat het opnemen van de sociale grondrechten in de handelsovereenkomsten niet is bedoeld als een soort protectionisme dat schadelijk zou zijn voor de economieën van de meest kwetsbare landen. Het is niet de bedoeling de relatieve voordelen van de ontwikkelingslanden ter discussie te stellen, noch het sociale stelsel van de Europese landen aan andere landen op te leggen ;


8. om die reden moet worden voorgesteld dat de sociale dimensie zich beperkt tot die van de bovengenoemde grondrechten waarvan de eerbiediging ongeacht het ontwikkelingsniveau van Staten gewaarborgd kan worden : vrijheid van vakvereniging en van collectieve onderhandelingen, afschaffing van dwangarbeid en van kinderarbeid, verbod op discriminatie op het werk ;


9. er moet voorgesteld worden dat de Gemeenschap en de Lid-Staten zoeken naar de middelen om de verbanden tussen de sociale normen en het internationale handelsverkeer in hun diverse actiemogelijkheden in aanmerking te nemen ;

10. de sociale partners van alle landen moeten in staat zijn een belangrijke rol te spelen in het toezicht op de naleving van de eerder gedefinieerde sociale grondrechten van de werknemers.".

FOLLOW-UP VAN DE EUROPESE RAAD VAN ESSEN PROCEDURE

De Europese Raad van Essen heeft de Raad (Arbeid en Sociale Zaken), de Raad ECOFIN en de Commissie verzocht jaarlijks en voor het eerst in december 1995 aan de Europese Raad verslag uit te brengen over de nieuwe vorderingen op de arbeidsmarkt.

Commissaris FLYNN heeft de mededeling van de Commissie over de follow-up van de Europese Raad in Essen inzake werkloosheid aan de Raad gepresenteerd.

Na een gedachtenwisseling heeft de Raad een ad hoc Groep van Directeuren-Generaal Werkgelegenheid opdracht gegeven hem voor de zitting van 29 juni 1995 een tussentijds verslag van hoofdzakelijk methodologische aard voor te leggen met het oog op de opstelling van een verslag aan de Europese Raad van Madrid (15/16 december 1995).

INITIATIEVEN OP HET GEBIED VAN HET HARMONIEUS SAMENGAAN VAN GEZINS- EN BEROEPSLEVEN, MET INBEGRIP VAN OUDERSCHAPSVERLOF

De Commissie heeft de Raad op de hoogte gebracht van de initiatieven die zij in het kader van de procedure uit hoofde van de Overeenkomst betreffende de sociale politiek heeft genomen op het gebied van het harmonieus samengaan van gezins- en beroepsleven.

De Commissie heeft in februari 1995 besloten het overleg met de sociale partners te openen met het oog op een kaderrichtlijn die het geheel van het probleem van het harmonieus samengaan van gezins- en beroepsleven, met inbegrip van het ouderschapsverlof bestrijkt.

Dit nieuwe voorstel beoogt nieuwe modellen voor het delen van de verantwoordelijkheden van het gezins- en beroepsleven aan te moedigen, die beter bij de behoeften van de Europese maatschappij passen en het volledig opnemen van de vrouwen in de arbeidsmarkt vergemakkelijken.

DIVERSE BESLUITEN

(Zonder debat aangenomen)

Overeenkomst met Sri Lanka

De Raad heeft het besluit betreffende de sluiting van de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka aangenomen.

Deze overeenkomst is onder voorbehoud van sluiting op 18 juli 1994 te Brussel ondertekend (zie Mededeling aan de Pers 8480/94 Presse 146).

De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de overeenkomstsluitende partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van zijn bekrachtigingsprocedures.

Antidumping


- China, Rusland, Oekraïne / Kunstmatig korund

De Raad heeft Verordening (EEG) nr. 2552/93 tot instemming van een definitief antidumpingrecht op de invoer van kunstmatig korund van oorsprong uit de Volksrepubliek China, uit de Oekraïne en uit de Russische Federatie, met uitzondering van de door de ondernemingen welker verbintenissen zijn aanvaard, voor uitvoer naar de Gemeenschap verkochte produkten gewijzigd.

Deze wijziging sluit aan op de intrekking vanaf 1 januari 1995 van de door V/O Stankoimport, Russische exporteur, in het kader van de eerder gevolgde antidumpingprocedure aangegane verbintenis. De wijziging betekent daarom dat het anti-dumpingrecht van 9,8 % tot alle exporteurs van de Russische Federatie uitgebreid wordt.


- Maleisië, China, Korea, Singapore, Thailand / televisietoestellen

De Raad heeft de verordening tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van ontvangtoestellen voor kleurentelevisie van oorsprong uit Maleisië, de Volksrepubliek China, de Republiek Korea, Singapore en Thailand en tot definitieve inning van het voorlopig recht aangenomen.

Voor Maleisië, Singapore en Thailand is het anti-dumpingrecht van toepassing op ontvangtoestellen met een beeldschermdiagonaal van meer dan 15,5 cm ; voor China en Korea voor de toestellen met een scherm van meer dan 42 cm.

Het recht bedraagt :

Recht

Taric aanvullende code

Maleisië

Volksrepubliek China

Republiek Korea

Singapore

Thailand

23,4 %

25,6 %

17,9 %

23,6 %

29,8 %

8801


---

8807

8812

8816

Dit recht is niet van toepassing op de ingevoerde toestellen die worden vervaardigd en voor uitvoer naar de Gemeenschap worden verkocht door de volgende ondernemingen waarop het hieronder vermelde recht van toepassing is :

Recht

Taric aanvullende code

a) KTV's, van oorsprong uit Maleisië, vervaardigd door :


- Makonka Electronics SDN BHD, Ehsan, Maleisië


- Orion Electric SDN. BHD, Melaka, Maleisië


- Technol Silver (M) SDN. BHD, Ehsan, Maleisië


- GoldStar Mitr Co. Ltd., Samutsakorn, Thailand


- World Electric (Thailand) Ltd., Chonburi, Thailand

2,3 %

10,1 %

7,5 %

19,6 %

13,5 %

8796

8797

8798

8799

8800

b) KTV's, van oorsprong uit de Republiek Korea, vervaardigd door :


- Daewoo Electronics Co. Ltd., Seoel, Republiek Korea


- GoldStar Co. Ltd., Seoel, Republiek Korea


- Samsung Electronics Co. Ltd., Seoel, Republiek Korea


- Bekoteknik Sanayi A.S., Istanboel, Turkije


- Profilo Telra Elektronik Sanayi Ve Ticaret A.S., Istanboel, Turkije

17,9 %

13,4 %

13,7 %

0,0 %

0,0 %

8802

8803

8804

8805

8805

c) KTV's, van oorsprong uit Singapore, vervaardigd door :


- Funai Electric (Singapore) Pte. Ltd., Singapore


- Hitachi Consumer Products (S.) Pte. Ltd., Singapore


- Philips Singapore Pte. Ltd., Singapore


- Sanyo Electronics (Singapore) Pte. Ltd., Singapore


- Thomson Television Singapore Pte. Ltd, Singapore

0,0 %

0,0 %

2,8 %

4,3 %

2,6 %

8808

8808

8809

8810

8811

d) KTV's, van oorsprong uit Thailand, vervaardigd door :


- Teletech (Thailand) Ltd., Chonburi, Thailand


- Thai Samsung Electronics Co. Ltd., Chonburi, Thailand


- Thomson Television (Thailand) Co. Ltd., Pathumthani, Thailand

29,8 %

12,1 %

3,0 %

8813

8814

8815


/newsroom/press/c/017c0001.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie