Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oratie: Psychiatrie kan veel leren van de grootgrutter

Datum nieuwsfeit: 18-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Universiteit Twente

99/100 17 november 1999

Oratie prof.dr. Herro Kraan over beeldvorming psychiatrie

De psychiatrie kan veel leren van de grootgrutter

De beeldvorming van de psychiatrie en de psychiatrische patiënt heeft vooral te lijden onder vooroordelen en stigma-vorming. De-stigmatisering en imagoverbetering heeft alles te maken met heldere communicatie. In dat opzicht kunnen de instellingen veel leren van grootgrutters met herkenbare filialen en producten. Dat stelt prof.dr. Herro Kraan in zijn inaugurele rede als hoogleraar Sociale en Communicatieve Aspecten der Psychiatrie aan de Universiteit Twente. Kraan houdt zijn oratie 'Gekken kijken, gewenste en verwenste beeldvorming van de psychiatrie' op 18 november in de Grote Kerk in Enschede.

Kraan illustreert in zijn oratie drie psychiatrische stoornissen aan de hand van koningsdrama's uit de geschiedenis. A la Shaespeare geeft hij daarmee een beeld van de menselijke mogelijkheden via bekende voorbeelden. Dat begint met Hendrik VI, die twee jaar geen woord sprak, en bij wie tegenwoordig de diagnose schizofrenie gesteld zou worden. Een aandoening die vaak een lange lijdensweg betekent, maar waarbij Kraan ook meteen optimisme aantekent in de behandelmogelijkheden. Tweede voorbeeld is van ons eigen koningshuis, waar over Prins Claus bekendgemaakt werd dat hij aan een depressie leed, die later een neveneffect van de ziekte van Parkinson bleek te zijn. Depressie is een volksziekte. De goede boodschap is effectieve behandeling met medicatie en psychotherapie. Het derde 'koningsdrama' is dat van oud-VS-president Ronald Reagan en de ziekte van Alzheimer. Alle drie illustreren ze dat het iedereen kan treffen, en. Tegelijk geven ze een indringend beeld van de gevolgen die ze hebben op het dagelijks functioneren van de patiënt.

Het beeld dat mensen hebben van de psychiatrie, heeft nog steeds een hoog gehalte aan 'praten op de divan' dat stamt uit de psycho-analyse die onder Freud in zwang kwam. Na een periode waarin "zedenkundige heropvoeding" werd gecombineerd met een "lichaamsgerichte behandeling, kwam begin deze eeuw de psycho-analyse op. Symptoombestrijding was aan het begin van deze eeuw uit den boze, het ging om de zoektocht naar diepliggende oorzaken. Eind jaren zeventig werd de psychoanalyse grotendeels onttakeld, maar deze revolutie "schoot ook weer te ver door", aldus Kraan. Wat betreft de psychotherapie zijn er zo'n 200 à 300 verschillende behandelvormen, maar, stelt Kraan: "Gelukkig domineren de cognitieve en gedragstherapeutische behandelingen." De lichaamsgerichte behandeling van vroeger bestaat nu vooral uit psychofarmaca, die effectief zijn, maar waarvan de werking nog duister is. Nadat psychiatrische patienten eerst verre werden gehouden van de maatschappij, is er vervolgens een snelle de-institutionalisering geweest die volgens Kraan "rampzalige gevolgen heeft gehad", zeker in landen waar extramurale zorg slecht is georganiseerd. In Nederland is dat milder verlopen, daar hebben de RIAGG's en Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen volgens hem veel goed werk gedaan.

Verwenst beeld

Welke kennis en opvatting heeft de man in de straat van de psychiatrie en de psychiatrische patiënt? Een onderzoek dat met samen met de UT is uitgevoerd laat zien dat zeker de helft van de mensen in hun directe omgeving ervaringen heeft

met psychiatrie. Toch leven er veel vooroordelen. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat een psychiatrische aandoening vaak in verband wordt gebracht met agressie.

De houding wordt bepaald door drie dingen, blijkt uit onderzoek: angst voor het onberekenbare van de psychiatrische patiënt, de roep om sociale controle en toch ook goodwill en sympathie. Die drie leven bij verschillende leeftijds- en opleidingsniveaus heel verschillende. Wel zijn er verschuivingen te zien. Psychofarmaca komen bijvoorbeeld beter uit de verf, hoewel ze nog wel vaak worden geassocieerd met verslaving en 'onnatuurlijkheid'. De media hebben veel invloed op de stigma-vorming, en niet zelden een negatieve.

Gewenst beeld

Kan het stigma bestreden worden? De Engelse "Defeat Depression Campaign" is een volgens Kraan een schoolvoorbeeld: mensen accepteren depressie meer als een ziekte en vinden antidepressiva nuttiger. Maar tegelijk liggen boemerang-effecten op de loer. Kraan ziet al een nieuwsbericht voor zich dat na een depressiecampagne het aantal deperessies niet is verminderd maar wel de consumptie van antidepressiva is toegenomen.

Direct persoonlijk contact kan bijvoorbeeld het stigma verminderen: als je een lekkage samen met een schizofrene loodgieter gaat verhelpen, zie je hem of haar in de eerste plaats als vakman en niet als een onberekenbare patiënt. Realistische informatie over de mogelijkheden en onmogelijkheden is daarnaast uiterst belangrijk. Maar voor echte de-stigmatisering is het bijvoorbeeld niet genoeg om een woonvoorziening in een wijk te plaatsen. Gelijkwaardige contacten vragen ook om arbeidsparticipatie en deelname aan andere activiteiten.

Imagoverbetering begint, stelt Kraan, met wapenfeiten, samen tot stand gebracht, waarop iedereen trots kan zijn. Op die manier is ook een verankering op de publieke agenda te bewerkstelligen. De presentaties van het vak in de media zouden minder defensief moeten zijn: te vaak moeten psychiaters iets 'uitleggen' of zich verontschuldigen. In de richting van de patiënt heeft imago alles te maken met duidelijke informatie. Wat kan hij of zij verwachten en wat niet? Heldere voorlichting - en dan niet zo onleesbaar als in een bijsluiter van een medicament - kan daarbij helpen. Realistische succesverhalen en prognoses horen daarbij. Nu kan het nog gebeuren dat zich rond een patiënt 15 beroepsgroepen bewegen, die elk hun eigen presentatie hebben en een zeer ondoorzichtig beeld geven. Kraan stelt bijvoorbeeld een internetsite voor die de weg wijst en ook informatie geeft over de wachttijden.

Met de toenemende grootte van de instellingen, neemt echter de doorzichtigheid af. In dat opzicht kan de psychiatrie veel leren van grootgrutters met herkenbare filialen en producten. Niet omdat ze leveranciers moeten zijn van een deels overbodig assortiment, maar omdat ze daar een manier kunnen vinden om hun organisatie beter in te richten op communicatie naar buiten.


Noot voor de pers


Prof.dr. Herro Kraan is, naast deeltijdhoogleraar, ook als psychiater verbonden aan Mediant, onstaan uit een fusie van Twentse GGZ-instellingen. Zijn leerstoel Communicatieve en Sociale Aspecten der Psychiatrie aan de Universiteit Twente is ingesteld door de Stichting Bevordering Wetenschappelijk Onderzoek en Onderwijs Geestelijke Gezondheidszorg Twente, en wordt mede gefinancierd door het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid.



De tekst van zijn rede 'Gekken kijken' is op aanvraag verkrijgbaar.



Contactpersoon Voorlichting: ir. W.R. van der Veen, tel (053) 489 42 44, e-mail (w.r.vanderveen@veb.utwente.nl)

© Universiteit Twente 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie