Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA start discussie over vitale democratie

Datum nieuwsfeit: 19-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Den Haag, 11 november 1999

Conferentie op vrijdag 19 november a.s. in Scheveningen

CDA start discussie over vitale democratie

Op vrijdag 19 november a.s. vindt in het Kurhaus te Scheveningen van 10.00 tot 16.00 uur een conferentie plaats over de vraag hoe de Nederlandse democratie vitaler kan worden. Een discussiepaper van een CDA-commissie onder leiding van prof. mr. dr. A. Postma (oud-Eerste Kamerlid en hoogleraar staatrecht aan de rijksuniversiteit Groningen) vormt de basis van het debat dat aan de hand van stellingen en stemmingen daarover wordt gevoerd. (bijgaand treft u het volledige programma van de conferentie aan).
De conferentie is een gezamenlijk initiatief van partij, Wetenschappelijk Instituut en Bestuurdersvereniging. Met deze conferentie start het CDA een partijbrede discussie over het vitaler worden van de democratie die op de Partijraad van 13 mei 2000 zal worden afgerond met het in stemming brengen van een resolutie.

Sinds de kabinetscrisis over het referendum en de afhandeling van de Bijlmerenquête staan de inrichting van het openbaar bestuur en de positie van de volksvertegenwoordiging weer volop in de belangstelling. Thema's als de positie van de Eerste Kamer, het correctief referendum, plaats en betekenis van politieke partijen en de ministeriële verantwoordelijkheid trekken volop de aandacht. Bovendien verschijnt naar verwachting begin volgend jaar het rapport van de staatscommissie-Elzinga over dualisme en lokale democratie.

De partijdiscussie

Genoemde ontwikkelingen zijn voor het CDA aanleiding een partijbrede discussie over de Vitale democratie te starten. Begin volgend jaar zal een rapport van het Wetenschappelijk Instituut over de vitale democratie verschijnen; tevens zal dan het rapport van de staatscommissie-Elzinga het licht zien. Een door het Partijbestuur ingestelde commissie o.l.v. Jos Houben (burgemeester van Tubbergen) zal op basis van het discussiepaper, de uitkomsten van de conferentie op 19 november, het rapport van het W.I. en het rapport van de commissie-Elzinga een ontwerp-resolutie opstellen die binnen de diverse partijgeledingen besproken zal worden. De partijbrede discussie zal met het bespreken en in stemming brengen van een ontwerp-resolutie op de Partijraad van 13 mei 2000 worden afgerond.

Discussiepaper commissie-Postma

In het door de commissie-Postma voor de conferentie geschreven paper wordt benadrukt dat de discussie over de thema 'staatkundige vernieuwing' te lang een discussie over instrumenten is geweest. Een vitale (representatieve) democratie heeft alles te maken met de wijze waarop politici, bestuurders en politieke partijen omgaan met het politieke bestel. Het gaat daarbij allereerst om de politieke cultuur bij het vervullen van openbare functies. De inhoud van de politiek moet centraal staan. Een stevige inbreng van volksvertegenwoordiging en politieke partijen kan daarbij niet worden gemist. Van reinventing governement naar reinventing democracy, is derhalve leidraad voor de commissie. Voorzover structuuraanpassingen noodzakelijk zijn is dat vanuit de vraag in hoeverre die kunnen bijdragen aan versterking van checks and balances en aan de inhoud van het politieke debat.

Aanbevelingen voor de discussie

Vanuit dit referentiekader worden in het paper ondermeer de volgende aanbevelingen voor discussie gedaan:

Burgerschap en versterking politieke partijen en fracties

oproep aan het bedrijfsleven om meer maatschappelijk betrokken te opereren doordat sociale partners afspraken maken om in CAO's terugkeerregelingen op te nemen voor werknemers die (tijdelijk) een functie als volksvertegenwoordiger willen vervullen;

vastleggen van de bijzondere rol van politieke partijen bij publieke meningsvorming in de Grondwet;

minderheidsenquêtes verdienen serieuze overweging, om meer inhoud te kunnen geven aan controle van de regering;

betere ondersteuning van fracties van volksvertegenwoordigende lichamen, bijvoorbeeld in de vorm van een onderzoeksbureau of meer personele ondersteuning. Hierdoor kan de controlerende functie van de volksvertegenwoordiging worden versterkt;

(tijdelijke) extra financiële ondersteuning van gelieerde organisaties van politieke partijen (wetenschappelijke instituten, organisaties voor vrouwen, jongeren, allochtonen en scholingswerk)

meer aandacht in het lesprogramma in basis- en voortgezet onderwijs voor politieke stromingen en het Nederlandse staatsbestel.

Kiesstelsel

invoering van een gemengd kiesstelsel voor de Tweede Kamer waarbij de helft van de Tweede Kamer via een landelijke lijst en de helft via districten wordt gekozen. Dit onder het voorbehoud dat het stelsel van evenredige vertegenwoordiging behouden blijft;

spreiding van gemeenteraadsverkiezingen over landsdelen die ook in functioneel opzicht een bepaalde eenheid of samenhang vertonen.

Referendum

invoering van een referendum over besluiten van de regering om soevereine bevoegdheden en taken van de nationale staat over te dragen aan de EU of aan internationaal volkenrechtelijke organisaties;

Eerste Kamer

invoering van een terugzendrecht van wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer waarbij de Eerste Kamer het eindoordeel (vetorecht) behoudt, verdient volgens de overgrote meerderheid van de commissie overweging omdat dit het feitelijke dualisme versterkt. Een lid van de commissie (Deetman) meent dat het terugzenden van het wetsvoorstel impliceert dat het Eerste Kamer niet opnieuw het voorstel zou kunnen verwerpen;

afwijzing van de binding van senaatsfracties aan het regeerakkoord omdat dit de wezenlijke positie van de senaat als 'Kamer van heroverweging' aantast en het coalitiemonisme versterkt.

Gemeenteraad

invoering van een recht van onderzoek in de Gemeente- en Provinciewet voor de gemeenteraad en provinciale staten, te vergelijken met het parlementaire enqueterecht

Wethouder (wethouder-niet raadslid, wethouder van buiten de raad)

loskoppeling van het wethouderschap en het raadslidmaatschap omdat daarmee de afstand tussen gemeenteraad en college van B en W wordt vergroot zodat met name de volksvertegenwoordigende en controlerende functies van de gemeenteraad beter tot hun recht komen. De commissie kiest voor de 'wethouder-niet raadslid'; kandidaten die bij de raadsverkiezingen gekozen zijn als raadslid en vervolgens na hun benoeming tot wethouder het raadslidmaatschap neerleggen. Een deel van de commissie wil een stap verder zetten en kiest voor de wethouder van buiten de raad. Om de recruteringsbereidheid en daarmee de kwaliteit van het bestuur te vergroten zou in de Gemeentewet de mogelijkheid moeten worden geopend dat de gemeenteraad wethouders 'van buiten de raad' benoemt. Het gaat hier om een facultatieve keuze: de gemeenteraad kan er zelf voor kiezen of ervan afzien.

Burgemeester (door burgers gekozen burgemeester, door de Kroon benoemde burgemeester en door de raad gekozen burgemeester)

In essentie is bij de aanstellingswijze de vraag aan de orde welke type burgemeester wij willen. Bij het ene type burgemeester past een andere wijze van 'selecteren' dan bij het andere. De vraag is of voor alle gemeenten een zelfde type burgemeester gewenst is. Er zijn ruwweg twee typen burgemeester denkbaar: een burgemeester met een zwaar politiek profiel waarbij een rechtstreekse verkiezing voor de hand ligt; en een proces sturende burgemeester waarbij de Kroonbenoeming beter past.
De commissie somt vervolgens de voor- en nadelen op van de rechtstreeks door de burger gekozen burgemeester, de door de Kroon benoemde burgemeester en de door de gemeenteraad gekozen burgemeester. De commissie geeft zelf de voorkeur aan de door de Kroon benoemde burgemeester (met voordracht van twee kandidaten) omdat rechtstreekse verkiezingen leiden tot zowel een kiezersmandaat van de burgemeester als van de raad terwijl zij juist de positie van de gemeenteraad wil versterken. De commissie beveelt echter tevens aan na te gaan of er wellicht voor verschillende bestuurslagen en voor verschillenden gemeenten (steden) verschillende varianten mogelijk zijn. (Omvang van) takenpaketten van de bestuurslagen, ontwikkelingen rond opkomstcijfers en dergelijke dienen daarbij te worden betrokken.

De commissie is als volgt samengesteld: prof. mr. dr. A. Postma (voorzitter), prof. dr. M. L. Bemelmans-videc (Eerste Kamerlid en hoogleraar bestuurskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen), drs. W.J. Deetman (burgemeester van Den Haag en voorzitter van de CDA-bestuurdersvereniging),mr. dr A.J.E. Havermans (oud-burgemeester van Den Haag en lid van de Algemene Rekenkamer), mevrouw M.J.A. van der Hoeven (Tweede Kamerlid, adviserend lid van de commissie), dr. A. Klink (directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA), mevrouw drs. E.A. Kuipers (beleidsmedewerker
CDA-bestuurdersvereniging), drs. P.W. Tettero (wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Instituut, secretaris van de commissie) en drs. C.J.G.M. de Vet (burgemeester van Leusden en lid van de Staatscommissie Dualisme en lokale democratie, adviserend lid van de commissie-Postma)

Voor meer informatie: CDA-Partijvoorlichting, telefoon 070-3424842/817; telefoon 06-53225950.

De integrale versie van het discussiepaper 'Naar een vitale democratie
- een christen-democratische verkenning van de relatie burger-overheid' is vanaf heden af te halen op het CDA-partijbureau, dr. Kuyperstraat 5 te Den Haag.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie