Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oorprhothese voor meer slechthorenden dichterbij

Datum nieuwsfeit: 19-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Katholieke Universiteit Nijmegen

Bron: Dienst Communicatie, tel. (024) 361 22 30 Aanmaakdatum: 16 november 1999

Dienst Communicatie

PERS & VOORLICHTING Persbericht

Hoogleraar P. van den Broek bespreekt in afscheidscollege belang van cochleaire implantatie
BESLUIT MINISTER BRENGT OORPRHOTHESE VOOR MEER SLECHTHORENDEN DICHTERBIJ

KNO-hoogleraar P. van den Broek neemt vrijdag 19 november afscheid van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Zijn leven en werk stond en staat in het teken van behandeling en hulp aan doven en slechthorenden. In
1990 begon het Academisch Ziekenhuis Nijmegen als eerste in Nederland met het implanteren van een elektrische binnenoorprothese bij jonge, dove kinderen om ze in staat te stellen het verlies aan gehoor enigszins te compenseren. Cochleaire implantatie wordt inmiddels met succes wereldwijd toegepast. In Nederland was deze prothese tot op de dag van vandaag nog steeds geen reguliere gezondheidszorgvoorziening, waardoor slechts sporadisch implantaties kunnen worden verricht. "Als de minister niet snel over de brug komt, moet het implantatie-programma in de academische ziekenhuizen Utrecht en Nijmegen geheel worden stopgezet", waarschuwt Van den Broek. De minister lijkt die noodkreet gehoord te hebben en heeft zojuist een besluit genomen voor een verstrekking. In de afscheidsrede "Surdus loquens, een controversieel ideaal?" belicht prof. Van den Broek de achtergronden van de felle discussie over het inpassen van cochleaire implantatie als reguliere gezondheidszorgverstrekking voor dove kinderen in Nederland.

In de periode 1993-1996 voerde het Academisch Ziekenhuis Nijmegen een ontwikkelingsgeneeskunde-project uit in nauwe samenwerking het het Instituut voor Doven in St. Michielsgestel en de afdeling Algemene Taalwetenschap van de Universiteit van Amsterdam. In het kader van dit project werden 20 dove kinderen geïmplanteerd. Op basis van de resultaten van het project concludeerde de Ziekenfondsraad dat dit hulpmiddel een reguliere gezondheidszorgverstrekking moest worden. De minister van VWS besloot echter om dit advies niet over te nemen en ook nu is er nog steeds geen positief besluit genomen. Hierdoor heeft Nederland op dit terrein een enorme achterstand opgelopen. In de ons omringende Europese landen is cochleaire implantatie wel een reguliere verstrekking van de gezondheidszorg.

Wachtlijst

Dankzij enige subsidies kon de laatste jaren wel een aantal implantaties worden verricht, maar te weinig om aan de vraag te kunnen voldoen. Hierdoor is een lange wachtlijst ontstaan. Met het nu genomen besluit zijn de wachtlijsten echter nog lang niet weggewerkt.Ook de financiën blijven een groot probleem, zeker als deze dure voorziening uit de budgetten van de academische ziekenhuizem moet komen. Zonder steun van de minister zou het implantatie-programma noodgedwongen moeten worden gestaakt. Dit zou een ramp betekenen voor de kinderen die al lang op de wachtlijst staan en voor kinderen die nog aangemeld worden. Het beste resultaat wordt bereikt wanneer kinderen op zeer jonge leeftijd geïmplanteerd worden. Met cochleaire implantatie wordt via het gehoororgaan geluidsinformatie overgebracht die na een leer- en aanpassingsproces de verstaanvaardigheid voor gesproken taal aanzienlijk verhoogt. Na drie jaar gebruik van het implantaat is de totale doofheid functioneel teruggebracht tot een niveau van gemiddeld
70-80 decibel en functioneert het kind op het niveau van een slechthorende met een overeenkomstig gehoorverlies. Voor kinderen die tevoren niets konden horen, is dit een enorme verbetering, dat tot nu toe op geen enkele andere wijze kon worden bereikt. De verbetering van de hoorfunctie levert ongetwijfeld een positieve bijdrage aan de taal- en cognitieve ontwikkeling, met als meest opvallende resultaat de verbetering van de spreektaalvaardigheid. Dit is echter wel afhankelijk van de investering die gedaan is in het spreekonderwijs.

De overheid vond de kosten, inclusief revalidatie zo'n tachtigduizend gulden bij volwassenen en honderdtwintig duizend bij kinderen, blijkbaar te hoog. Dat had tot gevolg dat we in Nederland voor de financiering van deze behandeling nog steeds zijn aangewezen op het gewone ziekenhuisbudget en geld uit onderzoeksprojecten.Van den Broek vindt het onbegrijpelijk dat de besluitvorming zo lang op zich heeft laten wachten, maar is toch ingenomen met het feit dat het nut van dit implantaat door de minister wordt erkend.

Controverse

Prof. Van den Broek bespreekt in zijn rede ook de historische en cultuurfilosofische achtergronden van de controverse die al eeuwen bestaat over de opleiding van dove kinderen. De laatste jaren is gebarentaal als alternatief voor gesproken taal sterk in opkomst, terwijl het aanleren van gesproken taal hierdoor op een secundaire plaats dreigt te komen. "Cochleaire implantatie heeft het perspectief voor dove kinderen om gesproken taal te leren ingrijpend veranderd en mag daarom niet langer aan dove kinderen worden onthouden", aldus professor Van den Broek. Hij acht de huidige situatie in Nederland "volkomen onverantwoord, zowel naar dove kinderen en ouders, maar ook naar de maatschappij. Zeker in het licht van de wens dove kinderen zo goed mogelijk in de horende maatschappij te integreren (Samen weer naar school, als politieke doelstelling van de 21e eeuw), is ieder uitstel desastreus". Prof. Van den Broek is van mening dat de weerstand van de dovengemeenschap tegen cochleaire implantatie in de discussie de wetenschappelijke argumenten heeft versluierd. Hij hoopt dat de minister van VWS spoedig zal inzien dat haar beleid in deze snel moet worden bijgesteld.

Personalia

Prof. dr. Paul van den Broek was gedurende 35 jaar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen verbonden. Sinds 1 januari 1980 naast hoogleraar ook als hoofd van de afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen St. Radboud.

Voorafgaand aan deze rede vindt het symposium 'Passing a millennium, the role of Orthorhinolaryngology in the next millennium' plaats, gehouden ter ere van het afscheid van prof. Paul van den Broek.

N.B.: zie ook persbericht pb99-122a.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie