Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister De Vries over allochtone jongeren

Datum nieuwsfeit: 25-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

Toespraak minister De Vries over allochtone jongeren

Nr. 99/216
24 november 1999

Embargo:
25 november 1999 tot
11.00 uur

Minister De Vries: allochtone jongeren goed begeleiden. Veel allochtone jongeren hebben intensieve begeleiding nodig om aan werk te komen. Uit de ervaringen met de stimuleringsprojecten voor Antilliaanse, Arubaanse, Turkse en Marokkaanse jongeren blijkt dat individuele begeleiding in veel gevallen nodig en ook effectief is. Dat zei minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 25 oktober tijdens de conferentie .Allochtone jongeren naar werk..
Van de ervaringen die met de stimuleringsprojecten worden opgedaan, zal gebruik moeten worden gemaakt bij de sluitende aanpak van de werkloosheid waar het kabinet aan werkt, aldus De Vries.

Toespraak door Toespraak van minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de conferentie .Allochtone jongeren naar werk. op 25 november 1999 in Rotterdam, uitgesproken door directeur Bijstandszaken mevrouw L.M. Zweers Van Rosmalen.

Laat ik beginnen met het goede nieuws. Steeds meer mensen hebben werk. Vijftien jaar geleden verrichtte net iets minder dan de helft van de mensen tussen vijftien en 65 jaar betaald werk. Vorig jaar was dat opgelopen tot 62%. Vooral de laatste vijf jaar is er sprake van een aanzienlijke toename van de werkgelegenheid. Die werkgelegenheidsgroei is bovendien gepaard gegaan met een daling van het aantal langdurig werklozen; met 30% tussen 1994 en 1998.

Ook de groep van ruim een miljoen allochtone Nederlanders heeft geprofiteerd van de sterke groei van de werkgelegenheid. In de vorige kabinetsperiode is de werkloosheid onder allochtonen gedaald van 26% naar 16%. Maar met die 16% steekt de werkloosheid onder allochtonen nog steeds ongunstig af bij de 3% werkloosheid onder autochtone Nederlanders. Dat is een zorgwekkend verschil.

Een werkloosheidspercentage van zestien laat zich ook moeilijk rijmen met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Het valt allochtonen duidelijk minder gemakkelijk hun weg te vinden op de arbeidsmarkt dan oorspronkelijke Nederlanders. Hoe kunnen we dat verschil in kansen op werk verklaren?

Voor een deel gaat het om objectief vast te stellen verschillen. Relatief veel allochtonen zijn laag opgeleid. En veel allochtonen spreken gebrekkig Nederlands. Maar de slechtere kansen op de arbeidsmarkt hebben ook te maken met hardnekkige, vaak onbewuste vooroordelen. Multicultureel personeelsmanagement is nog lang niet in alle arbeidsorganisaties vanzelfsprekend. Het werknemersbestand vormt in veel bedrijven en instellingen geen afspiegeling van onze kleurrijke samenleving.

Wat kan het kabinet doen om te bevorderen dat er meer allochtonen werk vinden?

Het kabinet heeft zich voorgenomen in deze kabinetsperiode het verschil in werkloosheid tussen de etnische minderheden en autochtone Nederlanders te halveren. Dat is een ambitieuze doelstelling. Maar wel een haalbare.

U weet dat we in Nederland niet langer vinden dat een uitkering een goed alternatief is voor werk. We willen in de eerste plaats dat zoveel mogelijk mensen op eigen benen staan, onafhankelijk zijn van de overheid. Activering staat voorop. Dat geldt natuurlijk ook voor minderheden. De introductie van gesubsidieerde werkgelegenheid bij de gemeenten en in de zorg vanaf 1994, de Melkert 1-banen en in het bedrijfsleven de Melkert 2-banen, markeert de omslag in ons denken over uitkering en werk.

Die regelingen bieden relatief veel allochtonen de gelegenheid aan de slag te komen. We breiden het succesvolle programma van extra banen voor langdurig werklozen de komende jaren met de in- en doorstroombanen uit tot 60.000 arbeidsplaatsen. De experimentele Melkert 2-banen hebben we wegens succes voortgezet in de WIW-werkervaringsplaatsen.

Het kabinet bevordert ook dat etnische minderheden hun eigen onderneming opzetten. Verschillende projecten met .etnisch ondernemerschap. voorzien in hulp, begeleiding en advies voor allochtonen die een eigen bedrijf willen beginnen. In hun land van herkomst is het opzetten van een eigen onderneming voor veel allochtonen veel gebruikelijker dan bij ons. Op dat punt lopen ze vóór op ons.

Met de Wet Inburgering Nieuwkomers verbinden we aan de inburgering van nieuwe Nederlanders nadrukkelijk ook de toeleiding naar de arbeidsmarkt. Het gaat niet meer alleen om kennis maken met, maar ook om deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Over die inburgering heeft het kabinet heldere afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en met Arbeidsvoorziening.

Het spreekt vanzelf dat we niet buiten de medewerking kunnen van het bedrijfsleven als het erom gaat meer allochtonen aan het werk te helpen. De inzet van de sociale partners is onontbeerlijk. En ik ben dan ook blij dat we in het najaarsoverleg afspraken hebben gemaakt met werkgevers en vakbeweging. Daarbij heeft het kabinet toegezegd te onderzoeken welke vaardigheden en kwaliteiten we aantreffen onder minderheden en welke ontbreken. Dat inzicht moet ons helpen de juiste route naar de arbeidsmarkt uit te stippelen.

Vakbeweging en werkgevers hebben in het najaarsoverleg beloofd zich extra te zullen inspannen om minderheden aan het werk te krijgen. Ze zullen daar ook geld voor uittrekken. Arbeidsvoorziening zal er op haar beurt voor zorgen dat meer allochtonen deel gaan nemen aan scholingsprogramma.s.

Ik spreek steeds over .de allochtonen., maar dat is erg generaliserend. Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen allochtonen, al was het alleen maar naar land van herkomst. Een groot deel van de nieuwkomers vindt moeiteloos werk. En allochtone meisjes presteren in het onderwijs bijzonder goed. Maar er zijn vaak cultureel of religieus bepaalde verschillen die extra belemmeringen kunnen vormen voor integratie in de Nederlandse samenleving en op de Nederlandse arbeidsmarkt.

De heterogene samenstelling van de groep mensen die we aanduiden met de verzamelnaam allochtonen vraagt in veel gevallen om een individuele en intensieve begeleiding op weg naar de arbeidsmarkt. Al was het maar omdat niet altijd de kortste en de snelste route naar een baan kan worden gevolgd. En omdat bovendien niet met iedereen dezelfde route naar werk kan worden afgelegd.

Met die intensieve en op de persoon toegesneden begeleiding hebben we sinds kort ervaring op kunnen doen dankzij de stimuleringsprogramma.s voor Antilliaanse, Arubaanse, Turkse en Marokkaanse jongeren, waarover we vandaag spreken.

De intensieve begeleiding werpt haar vruchten af, zoals blijkt uit de eerste resultaten van het stimuleringsprogramma. Kenmerkend verschil tussen de reguliere begeleiding door arbeidsvoorziening of sociale dienst en de aanpak bij deze projecten is juist die intensieve, individuele benadering.

Een belangrijk doel van het stimuleringsprogramma, en niet in de laatste plaats ook van de bijeenkomst van vandaag, is de ervaringen die we door dit programma opdoen met de begeleiding van allochtone jongeren uit te wisselen en over te dragen aan die instanties die straks de taken van de stimuleringsprogramma.s over moeten nemen.

Want dat zal moeten gebeuren zodra de stimuleringsprojecten afgerond zijn. Die afronding is, zoals u weet, in 2001. Dan moeten we inmiddels heel ver zijn gevorderd met de invoering van de sluitende aanpak. Die moet uiterlijk in 2002 in het hele land zijn beslag hebben gekregen. Dan moet iedereen die dreigt langdurig werkloos te raken een aanbod krijgen voor werk, scholing of sociale activering.

Wat kunnen we leren van de stimuleringsprojecten?

Hoewel het nog te vroeg is voor definitieve conclusies, kunnen we toch nu al vaststellen dat van belang is dat problematische allochtone jongeren niet zonder begeleiding op een dooltocht langs verschillende instanties moeten worden gestuurd.

Ik geef u het voorbeeld van een Marokkaanse man van 23 die al enkele jaren in de bijstand zit, geen diploma.s heeft en gebrekkig Nederlands spreekt. De sociale dienst verwijst de man door naar het arbeidsbureau. Het arbeidsbureau stuurt hem naar een technische opleiding. Maar daar heeft hij geen zin in en hij maakt die opleiding niet af.

Dat is de stand van zaken als de man in juni vorig jaar het eerste gesprek voert met een medewerkster van een stimuleringsproject voor Marokkaanse jongeren. In dat gesprek geeft de man aan belangstelling te hebben voor een commerciële functie. De case-manager van het stimuleringsproject gaat samen met hem terug naar het arbeidsbureau. Daar wordt vastgesteld dat deze cliënt functiegericht taalonderwijs nodig heeft. Dat wordt geregeld.

Na een beroepentest meldt de cliënt zich aan voor een opleiding tot verkoopmedewerker. Maar daar kan hij niet terecht voordat hij aanvullend taalonderwijs heeft gevolgd. Terug naar het arbeidsbureau om dat te regelen. De cliënt krijgt nu ook een WIW-plaats: combinatie opleiding en werk.

Dan blijken er problemen te zijn met het arbeidsbureau over de financiering van het taalonderwijs. Met hulp van de uitvoerders van de WIW en van de gemeente slaagt het stimuleringsproject erin ook die problemen op te lossen. Om een lang verhaal kort te maken, bespaar ik u nog een aantal andere voetangels en klemmen op het pad langs alle instanties, waarmee deze man en zijn begeleidster te maken hebben gekregen.

Het valt sterk te betwijfelen of deze Marokkaanse jongeman ooit op eigen kracht daar zou zijn beland waar hij nu zit: in een betaalde baan.

Wat maakt dit voorbeeld en wat maken al die andere voorbeelden die hier vandaag nog aan de orde komen ons duidelijk?

In ieder geval dat individuele begeleiding nodig is en effectief is. Over anderhalf jaar lopen de stimuleringsprojecten ten einde. Daarom inventariseren we nu de ervaringen die we hebben opgedaan. Vervolgens zullen we ons ervan moeten verzekeren dat die ervaringen in een goed hanteerbare vorm beschikbaar komen voor de instanties die zich met de bemiddeling bezig houden. Hoe dat precies moet, daarover buigt een van de werkgroepen zich vanmiddag en ik ben benieuwd tot welke bevindingen die groep komt.

Willen we er zeker van zijn dat allochtone jongeren straks hun weg kunnen vinden op de arbeidsmarkt, dan zullen we moeten werken aan een goede inbedding van de resultaten van de projecten in de reguliere bemiddelingsorganisaties. Voor die uitdagende taak ziet u zich de komende jaren gesteld. Ik wens u daarbij alle succes toe.


- LET OP EMBARGO -

25 nov 99 11:00

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie