Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech minister van Boxtel monument slavernij

Datum nieuwsfeit: 25-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE BZK

www.minbzk.nl

MIN BZK: Speech minister van Boxtel monument slavernij

EMBARGO TOT 25 NOVEMBER 1999 16.00 UUR

Speech minister Van Boxtel
RVU, 25 november 1999
T.g.v. verschijning herdruk 'Wij Slaven van Suriname'

Dames en heren, mijnheer de Kom.

Vrijwel iedereen heeft de neiging - laten we eerlijk zijn - om zich in zekere zin te identificeren met de glorieuze momenten uit de geschiedenis van het eigen land. W¡j hebben ons toch maar mooi ontworsteld aan het Spaanse juk, w¡j hebben van die spanjolen ook nog eens een met zilver beladen vloot gekaapt en wij hebben ons in de tweede wereldoorlog toch zo dapper verzet tegen de Duitse bezetter.

Door die identificatie straalt de vermeende heldenmoed van onze voorvaderen ook een beetje op ons af. Dat maakte de geschiedenislessen vroeger op school dan ook vaak leuk. Maar geschiedenis is niet alleen heldenmoed. Er zijn ook minder fraaie kanten. De beschamende rol van de Nederlanders bij de slavenhandel is daar een van de duidelijkste voorbeelden van. We zouden willen dat dit nooit was gebeurd.

Het is echter noodzakelijk onszelf te confronteren met de waarheid, onszelf voor te houden waar onze voorouders ook toe in staat zijn geweest.
Dit is ook de reden dat het boek van Anton de Kom zo belangrijk en de heruitgave- en daarvoor zijn we vanmiddag onder andere bij elkaar - zo verheugend.
'Wij slaven van Suriname' van uw vader Anton de Kom is door het indringende en onvergetelijke beeld dat het er van geeft een aanklacht tegen de slavernij. Anton de Kom beschrijft situaties waarvan het onvoorstelbaar is dat zij ooit gebeurd zijn.

Het boek is ook een pamflet, een aanklacht tegen de situatie in de jaren dertig, de tijd van Anton de Kom zelf. De bevolking van Suriname was weliswaar vrij, maar leed nog steeds onder armoede, honger en onrust.

Dat dit boek, dat voor het eerst verscheen in 1934, nu al zijn negende herdruk beleeft, geeft aan dat het belang van het boek nog steeds erkend wordt. John Jansen van Galen noemt in de inleiding bij deze herdruk 'Wij slaven van Suriname' een monument. En daarin heeft hij gelijk. Maar anders dan de beelden, de voorwerpen van brons, staal of steen is dit monument er een van geest, van woorden, van de geschiedenis zelf.

Nederland is niet een land dat vol staat met monumenten. Dat past kennelijk niet bij ons. Maar ze zijn er wel, behalve als het gaat om onze koloniale geschiedenis in Suriname en het Caraïbisch gebied, dat is een soort blinde vlek.

Vorig jaar verscheen er een boek over koloniale monumenten in Nederland van Ewald Vanvugt, met als titel De maagd en de soldaat. Uit dit boek blijkt dat - als het gaat om het verleden dat met de slavenhandel en slavernij te maken heeft - wij het moeten doen met standbeelden van Piet Heijn en Michiel Adriaansz de Ruyter. Het hoeft geen betoog dat dit wel een zeer eenzijdig en eurocentrisch beeld geeft.

Komt er - naast het boek van De Kom- nu ook een monument van steen, metaal of brons dat ons herinnert aan de slavenhandel en de slavernij? Een monument dat geen eenzijdig beeld geeft en waarin de diverse bevolkingsgroepen van het huidige Nederland zich kunnen vinden? Het antwoord is: ja; dat monument gaat er komen. Wat ons betreft al heel snel, hopelijk reeds volgend jaar. Wij hebben als streefdatum 1 juli 2000 gekozen. Op 1 juli 1863 schafte de Nederlandse regering de slavernij af .

Laat ik overigens voor de goede orde - en als politicus - een slag om de arm houden. We streven naar 1 juli 2000 maar er zijn nog een aantal onzekere factoren en het moet ook een goed monument zijn. Er zijn overigens al gemeenten, die graag gastheer willen zijn van een dergelijk monument. Ik heb hen gevraagd om op korte termijn te komen met mogelijke locaties. Zodra de locatie bekend is, kunnen ook de kunstenaars aan de slag.

U hoort mij nu steeds spreken over 'wij' en 'ons'. Daarmee bedoel ik dan Rick van der Ploeg, de staatssecretaris van cultuur, die ook enthousiast en betrokken is bij dit onderwerp. Maar ik bedoel met name ook het Landelijk Platform Nationaal Monument Slavernijverleden. Dit Platform is de echte initiatiefnemer voor een nationaal monument. In het Platform zijn Afrikaanse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse organisaties vertegenwoordigd.
Het Platform werkt met een grote inzet en betrokkenheid aan de totstandkoming van het monument. Het verheugt mij dan ook zeer dat de regering in deze zo nauw mag samenwerken met het Landelijk Platform.

Een nationaal monument, ter herinnering aan de slavernij en de slachtoffers daarvan, vindt veel steun. In het parlement, in tijdschriften, in ingezonden brieven in kranten, en niet te vergeten bij de achterban van het Landelijk Platform Nationaal Monument Slavernijverleden.

We moeten vertellen, weten en begrijpen wat er door mensen aan mensen is aangedaan, wat de gruwelijke, de ontzettende gevolgen kunnen zijn van de ontkenning van menselijkheid bij anderen. De slavernij en de mensonterende dagelijkse praktijk daarvan waren niet het gevolg van woede of wraak; ze vonden niet plaats in de razernij van en oorlog, ze waren - zou je in nieuw Nederlands zeggen - een managementoptie. We mogen niet vergeten wat er is gebeurt.

We moeten er óok bij stil staan omdat dit verleden zijn sporen heeft nagelaten in het heden. We zien het in de multiculturele samenleving om ons heen. Mensen van Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Afrikaanse herkomst leven in Nederland. Velen van hen voelen zich afstammelingen van de vroegere slaven of met hen verbonden. Deze verbondenheid vormt een deel van hun identiteit. Dat behoren wij te erkennen, zichtbaar te maken.

De multiculturele samenleving is onze eigen samenleving. Om onszelf te begrijpen, beter te begrijpen, respect te hebben voor elkaar, kennis te nemen van elkaars achtergronden, normen en waarden en identiteit, is het nodig om stil te staan bij het verleden en de betekenis daarvan voor het heden.

Het monument, dat er met de steun van het kabinet zal komen, zal dan bestemd zijn voor de gehele Nederlandse samenleving waaronder de afstammelingen van de slaven uit Afrika, Suriname en de Nederlandse Antillen en Aruba in het bijzonder.

Het onderwerp begint steeds meer te leven. Om het nationaal bewustzijn verder te activeren en een breed maatschappelijk draagvlak te creëren, zal ik een Comité van Aanbeveling instellen. De leden hiervoor zijn reeds benaderd en het Comité zal binnenkort officieel worden geïnstalleerd. In het Comité zitten mensen van naam en faam, uit de verschillende bevolkingsgroepen, deskundig en met affiniteit op dit terrein.

De komende tijd zal de Nederlandse regering samen met het Landelijk Platform Nationaal Monument Slavernijverleden en het Comité van Aanbeveling hard aan de slag gaan om een geschikte lokatie voor het monument te vinden, kunstenaars te benaderen, een ontwerp te kiezen en het onderwerp breed onder de aandacht te brengen.

Een monument - ik zei het al - kan vele vormen hebben: een gedenkteken is één vorm. Het kan een uitstekende ontmoetingsplaats worden voor herinnering en bezinning. Maar er kan ook aan andere functies gedacht worden.
Ik denk o.a. aan de aandacht voor slavenhandel en slavernij in het onderwijs. Ik denk ook aan museale en wetenschappelijke functies. Om te bezien op welke wijze aan deze functies vorm gegeven kan worden en of hiervoor voldoende draagvlak is, zal binnenkort gestart worden met een onderzoek naar wat wij zijn gaan noemen de 'dynamische' dimensie van het monument voor het slavernijverleden.

De feiten van de geschiedenis van de slavenhandel hebben geleid tot grote verschillen in het collectieve geheugen, tot verschillende percepties van het verleden.
De UNESCO is kort geleden een project gestart om scholieren uit Afrika, Europa en het Caraïbisch gebied over het onderwerp slavenhandel met elkaar in contact te brengen. In Nederland zijn daar ook enkele scholen bij betrokken, op Curaçao zijn contacten gelegd en project is ook onder de aandacht gebracht in Suriname. Misschien kunnen we weer komen tot één geschiedenis van de mensheid, die ons ook leert waar we faalden, waar we onvergeeflijke fouten hebben gemaakt.

Ik hoop dat een nationaal monument slavernijverleden, in welke vorm dan ook, recht zal doen aan het verleden, aan de slachtoffers en aan de hedendaagse multiculturele samenleving.

Daarbij zullen altijd voorvechters, die aandacht voor misstanden vragen, nodig zijn. Anton de Kom was er zo één. Hij streed tegen onrecht en andere misstanden. Hij is voor velen een held. Wij zijn het aan Anton de Kom en andere voorvechters, verplicht om het verleden onder ogen te zien om daardoor in de toekomst samen te kunnen leven.

25 nov 99 12:10

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie