Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Onderzoeksrapport gelijke behandeling

Datum nieuwsfeit: 25-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Katholieke Universiteit Nijmegen

Bron: Dienst Communicatiezaken, tel. (024) 361 22 30 Aanmaakdatum: 25 november 1999

Dienst Communicatie

PERS & VOORLICHTING Persbericht

Prof. mr. Asscher-Vonk en prof. mr. Groenendijk bieden minister Peper onderzoeksrapport aan

Op 25 november boden prof. mr. Irene Asscher-Vonk en prof. mr. Kees Groenendijk het onderzoeksrapport "Gelijke behandeling: regels en realiteit, een juridische en rechtssociologische analyse van de gelijke-behandelingswetgeving" aan minister Peper van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties aan. De minister overhandigde daarna het onderzoeksverslag aan prof. mr. Goldschmidt, voorzitter van de Commissie gelijke behandeling. Het boek bevat het verslag van een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mede namens de ministers van Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het rapport vormt de basis voor de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling.

Het onderzoek bevat een juridisch en een rechtssociologisch deel en is uitgevoerd door een team van onderzoekers onder leiding van Asscher-Vonk en Groenendijk: mr. ing. Mies Monster, dr. Anita Böcker, dr. Ruud Vlek en dr. Tetty Havinga. Minister Peper onderstreepte in zijn dankwoord enkele bevindingen van het Nijmeegse team. "Wij zijn hier om het onderzoek van de Katholieke Universiteit Nijmegen formeel af te ronden", zei de minister. "Dit onderzoek moet de basis vormen voor verdere maatschappelijke discussie over de wet, en meer algemeen over de praktijk van het gelijke behandelings-vraagstuk."

Gevoelig

"De Algemene wet gelijke behandeling is een wet op een gevoelig terrein", aldus Peper. "Niemand wil ervan beschuldigd worden te discrimineren ofwel ongerechtvaardigd onderscheid tussen personen te maken. Dat lijkt vanzelfsprekend. Als je artikel 1 van de Grondwet leest dan lijkt de tekst ook voldoende. Toch heeft de wetgever vijf jaar geleden voor wetgeving gekozen, omdat gemeend werd dat een Algemene wet gelijke behandeling voor de feitelijke bestrijding van discriminatie in de samenleving niet gemist kon worden. De Algemene wet gelijke behandeling bevat een evenwichtige uitwerking van het verbod van discriminatie op specifiek genoemde gronden. Wat heeft deze wet na vijf jaar bereikt? Groenendijk zei het al, het maatschappelijk draagvlak voor het principe van gelijke behandeling is groot. Dit geldt ook voor de gronden als leeftijd en handicap, waar wetgeving nog in ontwikkeling is. Maatschappelijke en politieke discussies maken duidelijk dat we ons telkens moeten blijven afvragen of een ieder wel optimaal kan functioneren. Nieuwe gelijke behandelingswetgeving, zoals bijvoorbeeld het kort geleden bij de Tweede Kamer ingediende Wetsvoorstel Verbod op leeftijdsdiscriminatie bij de arbeid, kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Ook in Europees verband staat gelijke behandeling en het bestrijden van discriminatie hoog op de agenda. De voorstellen van de Europese Commissie ter uitvoering van artikel 13 EG-verdrag worden met belangstelling afgewacht. Uiteraard kunnen deze voorstellen ook gevolgen hebben voor de huidige gelijke behandelingswetgeving, zoals Groenendijk opmerkte. Kortom, gelijke behandelingswetgeving blijft in beweging om de samenleving zo in te richten dat er gelijke mogelijkheden tot ontplooiing zijn voor iedereen, zonder onderscheid des persoons.
Ik ben blij dat uit het onderzoek naar voren komt dat de wet voor een groot gedeelte heeft beantwoord aan hetgeen de makers voor ogen stond. Natuurlijk zijn er ook minder positieve geluiden uit het onderzoek naar voren gekomen.
Voor een gedeelte zijn deze technisch van aard en eenvoudig via aanpassingswetgeving op te lossen. Andere zaken die de onderzoekers naar voren brengen, vragen een meer zorgvuldige afweging. Zo heeft Asscher- Vonk in haar onderzoek voorzichtig gepleit voor een wat minder rigide systeem, omdat de strikt gesloten normering soms tot absurde uitkomsten kan leiden. De vraag of, en hoe, je in uitzonderlijke omstandigheden de gesloten normering zou kunnen loslaten, vraagt om een grondige bestudering, juist omdat dit het hart van de Algemene wet gelijke behandeling raakt.
Ook uit het rechtssociologisch onderzoek zijn interessante conclusies naar voren gekomen. Met de bekendheid van de Algemene wet gelijke behandeling blijkt het niet best gesteld. Daar ligt een duidelijke taak voor het kabinet. Ook blijkt de Commissie gelijke behandeling niet altijd voor iedereen even toegankelijk, terwijl de wetgever er juist vanuit is gegaan met de Commissie gelijke behandeling een laagdrempelige voorziening in het leven te roepen. Aan de andere kant blijkt ten aanzien van de handhaving dat de oordelen van de Commissie gelijke behandeling de afgelopen jaren aan gezag hebben gewonnen. Resumerend: Als we kijken waar we na vijf jaar staan, denk ik dat de keus voor wetgeving juist is geweest en dat wetgeving een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan het vergroten van de duidelijkheid en rechtszekerheid van artikel 1 Grondwet. Het kabinet staat nu voor de opgave om de onderzoeksresultaten zorgvuldig te analyseren en te zien waar verbetering van wetgeving mogelijk is."

Gelijke behandeling: regels en realiteit: een juridische en rechtssociologische analyse van de gelijke behandelingswetegeving, prof. mr. I.P. Asscher-Vonk, prof. C.A. Groenendijk, Sdu.

Onderstaand de toespraken van beide auteurs bij de presentatie.

Toespraak aanbieding boek AWGB-evaluatie
C.A. Groenendijk

Een deel van de makers van de AWGB stond voor ogen dat die wet tot verandering van gedragspatronen en van onderlinge relaties tussen mensen en organisaties zou leiden. Zij wilden dat na vijf jaar werd nagegaan wat er van die bedoeling was terechtgekomen Die vraag is echter makkelijker gesteld dan beantwoord. Zelfs in de bijna 200 bladzijden van het rechtssociologisch deel van ons boek geven wij maar een gedeeltelijk antwoord. Wel maakt ons onderzoek een aantal dingen duidelijk.

Het maatschappelijk draagvlak voor het principe van de gelijke behandeling is groot. Dat draagvlak strekt zich ook uit tot discriminatiegronden die nog niet in de wet staan, zoals leeftijd en handicap. Verschil van mening ontstaat pas bij de specificatie van de algemene norm in een bepaalde branche of situatie. Met name als toepassing van die norm botst met andere waarden, met vaste gedragspatronen of als het hoge kosten met zich brengt, rijzen er weerstanden bij degenen van wie de norm van gelijke behandeling vergt dat ze een vaste manier van doen veranderen.

De makers van de AWGB kozen ervoor de handhaving van de wet primair over te laten aan het initiatief van de betrokken individuen. De omstandigheden van die individuen bepalen in hoge mate of er wel of niet een beroep op de wet wordt gedaan. Ons onderzoek geeft een aantal voorbeelden:

* De bekendheid met de AWGB, met de Commissie gelijke behandeling en haar oordelen is zeer beperkt, behalve onder personeelsfunctionarissen. Over de in 1994 ingevoerde nieuwe discriminatiegronden, zoals ras en nationaliteit, of over de uitbreiding van het discriminatieverbod tot het aanbieden van goederen en diensten, is in het algemeen veel minder bekend dan over het onderscheid tussen mannen en vrouwen in arbeidsrelaties.
* Voor toegang tot de Commissie is formeel een schriftelijk verzoek voldoende. In feite zijn echter ook andere vaardigheden vereist. Betrokkenen hebben vaak hulp van anderen nodig om de weg naar de Commissie te vinden. Ruim de helft van de verzoekers heeft een universitaire of hogere beroepsopleiding, terwijl die groep slechts een vijfde van de totale bevolking uitmaakt.
* Bij de indiening van klachten over discriminatie wegens ras of nationaliteit spelen intermediairs, met name de Antidiscriminatiebureaus een zeer grote rol. In de eerste tien maanden van dit jaar deed de Commissie uitspraak in 34 zaken over deze twee gronden. In 21 van die gevallen werd de verzoeker bijgestaan door een ADB of diende ADB op eigen naam een klacht in; zes verzoekers kregen bijstand van een advocaat en zeven verzoekers procedeerden op eigen kracht.

* Het indienen van een klacht over discriminatie heeft met name bij langlopende relaties vaak negatieve gevolgen voor de betrokkene. Bijna de helft van de personen die bij de Commissie een klacht hebben ingediend tegen hun werkgever, ondervond daarvan nadelige consequenties. Een derde was daarom van werkgever veranderd of had de klacht pas ingediend nadat het dienstverband was geëindigd.
* Slechts een beperkt deel van de personen die een verzoek bij de Commissie indient, heeft zelf baat bij de indiening of gegrondverklaring van hun verzoek. Als de wederpartij regels of gedragspatronen wijzigt, ondervinden vooral anderen dan de verzoeker daarvan de baten.

De oordelen van de Commissie gelijke behandeling zijn juridisch niet bindend. Toch hebben ze de afgelopen jaren kennelijk aan gezag gewonnen. In een derde tot de helft van de gevallen waarin de Commissie tot strijd met de wet oordeelde, nam de wederpartij maatregelen ter uitvoering van dat oordeel. In de weinige zaken die na een uitspraak van de Commissie bij de rechter komen, wijkt de rechter minder vaak dan in de jaren tachtig af van het oordeel van de Commissie. Al blijkt het voor de klager nog onvoorspelbaar wat er gebeurt als hij naar de rechter gaat. Een goed voorbeeld, waar de rechter de Commissie wél volgt, is de recente uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden waarin deze zich aansloot bij het oordeel van de Commissie dat de Gemeente Lemsterland in strijd met haar eigen voorkeursbeleid had gehandeld ten aanzien van een allochtone sollicitant. De rechter kende hem een aanmerkelijke schadevergoeding toe. De gemeente besloot daarop die vergoeding te betalen maar beëindigde tegelijkertijd haar voorkeursbeleid.

Uit dit geval blijkt dat klachten ook averechtse effecten kunnen hebben en dat ook overheidsorganen soms moeite hebben om het oordeel van de Commissie te aanvaarden. Juist de overheid zou het goede voorbeeld bij de opvolging van oordelen moeten geven. De AWGB kent drie uitzonderingen op het principe dat de betrokkene zelf het initiatief moet nemen. De Commissie kan uit eigen beweging een onderzoek in stellen en ze kan tegen overtreding van de wet bij de rechter optreden. Verder kunnen belangenorganisaties op eigen naam een verzoek bij de Commissie instellen. Eén op de tien verzoeken wordt door een organisatie ingediend, meestal door een ADB en veel minder vaak door een vakbond of een ondernemingsraad. Voor vakbonden geldt, net als voor werknemers, dat zij aan het behoud van een goede relatie met de werkgever meestal de voorkeur geven boven het indienen van een klacht. Wel verlenen vakbonden soms bijstand aan individuele leden in zaken bij de Commissie.

De Commissie heeft nog nooit een vordering bij de rechter ingesteld tegen overtreding van het wettelijk discriminatieverbod. Ook maakt ze minimaal gebruik van haar bevoegdheid om uit eigen beweging een onderzoek in te stellen. Waarschijnlijk spelen in beide gevallen een gebrek aan kennis en aan middelen een rol. Voor een enigszins omvangrijk onderzoek of een procedure moet de Commissie aan de betrokken ministeries om extra middelen vragen. Mogelijk heeft ook de wens van de Commissie om een initiatief-onderzoek in een oordeel te laten eindigen een remmende werking. De wet verplicht niet om elk onderzoek in een oordeel te laten uitmonden. Het kan ook tot overleg of bemiddeling leiden. Zo had ik verwacht dat de Commissie een onderzoek zou instellen naar aanleiding van berichten dat banken in Rotterdam bij de beoordeling van hy- potheekaanvragen gebruik maken van een kaart waarop achterstandswijken rood staan ingekleurd. Bewoners van die wijken (waaronder waarschijnlijk relatief veel allochtonen) zouden daardoor moeilijker een hypotheek kunnen krijgen. Een onderzoek op eigen initiatief had duidelijkheid over de feiten, de gevolgen en de rechtvaardiging voor dit optreden boven tafel kunnen brengen. Dat had bijvoorbeeld tot overleg met de banken over eventuele alternatieve gedragspatronen kunnen leiden.

Met de keuze van de wetgever voor handhaving op initiatief van de betrokken burgers, is de beperkte werking van de AWGB gegeven. Die beperking kan ten dele worden opgeheven door de Commissie en de particuliere organisaties die voor de doelgroepen optreden meer financiële armslag voor actief optreden te geven dan nu het geval is.

Op de Top in Tampere vorige maand hebben de regeringsleiders van de EU-lidstaten de Europese Commissie gevraagd om zo spoedig mogelijk met voorstellen ter uitvoering van het nieuwe art. 13 EG Verdrag te komen. De Commissie heeft aangekondigd binnenkort een ontwerp-Richtlijn tegen rassendiscriminatie te zullen in dienen. Het lijkt verstandig bij het overwegen van eventuele wijzigingen in de Nederlandse wetgeving rekening te houden met dat voorstel. Belangrijker nog is dat Nederland zich bij de behandeling van dat voorstel minder terughoudend opstelt, dan het naar mijn indruk tot nu toe heeft gedaan. De spreekwoordelijke koopman en dominee hebben immers beiden belang bij duidelijke en effectieve regels tegen rassendiscriminatie. Ook de koopman is op lange termijn gebaat bij gelijke kansen voor alle groepen in de bevolking en bij het voorkomen van instabiele verhoudingen door de achterstelling of uitsluiting van bepaalde groepen mensen alleen op basis van hun herkomst.


Toespraak prof. dr. I.A. Asscher Vonk
bij presentatie rapport Gelijke behandeling

25 november 1999.

1. De Hennies. Dat was de naam waaronder twee personen werden aangeduid. Ze waren in Turkije gearresteerd op verdenking van een of ander strafbaar feit. De Hennies. De kranten verhaalden nu zo een half jaar geleden van hun wedervaren.
Op een of andere manier heb ik het begin van het verhaal gemist. De simpele aanduiding liet mij met vragen zitten. En die vragen waren, ik schaam mij niet u er van te verhalen: Waren het twee mannen, twee vrouwen of één van elk? En wat was de relatie tussen de twee personen? Was het een echtpaar? De foto's die ik in de krant zag gaven onvoldoende duidelijkheid over die vragen: ik weet het nog niet. Ik weet ook niet voor welk strafbaar feit ze werden vervolgd, noch of ze in hechtenis bleven: maar ik bleef benieuwd naar de aspecten geslacht en burgerlijke staat, dan wel homo- of heteroseksuele gerichtheid.
Blijkbaar voldoet het aan een diep-menselijke behoefte om dit soort persoonskenmerken van iemand te kennen - ja persoonskenmerken: dat zijn de hoedanigheden waar je iemand aan kent. Wil je iemand kennen, dan zijn het basisgegevens: wie ben je, waar kom je vandaan, ben je man of vrouw. Toch vraagt de wet ons, nee eist de wet dat we in bepaalde situaties, en in bepaalde relaties, dergelijke wezenlijke aspecten van mensen negeren. Waarom?
De wetsgeschiedenis beantwoordt deze vraag: omdat internationale verdragen dat eisen, omdat onderscheid naar de betreffende persoonskenmerken in bepaalde situaties tot achterstelling leidt, omdat de menselijke waardigheid eist dat personen gelijke ontplooiingsmogelijkheden in het maatschappelijk leven moet hebben, ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero-of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. En zou ik er aan toe willen voegen, omat de maatschappij gebaat is met optimaal functioneren van al haar leden, zonder achterstelling, omdat alleen op die manier de kwaliteiten van een ieder tot hun recht komen.
2. Wat wil gelijke-behandelingswetgeving eigenlijk bereiken? Niet dat een heer de deur niet meer open mag houden voor een dame, ook niet dat een voorkeur voor "indisch" eten niet meer geuit mag worden, ook niet dat alles "eenheidsworst" wordt. Wel dat op relevante terreinen een duidelijke norm geldt. Wel dat er zekerheid is over de wijze waarop de wetgever de verhouding tussen het grondrecht van gelijke behandeling en de andere grondrechten - vrijheid van godsdienst, vrijheid van onderwijs bijvoorbeeld - ziet. Wel dat duidelijk is onder welke omstandigheden uitzondering op het verbod van direct onderscheid toegelaten is, bijvoorbeeld in verband met een maatschappelijke achterstand.

3. Is dat gelukt? Is het doel dat de wetgever voor ogen had, bereikt? Dat was een van de vragen waarnaar wij onderzoek hebben ingesteld.

Het antwoord op die vraag is voor een belangrijk deel ja. De wet geeft de gelijke-behandelingsnorm voor een aantal belangrijke maatschappelijke terreinen. De wetgever heeft voor het bereiken van zijn doel gekozen voor een gesloten systeem. Dat betekent dat direct onderscheid - onderscheid naar een in de wet genoemd kenmerk - alleen is toegestaan in bepaalde, in of op grond van de wet geregelde, uitzonderingssituaties. Een dergelijke wetgevingsmethode bevordert de duidelijkheid, en scherpt de norm in bij justitiabelen en rechtstoepassers. Met die keuze werd aangesloten bij wat in het EG-recht in verband met de gelijke behandeling van mannen en vrouwen is vastgelegd. Een aantal voorschriften van de wet is van adequate sanctionering voorzien. Handhaving is toevertrouwd aan een gesprecialiseerd orgaan: de Commissie gelijke behandeling.
Maar er zijn ook problemen. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar wil wijzen op één belangrijk probleem dat we gesignaleerd hebben. Dat is het probleem dat de strakke norm kennelijk soms een keurslijf wordt. Een keurslijf, om niet te zeggen een Procrustus-bed. Voor het kiezen van de strakke normering waren goede redenen, ik heb ze opgenoemd. Naar met al die goede bedoelingen blijkt soms onverkorte toepassing tot resultaten te leiden die de grenzen van het maatschappelijk aanvaardbare naderen. De gelijke behandelingsnorm beperkt dan - zoals een keurslijf de taille - in plaats van vrije ontplooiing mogelijk te maken. En de neiging zou kunnen gaan bestaan om de casus te kneden, net zo lang tot hij past in een stramien dat een wel acceptabele oplossing geeft. Het gaat om - hoogst uitzonderlijke - situaties die door de wetgever niet zijn voorzien, of die eenvoudigweg nog niet voorkwamen. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met het voorschrift in de dat in de media- raad personen van verschillende bevolkingsgroepen vertegenwoordigd moeten zijn, terwijl de AWGB een dergelijke uitzondering niet toelaat? Het gaat ook om situaties die misschien voorkomen hadden kunnen worden. Er is regelgeving tot stand gekomen waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de normen van de AWGB en de vraag of die in verband met de nieuwe regelgeving aangepast had moeten worden, ten onrechte niet gesteld is.

4. Hoe kan het beter? Het onderzoek geeft en hele lijst van aanbevelingen. Voor een belangrijk deel technische punten, maar ook principiëlere. Allemaal punten waarvan wij menen dat verbetering van de regelgeving mogelijk is. Ik verwijs naar het rapport, en die aanbevelingen. Eén voorstel tot verbetering wil ik hier noemen, en dat heeft te maken met het punt dat ik zojuist noemde. Wij menen dat de tijd rijp is om in die uitzonderlijke gevallen waarin onverkorte toepassing van de gesloten normering
- die in de wet gehandhaafd moet blijven tot kennelijk onacceptabele of zelfs absurde uitkomsten zou leiden, op grond van de redelijkheid en billijkheid rechtvaardiging van onderscheid toe te laten. De Commissie - en de rechter - zou de ruimte moeten benutten om de wet op die wijze toe te passen. De tijd is rijp voor zo een toepassing van de gelijke-behandelingswetgeving. Deze Commissie bestaat vanaf 1994, maar met zijn voorgangers mee kunnen we teruggaan tot 1975. 25 jaar ervaring - en maatschappelijke gewenning aan en inscherping van de norm van gelijke behandeling. Intussen kan iets ruimer adem gehaald worden, menen wij.
5. Terug naar de Hennies. Ik mag nieuwsgierig blijven naar de personen achter de krantenberichten, en daar horen de persoonskenmerken bij. Dat mag van de
gelijke-behandelingswetgeving. Maar als ik met hen een verzekeringsovereenkomst aanga, als ik een van hen in dienst zou willen nemen, dan dienen die persoonskenmerken mij koud te laten. Dat moet van de wet, en zo hoort het ook.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie