Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Remkes op congres "Welstand met beleid" te Utrecht

Datum nieuwsfeit: 26-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van VROM

SPEECH STAATSSECRETARIS REMKES (VROM) BIJ EERSTE EXEMPLAAR BROCHURE "WELSTAND MET BELEID"

26 NOVEMBER 1999 te Utrecht

Ik vind dat dit congres en de brochure, die ik zojuist van de Federatie Welstand en de VNG heb gekregen, treffende titels hebben meegekregen. Welstand moet anders. Maar zonder onderliggend beleid kan dat niet. We moeten inderdaad naar een welstandstoezicht met beleid! Ik heb dat ook al tot uitdrukking gebracht in het wetsvoorstel en de bijbehorende beleidsbrief die medio september aan de Tweede Kamer zijn gezonden.
Welstandstoezicht is geen doel op zich. Het is één van de instrumenten die gemeenten kunnen gebruiken bij hun zorg voor de ruimtelijke kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving. U vindt dat begrip - ruimtelijke kwaliteit - ook terug in andere beleidsvoornemens die in deze kabinetsperiode hoog op onze agenda staan. Ik noem u de 5e Nota Ruimtelijke Ordening, de Nota Wonen en de 3e Architectuurnota.
U weet ongetwijfeld dat we bezig zijn met de voorbereiding van deze nota's. Ik kan er dus inhoudelijk nog niet zoveel over zeggen. Maar de denkrichting is wel duidelijk. Bijvoorbeeld dat een goede ruimtelijke kwaliteit veel meer vraagt dan louter een goed welstandstoezicht. Het gaat ook om zaken als:

professioneel opdrachtgeverschap

cultureel besef

ruimtelijke kwaliteitszorg door gemeenten in de vorm van goede stedenbouwkundige plannen en goede openbare ruimten

Op dat laatste wil ik even ingaan. Ruimtelijke kwaliteitszorg vraagt van gemeenten een expliciete en samenhangende strategische visie. Een visie die gebaseerd is op een deugdelijke analyse van de kwaliteiten van een gebied. En dan spreek ik niet alleen over fysieke, maar ook over de economische, sociale, ecologische, culturele en cultuur-historische aspecten. De gemeentelijke visie moet duidelijk maken wat de toekomstige ontwikkeling van een gebied moet zijn en welke kwaliteiten behouden, verbeterd en toegevoegd moeten worden. Die visie moet bovendien genoeg aanknopingspunten bieden voor een goede stedenbouwkundige doorwerking. Daarmee bedoel ik nadrukkelijk niet een zeer minutieus en gedetailleerd voorschrijven wat wel en niet mag. Integendeel: de burger moet juist ruimte krijgen om binnen het vastgestelde stedenbouwkundig kader zoveel mogelijk zelf invulling te geven aan een bouwplan. Die ruimte kan onder meer worden geboden door in dat stedenbouwkundig kader rekening te houden met eventuele latere veranderingen, zoals aan- en uitbouwen.
Uiteraard zal zo'n kader voor het ene gebied strenger zijn dan voor het andere. Bepaalde gebieden, zoals beschermde stads- en dorpsgezichten, zijn nu eenmaal kwetsbaarder dan andere. Hetzelfde geldt op gebouwniveau: monumenten vergen een andere benadering dan andere gebouwen. En dan is er nog de kwaliteit van de openbare ruimte. Een vereiste voor een goede ruimtelijke kwaliteit is immers de kwaliteit van de openbare ruimte. Ik moet zeggen: daar schort het nogal aan. Op teveel plaatsen zie ik een chaotisch en rommelig straatbeeld. Breek je je nek niet over een reclamebord of fietsklemmen dan wel over wipkippen of markeringspaaltjes!
Ook welstandstoezicht draagt bij aan een goede ruimtelijke kwaliteit in een gebied. Maar: welstandstoezicht is geen reparatiesetje voor het tekortschieten van de gemeentelijke ruimtelijke kwaliteitszorg of een slechte kwaliteit van de openbare ruimte. Op grond van de Woningwet kun je er met welstandstoezicht alleen voor zorgen dat het uiterlijk van een bouwwerk niet onder het minimaal aanvaardbare kwaliteitsniveau komt. Het is geen garantiebewijs voor hoogstaande architectonische kwaliteit. En dat zal het, ook in een nieuwe opzet van welstandstoezicht, niet worden. Een gemeente die ambities heeft, zal het moeten zoeken in andere middelen als een lokaal architectuurbeleid, voorlichting, overleg, subsidie en zelf het goede voorbeeld geven. Bijvoorbeeld door het aanstellen van een stadsbouwmeester of een supervisor voor een bepaald gebied. Daar zijn inmiddels goede ervaringen mee opgedaan.
Ik vertel u weinig nieuws als ik zeg dat er de nodige kritiek bestaat op het huidige welstandstoezicht. Die kritiek gaat vaak over de aard, de samenstelling en de werkwijze van de welstandscommissie en op de inhoud van haar adviezen. De welstandscommissie wordt wel gezien als een black box waarin dingen gebeuren die goeddeels aan de waarneming zijn onttrokken. Achterkamertjesgedoe van een clubje onaantastbaren dat met een gevoel van esthetische superioriteit en een potlood eigen ontwerp-oplossingen aan derden opdringt.
Dat beeld is in de meeste gevallen te negatief. Het doet ook onvoldoende recht aan de inspanningen van veel welstandscommissies. Kortom: "de" welstandscommissie bestaat niet; er zijn er die uitstekend werk doen terwijl andere het minder goed doen. Maar het negatieve beeld geeft wel aan dat er voor het welstandstoezicht in het algemeen en de welstandscommissies in het bijzonder te weinig maatschappelijk draagvlak is. Dat is méér dan een imago-probleem: het huidige welstandstoezicht is gewoonweg aan vernieuwing toe. En wel op drie terreinen:

op het vlak van de professionalisering, waarover de Rijksbouwmeester u straks meer zal vertellen, ten aanzien van transparantie, toetsbaarheid en openbaarheid, en
de politiek- bestuurlijke verankering/de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur.

Met name de laatste twee komen aan de orde in de wetswijziging die het kabinet medio september bij de Tweede Kamer heeft ingediend. Om daaraan tegemoet te komen, wijken onze voorstellen op drie punten af van de huidige Woningwet:


1.

de gemeenteraad moet een welstandsnota vaststellen, waarin zo concreet mogelijke welstandscriteria zijn opgenomen;


2.

de politieke verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders wordt verscherpt,


3.

welstandscommissies moeten meer in het openbaar gaan functioneren.

Ik schat dat deze wetswijziging per 1 januari 2001 van kracht zal worden. Tot 1 januari 2002 zal er dan een overgangsregime gelden, zodat gemeenten tot die datum de mogelijkheid hebben om hun welstandstoezicht aan te passen. Doen ze dat niet, dan vervalt per 1 januari 2002 hun wettelijke basis voor uitoefening van welstandstoezicht. De gemeenten zullen dus tussen vandaag en 1 januari
2002 nog behoorlijk wat werk moeten verzetten om de zaken op tijd goed te regelen. Ik realiseer me dat dit voor een aantal gemeenten een flinke opgave wordt. Daarom heb ik in de beleidsbrief van medio september een stimuleringsprogramma voor gemeenten aangekondigd, bestaande uit een aantal handreikingen waaronder een model voor een gemeentelijke welstandsnota. De Rijksbouwmeester zal dit alles in overleg met onder meer de Federatie Welstand, VNG en Architectuur Lokaal verder uitwerken. Vanaf medio december zal VROM overigens een website over welstandstoezicht openen. Doel hiervan is een dialoog op gang te brengen met burgers over het ingediende wetsvoorstel en op die manier meer inzicht te krijgen in ervaringen met en opinies over de praktijk van welstandstoezicht. Ik heb u daarstraks al gezegd dat ik streef naar een stedenbouwkundige opzet die de burger en andere opdrachtgevers de ruimte geeft om zijn eigen wensen ten aanzien van bouwen en wonen tot uitdrukking te brengen. Ik doel dan op ruimte in letterlijke en figuurlijke zin. Dus:

bouwkavels van voldoende grootte mogelijkheden voor individueel opdrachtgeverschap en voor groepsinitiatieven vrijheid van architectenkeuze en dus geen verplichte of semi-verplichte 'architectenlijstjes' van gemeenten.

Het zijn punten die ook een belangrijke plaats zullen krijgen in de Nota Wonen. Ook wat het welstandstoezicht betreft wil ik daarop inhaken. Ik heb dan ook de volgende uitgangspunten gehanteerd bij het wetsvoorstel voor het welstandstoezicht:

de primaire verantwoordelijkheid voor de architectonische kwaliteit van een bouwwerk berust bij de opdrachtgever en de ontwerper de primaire verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit en de stedenbouwkundige samenhang berust bij de overheid, die een coördinerende taak heeft
gegeven het belang van welstand is het wenselijk om niet alleen het minimaal vereiste welstandsniveau van bouwwerken te waarborgen, maar ook de stedenbouwkundige samenhang en de kwaliteit van het openbaar gebied. Deze uitgangspunten kunnen vèrstrekkende gevolgen hebben. Want ze betekenen dat een burger ook daadwerkelijk voldoende ruimte moet krijgen om zijn primaire verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen: ruimte om bouwwerken te realiseren zonder dat die aan welstandstoezicht zijn onderworpen. Dat kan als de gemeenteraad een bepaald gebied welstandsvrij heeft verklaard. Ik denk dat er op dit punt nog te veel koudwatervrees bij gemeenten bestaat.
Ook kan het zijn dat voor een bouwwerk ingevolge de Woningwet geen bouwvergunning nodig is. Natuurlijk rijst daarbij de vraag hoe de categorie bouwvergunningsvrije bouwwerken precies moet worden afgebakend. En daarmee heb ik meteen een omstreden punt van de wetswijziging te pakken. Ik weet dat de Federatie Welstand, de VNG en allerlei andere organisaties op hoofdlijnen vrij veel begrip hebben voor mijn visie op de vernieuwing van het welstandstoezicht. Ze kunnen zich bijvoorbeeld vinden in het principe de categorie vergunningsvrije bouwwerken te verruimen. Er bestaat ook een redelijke consensus over het principe dat de burger gevrijwaard moet zijn van preventieve overheidsbemoeienis met allerlei kleinere bouwwerken. En over de mogelijkheid voor gemeenten om via repressief welstandstoezicht zo nodig te kunnen optreden wanneer een vergunningsvrij bouwwerk in ernstige strijd is met redelijke eisen van welstand. Daarvoor is in de wetswijziging een excessenregeling opgenomen.

Waar we met name over van mening verschillen, is de gewenste maatvoering bij de verruiming van de categorie vergunningsvrije bouwwerken. De BNA heeft wel eens de wens geuit dat alles tot het niveau van een doorsnee-eengezinswoning vergunningsvrij zou moeten zijn, terwijl de Federatie Welstand en VNG juist een veel kleinere verruiming willen. We werken op het departement op dit moment aan een algemene maatregel van bestuur die de definitieve afbakening zal geven van de categorie vergunningsvrije bouwwerken. Daarin zullen we ook ingaan op de ruimtelijke randvoorwaarden die daarbij moeten worden gesteld. Ik heb daarover binnenkort bestuurlijk overleg met de Federatie Welstand en de VNG. De overige partijen uit de bouwpraktijk praten hierover mee via het Overleg Platform Bouwregelgeving.
Zonder op de uitkomsten van dat overleg vooruit te lopen, wil ik hier toch even kort stilstaan bij de kritiek tegen een mogelijk aanzienlijke verruiming van de categorie vergunningsvrije bouwwerken. Die kritiek betreft een aantal punten zoals:

risico's voor veiligheid en gezondheid risico's voor de ruimtelijke kwaliteit van kwetsbare gebieden,

en de verschuiving van publiekrechtelijke regulering naar privaatrechtelijke regulering Die kritiek overtuigt mij vooralsnog niet. Ik geloof bijvoorbeeld niet erg in eventuele risico's voor veiligheid en gezondheid. Vergunningsvrije bouwwerken moeten immers net zoals andere bouwwerken gewoon aan het Bouwbesluit voldoen. En als we het hebben over een verruiming van de categorie vergunningsvrije bouwwerken, hebben we het voor een belangrijk deel over een verruiming met bouwwerken die op dit moment niet preventief op veiligheid en gezondheid worden getoetst omdat ze alleen meldingplichtig zijn. Op dat punt zie ik dus geen verschil met nu. En laten we bovendien niet net doen alsof preventief gemeentelijk toezicht nu altijd zoveel verschil maakt want we weten zo langzamerhand toch wel dat de handhaving van het Bouwbesluit door gemeenten nog al eens te wensen overlaat.
Ook ben ik niet onder de indruk van de kritiek dat een verruiming van de categorie vergunningsvrije bouwwerken ten koste zou gaan van de ruimtelijke kwaliteit van kwetsbare gebieden. Te meer omdat in de voorgestelde wetswijzing - net zoals in de huidige Woningwet - een uitzondering is opgenomen ten aanzien van monumenten en de door het Rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezichten. En dan hebben we nog de kritiek die samenhangt met een verschuiving van publiekrechtelijke naar privaatrechtelijke regulering. Die verschuiving zal inderdaad plaatsvinden. "Nou en" zou ik zeggen. In ons land komen we dan in dezelfde situatie terecht die we bijna overal op deze aardbol aantreffen en ik heb niet de indruk dat het daar nou altijd zoveel slechter is dan hier. Bovendien geloof ik nog steeds in de eigen verantwoordelijkheid van mensen en in goed nabuurschap. Ik geloof dan ook niet dat zich nu ineens een veel groter aantal burenconflicten over welstand zal gaan voordoen. Ook al omdat - als je burgers naar hun prioriteiten vraagt - zij zich in het algemeen veel meer ergeren aan rommel en vuil op straat dan aan een dakkapelletje dat wat uit de toon valt. Kortom: koudwatervrees, die uitgaat van een onderschatting van het belang dat de meeste burgers zelf aan de ruimtelijke kwaliteit van hun bezit hechten.
Dames en heren, in rond af.
U mag uit mijn woorden afleiden dat we voor ingrijpende veranderingen staan in het welstandstoezicht. Ik haak dan ook nog eens in op de titel van de brochure: 'Welstand met beleid'. Voor mij betekent dat:

een welstandstoezicht dat is ingebed in een expliciet gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit van een gebied een welstandstoezicht dat de burger voldoende ruimte laat om zijn keuzevrijheid en verantwoordelijkheid voor het uiterlijk van zijn woning te kunnen waarmaken een welstandstoezicht dat tevens een vangnet is om uitwassen tegen te gaan een welstandstoezicht dat professioneler, transparant, toetsbaar en openbaar is en democratisch tot stand komt.

Ik wens u een boeiend congres toe.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie