Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op vragen wegverzorgende horecabedrijven

Datum nieuwsfeit: 26-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wegverzorgende Horecabedrijven


Aan:

De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR Den Haag

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

AFEP/1999/86.m

26 november 1999

Onderwerp

Wegverzorgende Horecabedrijven

Hierbij zend ik u op verzoek van Uw Commissie ter kennisname een afschrift van de brief aan Horeca Nederland welke is verstuurd op 24 november j.l., in reactie op een brief van Horeca Nederland van 26 oktober j.l.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

Aan:

De directeur van Horeca Nederland

de heer M.H.J. Claes

Postbus 566

3440 AN Woerden

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

wb\csp\99180.wb

AFEP/1999/78m

24 november 1999

Onderwerp

Wegverzorgende horecabedrijven

Naar aanleiding van uw bovenvermelde brief informeer ik u over het volgende.

Zoals tijdens het overleg van 11 oktober j.l., waar U ook aan refereert, is afgesproken zou U een schriftelijke reactie ontvangen op door U nader te specificeren vragen. Uw vragen worden hieronder beantwoord. Ik vraag uw aandacht voor het feit dat het uitgangspunt bij de beantwoording de MDW-voorstellen zijn, zoals die aan de Tweede Kamer zijn voorgelegd. In de brief van het kabinet aan de Tweede Kamer van 21 oktober j.l. waarin de eindrapportage van de MDW werkgroep wordt aangeboden wordt melding gemaakt van nadere gesprekken tussen de overheid en de oliebranche om te verkennen of er alternatieven denkbaar zijn om de doelstellingen van de MDW operatie te realiseren. Deze zouden consequenties kunnen hebben ten aanzien van de hier gegeven antwoorden. Zodra hierover duidelijkheid is ontstaan zult U hierover nader worden geinformeerd. Daarbij is het van belang dat U in het eerder genoemde overleg van 11 oktober ook hebt aangegeven bereid te zijn om na te gaan of er alternatieven denkbaar zijn voor de MDW-voorstellen, voorzover die op uw branche betrekking hebben, waarbij de MDW-doelstellingen overeind blijven. Ik begrijp dat u alvorens op dat verzoek in te gaan het antwoord nodig hebt op een aantal vragen.

Ik stel u voor in vervolg op deze brief een overleg te plannen, waarbij mogelijke alternatieven van uw zijde aan de orde kunnen komen. Uiteraard kunnen daarbij de hierbij verstrekte antwoorden op Uw vragen ook besproken worden.

De antwoorden op de door u gestelde vragen luiden als volgt.

Vraag 1: Indien de huidige vergunning - met een looptijd van 99 jaar van wegrestaurantexploitanten wordt ingeruild voor een nieuwe vergunning, welke looptijd is hier dan aan verbonden?

Antwoord 1: In het huidige standpunt van het kabinet worden de voorstellen van de MDW werkgroep overgenomen, waarin sprake is van overeenkomsten voor het zgn. servicestation met een looptijd van 15 jaar.

Vraag 2: Bij een kortere looptijd van de nieuwe vergunning als door het bedrijfschap Horeca en Catering aangegeven, welke schade wordt er dan door u vergoed ter compensatie van de hoge investeringen in onroerende goederen en infrastructuur?

Antwoord 2: Omdat in de huidige voorstellen is voorzien in de mogelijkheid van een vrijwillige omruil van de bestaande erfpachtovereenkomst in een overeenkomst voor een servicestation met een looptijd zoals hierboven gemeld, is niet voorzien in een schadevergoeding na afloop van deze termijn. Van overheidszijde bestaat de bereidheid om desondanks in gevallen van omruil de mogelijkheid te bespreken waarbij na afloop van de duur van deze overeenkomst (eenmalig) in een financiële tegemoetkoming wordt voorzien die vergelijkbaar is met hetgeen is beschreven voor de benzinelocaties na afloop van de in de MDW werkgroeprapporten beschreven opzegtermijn van tien jaar. Deze tegemoetkoming betreft dan met name een tegemoetkoming voor investeringen, die in het verleden zijn gepleegd en nog niet zijn afgeschreven, en eventuele economische restwaarde van verplichte investeringen. Voor een preciezere omschrijving wordt verwezen naar het betreffende MDW rapport.

Vraag 3: Hoe hoog is de vergoeding van door de jaren heen opgebouwde goodwill na afloop van de periode van de bestaande én de nieuwe vergunning?

Antwoord 3: Het past niet in de gekozen systematiek om een vergoeding voor goodwill te verstrekken. Hierin is dan ook niet voorzien.

Vraag 4: Indien de functiescheiding wordt opgeheven wat zijn dat de maatregelen die zullen leiden tot gelijke uitgangsposities voor beide partijen c.q. wat gaat u doen om scheve concurrentie te voorkomen (gelijke monniken, gelijke kappen principe)?

Antwoord 4: Na opheffing van de functiescheiding wordt een definitie geformuleerd van het zgn. servicestation. Dit servicestation zal aan een aantal regels en voorwaarden dienen te voldoen. Deze regels zijn onafhankelijk van de historie van het servicestation, dus of het in het verleden een wegrestaurant of een benzinelocatie betrof. Daarmee is voldaan aan het principe van gelijke monniken, gelijke kappen.

Vraag 5: Welke jaarlijkse erfpacht zal worden berekend indien ook benzine verkocht gaat worden?

Antwoord 5: Indien een wegrestaurant ook benzine gaat verkopen, zal er sprake zijn van een servicestation. Voor het gebruik van staatsgrond voor de exploitatie van een benzinestation is een nieuwe vergoedingssystematiek ontwikkeld. Deze is beschreven in de MDW documenten. Indien er een combinatie van horeca en benzineverkoop plaatsvindt in de vorm van een volledig servicestation wordt de vergoedingssystematiek aangepast voor het servicestation. De concrete vergoeding is afhankelijk van locatiespecifieke omstandigheden.

Vraag 6: In hoeverre hebben de wegrestaurants de vrije keuze voor wat betreft het benzinemerk?

Antwoord 6: In de opvatting van de MDW werkgroep, die door het kabinet is overgenomen, heeft het wegrestaurant niet geheel de vrije keuze wat betreft het benzinemerk. Het zou in strijd zijn met het streven om de huidige concentratiegraad van de grote oliemaatschappijen op het hoofdwegennet te verkleinen, als de wegrestaurants onder de vlag van een van deze maatschappijen benzine zouden gaan verkopen.

Vraag 7: Wat denkt u te doen aan de gevolgen van het niet parallel lopen van beleidsvormen van de Gemeentelijke overheidspartijen en die van de Rijksoverheid?

Antwoord 7: Zoals aangegeven in het kabinetsbesluit van 22-10-1999 bij het MDW rapport over de structuur van de benzinemarkt op het onderliggende wegennet zal het kabinet een bestuurlijk overleg initiëren om met de decentrale overheden de doelstellingen voor de herordening van de benzinemarkt te bespreken. Ook de samenhang tussen de beleidswijziging van de rijksoverheid en de bemoeienis van de decentrale overheden met de benzineverkoop aan het hoofdwegennet zal op de agenda van dit overleg staan.

Overigens is het in gevallen van concrete locaties niet ongebruikelijk dat er overleg plaatsheeft tussen het Rijk en een decentrale overheid over deze locaties langs het hoofdwegennet en de inpasbaarheid hiervan in het locale bestemmingsplan. Dat neemt niet weg dat de decentrale overheden vanuit hun publieke taken ten aanzien van ruimtelijke ordening en milieu een eigen verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de vormgeving van het bestemmingsplan. Het rijk wil in deze verantwoordelijkheid niet treden.

Vraag 8: Wat denkt u te doen aan het voorkomen van het ontstaan van de hierdoor scheve marktverhoudingen?

Antwoord 8: Allereerst zij opgemerkt dat een groep van stations niet concurreert met een groep andere stations, maar dat een individueel station concurreert met de stations in de directe omgeving. Daarnaast geldt dat in een toekomstige situatie waarin enkel nog servicestations zouden bestaan en niet langer afzonderlijke benzinelocaties en wegrestaurants, het niet zo is dat alle servicestations identiek zullen zijn. Het is juist de bedoeling van de overheid om differentiatie van de servicestations mogelijk te maken, zodanig dat de servicestations op hun eigen karakteristieken kunnen concurreren. Daarbij zullen sommige servicestations, bijvoorbeeld degene met een verleden als wegrestaurants, hun aantrekkingskracht proberen te ontlenen aan de functie van rustpunt die zij kunnen verlenen. Andere stations zullen mogelijkerwijs kiezen voor een concept van een goedkoop onbemand benzinestation.

Vraag 9: Wat denkt u te doen aan de oneerlijke concurrentie c.q. ongelijke exploitatievoorwaarden voortkomende uit de meer gunstige locatie/situering van de benzinestations ten opzichte van de weggebonden horeca bedrijven?

Antwoord 9: De situering van het benzinestation en het wegrestaurant op de verzorgingsplaats wordt bepaald door de intensiteit van het gebruik van deze bedrijven, die voor een benzinestation groter is dan voor een wegrestaurant. De verzorgingsplaatsen zijn hier dan ook op ingericht. Ook voor de toekomst zal gelden dat concurrentie op het gebied van horecaproducten niet allereerst wordt bepaald door de situering van de bedrijven op de verzorgingsplaats. Zoals ook in het antwoord van vraag 8 reeds is aangegeven mag worden verwacht dat een exploitant een marketingconcept kiest dat optimaal zijn mogelijkheden uitbuit. Voor meer achterliggende locaties zal bijvoorbeeld de functie van rustpunt hierin een belangrijke rol kunnen spelen.

Vraag 10: Wat denkt u te doen aan het omzetverlies bij bestaande wegrestaurants als gevolg van een toename aan verkooppunten bij benzinestations waar ook horecaproducten verkocht (gaan) worden?

Antwoord 10: Het is niet op voorhand te zeggen hoe de omzet van horecaproducten zich zal ontwikkelen bij een uitbreiding van het aantal verkooppunten. Afhankelijk van de marketingstrategie van de diverse aanbieders en de behoeften van de consument (die tot nu toe werd ingeperkt door de bestaande functiescheiding) is een omvangrijke stijging van de totale omzet niet ondenkbaar. Los hiervan wordt de wegrestaurants de mogelijkheid geboden zich om te vormen tot een servicestation. Daarbij wordt een vergoedingssystematiek gehanteerd die gebaseerd is op een berekening van een zeker gemiddeld niveau van rentabiliteit van het bedrijf. De individuele omzet en het behaalde rendement zal worden bepaald door de individuele bedrijfsvoering in de nieuwe marktsituatie.

Vraag 11: Wat denkt u te doen aan de oneerlijke concurrentie die ontstaat bij toetreding van nieuwkomers op solitaire parkeerplaatsen?

Antwoord 11: Het is niet duidelijk waarom hier sprake zou zijn van oneerlijke concurrentie. Gedane investeringen ten behoeve van een optimaal voorzieningenniveau zullen blijvend een uitstraling hebben naar de consument, die een nieuwe eenvoudige locatie op een voorheen solitaire verzorgingsplaats waarschijnlijk veel minder zal bieden. Het is overigens nog in onderzoek in welke mate de benodigde aanpassingen om een solitaire verzorgingsplaats geschikt te maken voor een volwaardig servicestation verkeerskundig, ruimtelijk en milieutechnisch inpasbaar zullen blijken te zijn.

Vraag 12: Wat zal de gang van zaken zijn bij asymmetrisch veilen van wegrestaurants?

Antwoord 12: Er worden door de MDW werkgroep geen aanbevelingen gedaan voor asymmetrische veilingen van wegrestaurants.

Vraag 13: Hoe denkt u de eliminatie van de rol van het midden- en kleinbedrijf door benzinemaatschappijen tegen te kunnen gaan?

Antwoord 13: In de voorstellen voor asymmetrisch veilen wordt een systematiek met biedhandicaps geïntroduceerd, waardoor kleine en nieuwe partijen zonder netwerk met een lager bod dan een grote oliemaatschappij met netwerk toch een locatie kunnen verwerven. De biedhandicaps worden daarbij zoveel mogelijk zo bepaald, dat voor alle geïnteresseerde partijen gelijke verwachtbare rendementen zullen gelden. Tevens zal het zo zijn dat door de introductie van een vergoedingssystematiek die voor aantrekkelijke locaties leidt tot hogere vergoedingen dan tot nu toe, de veilingwaarde van deze locaties zal afnemen, hetgeen de kansen voor de kleinere ondernemingen doet toenemen. Beide elementen bieden dus mogelijkheden aan het midden- en kleinbedrijf om op de markt van servicestations actief te zijn.

Vraag 14: Wat doet u om kwaliteitsverarming van de voorzieningen langs het hoofdwegennet tegen te gaan?

Antwoord 14: De stelling dat marktderegulering (waar hier sprake van is) zou leiden tot kwaliteitsverarming is niet alleen onbewezen maar ook onwaarschijnlijk. Ondernemers krijgen immers meer ruimte om zich optimaal te richten op de wensen van de consument. Het zijn deze wensen die logischerwijs de kwaliteit van de geleverde diensten definiëren.

Vraag 15: Terwijl aan de standpunten met betrekking tot de benzinemarkt diverse onderzoeken ten grondslag liggen constateren wij dat dat niet opgaat voor de wegrestaurants. Waarom zijn hiervoor geen onderzoeken verricht?

Antwoord 15: De onderzoeken met betrekking tot de benzinemarkt hadden tot doel te analyseren in welke mate er een gebrekkige mate van concurrentie bestond op de benzinemarkt in Nederland, en in hoeverre de regulering en inrichting van de overheid van deze markt hierop van invloed was. Ten aanzien van de markt van wegrestaurants bestond geen vergelijkbare behoefte aan onderzoek.

Vraag 16: Welke onderbouwing ligt ten grondslag aan het voornemen om de functiescheiding voor wat betreft horeca-activiteiten, op te heffen?

Antwoord 16: Zoals in de MDW rapportage is vermeld wordt met de opheffing van de functiescheiding een aantal doelstellingen nagestreefd. Dit betreft onder meer een deregulering van de dienstverlening langs de weg om beter te kunnen inspelen op de behoefte van de consument, en het creëren van de mogelijkheid dat een aantal extra locaties ontstaan voor de verkoop van benzine, ter verbetering van de marktverhoudingen op deze markt. Daarnaast is overigens in het verleden door individuele wegrestaurantondernemers meermalen de behoefte geuit om ook benzine te mogen verkopen.

Ik ga ervan uit u hiermee naar genoegen te hebben geïnformeerd.

Plv. Directeur

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie