Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Communautaire actieprogramma's op onderwijsgebied

Datum nieuwsfeit: 26-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Verslag Europese Raad - ONDERWIJS 26-11-1999

Press Release: Brussels (26-11-1999) - Press: 378 - Nr: 13453/99

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2224e zitting van de Raad


- ONDERWIJS -

Brussel, 26 november 1999

Voorzitter :

mevrouw Maija RASK

Minister van Onderwijs van Finland

COMMUNAUTAIRE ACTIEPROGRAMMA'S OP ONDERWIJSGEBIED


- SOCRATES II

Het voorzitterschap stelde de Raad in kennis van het positieve resultaat van de bemiddelingsprocedure met het Europees Parlement inzake het SOCRATES II-programma, dat na lange en soms moeizame onderhandelingen op 10 november 1999 met succes werd bekroond. De delegaties en de Commissie verheugden zich erover dat het programma nu, zoals voorzien, op 1 januari 2000 in werking kan treden.

Gememoreerd zij dat de aanneming van dit programma voor het Finse voorzitterschap topprioriteit had. De financiële toewijzing van het programma was het laatste punt waarover verschil van mening bestond in het bemiddelingscomité. Tenslotte werd overeenstemming bereikt over een bedrag van 1850 miljoen euro over een periode van 7 jaar (2000-2006).

Tot op heden hebben een half miljoen universiteitsstudenten en 10.000 scholen al deelgenomen aan het lopende SOCRATES I-programma. SOCRATES II bevat nieuwe maatregelen die gericht zijn op permanente educatie en vernieuwingsprojecten.


- Uitvoering van de tweede fase van SOCRATES en LEONARDO DA VINCI

De Raad nam nota van de informatie van Commissielid REDING over door de Commissie geplande maatregelen ter voorbereiding van de uitvoering van het LEONARDO- en SOCRATES-programma, die een soepele overgang naar de tweede fase van de programma's beogen.

Wat LEONARDO betreft zette het Commissielid ten behoeve van de Raad uiteen dat vrijwel het gehele programma per 1 januari 2000 van start kan gaan. De uitvoering van SOCRATES verloopt in twee fasen, waarbij het accent komt te liggen op de waarborging van de continuïteit, op een voorlichtingscampagne in het jaar 2000 en op de start van het grootste deel van het programma in 2001. Het Commissielid verzocht de lidstaten deel te nemen aan de voorlichtingscampagne. Zij memoreerde tevens de behoefte aan een efficiënte coördinatie en aan decentralisatie van het administratieve systeem, aangezien er in de toekomst 30 landen aan het programma zullen deelnemen, waaronder - naast de 15 lidstaten van de EU - de EVA-staten, de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, Cyprus, Malta en nieuwe partners zoals Turkije, dat naar verwachting vanaf 2001 zal deelnemen.

Het Commissielid beklemtoonde de behoefte aan een hecht partnerschap tussen de Commissie en de lidstaten, vereenvoudigde en transparante toepassingsprocedures, gelijke toegangsmogelijkheden tot de programma's en duidelijke en betrouwbare financiële bepalingen.

De Raad nam tevens nota van een door Commissielid REDING gepresenteerd overzicht van de economische situatie van ERASMUS-studenten. Het Commissielid deelde de Raad mee dat de Commissie op basis van aanbevelingen die op grond van de studie zijn opgesteld, met plannen zal komen voor concrete voorstellen om aan alle sociale groeperingen gelijke toegang te bieden.

OP NAAR HET NIEUWE MILLENNIUM: ONTWIKKELING VAN NIEUWE WERKWIJZEN VOOR DE EUROPESE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING
* Resolutie van de Raad

De Raad nam met eenparigheid van stemmen de resolutie aan waarbij nieuwe werkwijzen worden vastgesteld voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding, alsook een "voortschrijdende agenda", die een gestructureerd, continu kader biedt voor politieke discussie.

"De Raad van de Europese Unie,


1. Er nota van nemend dat de Gemeenschap overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bijdraagt tot de ontwikkeling van onderwijs van hoog gehalte, door samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig door hun activiteiten te ondersteunen en aan te vullen, met volledige eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel en de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud en de organisatie van hun eigen onderwijsstelsel; dat tegelijkertijd de Commissie over initiatiefrecht beschikt op de gebieden die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen.

2. Er nota van nemend dat het Verdrag van Amsterdam en het document Agenda 2000 van de EU het belang hebben doen toenemen dat aan het onderwijs wordt gehecht in het beleid inzake vaardigheden en kennis, met inbegrip van het beleid dat bijdraagt tot het economisch concurrentievermogen en de werkgelegenheid in de Europese Unie; dat het uitbouwen van een Europa van de kennis en het bevorderen van het levenslang leren gezamenlijke algemene doelstellingen zijn geworden.

3. Zich ervan bewust dat de programma's SOCRATES en LEONARDO DA VINCI de belangrijkste samenwerkingsinstrumenten op het gebied van onderwijs en opleiding in Europa blijven; dat het evenwel duidelijk is geworden dat de politieke samenwerking op Europees niveau moet worden versterkt en daartoe nieuwe werkwijzen voor de Raad moeten worden ontwikkeld op het gebied van onderwijs en opleiding, zodat de doeltreffendheid van de werkzaamheden van de Raad verder kan worden verbeterd.

4. BEKLEMTOONT de noodzaak van een coherente aanpak van het communautaire optreden op het gebied van onderwijs en opleiding en is van mening dat de samenwerking op deze gebieden zou kunnen worden geïntensiveerd via de totstandkoming van een gestructureerd kader voor politieke discussies en activiteiten in de komende jaren.

5. IS VAN MENING dat de toekomstige werkzaamheden op het gebied van onderwijs en opleiding kunnen worden georganiseerd rond een "voortschrijdende agenda" van prioritaire thema's die regelmatig in de Raad aan de orde komen en derhalve over verscheidene voorzitterschappen kunnen worden uitgespreid. Deze prioritaire thema's zouden dan worden behandeld volgens een regelmatig terugkerend scenario dat uit een aantal flexibele stappen bestaat:


- De Raad bespreekt prioritaire thema's van gemeenschappelijk belang
- die door de lidstaten of de Commissie worden aangedragen - en komt in voorkomende gevallen overeen hoe individuele thema's verder moeten worden behandeld;


- De lidstaten wordt verzocht de Commissie op de hoogte te brengen van relevante politieke initiatieven en voorbeelden van beste praktijken op nationaal niveau met betrekking tot de overeengekomen prioritaire thema's;

- De Commissie maakt een bondige analyse van de door de lidstaten aan de Raad verstrekte informatie. Deze moet ook betrekking hebben op relevante acties van de Gemeenschap;

- De Raad bestudeert de analyse van de Commissie en neemt in voorkomend geval een besluit over toekomstige initiatieven.


6. BEKLEMTOONT dat met het opzetten van een dergelijk kader voornamelijk grotere continuïteit, efficiëntie en doelmatigheid worden beoogd, alsmede versterking van het politieke effect van de communautaire samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding. Het nieuwe samenwerkingskader zal een doeltreffender uitwisseling van informatie en goede praktijken mogelijk maken. Voorts kan het bijdragen tot een grotere synergie tussen de Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding en andere passende beleidsterreinen.


7. BENADRUKT de essentiële rol die het voorzitterschap bij de voortschrijdende agenda speelt, met name door voor continuïteit te zorgen en de dynamiek van het proces te bewaren.


8. BEKLEMTOONT dat dit basismodel en de onderdelen daarvan moeten worden toegepast met volledige inachtneming van de rechten van de Europese Commissie. Het moet soepel worden gehanteerd, en in voorkomend geval moet rekening worden gehouden met nieuwe politieke ontwikkelingen.


9. ONDERSTREEPT dat het belangrijk is het Europees Parlement op gezette tijden te informeren over de besprekingen en de vooruitgang die in het kader van de voortschrijdende agenda wordt geboekt.

10. IS VAN MENING dat het nieuwe samenwerkingskader vanaf begin 2000 moet worden uitgevoerd, vooral op die terreinen waarop de basiselementen voor een voortschrijdende agenda reeds aanwezig zijn (zie bijlage).

11. VERZOEKT de Commissie in samenwerking met de lidstaten nadere maatregelen uit te werken voor de afhandeling van de voortschrijdende agenda.

BIJLAGE

INDICATIEVE THEMA'S DIE IN HET KADER

VAN DE VOORTSCHRIJDENDE AGENDA KUNNEN WORDEN BEHANDELD

Binnen de algemene context van het levenslang leren zou het bovengenoemde samenwerkingskader in eerste instantie met name op de volgende gebieden tot stand kunnen worden gebracht:
* bezinning op de rol van onderwijs en opleiding in het werkgelegenheidsbeleid;

* ontwikkeling van onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit op alle niveaus;

* bevordering van mobiliteit, met inbegrip van de erkenning van kwalificaties en studietijdvakken.

Op gezette tijden zullen, rekening houdend met relevante politieke ontwikkelingen in de komende jaren, andere gebieden waarop kan worden samengewerkt worden verkend.

* Openbaar debat over de rol van onderwijs en opleiding in het nieuwe millennium

* De Raad hield een openbaar debat over "de rol van onderwijs en opleiding in het nieuwe millennium", dat via de televisie is doorgezonden aan de geïnteresseerde media en het betrokken publiek. De lidstaten verklaarden zich ingenomen met de resolutie over de nieuwe werkmethoden en achtten de daarin aangeduide prioritaire thema's een goed uitgangspunt. Onder de lidstaten bestond een ruime mate van overeenstemming over het belang van de "voortschrijdende agenda" voor de toekomst van de Raad Onderwijs, en vooral voor de continuïteit van de werkzaamheden van deze Raad. De meeste delegaties beklemtoonden dat de "voortschrijdende agenda" inhoud dient te krijgen en dat de in de resolutie aangedragen prioritaire onderwerpen, verder moeten worden ontwikkeld.

Met betrekking tot de rol van onderwijs en opleiding benadrukten de lidstaten onder meer de volgende punten:


- het onderwijs moet een zo ruim mogelijke kennis overdragen, de persoonlijkheid ontwikkelen en zogenaamde "zachte vaardigheden" als creativiteit en flexibiliteit bevorderen, opdat verantwoordelijke, inzetbare burgers worden gevormd;
- het onderwijs moet openstaan voor ontwikkelingen in de buitenschoolse wereld, met name voor de uitdagingen van de nieuwe technologieën;

- het onderwijs moet het levenslang leren in een snel veranderende wereld aanmoedigen;

- het onderwijs moet voor alle burgers gelijke toegang waarborgen, en bijzondere aandacht schenken aan benadeelde groepen van de samenleving, zodat uitsluiting wordt voorkomen;
- het onderwijs moet de mobiliteit bevorderen - op Europees niveau wordt dit als een duidelijke doelstelling gezien, vooral wat betreft de opheffing van belemmeringen;

- in het onderwijs moet kwaliteit en ontwikkeling van gemeenschappelijke indicatoren en benchmarks centraal staan.

Het voorzitterschap concludeerde dat uit het debat is gebleken dat in het onderwijs de ontwikkeling van de gehele persoonlijkheid en van de sociale capaciteiten van jongeren in aanmerking moet worden genomen. De voorzitter merkte op dat het mogelijk is gebleken een aantal problemen aan te wijzen waaraan de lidstaten - ondanks de verschillen in hun onderwijsstelsels - zouden kunnen samenwerken.

DE ROL VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING IN HET WERKGELEGENHEIDSBELEID: PERMANENTE EDUCATIE EN INZETBAARHEID IN DE INFORMATIEMAAT-SCHAPPIJ

Tijdens de lunch wisselden de ministers van gedachten aan de hand van een discussienota van het voorzitterschap over levenslang leren en werkgelegenheid in de informatiemaatschappij.

De ministers bespraken deze kwestie vanuit de volgende gezichtspunten:


1. De informatiemaatschappij kan niet zonder de noodzakelijke uitrusting.


2. Hoe vaardig zijn de docenten?


3. Onderwijs op afstand nader bekeken.


4. De ontwikkeling van nieuwe Europese onderwijsprogramma's.


5. De ethiek in de informatiemaatschappij.


6. Wat kan de EU bijdragen aan de inspanningen van de lidstaten op bovengenoemde punten?

Het voorzitterschap concludeerde dat onder het Portugese voorzitterschap nadere aandacht aan deze punten zal worden besteed.

EUROPEES JAAR VAN DE TALEN 2001

De Raad nam nota van de inleiding van de Commissie bij haar onlangs aangenomen voorstel voor een besluit om het jaar 2001 uit te roepen tot het Europees jaar van de Talen. Doel van dit voorstel is alle burgers te bereiken en hen te herinneren aan de voordelen van het leren van talen, niet alleen omdat hierdoor de mogelijkheden in het beroepsleven worden verbeterd maar ook omdat zo meer inzicht wordt verkregen in andere culturen. Het voorzitterschap concludeerde dat zal worden getracht aanneming van dit besluit tijdens het Portugese voorzitterschap mogelijk te maken.

Gememoreerd zij dat de medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement van toepassing is op dit besluit. Er zij op gewezen dat ook de Raad van Europa het jaar 2001 tot Europees Jaar van de Talen heeft uitgeroepen.

NIEUWE WETGEVENDE INITIATIEVEN VAN DE COMMISSIE


- Mobiliteit van studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, docenten en opleiders

De Raad luisterde naar een presentatie van Commissielid REDING over het voorstel voor een aanbeveling betreffende de mobiliteit van studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, docenten en opleiders, dat de Commissie bezig is aan te nemen. Deze aanbeveling sluit aan op het in 1996 ingediende Groenboek van de Commissie, waarin wordt omschreven welke factoren de mobiliteit in de weg staan.


- Kwaliteit van het onderricht op school

De Raad nam nota van een inleiding van Commissielid REDING over een voorstel voor een aanbeveling inzake Europese samenwerking betreffende de evaluatie van de kwaliteit van het onderricht op school, die de Commissie binnenkort zal aannemen.

INFORMATIE VAN DE COMMISSIE

De Raad nam nota van de informatie die de Commissie verstrekte over:


- De rol van onderwijs en opleiding in het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa

Commissielid REDING bracht verslag uit over de maatregelen die de Commissie heeft aangenomen teneinde onderwijs en opleiding te integreren in het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa. Zij betoonde zich verheugd dat het "Graz-proces" - waarmee onder Oostenrijks voorzitterschap is aangevangen en krachtens hetwelk een Task Force is opgezet die verscheidene lidstaten, geassocieerde landen en internationale organisaties omvat - in het Stabiliteitspact is opgenomen. De Commissie meldde tevens dat zij voornemens is voort te bouwen op bestaande programma's zoals TEMPUS en Jeugd, en ook meer specifieke initiatieven te ontwikkelen.


- Verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de resolutie van de Raad van 6 mei 1996 inzake educatieve multimedia software op het gebied van onderwijs en opleiding

Het Commissielid stelde de Raad ervan in kennis dat dit verslag binnenkort beschikbaar zal zijn. Zij vestigde de aandacht op de snelle ontwikkelingen en uitdagingen op dit gebied en deelde mee dat de Commissie voornemens is een actieplan op te stellen betreffende onderwijs en nieuwe technologieën.


- Tweede voortgangsverslag van de Commissie over de indicatoren en referenties op het gebied van de kwaliteit van het onderricht op school

Dit initiatief bouwt voort op een bijeenkomst van de ministers van Onderwijs van de EU met hun vakcollega's van de toetredende landen, die in juni 1998 in Praag werd gehouden. Bij deze gelegenheid werd een werkcomité opgezet, dat ten doel heeft centrale indicatoren en benchmarks aan te wijzen ten behoeve van de nationale evaluatie van systemen op het gebied van kwaliteitsnormen voor het onderwijs.

EUROPESE SCHOLEN

De Raad wisselde van gedachten aan de hand van een document dat de voorzitter en de secretaris-generaal van de raad van bestuur van de Europese scholen aan de Raad hebben voorgelegd en waarin een analyse van de huidige situatie van de Europese scholen, alsmede een overzicht van de tot nu toe gevoerde besprekingen wordt gegeven.

Het voorzitterschap concludeerde dat de Raad terecht belangstelling voor dit onderwerp heeft, maar dat beslissingen moeten worden genomen in de context van het internationaal Verdrag houdende het statuut van de Europese scholen. Het eindverslag wordt met belangstelling tegemoet gezien.

Er zij aan herinnerd dat de kwestie van de Europese scholen aan de orde is gesteld in de Raad onderwijs van 4 december 1998. Tijdens de follow-up van deze zitting is aan de raad van bestuur gevraagd de Raad vóór het einde van dit jaar te voorzien van informatie over de hervormingsmaatregelen die de Europese scholen hebben genomen. Er zij op gewezen dat het verslag dat thans bij de ministers ter tafel ligt slechts tussentijdse conclusies bevat, en dat een eindverslag van de raad van bestuur volgend jaar wordt verwacht.


_______________

_________________________________________________________________

nl/educ/13453.NL9.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie