Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ministerie van Landbouw over gewasbeschermingsmiddelen

Datum nieuwsfeit: 26-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
TRCDL/1999/5908
datum
26-11-1999

onderwerp
Gewasbeschermingsmiddelen
doorkiesnummer

bijlagen
1

Geachte Voorzitter,

Naar aanleiding van het Algemeen Overleg op 18 november jl. met de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ga ik in deze brief nader in op een aantal onderwerpen die in het AO aan de orde zijn geweest.

Algemene regeling voor landbouwkundige onmisbaarheid Vanaf 1995 worden gewasbeschermingsmiddelen, vooruitlopend op de Europese beoordeling, bij de periodieke nationale herbeoordeling getoetst aan strenge milieueisen en de eisen voor volksgezondheid en arbeidsveiligheid. De milieueisen komen overeen met de Europese eisen zoals deze gelden voor reeds in Europees kader beoordeelde stoffen. Ik ben van mening dat Nederland alle redenen had en nog steeds heeft om middelen in het kader van de reguliere herbeoordeling te toetsen aan deze milieueisen. Het intensieve gebruik van middelen in Nederland en de grote milieubelasting van grond- en oppervlaktewater maken dit noodzakelijk. Daar blijf ik aan vasthouden.

Ik verwacht dat door de nationale herbeoordeling ook in de komende jaren de toelating van een aantal gewasbeschermingsmiddelen zal komen te vervallen, waarvoor nog geen geschikte alternatieven zijn ontwikkeld. Dit kan in incidentele gevallen tot dusdanige knelpunten leiden dat bepaalde teelten in Nederland onder druk komen te staan. Het vervallen van een belangrijk middel vanwege overschrijding van de milieueisen zal dan telkens weer tot discussies leiden. Dit vind ik niet gewenst.

Om de sector in knelsituaties extra gelegenheid te bieden voor het ontwikkelen en toepassen van alternatieven, is in het AO van 18 november jl. aangegeven dat ik een algemene regeling voor landbouwkundige onmisbaarheid ga treffen. Voor een middel kan een aanvraag worden ingediend voor onmisbaarheid als tijdens de periodieke herbeoordeling blijkt dat de milieueisen worden overschreden en het niet mogelijk is gebleken om het middel door het stellen van gebruiksbeperkingen aan de milieueisen te laten voldoen. Als een middel niet aan de toelatingseisen met betrekking tot volksgezondheid of arbeidsveiligheid voldoet, kan geen aanvraag voor onmisbaarheid worden ingediend. Het niet voldoen aan deze criteria is naar mijn mening van zwaardere betekenis dan de afweging met betrekking tot onmisbaarheid.

up

datum
26-11-1999

kenmerk
TRCDL/1999/5908

bijlage
Overzicht van de 7 kanalisatiestoffen met onmisbare toepassingen

De onmisbaarheidsregeling betreft een beoordeling van een middel aan de criteria van onmisbaarheid en aan nader vast te stellen minder vergaande milieueisen.
Een middel wordt als onmisbaar beschouwd indien door het ontbreken van chemische en niet-chemische alternatieven het wegvallen ervan vergaande gevolgen heeft voor de betreffende teelt. Welke norm daarvoor gehanteerd zal worden, wordt nog nader uitgewerkt. De aangevraagde onmisbare toepassingen dienen tenminste te voldoen aan nader vast te stellen minder vergaande milieueisen. Bij de uitwerking hiervan zijn de voorlopige milieunormen en -criteria van de eerste fase van het Meerjarenplan Gewasbescherming (MJPG) richtinggevend. Een besluit tot onmisbaarheid wordt gebaseerd op een zorgvuldige afwegings- en beoordelingsprocedure, waarbij de onmisbaarheid moet zijn aangetoond en onderbouwd. Het advies van de Commissie Ginjaar en het rapport van het Centrum voor Landbouw en Milieu bevatten hiertoe bruikbare elementen.
Het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) zal de algemene onmisbaarheidsregeling gaan uitvoeren.

Aan een toelating van een middel op basis van onmisbaarheid wordt een aantal strikte voorwaarden gesteld.
1. Bij de inwerkingtreding van de algemene onmisbaarheidsregeling worden er administratievoorschriften gesteld voor de fabrikant, handelaar en gebruiker van de onmisbare middelen. De distributie en het gebruik van deze middelen kan daarmee worden gecontroleerd. Daarbij zal een systeem worden ontwikkeld dat zoveel mogelijk aansluit bij bestaande of nog te ontwikkelen administratiesystemen van het bedrijfsleven.
2. Onmisbare middelen mogen alleen op een bedrijf aanwezig zijn als de teelt, waarvoor het onmisbare middel is toegelaten, op dat bedrijf aan de orde is.
3. De bij het middel gevraagde onmisbare toepassingen dienden te zijn toegestaan in de oorspronkelijke toelatingsbesluiten. 4. Bij de toelating van een onmisbare toepassing worden zoveel mogelijk gebruiks-beperkingen vastgesteld om ongewenste milieugevolgen tot een minimum te beperken. 5. Vanaf 2003 wordt in de algemene onmisbaarheidsregeling als aanvullende voorwaarde opgenomen dat onmisbare middelen alleen mogen worden gebruikt door bedrijven met gecertificeerde, geïntegreerde teeltmethoden.

Ik stel voor dat onmisbare middelen voor een periode van ten hoogste 2 jaar worden toegelaten. Binnen deze periode kan op aanvraag, mede op basis van informatie over de mogelijkheden tot innovatie, opnieuw worden getoetst of een middel nog onmisbaar is, waarna de toelating eventueel met 2 jaar kan worden verlengd.
De Europese Gewasbeschermingsrichtlijn laat ruimte voor een onmisbaarheidsregeling voor gewasbeschermingsmiddelen zolang de bestaande werkzame stoffen, waarop deze middelen gebaseerd zijn, nog niet in Europees verband zijn beoordeeld.

Certificering
Ondanks alle inspanningen tot nu toe blijft de noodzaak bestaan voor verdergaande maatregelen om de milieubelasting van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. In de gespreksronde over de discussienotitie "Gewasbescherming na 2000" werd dit breed onderschreven. Het realiseren van een schone en veilige productiewijze moet het streven zijn. De Nederlandse land- en tuinbouw dient naar mijn mening daarop in te spelen. Hiervoor is het nodig dat er concrete stappen in de gewenste richting worden gezet. Ik vind het een aantrekkelijke mogelijkheid om het landbouwbedrijfsleven te stimuleren tot innovatie en omschakeling naar gecertificeerde schone productiemethoden in ruil voor het nog tijdelijk mogen gebruiken van onmisbare middelen. Immers deze bedrijven produceren op een dusdanige wijze dat ze onmisbare middelen, die een hoger milieurisicoprofiel hebben, zo verantwoord mogelijk gebruiken.

Om die reden zal ik vanaf 2003 in de algemene onmisbaarheidsregeling als aanvullende voorwaarde opnemen dat onmisbare middelen alleen mogen worden gebruikt door bedrijven met gecertificeerde, geïntegreerde teeltmethoden. Voor bedrijven die onmisbare kanalisatiestoffen willen toepassen, zullen, zoals in de brief aan uw Kamer van 2 november jl. (TRCDL/1999/5468) is aangegeven, vanaf 2003 in ieder geval de eisen van gewasbescherming gaan gelden op een niveau dat vergelijkbaar is met het huidige niveau van AgroMilieukeur. Nadere invulling van de eisen voor gewasbescherming en de wettelijke verankering vindt plaats in het kader van het beleidsvoornemen "Gewasbescherming na 2000". Hierover zal de Tweede Kamer bij gelegenheid nader worden geïnformeerd.

Tijdelijke voorziening kanalisatiestoffen
Ter overbrugging van de periode totdat een algemene onmisbaarheidsregeling is geïmplementeerd wordt een tijdelijke voorziening getroffen. In reactie op opmerkingen van VEWIN, Stichting Natuur en Milieu en het Centrum voor Landbouw en Milieu wil ik er nogmaals op wijzen dat de volgende strikte voorwaarden gelden voor de 7 kanalisatiestoffen waarvoor een overgangsregeling wordt getroffen: 1. De oorspronkelijke toelatingsbesluiten voor deze stofen (dd. 1995 en 1996) kennen al beperkingen ten aanzien van toepassingen en gebruiksvoorschriften. Deze blijven uiteraard van kracht. Voorbeelden hiervan, die per stof kunnen verschillen, zijn het gebruik van een windscherm, het gebruik van bepaalde spuitapparatuur en maximale toepassingsfrequenties. 2. Daarnaast is nu het aantal teelttoepassingen ingeperkt (zie bijlage).
3. Aanvullend zullen er, zoals ik in de brief van 2 november jl. is aangegeven, voor deze stoffen administratievoorschriften worden ingevoerd. Daarmee kan de distributie en het gebruik van deze stoffen worden gecontroleerd.
4. Tevens zal de bepaling gaan gelden dat de betreffende stoffen alleen op een bedrijf aanwezig mogen zijn als de teelt, waarvoor het is toegelaten, op dat bedrijf aan de orde is.

Het probleem van de 7 kanalisatiestoffen vraagt om een snelle oplossing, omdat de betrokken toelatingen immers al vervallen zijn of in december zullen vervallen. Met deze tijdelijke voorziening wordt de mogelijkheid geboden om deze stoffen in de toekomst onder de algemene onmisbaarheidsregeling te brengen en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen in de tussenliggende periode niet meer zijn toegelaten. Zodra de algemene onmisbaarheidsregeling in werking is getreden, moeten voor de 7 kanalisatiestoffen en de weergegeven toepassingen aanvragen voor onmisbaarheid worden ingediend. De aanvragen worden volgens de algemene onmisbaarheidsregeling beoordeeld op onmisbaarheid en volledig getoetst aan de toelatingscriteria. De betreffende kanalisatiestoffen en de weergegeven toepassingen zouden dan alsnog kunnen komen te vervallen of er zijn nadere maatregelen nodig om risico's tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

In het AO van 18 november jl. is aangegeven dat ik thans niet de noodzaak inzie om ook voor middelen die niet gebaseerd zijn op kanalisatiestoffen een vergelijkbare tijdelijke voorziening te treffen. De besluitvorming door het CTB over de toelaatbaarheid van een aantal belangrijke middelen is nog niet definitief afgerond. Er zijn voornemens tot beëindiging, maar tijdens de nog lopende hoorprocedures kan het CTB op basis van nieuwe informatie of voorstellen voor gebruiksbeperkingen, ingediend door de toelatinghouders, tot een andere afweging komen. In dit proces wil ik niet treden door middelen al op voorhand als onmisbaar te kwalificeren. Daarnaast streef ik naar een snelle invoering van de algemene onmisbaarheidsregeling zodat alle middelen waar op dit moment discussie over is in het kader van deze regeling kunnen worden beoordeeld.

Wet- en regelgeving
De tijdelijke voorziening voor de 7 kanalisatiestoffen en de bijbehorende toepassingen wordt neergelegd in een wijziging van het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (BMB). Een Algemene maatregel van bestuur tot wijziging van het BMB ligt voor advies bij de Raad van State en doorloopt de notificatieprocedure bij de Europese Commissie in verband met technische voorschriften. Het streven is erop gericht om het gewijzigde BMB per 1 februari a.s. inwerking te laten treden. Het besluit zal terugwerken tot 1 oktober 1999. Met de invoering van een algemene voorziening voor landbouwkundige onmisbaarheid wordt feitelijk een nieuw criterium voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen geïntroduceerd. In verband hiermee zal er, naast een wijziging van de BMB, ook een wetsvoorstel worden voorbereid. Een wijzigingsvoorstel van de Bestrijdingsmiddelenwet zal met spoed tot stand worden gebracht en in procedure worden gebracht.

Overgangstermijn
In het AO is de problematiek van de overgangstermijnen aan de orde gesteld. Dit zal in overleg met het CTB nader worden bestudeerd.

Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

G.H. Faber

Bijlage:

Overzicht van de 7 kanalisatiestoffen met onmisbare toepassingen

Carbaryl:
appel, peer, pruim, zoete kers, zure kers.

Chloorpyrifos:
bloemisterijgewassen (open lucht (o.l.) en onder glas (o.g.), boomkwekerijgewassen (o.l. en o.g.), koolgewassen (o.l. en o.g.), andijvie, kroot, peen, prei, gladiool, iris, tulp, aardappel (kan vervallen als imidacloprid toegelaten blijft voor aardappelen).

Fenbutatin:
appels, peren, pruimen, vruchtgroenten (o.g), augurk, groot fruit, klein fruit (kers, aardbei), boomkwekerijgewassen (o.l.)

Mevinfos:
bloemisterijgewassen (o.l. en o.g.), fruitgewassen, groentegewassen.

Penconazol (gedeeltelijk vervallen):
Naast de nog toegelaten toepassingen, toepassing in braam, framboos en aardbei.

Pirimifos-methyl (gedeeltelijk vervallen):
Naast de nog toegelaten toepassingen, toepassing in vruchtgroenten (o.g.), bloemisterijgewassen (o.g.), boomkwekerijgewassen (o.g.), vaste planten (o.g.)

Simazin:
aardbei, boomkwekerijgewassen (o.l. en o.g.), trekheesters (o.l. en o.g.) vaste planten (o.l. en o.g.), doperwt, prei, schorseneer, chinese rabarber, rabarber.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie