Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Promotie: Hitlijsten schoolprestaties geven verkeerd beeld

Datum nieuwsfeit: 29-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Rijksuniversiteit Groningen

Nummer 156 18 november 1999

Hitlijsten geven verkeerd beeld

Vooral achtergrond leerlingen van belang bij schoolprestaties

De invloed van de school op de prestaties van leerlingen is veel minder groot dan de individuele achtergrond en de gezinssituatie van leerlingen. Prestatieverschillen tussen scholen voor voortgezet onderwijs hangen vooral samen met de leerlingenpopulatie van een school. Om scholen eerlijk te kunnen vergelijken moet daarom rekening worden gehouden met verschillen in instroom. Wanneer dat gebeurt, blijken er weinig systematische verschillen te zijn tussen scholen. De onlangs gepubliceerde hitlijsten geven dus een verkeerd beeld. Dit stelt drs. René Veenstra in zijn onderzoek naar vergelijkingen van prestaties van scholen voor voortgezet onderwijs. Veenstra promoveert op 29 november 1999 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Verschillende dag- en weekbladen publiceren tegenwoordig hitlijsten om de prestaties van scholen te beoordelen. Zij maken hiervoor gebruik van gemiddelde cijfers en kijken uitsluitend naar de situatie op een bepaald moment. "Zo ontstaat een verkeerd beeld, omdat niet de juiste gegevens met elkaar vergeleken worden", aldus Veenstra. Hij hanteert een nieuwe methode om de prestaties van scholen te vergelijken, de multiniveau-analyse, en onderscheidt drie niveaus: de individuele leerling, de klas en de school. Deze methode meet niet de gemiddelde cijfers van een school, maar brengt de verschillen binnen scholen in kaart: tussen klassen en tussen leerlingen met als resultaat meer nauwkeurige schattingen van de prestaties van scholen. Vergelijking met de gangbare hitlijsten van scholen leert dat in de methode van Veenstra de volgorde in die lijsten danig verandert.

Individuele analyse

In totaal volgde hij 7.000 leerlingen, afkomstig uit 450 klassen van 150 scholen voor voortgezet onderwijs. Voor alle leerlingen maakte hij een individuele analyse over de achtergrond van de ouders, over hun motivatie en over hun leefpatroon. Daarnaast stelde hij de vorderingen vast die leerlingen tijdens de basisvorming (tussen het eerste en het derde jaar) maakten in de vakken Nederlands en wiskunde. "En dan blijkt dat het soort school er weinig toe doet", stelt Veenstra. "Gemiddeld laten scholen tijdens de basisvorming dezelfde vorderingen zien. Scholen die goed presteren omdat zij relatief goede leerlingen uit hoge milieus binnen krijgen, scoren in mijn systeem niet automatisch beter dan scholen die met relatief minder goede leerlingen beginnen en na drie jaar ook een lager niveau bereikt hebben."

Brugklassen

Wel zijn specifieke maatregelen die scholen kunnen nemen van invloed op de vorderingen van hun leerlingen. "Zo leidt de instelling van een verplichte huiswerkklas of een invalregeling bij lesuitval tot betere prestaties." Ook constateert Veenstra dat de vorderingen van leerlingen uit heterogene brugklassen (mavo/havo/vwo) minder zijn dan de vorderingen van leerlingen uit homogene (1 schooltype) of 'dakpansgewijze' brugklassen (bijvoorbeeld mavo/havo of havo/vwo). Hij benadrukt echter dat ander recent onderzoek heeft aangetoond dat leerlingen uit heterogene brugklassen uiteindelijk toch op hogere schooltypen terecht komen. Cijfers laten op dit moment geen eenduidig beeld zien.

Achterstanden blijven bestaan

Scholen blijken er niet in te slagen de achterstanden van kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische status of allochtone gezinnen weg te werken. "Deze kinderen beginnen vaak met een achterstand aan het voortgezet onderwijs, maar blijken die vaak niet in te halen, hoewel de verschillen ook niet groter worden." Niet de school, maar de motivatie en het leefpatroon zijn bepalend voor het in stand houden of wegwerken van achterstanden. "Kinderen die gemotiveerd zijn voor school en dagelijks hun huiswerk maken, laten vorderingen zien. Kinderen die veel op straat rondhangen en uitgaan of bijbaantjes hebben lopen grotere achterstanden op." Ook constateert Veenstra verschillen tussen jongens en meisjes. "Dat jongens beter presteren in wiskunde en meisjes beter in Nederlands, is bekend. Maar opvallend is dat voor het vak Nederlands de verschillen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs toenemen: meisjes maken grotere vorderingen dan jongens", aldus Veenstra.

Curriculum Vitae

René Veenstra studeerde onderwijskunde en algemene pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1994 begon hij aan een promotieonderzoek bij het Interuniversitair Centrum voor Theorievorming en Methodenontwikkeling in de Sociale Wetenschappen (ICS). Sinds 1998 doceert hij statistiek bij de vakgroep sociologie en neemt hij deel aan onderzoek voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Vanaf 2000 begint hij aan een onderzoek naar antisociaal gedrag onder jongeren. De titel van Veenstra's proefschrift is: Leerlingen- Klassen - Scholen. Prestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het proefschrift wordt uitgegeven bij Thela Thesis te Amsterdam (ISBN 90 51 70 501 8)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie