Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Weekoverzicht Hof van Justitie en Gerecht eerste aanleg EU

Datum nieuwsfeit: 29-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

WEEKOVERZICHT VAN HET HOF VAN JUSTITIE EN HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Week van 29 november tot 3 december 1999

nr. 32/99


I. ARRESTEN

Bij het Hof van Justitie aanhangige zaken

Zaak C-176/98

Holst Italia SpA/Comune di Cagliari

Vennootschapsrecht

Zaak C-234/98

G. C. Allen e.a./Amalgamated Construction Co. Ltd

Sociale politiek

Bij het Gerecht van eerste aanleg aanhangige zaken

Gevoegde zaken T-125/96 en T-152/96

Boehringer Ingelheim Vetmedica GmbH en C.H. Boehringer Sohn/Raad van de Europese Unie

Boehringer Ingelheim Vetmedica GmbH en C.H. Boehringer Sohn/Commissie van de Europese Gemeenschappen

Milieu en consumenten

Landbouw

II. CONCLUSIES

Zaak C-58/98

Procedure inzake aan J. Corsten opgelegde administratieve geldboete

III. NIEUWE ZAKEN

Nieuwe zaken bij het Hof

Nieuwe zaken bij het Gerecht

IV. MEDEDELING

Nieuwe citeerwijze van de verdragsartikelen

1. ARRESTEN

Bij het Hof van Justitie aanhangige zaken

Zaak C-176/98

Holst Italia SpA/Comune di Cagliari

Vennootschapsrecht

2 december 1999

Prejudiciële zaak

"Richtlijn 92/50/EEG · Overheidsopdrachten voor dienstverlening · Bewijs van bekwaamheid van de dienstverrichter · Mogelijkheid om beroep te doen op bekwaamheden van een andere vennootschap"

(Vijfde kamer)

Bij beschikking van 10 februari 1998 heeft het Tribunale amministrativo regionale per la Sardegna het Hof een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992.

Die vraag is gerezen in een geding tussen Holst Italia SpA (hierna: "Holst Italia") en de gemeente Cagliari in verband met een opdracht voor het beheer van installaties voor de afvoer en zuivering van huishoudelijk afvalwater, die deze gemeente na een onderhandse procedure aan Ruhrwasser AG International Management (hierna: "Ruhrwasser") heeft gegund.

In 1996 organiseerde de gemeente Cagliari een onderhandse aanbesteding · met als gunningscriterium de gunstigste offerte · voor de plaatsing van een opdracht betreffende het beheer van afvalwaterzuiverings- en waterlozingsinstallaties gedurende drie jaar.

Volgens de bekendmaking ter zake, gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 3 januari 1997, moesten de geïnteresseerde ondernemingen op straffe van uitsluiting van de procedure onder meer aantonen, in de eerste plaats, dat zij in de periode 1993-1995 een gemiddelde jaaromzet van tenminste 5 miljard LIT op het gebied van het beheer van afvalwaterzuiverings- en lozingsinstallaties hadden behaald, en, in de tweede plaats, dat zij tijdens de laatste drie jaar gedurende twee achtereenvolgende jaren ten minste een afvalwaterzuiveringsinstallatie daadwerkelijk hadden beheerd.

Ruhrwasser, die pas sinds 9 juli 1996 in het handelsregister is ingeschreven, kon geen bewijsstukken over de omzet in de periode 1993-1995 of over het daadwerkelijke beheer van tenminste een afvalwaterzuiveringsinstallatie gedurende de laatste drie jaar overleggen.

Ten bewijze van haar geschiktheid om aan de aanbestedingsprocedure deel te nemen, aan het einde waarvan haar de opdracht werd gegund, verstrekte Ruhrwasser stukken betreffende de middelen van een andere entiteit, het Duitse publiekrechtelijk lichaam Ruhrverband, dat enig aandeelhouder van de onderneming RWG Ruhr-Wasserwirtschafts-Gesellschaft is. RWG had samen met vijf andere vennootschappen de gemeenschappelijke onderneming Ruhrwasser opgericht, een vennootschap op aandelen naar Duits recht, waarvan de moedermaatschappijen elk een zesde van de aandelen bezitten en

die tot doel heeft, in het buitenland opdrachten op het gebied van de waterbehandeling en -zuivering te acquireren voor de moedermaatschappijen.

Holst Italia, die eveneens aan de procedure had deelgenomen, maar wier offerte door de aanbestedingscommissie minder gunstig werd geacht, verzocht het Tribunale amministrativo regionale per la Sardegna om nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van Cagliari houdende goedkeuring van de gunning van de opdracht aan Ruhrwasser, stellende dat deze niet de vereiste stukken voor deelneming aan de aanbesteding had overgelegd.

Het Tribunale amministrativo regionale per la Sardegna heeft de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd:

"Kan ingevolge richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, een vennootschap zich ten bewijze van het feit dat zij voldoet aan de technische en financiële vereisten voor toelating tot een aanbestedingsprocedure voor de verlening van een overheidsopdracht voor een dienst, beroepen op de referenties van een andere vennootschap die de enige aandeelhouder is van één van de vennootschappen die in eerstgenoemde vennootschap deelnemen?"

Het Hof merkt om te beginnen op, dat richtlijn 92/50 volgens de zesde overweging van de considerans belemmeringen voor het vrije verkeer van diensten bij het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten beoogt te vermijden, zoals de richtlijnen 71/304 en 71/305 het vrij verrichten van diensten op het gebied van overheidsopdrachten voor werken beogen te verzekeren.

Hiertoe bevat hoofdstuk I van titel VI van richtlijn 92/50 gemeenschappelijke regels inzake de deelneming aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten. Volgens artikel 25 kan een gedeelte van de opdracht aan derden in onderaanneming worden gegeven, en volgens artikel 26 mogen combinaties of consortiums van dienstverleners inschrijven, zonder dat mag worden verlangd dat zij met het oog op de inschrijving een bepaalde rechtsvorm aannemen.

De in hoofdstuk 2 van titel VI van richtlijn 92/50 bepaalde kwalitatieve selectiecriteria hebben voorts enkel tot doel, regels voor een objectieve beoordeling van de geschiktheid van de inschrijvers vast te leggen, met name op financieel, economisch en technisch gebied.

Zowel uit het doel als uit de bewoordingen van die bepalingen blijkt dus, dat een persoon niet van deelneming aan een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten kan worden uitgesloten op de enkele grond, dat hij voor de uitvoering van de opdracht middelen wil inzetten, die niet hemzelf, maar aan een of meerdere andere entiteiten ter beschikking staan.

Een dergelijk beroep op referenties van derden is echter niet onder alle omstandigheden toegestaan. Gelijk artikel 23 van richtlijn 92/50 preciseert, moet de aanbestedende dienst immers de geschiktheid van de dienstverleners toetsen aan de opgesomde criteria. Deze toetsing beoogt de aanbestedende dienst met name de garantie te geven, dat de inschrijvende onderneming tijdens de uitvoering van de opdracht inderdaad gebruik kan maken van de soorten middelen waarover hij stelt te beschikken.

Het Hof verklaart voor recht:

"Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, moet aldus worden uitgelegd, dat een dienstverlener zich ten bewijze dat hij aan de economische, financiële en technische voorwaarden voor deelneming aan een aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht voor diensten voldoet, mag beroepen op de bekwaamheden van andere

entiteiten, ongeacht de juridische aard van de met hen bestaande banden, voorzover hij kan aantonen, dat hij daadwerkelijk kan beschikken over de middelen van die entiteiten die voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk zijn. Het staat aan de nationale rechter om te beoordelen, of dit bewijs in het hoofdgeding is geleverd."

Advocaat-generaal P. Léger heeft ter terechtzitting van de Vijfde kamer van 23 september 1999 conclusie genomen.

Hij gaf het Hof in overweging te antwoorden als volgt:

"Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, moet aldus worden uitgelegd, dat zij zich er niet tegen verzet, dat een aanbestedende dienst voor de beoordeling van de selectiecriteria van de financiële draagkracht en technische bekwaamheid waaraan een vennootschap moet voldoen bij het onderzoek van een offerte tijdens een met het oog op de concessie van een openbare dienst georganiseerde aanbestedingsprocedure, rekening houdt met de referenties van een andere vennootschap die enig aandeelhoudster is van een van de vennootschappen die een participatie in eerstgenoemde vennootschap hebben, mits zij aantoont dat zij daadwerkelijk de beschikking heeft over de middelen van de vennootschap waarop zij zich beroept.

Het staat aan de nationale rechter om te beoordelen, of dit bewijs in het hoofdgeding is geleverd.

Daartoe moet de nationale rechter onder meer zich ervan verzekeren, dat de vennootschap, wier referenties in aanmerking worden genomen, een passend aandeel moet hebben in de uitvoering van de overheidsopdracht, gelet op het voorwerp van de aangevoerde referenties."


Zaak C-234/98

G. C. Allen e.a./Amalgamated Construction Co. Ltd

Sociale politiek

2 december 1999

Prejudiciële zaak

"Behoud van rechten van werknemers bij overgang van onderneming · Overgang binnen eenzelfde groep vennootschappen"

(Vijfde kamer)

Bij beschikking van 5 mei 1998 heeft het Industrial Tribunal, Leeds, twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977.

Die vragen zijn gerezen in gedingen tussen G. C. Allen en drieëntwintig andere mijnwerkers en Amalgamated Construction Co. Ltd (hierna: "ACC").

ACC is een Britse vennootschap, die zich bezighoudt met het boren van tunnels en gangen voor rekening van de eigenaars/exploitanten van steenkoolmijnen teneinde hen toegang te verschaffen tot de ertsen en deze te winnen.

ACC is een dochtermaatschappij van AMCO Corporation plc (hierna: "AMCO-groep"), die het volledige kapitaal van ACC bezit. De AMCO-groep telt een twaalftal vennootschappen, waaronder een andere volledige dochtermaatschappij, AM Mining Services Ltd (hierna: "AMS"). AMS is in 1993 opgericht om werkzaamheden in verband met de sluiting van mijnen te verrichten, zoals het onderhoud en het opvullen van schachten. Hiertoe heeft zij eigen personeel aangetrokken, waarvan de arbeidsvoorwaarden verschillen van die van het personeel van ACC en met name voor de werknemers veel ongunstiger zijn. Ofschoon ACC en AMS afzonderlijke juridische eenheden zijn, hebben zij dezelfde directie en worden de administratieve en logistieke taken in de beide ondernemingen binnen de AMCO-groep gemeenschappelijk verricht.

AMS heeft haar activiteiten geleidelijk uitgebreid en zich taken laten toebedelen verband houdende met werkzaamheden op het gebied van het ondergrondse wegennet, zoals de schoonmaak en het onderhoud van mijngangen. Zij verwierf in het bijzonder nieuwe opdrachten in de Prince of Wales-steenkolenmijn, in Yorkshire. ACC was in deze mijn reeds werkzaam en verrichtte er boorwerkzaamheden voor rekening van de Britse nationale steenkolenmaatschappij British Coal en later, na privatisering van laatstgenoemde en de verkoop van een deel van haar activa, voor rekening van RJB Mining (UK) Ltd (hierna: "RJB").

In augustus 1994 en maart 1995 schreef ACC, wier contracten ten einde liepen, in voor een aantal nieuwe opdrachten verband houdende met boorwerkzaamheden in de Prince of Wales-mijn. In de offertes was steeds bepaald, dat de werkzaamheden zouden worden uitbesteed aan AMS, die lagere personeelskosten had dan ACC. ACC verkreeg de opdrachten. Daar door de uitbesteding aan AMS de omvang van haar activiteiten afnam, ontsloeg ACC evenwel een aantal in de mijn tewerkgestelde werknemers, met de mededeling dat zij na een onderbreking van een weekeinde door AMS konden worden overgenomen.

In 1994 en 1995 ontvingen de door ACC ontslagen werknemers ontslagvergoedingen, alvorens door AMS te worden aangeworven. Daar ACC haar eigen boorwerkzaamheden zoals altijd pas afsloot nadat AMS met haar boorwerkzaamheden was begonnen, kon gedurende deze overgangsperiode moeilijk worden bepaald, of de betrokken werknemers voor de ene dan wel voor de andere vennootschap werkten.

Als onderaannemer van de werkzaamheden beschikte AMS over alle machines en installaties die British Coal, later RJB, voorheen aan ACC ter beschikking had gesteld, zoals de sanitaire voorzieningen, de kantine en het nodige materieel voor de verwijdering van uitgegraven aarde, het vervoer van materialen of de ondergrondse boringen.

Later maakte RJB echter haar bedenkingen kenbaar over de arbeidsvoorwaarden van haar verschillende dienstverleners, waaronder AMS, omdat zij van mening was, dat deze het personeel van die ondernemingen demotiveerden. Op voorstel van RJB besloot ACC daarom, de nieuwe opdracht die zij had gekregen niet aan AMS uit te besteden, maar deze zelf uit te voeren. Hiertoe wierf zij haar oude werknemers die door AMS, wier onderaanbestedingscontracten zojuist waren afgelopen, waren overgenomen, opnieuw aan. Tot die werknemers behoorden Allen e.a. Deze nieuwe aanwerving geschiedde onder arbeidsvoorwaarden die beter waren dan die van AMS, maar ongunstiger dan die waarmee ACC voor 1994 of 1995 had ingestemd.

Omdat zij meenden, recht te hebben op de arbeidsvoorwaarden die bij ACC tot aan hun vertrek naar AMS hadden gegolden, stelden Allen e.a. beroep in bij het Industrial Tribunal. Tot staving van hun vorderingen betoogden zij, dat volgens de Transfer of Undertakings (Protection of Employment) Regulations 1981, waarbij de richtlijn in nationaal recht is omgezet, een dubbele overgang van onderneming had plaatsgevonden, eerst tussen ACC en AMS en nadien tussen AMS en ACC. Laatstgenoemde ontkende echter, dat er een overgang had plaatsgevonden.

Daar het Industrial Tribunal, Leeds, van mening was, dat de beslechting van het geding van de uitlegging van de richtlijn afhing, heeft het de behandeling van de zaak geschorst en het Hof prejudiciële vragen voorgelegd.

Het eerste deel van de eerste vraag

De verwijzende rechter wenst van het Hof te vernemen, of de richtlijn toepassing kan vinden op een overgang tussen twee vennootschappen van eenzelfde groep, die dezelfde eigenaars, dezelfde directie en dezelfde ruimten hebben en dezelfde werkzaamheden uitvoeren.

Volgens het Hof beoogt de richtlijn elke juridische wijziging in de persoon van de werkgever te regelen, indien de andere voorwaarden van de richtlijn eveneens zijn vervuld, en dat zij dus kan worden toegepast op een overgang tussen twee dochtermaatschappijen van eenzelfde groep, die afzonderlijke rechtspersonen vormen en elk specifieke arbeidsverhoudingen met hun werknemers hebben. De omstandigheid dat de betrokken vennootschappen niet alleen dezelfde eigenaars, maar ook dezelfde directie en dezelfde gebouwen hebben en dezelfde werkzaamheden verrichten, is daartoe irrelevant.

Er is geen reden waarom voor de toepassing van de richtlijn het overeenstemmende marktgedrag van de moedermaatschappij en haar dochters zwaarder zou wegen dan de formele scheiding tussen die vennootschappen, die eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Een dergelijke oplossing, die erop neer zou komen dat overgangen tussen vennootschappen van eenzelfde groep buiten het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, druist juist in tegen het doel van deze laatste, die volgens het Hof beoogt te verzekeren, dat de werknemers bij verandering van ondernemer hun rechten zoveel mogelijk behouden, door het mogelijk te maken dat zij op dezelfde voorwaarden als zij met de vervreemder waren overeengekomen, in dienst van de nieuwe werkgever blijven.

Het tweede deel van de eerste vraag en de tweede vraag

De verwijzende rechter wenst in wezen te vernemen, aan de hand van welke criteria moet worden vastgesteld, of er sprake is van een overgang en of die criteria in casu vervuld zijn.

Volgens het Hof heeft de richtlijn tot doel, ook bij verandering van eigenaar de continuïteit van de in het kader van een economische eenheid bestaande arbeidsverhoudingen te waarborgen. Voor de vraag of er sprake is van een overgang in de zin van de richtlijn, is derhalve beslissend, of de identiteit van de betrokken eenheid bewaard blijft, wat met name blijkt doordat de exploitatie ervan daadwerkelijk wordt voortgezet of wordt hervat.

In de eerste plaats kan de richtlijn slechts van toepassing zijn, indien de overgang betrekking heeft op een duurzaam georganiseerde economische eenheid, waarvan de activiteit niet tot de uitvoering van een bepaald werk is beperkt. Het begrip eenheid verwijst dus naar een georganiseerd geheel van personen en elementen, waarmee een economische activiteit met een eigen doelstelling kan worden uitgeoefend.

Het staat aan de verwijzende rechter om in het licht van deze uitleggingsgegevens te bepalen, of de boorwerkzaamheden van ACC in de Prince of Wales-mijn waren georganiseerd in de vorm van een economische eenheid, alvorens die onderneming die werkzaamheden aan AMS uitbesteedde.

In de tweede plaats moet, om uit te maken of aan de voorwaarden voor de overgang van een economische eenheid is voldaan, rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken, zoals de aard van de betrokken onderneming of vestiging, de vraag of al dan niet materiële activa als gebouwen en roerende zaken worden overgedragen, de waarde van de immateriële activa op het tijdstip van de overdracht, de vraag of al dan niet vrijwel al het personeel door de nieuwe ondernemer wordt overgenomen, de vraag of al dan niet de klantenkring wordt overgedragen, de mate waarin de voor en na de overdracht verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen en de duur van een

eventuele onderbreking van die activiteiten. Al deze elementen zijn evenwel slechts deelaspecten van het te verrichten globale onderzoek en mogen daarom niet elk afzonderlijk worden beoordeeld.

In het hoofdgeding wettigt de enkele omstandigheid, dat de onderneming waaraan de opdrachten voor de boorwerkzaamheden waren verleend, gelijksoortige diensten verrichtte als de onderneming waaraan de werkzaamheden vervolgens zijn uitbesteed, niet de conclusie, dat er sprake is van een overdracht van een economische eenheid tussen de eerste en de tweede onderneming.

Het is in de mijnbouwsector gebruikelijk, dat de voornaamste activa die voor de uitvoering van de boorwerkzaamheden nodig zijn, door de mijneigenaar zelf worden verstrekt. Zo heeft AMS, als onderaannemer, over de machines kunnen beschikken die RJB eerder aan ACC ter beschikking had gesteld. Onder die omstandigheden is het feit dat tussen ACC en AMS geen overdracht van activa heeft plaatsgevonden, niet van beslissende invloed.

De omstandigheid dat ACC steeds de enige contractpartij van RJB is geweest en dat zij de werkzaamheden aan AMS heeft uitbesteed, kan op zich evenmin uitsluiten, dat er sprake is geweest van een overgang in de zin van de richtlijn.

Aangaande het feit dat het moment waarop de werknemers van ACC door AMS werden overgenomen, niet samenviel met de aanvang of de beëindiging van de contracten, moet worden opgemerkt, dat de overgang van een onderneming een juridisch en feitelijk complexe operatie is, waarvan de uitvoering enige tijd kan vergen.

Het staat aan de verwijzende rechter om in het licht van de uitleggingsgegevens vast te stellen, of er in het hoofdgeding sprake is geweest van een overgang.

Het Hof verklaart voor recht:

"1) Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan, kan toepassing vinden op een overgang tussen twee vennootschappen die tot eenzelfde groep behoren en die dezelfde eigenaars, dezelfde directie en dezelfde gebouwen hebben en dezelfde werkzaamheden uitvoeren.

2) Richtlijn 77/187 is van toepassing op een situatie waarin een tot een groep behorende vennootschap besluit, opdrachten voor de uitvoering van boorwerkzaamheden in mijnen uit te besteden aan een andere vennootschap van dezelfde groep, mits de uitbesteding gepaard gaat met de overgang van een economische eenheid tussen beide vennootschappen. Het begrip economische eenheid verwijst naar een georganiseerd geheel van personen en elementen waardoor de uitoefening van een economische activiteit met een eigen doel mogelijk wordt."

Advocaat-generaal D. Ruiz-Jarabo Colomer heeft ter terechtzitting van de Vijfde kamer van 8 juli 1999 conclusie genomen.

Hij gaf het Hof in overweging te antwoorden als volgt:

"1) Artikel 1, lid 1, van richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan, moet aldus worden uitgelegd, dat deze richtlijn van toepassing is op twee vennootschappen van dezelfde groep, die dezelfde eigenaar, een gemeenschappelijk bestuur en gemeenschappelijke gebouwen hebben en die dezelfde werkzaamheden verrichten, mits de betrokken transactie overeenkomstig de door de rechtspraak van het Hof van Justitie vastgestelde criteria als een overgang van onderneming kan worden aangemerkt.

2) Het staat aan het Industrial Tribunal te Leeds uit te maken, of in casu aan deze criteria is voldaan en of derhalve een economische entiteit is overgedragen en haar identiteit heeft behouden."


Bij het Gerecht van eerste aanleg aanhangige zaken

Gevoegde zaken T-125/96 en T-152/96

Boehringer Ingelheim Vetmedica GmbH en C.H. Boehringer Sohn/Raad van de Europese Unie

Boehringer Ingelheim Vetmedica GmbH en C.H. Boehringer Sohn/Commissie van de Europese Gemeenschappen

Milieu en consumenten

Landbouw

1 december 1999

"Richtlijn waarbij gebruik van ß-agonisten in diergeneesmiddelen wordt verboden · Verordening volgens welke de maximumwaarden voor residuen van diergeneesmiddelen slechts gelden voor bepaalde therapeutische toepassingen · Beroep tot nietigverklaring · Ontvankelijkheid · Evenredigheidsbeginsel"

(Tweede kamer)

(Nederlandse vertaling van het arrest nog niet beschikbaar)

Het Gerecht, rechtdoende:

"1) Voegt de zaken T-125/96 en T-152/96 voor het onderhavige arrest.

2) Verklaart verordening (EG) nr. 1312/96 van de Commissie van 8 juli 1996 tot wijziging van bijlage III bij verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van

geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong nietig, voor zover de daarbij voor clenbuterol vastgestelde maximumwaarden slechts gelden voor bepaalde therapeutische doeleinden die specifiek zijn voor runderen en paardachtigen.

3) Verwerpt de beroepen voor het overige.

4) Verwijst in zaak T-125/96 verzoeksters en de Fédération européenne de la santé animale (Fedesa), wat betreft haar interventie, elk in hun eigen kosten en in die van de Raad. Het Verenigd Koninkrijk, de Commissie en de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalverensector (SKV) dragen elk hun eigen kosten.

5) Verwijst in zaak T-152/96 de Commissie naast haar eigen kosten in de helft van de kosten van verzoeksters en de Fédération européenne de la santé animale (Fedesa), terwijl de andere helft te hunnen laste blijft. De Raad en de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalverensector (SKV) dragen elk hun eigen kosten."


2. CONCLUSIES

Zaak C-58/98

Procedure inzake aan J. Corsten opgelegde administratieve geldboete

Prejudiciële verwijzing van het Amtsgericht Heinsberg · Uitlegging van art. 59 e.v. EG-Verdrag (thans art. 49 e.v. EG) · Nationale wettelijke regeling die van een buitenlandse handwerksonderneming die in de lidstaat van oorsprong is toegelaten, verlangt dat zij zich laat inschrijven in het ambachtsregister van de lidstaat waar zij haar diensten wenst te verrichten

Advocaat-generaal G. Cosmas heeft ter terechtzitting van het Hof van 30 november 1999 conclusie genomen.

Hij heeft het Hof in overweging gegeven te antwoorden als volgt:

"Artikel 59 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 49 EG) en artikel 4 van richtlijn 64/427/EEG van 7 juli 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de I.S.I.C. (Industrie en Ambacht), moeten aldus worden uitgelegd, dat zij in de weg staan aan een nationale bepaling van een lidstaat die de verrichting van ambachtelijke diensten in de betrokken lidstaat door een in een andere lidstaat gevestigde onderneming afhankelijk stelt van de inschrijving van die onderneming in het ambachtsregister van de lidstaat van ontvangst, wanneer hem reeds een buitengewone vergunning is verleend, in het kader waarvan is vastgesteld, dat zij voldeed aan alle materiële voorwaarden die in de nationale bepalingen, waarbij artikel 3 van richtlijn 64/427 is omgezet, zijn gesteld, en de vereiste inschrijving in het register niet automatisch is, maar verplichtingen en extra kosten voor de betrokken onderneming meebrengt en hoe dan ook de dienstverrichting vertraagt of ingewikkeld maakt."


3. NIEUWE ZAKEN

Nieuwe zaken bij het Hof

Zaak C-361/99

S. Gäng/Republik Österreich

Prejudiciële verwijzing van het Landesgericht für Zivilrechtssachen Wien · Uitlegging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden · Nationale regeling die voorziet in een maximumgrens voor een schadevergoeding toegekend aan een kandidaat die bij aanstelling in overheidsdienst wordt gediscrimineerd op grond van geslacht


Zaak C-362/99

Seiko Kabushiki Kaisha/M. Ibrahim

Prejudiciële verwijzing van het Landesgericht Korneuburg · Uitlegging van art. 1 van verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden · Toepassingsgebied · Goederen die bij doorvoer van het ene derde land naar het andere derde land in beslag worden genomen · Houder van het betrokken merk buiten de Gemeenschap gevestigd


Zaak C-363/99

Koninklijke KPN Nederland NV/Het Benelux-Merkenbureau

Prejudiciële verwijzing van het Gerechtshof te 's-Gravenhage · Uitlegging van richtlijn 89/104/EEG: Eerste richtlijn van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten · Absolute nietigheidsgronden · Onderscheidend vermogen van een teken, bestaande uit een woord dat is samengesteld uit twee bestanddelen die mogelijk niet voor bescherming vatbaar zijn ("Postkantoor"), en dat volgens de toepasselijke wetgeving eveneens is beschermd in de vertaling ervan in de andere erkende nationale of streektalen


Zaak C-364/99 P(R)

DSR-Senator Lines GmbH/Commissie e.a.

Hogere voorziening tegen beschikking in kort geding van het Gerecht (president) van 21 juli 1999, DSR-Senator Lines/Commissie (T-191/98 R) · Afwijzing van verzoek van rekwirante om opschorting van tenuitvoerlegging van beschikking van de Commissie van 16 september 1998 inzake een procedure op grond van art. 85 en 86 EG-Verdrag (thans art. 81 en 82 EG) (affaire nr. IV/35.134 - Trans Atlantic Conference Agreement)


Zaak C-365/99

Portugal/Commissie

Gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 99/517/EG van de Commissie van 28 juli 1999 houdende wijziging van beschikking 98/653/EG inzake spoedmaatregelen die noodzakelijk zijn geworden wegens het voorkomen van boviene spongiforme encefalopathie in Portugal (Voor de EER relevante tekst) · Verlenging van 1 augustus 1999 tot 1 februari 2000 van de beperking op de uitvoer van producten verkregen van in Portugal geslachte runderen


Zaak C-366/99

J. Griesmar/Ministre de l'économie, des finances et de l'industrie

Ministre de la fonction publique, de la réforme de l'Etat et de la décentralisation

Prejudiciële verwijzing van de Franse Conseil d'Etat · Uitlegging van art. 119 EG-Verdrag (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG) en van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid · Nationale regeling inzake burgerlijke en militaire rustpensioenen volgens welke toeslag voor kinderen alleen aan vrouwen wordt toegekend


Zaak C-367/99

Hugo Boss AG/Coalle Fa-93

Zie zaak C-362/99


Zaak C-368/99

La Chemise Lacoste SA/Coalle Fa-93

Zie zaak C-362/99


Zaak C-369/99

Spanje/Commissie

Nietigverklaring van beschikking C(1999)1551 def. van de Commissie tot afwijzing van een verzoek van de Spaanse regering om een overgangsregeling uit hoofde van art. 24 van richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit


Zaak C-370/99

Commissie/Ierland

Niet-nakoming · Niet binnen gestelde termijn uitvoeren van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken


Zaak C-371/99

Liberexim BV/Inspecteur der Belastingdienst Arnhem

Prejudiciële verwijzing van de Hoge Raad der Nederlanden · Uitlegging van art. 7, lid 3, van richtlijn 77/388/EEG: Zesde richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting · Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag · Invoer door onttrekking van goed aan externe douaneregeling · Vervoer over de weg met een carnet TIR of met een T1 formulier waarop de kentekenplaten van de tractor en de aanhanger staan vermeld · Vervanging van andere tractor · Lossing van aanhanger met vernietiging van zegels


Zaak C-372/99

Commissie/Italië

Niet-nakoming · Gebrekkige uitvoering van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten


Zaak C-373/99

Griekenland/Commissie

Nietigverklaring van beschikking 99/596/EG van de Commissie van 28 juli 1999 tot wijziging van beschikking 1999/187/EG betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1995 hebben ingediend in verband met door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven · Hoofdstukken fruit en groenten, akkerbouwgewassen, katoen en olijfolie


Zaak C-374/99

Spanje/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 28 juli 1999 tot wijziging van beschikking 99/187/EG van de Commissie van 3 februari 1999 betreffende de goedkeuring van de rekeningen die de lidstaten voor het begrotingsjaar 1995 hebben ingediend in verband met de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven · Consumptiesteun voor olijfolie · Ooi- en geitenpremies


Zaak C-375/99

Spanje/Commissie

Gedeeltelijke nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 28 juli 1999 waarbij bepaalde uitgaven van de lidstaten van financiering door de Gemeenschap worden uitgesloten · Openbare opslag van rundvlees · Forfaitaire correctie van 5 % wegens ontoereikende ontvangstcontroles


Zaak C-376/99

Duitsland/Commissie

Nietigverklaring van beschikking K(99)2265 van de Commissie van 8 juli 1999 betreffende een maatregel van de Bondsrepubliek Duitsland ten gunste van de Westdeutsche Landesbank Girozentrale ("WestLB") · Fusie door overneming van de "Wohnungsbauförderungsanstalt des Landes Nordrhein-Westfalen" door WestLB · Vergoeding van de daaruit voortvloeiende verhoging van het kapitaal · Staatssteun


Zaak C-377/99

Duitsland/Commissie

Gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 99/596/EG van de Commissie van 28 juli 1999 houdende wijziging van beschikking 99/187/EG betreffende de goedkeuring van de rekeningen die voor het begrotingsjaar 1995 zijn ingediend in verband met de door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven · Financiële correctie wegens ontoereikende controle in het kader van de steunregeling voor producten van bepaalde akkerbouwgewassen · Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen · Mecklenburg-Vorpommern


Zaak C-378/99

Commissie/Duitsland

Niet-nakoming · Niet binnen de termijn volledig uitvoeren van richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten


Zaak C-379/99

Pensionskasse für die Angestellten der Barmer Ersatzkasse VVaG/H. Menauer

Prejudiciële verwijzing van het Bundesarbeitsgericht · Uitlegging van art. 119 (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG) · Uitkeringen van een particuliere bedrijfsouderdomsverzekering · Begrip werkgever · Pensioenfonds belast met uitvoering van verplichtingen van werkgever inzake weduwenpensioen


Zaak C-380/99

Bertelsmann AG/Finanzamt Wiedenbrück

Prejudiciële verwijzing van het Bundesfinanzhof · Uitlegging van art. 11 A, lid 1, sub a, van richtlijn 77/388/EEG: Zesde richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting · Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag · Maatstaf van heffing · Levering van goed (boek, plaat, ...) in ruil ("premie") voor geleverde dienst (werving van een nieuw lid voor een boekenclub) · Verzendkosten daaronder begrepen


Zaak C-381/99

S. Brunnhofer/Bank der österreichischen Postsparkasse AG

Prejudiciële verwijzing van het Oberlandesgericht Wien · Uitlegging van art. 119 EG-Verdrag (de art. 117-120 EG-Verdrag zijn vervangen door de art. 136 EG-143 EG) en van richtlijn 75/117/EEG van de Raad van 10 februari 1975 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgevingen der lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers · Begrippen "gelijke arbeid" en "arbeid van gelijke waarde" · Belang van inschaling bij collectieve overeenkomst · Belang van individuele geschiktheid voor de arbeid


Zaak C-382/99

Nederland/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking C(1999) 2536 def. van de Commissie betreffende staatssteun van Nederland ten behoeve van 633 Nederlandse tankstations in de grensstreek met Duitsland · Vermeende onjuiste toepassing van mededeling van Commissie betreffende "de minimus" steun


Nieuwe zaken bij het Gerecht

Zaak T-201/99

Royal Olympic Cruises Ltd e.a./Raad en Commissie

Beroep tot schadevergoeding strekkende tot herstelling van de schade die de verzoekende vennootschappen in hun hoedanigheid van verrichters van toeristische diensten bestaande in zeereizen in het zuidoosten van de Middellandse Zee, zouden hebben geleden door de gewapende interventie van de lidstaten van de NAVO in Kosovo


Zaak T-202/99

L. Rappe/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-203/99

P. De Palma e.a./Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-204/99

O. Mattila/Raad en Commissie

Nietigverklaring van beschikkingen van de Raad en de Commisie, waarbij verzoeksers aanvraag krachtens besluit 93/731/EG van de Raad van 20 december 1993 om toegang tot bepaalde documenten over de samenwerking van de Europese Unie met Rusland en met andere staten van de voormalige Sovjetunie te verlenen, is afgewezen


Zaak T-205/99

Hyper Srl/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 5 februari 1999, REM 14/98, waarin is vastgesteld dat de van verzoekster niet gevorderde invoerrechten betreffende televisietoestellen van oorsprong uit India moeten worden nagevorderd


Zaak T-206/99

Métropole télévision SA/Commissie

Nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 29 juni 1999 tot afwijzing van verzoeksters klacht tegen Europese Radio- en Televisie-unie (ERU) wegens de weigering van ERU om haar toe te laten tot de organisatie en dus ook tot de gemeenschappelijke verwerving van televisierechten op sportevenementen


Zaak T-207/99

Asociación Profesional de Fruticultores del Jalón Medio/Commissie

Nietigverklaring van beschikking C(1999) 1501 van de Commissie van 4 juni 1999 tot intrekking van de financiële bijstand die het EOGFL voordien had toegekend voor een proefproject betreffende nieuwe technieken voor de verbetering van de kwaliteit en de aanpassing aan de marktomstandigheden van de fruitteelt in de regio Jalón Medio (Zaragoza, Aragón, Spanje) ·


Zaak T-208/99

M. Bangemann/Raad

Nietigverklaring van de beschikking van de Raad van 9 juli 1999 betreffende het inschakelen van het Hof van Justitie in de zaak Bangemann


Zaak T-209/99

P. E. Hoyer/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-210/99

J. H. Gankema/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie C(1999) 2539 def. van 20 juli 1999 betreffende staatssteun van Nederland ten behoeve van 633 Nederlandse tankstations in de grensstreek met Duitsland


Zaak T-211/99

Borrekuil BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-212/99

Hoechst Roussel Vet GmbH/Commissie

Enerzijds nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 16 juli 1999 waarbij zij heeft geweigerd, de nodige maatregelen te nemen voor opneming van het door verzoekster vervaardigde product "Altrenogest" op de lijst van farmacologisch werkzame substanties die worden gebruikt in diergeneesmiddelen waarvoor maximumwaarden voor residuen zijn vastgesteld (bijlage III bij verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad, en anderzijds een beroep wegens nalaten, strekkende tot vaststelling dat de Commissie heeft verzuimd de genoemde maatregelen te treffen


Zaak T-213/99

L. Verheyden/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-214/99

M. Tomás Carrasco Benítez/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-215/99

Autoservice Fermans Exclusive BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-216/99

Huurne's Handelsmaatschappij BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-217/99

Sociedade de Indústrias Agricolas Açoreanas SA (Sinaga)/Commissie

Nietigverklaring van de bijlage bij verordening (EG) nr. 1434/99 van de Commissie van 30 juni 1999 tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 1999/2000, van de geraamde suikervoorzieningsbalans voor de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, als bedoeld in de verordeningen (EEG) nr. 1600/92 en (EEG) nr. 1601/92 van de Raad, voor zover deze de voor de suikervoorziening van de Azoren geraamde hoeveelheden vaststelt


Zaak T-218/99

Anton Dürbeck GmbH/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 28 juli 1999 houdende afwijzing van verzoeksters verzoek om overgangsmaatregelen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen


Zaak T-219/99

British Airways plc/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 14 juli 1999 inzake een procedure op grond van art. 82 van het Verdrag (IV/D-2/34.780 · Virgin/British Airways) betreffende overeenkomsten tussen British Airways en reisagentschappen, die voorzien in stelsels van provisies en andere voordelen die gekoppeld zijn aan de stijging van de omvang van de verkopen van tickets van deze luchtvaartmaatschappij


Zaak T-220/99

J. Behmer/Parlement

Ambtenarenrecht


Zaak T-221/99

G. Rasmussen/Raad

Ambtenarenrecht


Zaak T-222/99

J.-C. Martinez en C. de Gaulle/Parlement

Nietigverklaring van het besluit van het Parlement van 14 september 1999 tot goedkeuring van een uitlegging van artikel 29, lid 1, van het Reglement van orde, inhoudende dat deze bepaling niet de oprichting toelaat van een fractie die ieder politiek karakter en iedere politieke affiniteit tussen de leden ervan openlijk ontkent


Zaak T-223/99

L. Dejaiffe/Harmonisatiebureau voor de interne markt

Ambtenarenrecht


Zaak T-224/99

European Council of Transport Users ASBL e.a./Commissie

Nietigverklaring van beschikking SG (99) D/6480 van de Commissie, meegedeeld aan verzoeksters bij brief van 6 augustus 1999, inhoudende dat geen bezwaren in de zin van artikel 12, lid 3, van verordening (EEG) nr. 1017/68 van de Raad bestaan en dat derhalve vrijstelling wordt verleend voor de herziene versie van het "Trans-Atlantic Conference Agreement" (TACA) (zaak nr. IV/37.396 - herziene TACA en zaak nr. IV/37.527 - European Shippers Council (ESC)/herziene TACA)


Zaak T-225/99

Comafrica SpA en Dole Fresh Fruit Europe Ltd & Co./Commissie

Nietigverklaring van verordening (EG) nr. 1586/1999 van de Commissie van 20 juli 1999 houdende wijziging van verordening (EG) nr. 2632/98 tot vaststelling van de uniforme aanpassingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de voorlopige referentiehoeveelheid van elke traditionele marktdeelnemer in het kader van de tariefcontingenten en de invoer van traditionele ACS-bananen voor 1999 · Vordering tot vergoeding van de schade die verzoekster haars inziens als gevolg van de vaststelling van die verordening heeft geleden


Zaak T-226/99

P. Pascual Ramos/Reino de España

Enerzijds, nietigverklaring van het besluit van de Spaanse regering, aan verzoeksters geen vergoeding toe te kennen voor de schade die zij in het kader van hun activiteit als douaneagent zouden hebben geleden als gevolg van de totstandbrenging van bij de Europese Akte ingestelde gemeenschappelijke markt, en anderzijds vergoeding van de schade die verzoeksters zouden hebben geleden als gevolg van het verzuim van de Spaanse autoriteiten om passende compenserende of verzachtende maatregelen vast te stellen


Zaak T-227/99

Kvaerner Warnow Werft GmbH/Commissie

Nietigverklaring van beschikking C 66/98 van de Commissie van 8 juli 1999 inzake een en steunmaatregel van de Duitse autoriteiten ten gunste van Kvaerner Warnow Werft


Zaak T-228/99

Westdeutsche Landesbank Girozentrale/Commissie

Nietigverklaring van beschikking K(1999)2265 van de Commissie van 8 juli 1999 inzake een maatregel van de Bondsrepubliek Duitsland ten gunste van Westdeutsche Landesbank Girozentrale ("WestLB") in het kader van de overneming door laatstgenoemde van de "Wohnungsbauförderungsanstalt des Landes Nordrhein-Westfalen"


Zaak T-229/99AJ

A. Chaunavel/Commissie

Verzoek om rechtsbijstand ingediend vóór beroep op grond van arbitragebeding in een door Directoraat-generaal XII verleend contract voor doctorale opleiding


Zaak T-230/99

H. McAuley/Raad

Ambtenarenrecht


Zaak T-231/99

C. Joynson/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 16 juni 1999 inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag (zaak IV/36.081/F3 - Bass), waarbij individuele vrijstelling voor bepaalde tijd is verleend voor de standaardhuurovereenkomsten die de vennootschap Bass toepast op de huurders van drankgelegenheden alsmede voor de exclusieve afnameverplichting en het concurrentieverbod ("beer tie") die zij bevatten


Zaak T-232/99

M. M. McKenzie Campbell/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 16 juni 1999 inzake een procedure op grond van artikel 81 van het EG-Verdrag (zaak IV/35.992/F3 - Scottish and Newcastle), waarbij individuele vrijstelling voor bepaalde tijd is verleend voor de standaardhuurovereenkomsten die de vennootschap Scottish and Newcastle toepast op de huurders van drankgelegenheden alsmede voor de exclusieve afnameverplichting en het concurrentieverbod ("beer tie") die zij bevatten


Zaak T-233/99

Land Nordrhein-Westfalen/Commissie

Zie zaak T-228/99


Zaak T-234/99

P. Monod-Gayraud/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-235/99

Garage Bergsteyn BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-236/99

Direcks Service Station Bocholtz BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-237/99

BP Nederland vof e.a./Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-238/99

P. C. P. Van Oppen-Veger/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-239/99

J. J. L. Alofs/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-240/99AJ

R. Kulbrok/Commissie

Verzoek om rechtsbijstand, ingediend vóór beroep inzake weigering van de Duitse autoriteiten om verzoeker sociale steun toe te kennen en inzake het verzuim van Commissie aan Raad een voorstel voor verdragswijziging voor te leggen


Zaak T-241/99

A. Pernice/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-242/99

Esso Nederland BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-243/99

M.-L. Buisson/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-244/99

Sadam Abruzzo SpA/Commissie

Nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 11 mei 1999 betreffende steunmaatregelen van Italië ten behoeve van de suikersector · Steun toegekend aan twee suikerbietenfabrieken


Zaak T-245/99

Sadam Castiglionese SpA/Commissie

Zie zaak T-244/99


Zaak T-246/99

Tirrenia di Navigazione SpA e.a./Commissie

Nietigverklaring van beschikking van de Commissie van 6 augustus 1999 betreffende stelsel van steunmaatregelen die door Italiaanse autoriteiten zijn toegekend aan zeevervoerondernemingen van groep Tirrenia di Navigazione SpA


Zaak T-247/99

F. Angeletti en A. Van Meuter/Commissie

Ambtenarenrecht


Zaak T-248/99

Autobedrijf Diepenmaat vof/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-249/99

Gebr. Jongste BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-250/99

Shell Nederland Verkoopmaatschappij BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-251/99

Texaco Nederland BV e.a./Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-252/99

Total Nederland NV en Fina Nederland BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-253/99

Oliehandel Van den Belt BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-254/99

Maja Srl/Commissie

Nietigverklaring van beschikking van de Commissie van 5 augustus 1999 tot intrekking van de aan verzoekster toegekende bijstand voor de modernisering van een productieeenheid voor de visteelt te Contarina (Veneto) in het kader van verordening (EEG) nr. 4028/86 van de Raad van 18 december 1986 inzake communautaire acties voor verbetering en aanpassing van de structuur van de visserij en de aquicultuur


Zaak T-255/99AJ

P. Bos/Commissie

Verzoek om rechtsbijstand, ingediend vóór beroep strekkende tot vaststelling dat de Commissie ten onrechte geen niet-nakomingsprocedure heeft ingeleid tegen Nederland wegens schending van de uit artikel 28 van verordening 1408/71 en artikel 29 van verordening 574/72 voortvloeiende verplichtingen


Zaak T-256/99

Fédération nationale d'agriculture biologique des régions de France/Raad

Nietigverklaring van verordening (EG) nr. 1804/1999 van de Raad van 19 juli 1999 waarbij verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, wordt aangevuld met betrekking tot de dierlijke productie


Zaak T-257/99AJ

A. Sagrario/Commissie en Frankrijk

Verzoek om rechtsbijstand, ingediend vóór beroep strekkende tot vaststelling dat de Europese Commissie, de Franse Republiek en de orde van advocaten van de balies van Parijs en Marseille aansprakelijk zijn voor

het verzuim te handelen in verband met verschillende handelingen van de Franse autoriteiten waarover verzoeker zich heeft beklaagd


Zaak T-258/99

Makro Zelfbedieningsgroothandel CV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-259/99

Tankstation Jagt BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-260/99

M.-J. Bollendorf/Parlement

Ambtenarenrecht


Zaak T-261/99

J. Dehon/Parlement

Ambtenarenrecht


Zaak T-262/99

A. Goldstein/Commissie

Beroep tot vergoeding van de schade die verzoeker zou hebben geleden als gevolg van de omstandigheid dat de Commissie heeft verzuimd een aantal gegevens te verstrekken die de door verzoeker aangezochte nationale rechter had gevraagd, ofschoon zij daartoe verplicht was krachtens artikel 10 EG (ex artikel 5) en de bekendmaking betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechterlijke instanties voor de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het EEG-Verdrag


Zaak T-263/99

Autobedrijf Chr. Kerres BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-264/99

Demarol BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-265/99

Algemene Service- en Verkoopmaatschappij Arnhemse Poort BV/Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-266/99

Librairie de Rome SA/Parlement

Nietigverklaring van besluit van Parlement aan Brunatto opdracht te gunnen voor exploitatie van krantenkiosken in gebouwen van Parlement te Brussel, waarvoor een aanbesteding is uitgeschreven, alsmede van het besluit de offerte van verzoekster niet te aanvaarden


Zaak T-267/99

Grooters Rekken BV e.a./Commissie

Zie zaak T-210/99


Zaak T-268/99

Fédération nationale d'agriculture biologique des régions de France e.a./Raad

Nietigverklaring van artikel 1, lid 7, van verordening (EG) nr. 1804/1999 van de Raad van 19 juli 1999 waarbij verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, wordt aangevuld met betrekking tot de dierlijke productie


Zaak T-269/99

Diputación Foral de Gipuzkoa/Commissie

Nietigverklaring van beschikking (SG/99/D/6873) van de Commissie van 17 augustus 1999 waarbij de procedure van artikel 88, lid 2, EG is ingeleid met betrekking tot de investeringssteun bijwege van belastingsmaatregelen van de "Diputación Foral de Gipuzkoa" in de vorm van een belastingkrediet van 45 %


4. MEDEDELING

Nieuwe citeerwijze van de verdragsartikelen

Wij wijzen u er nogmaals op, dat in de weekoverzichten nrs. 21/99 en 22/99 een mededeling is opgenomen over de nieuwe citeerwijze van de verdragsartikelen in teksten van het Hof en van het Gerecht.


(1)


1: Dit overzicht, opgesteld door de Afdeling Pers en Voorlichting van het Hof van Justitie (L-2925 Luxemburg), heeft tot doel snelle informatie te verschaffen over de werkzaamheden van het Hof en het Gerecht. Alleen de tekst van de arresten en conclusies, die later wordt gepubliceerd in de "Jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg", is echter officieel. De inhoud van dit weekoverzicht kan zonder toestemming, doch met vermelding van de bron, worden overgenomen.

Vertaald uit het Frans.

Kopij afgesloten op 3 december 1999

Catalogusnummer: DX-AC-99-032-NL-C

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie