Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Oud-voorzitters CNV tegen ingreep in werknemersverzekeringen

Datum nieuwsfeit: 30-11-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

AAN DE POLITIEKE EN SOCIAAL-ECONOMISCHE PERS

30-11-1999

'Kabinet, maak geen historische fout' Oproep van vier oud-voorzitters van het CNV

De vier nog in leven zijnde oud-voorzitters van het CNV, Jan Lanser, Harm van der Meulen, Henk Hofstede en Anton Westerlaken, roepen het kabinet op af te zien van de voorliggende plannen voor de reorganisatie van de werknemersverzekeringen. "We zijn er ten diepste van overtuigd dat in de huidige plannen de kerngedachte van een samenhangende sociale zekerheid op het spel staat. In onze ogen is sociale zekerheid samen met arbeidsmarktbeleid en arbeidsvoorwaarden een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werknemers, werkgevers en de politiek", zo schrijven de vier oud-voorzitters van het CNV. Het aan de kant zetten van de vakbeweging vinden zij een historische fout.

In de brief betogen de voorzitters hoe het Nederlands stelsel van sociaal-economische verhoudingen het resultaat is van een lange geschiedenis. Onderling vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid zijn doorslaggevend geweest voor een goede samenwerking die ten grondslag ligt aan het 'poldermodel'. De politiek moet niet denken dat ze het alleen kan. Politici en maatschappelijke organisaties hebben elkaar nodig. Ook in de uitvoering van de werknemersverzekeringen.



Bijlage Integrale tekst van de brief "Kabinet, maak geen historische fout."



Nadere informatie: Willem Hooglugt, hoofd communicatie vakcentrale CNV Telefoon: 030-2913646 Mobiel: 06-53837659 Privé: 024-3448793

KABINET. MAAK GEEN HISTORISCHE FOUT.

Als oud-voorzitters van de vakcentrale CNV doen we een beroep op het kabinet om af te zien van de huidige plannen ter verandering van de organisatie van de werknemersverzekeringen. Samen overspannen we bijna veertig jaar vakbondsgeschiedenis. We zijn er ten diepste van overtuigd dat in de huidige plannen de kerngedachte van een samenhangende sociale zekerheid op het spel staat. In onze visie is sociale zekerheid samen met arbeidsmarktbeleid en arbeidsvoorwaarden een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werknemers, werkgevers en de politiek. Dit gedachtegoed is kenmerkend voor het CNV en staat in de traditie van het christelijk sociaal denken. Het CNV wil de verantwoordelijkheid niet alleen overlaten aan de staat, noch alleen aan de markt. In de architectuur van de samenleving moet plaats zijn voor de organisaties van het maatschappelijk middenveld. Het CNV heeft altijd verder gekeken dan de directe individuele belangenbehartiging van de leden. Het nemen van verantwoordelijkheid om maatschappelijke problemen te helpen oplossen, is een rode draad door onze geschiedenis. In het voorstel voor de nieuwe uitvoeringsstructuur van de werknemersverzekeringen wordt de vakbeweging aan de kant gezet. Dat is in onze ogen een historische fout, die niet in een opgewonden moment aan het einde van de 20ste eeuw gemaakt mag worden.

100 jaar verantwoordelijkheid De basis voor de huidige Nederlandse arbeidsverhoudingen is zo'n 100 jaar geleden gelegd. Als reactie op het doorgeschoten liberalisme kwamen er tegenreacties. Werknemers organiseerden zich in vakbonden die geleid werden door mensen met een ideaal. Er ontstonden tal van andere maatschappelijke initiatieven: scholen, woningcorporaties, boerencoöperaties, werkgeversorganisaties. De meeste waren "zuilenorganisaties" gebouwd op de fundamenten van levensovertuiging en maatschappij-opvatting. Maar altijd met een taakopvatting die breder was dan enkel het botte eigen belang. Men kwam op voor de eigen mensen en was bereid en in staat om rekening te houden met bredere, algemene belangen. Al in de periode voor 1940 zijn veel van de initiatieven van vakbonden vastgelegd in wetgeving, bijvoorbeeld waar het gaat om werknemers te verzekeren tegen ongevallen, tegen ziekte of bij overlijden. Initiatieven die oorspronkelijk alleen voor leden bedoeld waren, kwamen zo ten goede aan iedere werknemer. Niet ondanks maar dankzij de inzet van de vakbeweging.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de participatie van organisatie van werkgevers en werknemers vastgelegd in de oprichting van de Stichting van de Arbeid en iets later de Sociaal Economische Raad. Nederland kreeg een unieke sociale infrastructuur, die was gebouwd op het wederzijds vertrouwen tussen werkgevers, werknemers en de overheid. In de tachtiger jaren kregen werkgevers en werknemers bovendien ook de medeverantwoordelijkheid over het arbeidsmarkt. Niet uit luxe. De 'oude' arbeidsvoorziening, volledig in handen van de overheid, functioneerde niet en werd door werkgevers en werknemers gemeden. Om dit te verbeteren werden werkgevers en werknemers medeverantwoordelijk voor het arbeidsmarktbeleid. Er kwam zo een samenhang tussen arbeidsvoorwaarden en arbeidsmarktontwikkeling met alle positieve resultaten vandien.

Aan het einde van de 80-er jaren en in begin van de 90-er jaren stak een storm van onvrede op binnen het parlement. Er kwam een roep om het politieke primaat. De politiek moest teveel 'overlaten' aan anderen. Soms aan organisaties, soms aan lokale overheden, soms aan Brussel.. Parlementaire enquêtes, onderzoeken en het kritisch beschouwen van de werkelijkheid waren het resultaat. De overleg- en adviesstructuur werd doorgelicht, opgeschoond en uitgedund. Het eerste kabinet Kok wenste maatschappelijke organisaties alleen nog aan te spreken op hun specifieke rol als enge belangenbehartiger. In die visie kan alleen de overheid opkomen voor het algemeen belang. Daarom moest de adviesverplichting van de SER worden afgeschaft. De werkelijkheid was anders. Tijdens het eerste kabinet Kok is beter en effectiever samengewerkt tussen de sociale partners en de regering dan ooit te voren en de gescheiden en verschillende verantwoordelijkheden werden wederzijds erkend. Dezelfde politici die de trage en stroperige overlegeconomie de nek om wilden draaien, hadden geen woorden genoeg om 'het poldermodel' te prijzen. Voor ons is het duidelijk dat vooral het onderling vertrouwen en de gedeelde verantwoordelijkheid doorslaggevend zijn geweest. We weten uit eigen ervaring dat die soms met veel ruzie en pijn - in vele jaren zijn opgebouwd.

De overheid kan het niet alleen Het Nederlandse stelsel van sociaal-economische verhoudingen is het resultaat van een lange geschiedenis. Onderdelen ervan hebben terecht onder kritiek gestaan. De Parlementaire enquête over de uitvoering van de WAO beginjaren negentig, heeft een aantal misstanden aan de kaak gesteld en sindsdien zijn de weeffouten hersteld. Voorstanders van de huidige kabinetsplannen halen die enquête veelvuldig aan om de huidige plannen te verdedigen. Dat is onjuist, we hebben immers geleerd van de fouten van toen. De huidige inzet van het kabinet is gericht op het anders ordenen van verantwoordelijkheden in de uitvoering van de werknemersverzekeringen. De overheid denkt het te kunnen zonder maatschappelijke organisaties als het CNV, die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het toont hiermee een ontstellend gebrek aan historisch besef. Een rechtvaardig en effectief sociaal-economisch beleid heeft drie fundamenten: arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en sociale verzekeringen. Het gebouw raakt in onbalans als een van de fundamenten wordt weggehaald. Dat brengt risico's met zich mee. Denkt de overheid het alleen voor elkaar te kunnen krijgen om de instroom in de WAO in bijvoorbeeld de zorgsector aan te kunnen pakken? Het gaat niet om macht, posities en eigen belang. Het gaat er om dat organisaties van werknemers en werkgevers een plaats moeten hebben in een sociale infrastructuur die millenniumbestendig is. Ook in de nieuwe eeuw zal de cohesie in onze samenleving vooral afhankelijk zijn van mensen en (hun) organisaties die ook verantwoordelijk willen en kunnen zijn voor het algemeen belang.

Er staat veel op het spel. Politici en maatschappelijke organisaties hebben elkaar nodig. De politiek moet niet denken dat ze het alleen kan. Dat heeft de ontwikkeling van de Nederlandse arbeidsverhoudingen niet verdiend. En wat nog vele malen belangrijker is: door al het gedoe is niemand die werkloos, ziek of gedeeltelijk arbeidsgeschikt is echt geholpen.

Jan Lanser, Harm van der Meulen, Henk Hofstede en Anton Westerlaken oud-voorzitters vakcentrale CNV.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie