Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Politiek akkoord 2000-2002 gemeente Oosterhout

Datum nieuwsfeit: 01-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Oosterhout

Oosterhout, 1 december 1999

Politiek akkoord 2000-2002

1. INLEIDING

Voor de totstandkoming van dit politieke akkoord voor de periode 2000-2002 hebben de partijen zich laten leiden door datgene wat reeds eerder als politiek-bestuurlijke richtingen is aangegeven. Het vorige politiek akkoord 1998-2002, de kernnota van het Meerjarenbeleidsplan, de strategiediscussie en de eerste resultaten van de stadsvisie hebben dan ook als uitgangspunt gediend voor het opstellen van dit politieke akkoord.

Met het opstellen van dit akkoord hebben de partijen bovendien willen aansluiten bij de wijze van bedrijfsvoering die de gemeente sinds enige jaren hanteert. Het zogeheten BBI-systeem (Beleids- en Beheersinstrumentarium) gaat ervan uit dat een politiek akkoord wordt vertaald in een concreet Meerjarenbeleidsplan en daar dus een richtinggevend kader voor biedt. Dat betekent dat een politiek akkoord hoofdlijnen en richtinggevende uitspraken moet bieden.

Momenteel baart de financiële situatie van de gemeente zorgen. Oosterhout ziet zich gesteld voor een enorme ombuigingsoperatie. Daartoe worden tal van individuele voorstellen uitgewerkt die bijna alle beleidsproducten van de gemeente omvatten. In het eindstadium van die operatie moet tot bestuurlijke besluitvorming worden gekomen. Met dit politiek akkoord wordt dan ook beoogd een "bestuurlijk en financieel afwegingskader" te bieden waarmee het bestuur in die besluitvormingsfase tot concrete besluiten kan komen.

De partijen hebben een politiek akkoord opgesteld dat aansluit bij eerdere documenten en dat bestuurlijk richtinggevend is voor de komende periode. Het biedt daarbij een afwegingskader over wat de gemeente wel en wat de gemeente in die periode niet kan of zal doen. Er liggen ook veel dossiers die om afrondende besluitvorming vragen. De coalitie rekent het tot haar primaire taak om die besluitvorming tot stand te doen komen.

De coalitie heeft er behoefte aan om - voordat een aantal concrete programmapunten wordt gepresenteerd - stil te staan bij een aantal maatschappelijke ontwikkelingen en daarbij globaal aan te geven welke visie de coalitie heeft op de toekomst van de gemeente op verschillende beleidsterreinen en de rol van de gemeente daarin. Dat betekent dat in het programma verhoudingsgewijs veel aandacht wordt besteed aan het politiek-bestuurlijke kader waarbinnen de coalitie wil opereren.

Het politiek akkoord is als een kapstok opgebouwd van grof naar fijn. In het tweede hoofdstuk wordt beschreven welke visie partijen hebben op het functioneren en de rol van een gemeentelijke overheid en welke kernbegrippen daarbij leidend zijn. In het derde hoofdstuk wordt een algemene visie gegeven op de toekomst van Oosterhout. In de volgende hoofdstukken wordt aan de hand van 5 thema’s die visie verder uitgewerkt naar concretere uitspraken over een aantal specifieke zaken. Besloten wordt met een financieel hoofdstuk.

2. VISIE OP HET FUNCTIONEREN VAN HET OPENBAAR BESTUUR

2.1 Inleiding

Aan de vooravond van het volgende millennium zijn algemene tendenzen waar te nemen die het functioneren van het openbaar bestuur de komende jaren zullen bepalen. Dat geldt zowel in ruimtelijke en beheersmatige zin, als ook in de ontwikkeling van de samenleving en de omgang met burgers.

2.2 Ruimtelijke en economische tendenzen

In het kader van de vijfde nota Ruimtelijke Ordening, die landelijk in voorbereiding en discussie is, zal er meer duidelijkheid worden geboden over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Vooralsnog blijven we uitgaan van de uitgangspunten zoals gekozen bij de strategiediscussie.

Het aantal inwoners in Oosterhout zal stabiliseren tussen de 50.000 en 60.000. Dat betekent dat het gewenste voorzieningenniveau in kwantiteit en kwaliteit duidelijker is te bepalen. De nadruk zal daarbij meer op kwaliteit dan kwantiteit van de voorzieningen komen te liggen. Een algemene tendens is dat op het gebied van economie, openbaar vervoer en grootschalige infrastructuur ontwikkelingen meer en meer in een regionaal verband plaatsvinden.

De openbare ruimte bepaalt als openbare ontmoetingsplaats voor de inwoners het aanzien en de belevingswaarde van de gemeente en vormt een bindend element in een gemeenschap. De persoonlijke leefomgeving is belangrijk en burgers moeten worden betrokken op grond van hun medeverantwoordelijkheid voor het beheer en het handhaven van de kwaliteit daarvan.

2.3 Sociaal-maatschappelijke tendenzen

De demografische ontwikkelingen laten een toenemende vergrijzing zien. Er bestaat een toenemende behoefte aan zorg op maat en aan specifieke huisvesting. Door een steeds grotere verscheidenheid aan samenlevingsvormen en het toenemend aantal huishoudens waarbij beide ouders werken, zullen tal van zaken, zoals bijvoorbeeld de rol van het onderwijs, blijvend veranderen. Na-schoolse en voor-schoolse opvang en kinderdagverblijven zijn niet meer weg te denken. Scholen ontwikkelen zich steeds meer tot een kloppend hart van de wijk. De samenleving zal zich kenmerken door een grotere flexibiliteit in werken, wonen en vrije-tijdsbesteding. Dat heeft gevolgen voor huisvesting en voor de diverse voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en maatschappelijk welzijn.

Er bestaat een toenemende aandacht voor kwaliteit. Ook die behoefte werkt door in het functioneren van een gemeente in het verstrekken van collectieve en individuele producten. De samenleving eist een overheid die doelmatig met gemeenschapsgeld omgaat. Burgers worden mondiger en veeleisender. Zij gedragen zich als kritische klanten en verwachten een snelle persoonsgerichte dienstverlening, foutloze procedures en producten van hoge kwaliteit.

In de zorg voor het sociale klimaat dient de gemeente niet alleen te denken aan de zorg voor de sociaal-zwakkeren, maar ook aan het bevorderen van de gemeenschapszin, de maatschappelijke tolerantie en individuele ontplooiïng. Sociaal-zwakkeren moeten in staat worden gesteld volwaardig deel te nemen aan de samenleving en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen functioneren. Op het gebied van voorzieningen zal van maatschappelijke participanten een grotere (mede-)verantwoordelijkheid moeten worden verlangd.

Ook is de tendens waarneembaar dat burgers door de toegenomen individualisering en flexibilisering nadrukkelijker voor een specifiek belang opkomen. Het instrument van inspraak blijkt steeds minder toereikend om tot een hoge mate van tevredenheid bij burgers te komen. Er is derhalve een ontwikkeling op gang gekomen om de participatie van burgers en maatschappelijke groeperingen vanaf het begin van beleidsontwikkelingen nadrukkelijker te stimuleren. Dit wordt aangeduid als interactieve beleidsvorming.

2.4 Tendenzen bij de overheid

Binnen de overheid in het algemeen is sprake van een toenemende decentralisatie zowel van taken en middelen zelf als door raamwetgeving die gemeenten meer individuele beleidsvrijheid geeft. Daarnaast is er een toenemende tendens om in regionale samenwerkingsverbanden taken grootschaliger aan te pakken. Naast overwegingen van doelmatigheid speelt het element van doeltreffendheid van overheidshandelen hier een steeds grotere rol. Dit sluit aan bij de ontwikkeling dat steeds meer het algemene maatschappelijke effect van overheidshandelen maatstaf zal worden. Ook de ontwikkeling van kennis-infrastructuren zal meer en meer van belang zijn. De explosieve groei van de informatietechnologie zal in toenemende mate bepalend worden voor het informatiserings- en automatiseringsbeleid van de gemeente.

Het functioneren van de lokale democratie wordt gekenmerkt door een aantal tendenzen, veelal aangeduid onder het containerbegrip "bestuurlijke vernieuwing". Het verbeteren van de relatie met de burger staat daarbij centraal. Naast het verder vormgeven van interactieve beleidsvorming, kan dan worden gedacht aan referenda, het benoemen van wethouders buiten de raad, de ontwikkeling van monisme naar dualisme, veranderende bestuursstijlen en functieprofielen en dergelijke. Deze ontwikkelingen herbergen niet alleen kansen maar ook bedreigingen in zich die de slagvaardigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de overheid kunnen aantasten. Voordat een ontwikkeling op het gebied van bestuurlijke vernieuwing ook daadwerkelijk tot bestuurlijke verbetering kan leiden is een zorgvuldige inbedding op lokaal niveau met een heldere structuur en cultuur van groot belang.

2.5 Visie op het functioneren van de gemeente

De objectieve waarnemingen over de in paragraaf 2.1 tot en met 2.4 genoemde ontwikkelingen betekenen dat de rol en het functioneren van de gemeentelijke overheid dient te veranderen. Dit impliceert dat de overheid steeds flexibeler moet worden, inspeelt op ontwikkelingen in de samenleving en samen met die samenleving inhoud geeft aan beleidsontwikkelingen en uitvoering op tal van gebieden. Voor de toekomst zullen voor de coalitie een aantal begrippen leidend zijn:

Regierol

Het gemeentebestuur zal nadrukkelijk een regierol op zich moeten gaan nemen, vanuit de verantwoordelijkheid voor de samenleving en de omgeving. Daarbij horen het nemen van initiatief, het zelf bepalen waar en wanneer de overheid een rol moet spelen en het stellen van prioriteiten en randvoorwaarden. De overheid zal meer sturen op doelen en faciliteren op instrumenten.

Zakelijkheid

Er wordt een zakelijke opstelling gehanteerd. Partijen hanteren het uitgangspunt dat bij het nemen van beslissingen over zaken - als één van de afwegingscriteria - voortdurend de vraag moet worden gesteld of de burger echt wil dat gemeenschapsgeld voor bepaalde zaken wordt uitgegeven. Er wordt gestreefd naar een optimale prijs-kwaliteit verhouding.

Bepalen betekent niet automatisch betalen

Het gemeentebestuur wil vanuit zijn regierol bij de ontwikkeling van plannen op de verschillende beleidsterreinen nadrukkelijk de randvoorwaarden blijven bepalen. Dat betekent niet automatisch dat het gemeentebestuur per definitie de financiering voor zijn rekening neemt. Het nemen van beslissingen over uitvoering van plannen hangt meer en meer af van de bijdragen die de markt / samenleving wil geven.

Uitvoering door de markt

Het voornemen is om in de uitvoering zoveel mogelijk terug te treden. Zaken moeten door de markt worden opgepakt. De overheid doet meer aan output-controle. Privatisering dient zorgvuldig vorm te worden gegeven.

Profijtbeginsel

Het profijtbeginsel moet leidend zijn. Diegenen die profijt hebben dienen zo volledig mogelijk te betalen. Kostendekkendheid wordt daarbij zo volledig mogelijk nagestreefd.

Bestuurlijke afspraken

Voor het vormgeven van de hiervoor genoemde vijf kernbegrippen is een slagvaardige overheid nodig die keuzes maakt. In de verhouding en werkwijze tussen college, raad en organisatie wordt uitgegaan van de Gemeentewet en de BBI-systematiek. Voor de bestuurlijke praktijk in Oosterhout wordt van de volgende nadere uitgangspunten uitgegaan:


* Het college gaat uit van het (wettelijke) beginsel van collegiaal bestuur, maar verdeelt desgewenst werkzaamheden naar individuele (project) wethouders.

* Voordat een voorstel voor zwaarwichtige aangelegenheden aan de raad wordt gedaan, kan en mag het college - het politieke draagvlak in de raad aftasten, net zoals dat geldt voor het maatschappelijke draagvlak. Dat kan zowel individueel als collectief, informeel of formeel en al dan niet vertrouwelijk gebeuren.

* Om de betrokkenheid van de raad bij de besluitvorming te vergroten wordt er naar gestreefd om - waar dat mogelijk of wenselijk is - met de raad een meningsvormende discussie te voeren op basis van alternatieven voordat een definitief voorstel aan de raad wordt gedaan. Het college kan daarbij al wel een voorkeur uitspreken.

Tendenzen van bestuurlijke vernieuwing worden belangstellend gevolgd en zo mogelijk - daar waar deze meerwaarde op kunnen leveren - op een zorgvuldige wijze ingevoerd in de Oosterhoutse praktijk. Met de ontwikkeling naar dualisme wordt voorzichtig omgegaan. Deze kan in de praktijk alleen verder gestalte worden gegeven indien daarover heldere afspraken worden gemaakt en er sprake is van een verdere delegatie van bevoegdheden van de raad aan het college.

3. VISIE OP DE TOEKOMST VAN OOSTERHOUT

Oosterhout is in de afgelopen veertig jaar uitgegroeid tot een moderne middelgrote gemeente. Oosterhout is zowel woon- als werkgemeente, beschikt over een veelzijdig scala aan voorzieningen, biedt afwisseling in ruimtelijk opzicht en kent een dynamisch en veelzijdig stadscentrum. Die kwaliteiten hebben ertoe geleid dat onze gemeente ook in de regio een prominente positie inneemt. Oosterhout heeft voor veel voorzieningen een duidelijke centrumfunctie, niet alleen ten opzichte van de "eigen" kerkdorpen, maar ook in de richting van gemeenten in de omgeving. In nieuwe vormen van intergemeentelijke samenwerking liggen kansen om deze centrumfunctie verder vorm te geven.

Oosterhout is echter nog niet "af". Zo heeft de Oosterhoutse gemeenteraad eind 1997, bij de besluitvorming in de Strategiediscussie, uitgesproken dat binnen de grenzen van het stedelijk gebied nog plaats moet zijn voor (ruimtelijke) ontwikkelingen. Alleen op die manier is de dynamiek van de samenleving gewaarborgd. Stilstand, zo luidde de algemene opvatting, zou achteruitgang betekenen op allerlei gebied. Dit heeft gevolgen voor de inkomstenpositie van de gemeente. Het niet langer voorhanden zijn van grote stadsuitbreidingslocaties na Vrachelen leidt ertoe dat de gemeente, anders dan in het verleden, zich op termijn niet langer verzekerd weet van inkomsten uit de grondexploitatie.

De financiële positie van de gemeente kan en mag er natuurlijk niet toe leiden dat er de komende jaren geen ruimte meer is voor nieuwe ontwikkelingen of beleid. Dat zou namelijk funest zijn voor de dynamiek van de gemeente en de gemeenschap. Bij deze ontwikkelingen - of het nu om voorzieningen gaat, om woningbouwplannen of beleid op gebied van landbouw, natuur en landschap - dient kwaliteit voorop te staan. Niet per definitie "meer", maar wel altijd "beter" moet daarbij leidraad voor het bestuurlijk handelen zijn.

De discussies die in het kader van het ontwikkelen van de Stadsvisie als concretisering van de Strategiediscussie zijn gehouden, hebben het algemene beeld opgeleverd dat Oosterhout door haar inwoners vooral wordt gewaardeerd als "woonstad". Oosterhout heeft het imago van een overzichtelijke, vriendelijke en groene stad met voldoende voorzieningen, waar het vooral prettig wonen is. De nabijheid van voldoende werkgelegenheid speelt daarbij een belangrijke rol. Behoud en waar mogelijk verbetering van het bestaande wordt positief gewaardeerd.

In afwachting van de verdere resultaten van het interactieve proces van de stadsvisie blijft Oosterhout kritisch deelnemer van de Stadsregio. Het sluiten van allianties met andere gemeenten in de sub-regio wordt daadwerkelijk vorm en inhoud gegeven. Dit houdt concreet het volgende in:


* De kaders van de Strategiediscussie blijven leidend en de gemaakte afspraken in provinciaal en regionaal verband in het kader van de te realiseren woningbouwprogramma worden uitgevoerd. De aandacht van de gemeente zal steeds meer verschuiven van ontwikkeling naar beheer. De vitaliteit van de stad heeft daarbij de aandacht, immers de stad moet voor jongeren aantrekkelijker worden en het nodige bieden voor ouderen.
*

* Oosterhout wil blijven meepraten over de ontwikkeling van de stadsregio. Met Oosterhout valt dan ook te praten over het verder realiseren van stedelijke functies. Daarbij wordt met name gedacht aan bedrijvigheidslokaties en infrastructuur, temeer daar dit ook voor het bedrijfsleven in Oosterhout van belang is. Bovendien is het voor het woonklimaat in de gemeente van belang om voldoende bedrijvigheid en werkgelegenheid in de buurt te kunnen blijven bieden en te zorgen voor goede infrastructuur.

* Om het woonklimaat en de bereikbaarheid van bedrijven te verbeteren blijft gestreefd worden naar de realisering van hoogwaardige vormen van openbaar vervoer.

* Voor echt grootschalige voorzieningen zal de gemeente door het optreden van schaalvoordelen meer en meer gebruik moeten maken van samenwerking in de regio om ook grootschalige voorzieningen in Oosterhout mogelijk te maken. Ook hiervoor is de verdere ontwikkeling van het openbaar vervoer van belang.

* De gemeente zal en kan zich dan ook meer richten op de eigen voorzieningen die tevens een sub-regionale functie vervullen. Een sub-regionale verdeling van taken behoort daarbij ook tot de mogelijkheden.

Anders gezegd betekent dit dat Oosterhout zich verder ontwikkelt tot een duurzame, sociaal gezonde, bereikbare en economisch goed functionerende woonstad.

Deze visie op de toekomst betekent ten eerste dat het belangrijk is dat reeds voorgenomen beleid dat past in dit beeld uitgevoerd wordt. Ten tweede dienen
- mede ook in het licht van de financiële positie van de gemeente - nadrukkelijk keuzen te worden gemaakt voor verdere bijstelling van beleid en herstructurering.

Voortbouwend op het Meerjarenbeleidsplan is dit politiek akkoord verder opgebouwd rond vijf thema’s waarop wij de bestuurlijke aandacht willen richten. De thema’s staan in een bepaalde volgorde, die echter niets zegt over een eventuele prioriteitstelling. Per thema worden een aantal algemene en een aantal specifieke uitspraken gedaan die voor de komende periode leidend zullen moeten zijn.

4. DE WOONOMGEVING

4.1 Algemeen

De kwaliteit van de woonomgeving is een optelsom van een aantal factoren: de staat van de woning zelf, de vorm en toestand van de openbare ruimte, de leefbaarheid van de wijk of buurt en de wijze waarop de gemeente met haar inwoners communiceert over aangelegenheden die de woonomgeving betreffen. Woonbuurten en de openbare ruimte daarin moeten heel, bruikbaar, veilig en schoon zijn. De gemeente, buurtbewoners en betrokken organisaties (woningbouwstichting, welzijnswerk, onderwijs, gezondheidszorg, politie en dergelijke) werken vanuit hun eigen verantwoordelijkheid nauw samen aan beleid en uitvoering.

Samen met bewoners en andere belanghebbenden wordt gestreefd naar een buurtgerichte aanpak, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. Daarbij gaat het niet alleen om "technische" maatregelen als het opknappen van huizen, inrichten van 30-kilometer-buurten en reconstructie van groenvoorzieningen, maar ook om beleid dat erop gericht is de sociale samenhang in de buurt te verbeteren. In 1997 is daartoe een invoeringsplan buurtbeheer vastgesteld, gevolgd door het sluiten van het convenant buurtbeheer met de partners, waarin ervoor gekozen is buurtbeheer "breed" in onze gemeente toe te passen. Om dat proces goed te begeleiden zijn twee buurtcoördinatoren aangesteld.

De beginselen van paragraaf 2.5 zijn leidend.

4.2 Specifiek

Buurtbeheer


* Het reconstrueren of opknappen van een buurt is tijdrovend, gecompliceerd en legt een fors beslag op middelen van personele en financiële aard. Eens per twee jaar zal een buurt worden aangepakt.
* Bij de verdere introductie en toepassing van buurtbeheer wordt prioriteit gegeven aan de aangewezen aandachtsbuurten in de volgorde Slotjes-Midden, Beemdenbuurt, Bloemenbuurt, Larenbuurt, Vogelbuurt en Donkenbuurt.

* Bezien wordt op welke wijze de budgetten voor buurtbeheer zowel intern als extern meer inzichtelijk gemaakt kunnen worden, om tot een goed evenwicht te komen tussen het stellen van (financiële) randvoorwaarden en flexibiliteit, zodat zo vroeg mogelijk duidelijk wordt wat mogelijk en wat haalbaar is.

Beheersplan voor de openbare ruimte


* Het integraal beheersplan voor de openbare ruimte dient snel te worden opgesteld en tot uitvoering te worden gebracht. Dat plan moet leiden tot een doeltreffende en doelmatige inzet van middelen voor handhaving en verbetering van de kwaliteit van de woonomgeving. Het plan omvat de volgende instrumenten:

* Met het meerjarenplan ruimtelijke ingrepen (MJP-RI) wordt gekomen tot prioriteitstelling van projecten op basis van criteria vanuit buurtbeheer en technisch beheer en beleid.

* Met beheersbewuste planvorming worden beheer- en onderhoudsaspecten mede bepalend voor de vormgeving van ontwerp, inrichting en constructie van projecten.

* Met een beheersvisie kunnen op basis van kostenindicaties en kwaliteitsniveau’s afgewogen keuzen worden gemaakt voor de kwaliteit van het beheer en het dagelijks onderhoud in te onderscheiden gebieden.
* Het beheer en onderhoud van groen, openbare verlichting en wegen dient op basis van het beheersplan doelmatig en doeltreffend inhoud te worden gegeven. Doelmatig onderhoud mag er echter niet toe leiden dat eerdere investeringen teniet worden gedaan of dat in een later stadium forse investeringen nodig zijn.

* Het gewenste kwaliteitsniveau zal worden bepaald met bijbehorend prijskaartje.

Groenvoorzieningen


* Het groene karakter van Oosterhout bepaalt voor een belangrijk deel het aanzien van de stad. De aanleg van groen in het stedelijk gebied zal op basis van bestaande visies, worden versneld waar dat mogelijk is. De aanleg zal zo beheersbewust mogelijk tot stand dienen te komen.

De binnenstad


* Het rapport van Buijs en van der Vliet zal als uitgangspunt dienen bij de verdere vormgeving van de binnenstad. Met name wordt in deze periode extra aandacht besteed aan het realiseren van meer groen in de binnenstad. Daarbij wordt evenwel ook gelet op wenselijkheid, noodzakelijkheid en te verwachten onderhoudskosten.
* Na realisering van de fietsenstalling bij de voormalige Super zal voorshands alleen de mogelijkheid op en/of rondom de Markt verder onderzocht worden. Het realiseren van een derde fietsenstalling wordt in heroverweging genomen, mede afhankelijk van de effecten van de twee te realiseren fietsenstallingen.

5. WERK EN INKOMEN

5.1 Algemeen

Stimulering van de economische ontwikkeling en ondersteuning van het bedrijfsleven is de garantie voor een zich goed ontwikkelende werkgelegenheid. Het economisch beleid moet daartoe worden geactualiseerd. Voor het creëren van werkgelegenheid is het van belang dat een aantal bedrijventerreinen in ontwikkeling is genomen en deels nog steeds in ontwikkeling is. Te denken valt daarbij aan Weststad III, Hoevestein, De Wijsterd en Everdenberg.

De gemeente zorgt ook voor een vangnet voor diegenen die niet direct meeprofiteren van de economische groei. De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van het uitbouwen van de voorzieningen voor de minima tot een meer dan gemiddeld niveau. In het kader van het minimabeleid zit Oosterhout aan de top. De kwijtscheldingsregeling is uitgebreid tot het wettelijk toegestane maximum, terwijl de gemeenteraad in de nota "Minima in de lift" een groot aantal maatregelen heeft genomen die de positie van de minst draagkrachtigen in onze samenleving versterken. Die maatregelen worden verder uitgevoerd, waarbij vooral het terugdringen van niet-gebruik een belangrijk speerpunt is. Armoede wordt bestreden door tegemoetkomings- en kwijtscheldingsbeleid, de arbeidsparticipatie wordt bevorderd door het leveren van individueel maatwerk en omscholingsprogramma’s.

Ook op het gebied van werk en inkomen zijn de beginselen van paragraaf 2.5 leidend.

5.2 Specifiek

Bedrijfsterreinen


* Het college zal zich aktief inspannen voor het vinden van oplossingen voor Oosterhoutse bedrijven die op haar een beroep doen wegens uitbreidings- of verplaatsingsbehoefte binnen de gemeente. Dit geldt ook voor agrarische bedrijven.

* Bedrijven die blijvend ontoelaatbare hinder voor de woonomgeving opleveren, moeten worden verplaatst als daartoe reële mogelijkheden zijn. Voor bedrijfsverplaatsingen bestaat in het algemeen slechts beperkt (financiële) ruimte. De rol van de gemeente dient derhalve beperkt te blijven tot het inspelen op kansen die de markt biedt.
* Het bestaande bedrijventerrein Vijf Eiken zal worden opgeknapt mits het bedrijfsleven zich bereid toont op evenwichtige wijze financieel bij te dragen aan de kosten hiervan. De mogelijkheden voor herverkaveling zullen daarbij in samenspraak met het bedrijfsleven nadrukkelijk aandacht krijgen.

* Grondprijzen worden zoveel mogelijk in het algemene voorstadium door de gemeenteraad vastgesteld, zodat daarover in concrete gevallen niet zal worden onderhandeld.

Midden- en kleinbedrijf


* Een algemene uitbreiding van verkoopvloeroppervlak wordt niet nagestreefd. In concrete en specifieke gevallen is uitbreiding bespreekbaar indien daarvoor steekhoudende argumenten zijn aan te voeren. Hiervoor worden op zo kort mogelijke termijn beleidsregels ontwikkeld.

* Er zal op korte termijn een beleidsplan voor weekmarkten worden opgesteld.

* Het lokale bedrijfsleven is geholpen met een verdere uitwerking van de één-loket-gedachte. Daartoe kent de organisatie één gemeentelijk aanspreekpunt voor horeca en middenstand en één aanspreekpunt voor het bedrijfsleven.

Landbouw

De agrarische sector krijgt nadrukkelijk aandacht bij de herziening van bestemmingsplannen voor de kerkdorpen en het buitengebied. Waar zich mogelijkheden voordoen zal, in samenwerking met de agrarische sector, het multifunctioneel grondgebruik worden gestimuleerd, zo nodig door het beschikbaar stellen van financiele middelen. Daarbij is het streven erop gericht om te komen tot verkeersarme groene longen met extensieve multifunctionele landbouw dan wel andere vormen van extensief grondgebruik. Natuur, afvalverwerking, opvang van water, productie volgens het EKO-keurmerk en een gezonde bedrijfseconomie hebben hierbij de aandacht. De kosten van milieu, landschapsonderhoud en natuur dienen eerlijk verdeeld te worden.

Minimabeleid


* Een deel van het bedrag van de Zalmsnip zullen wij blijven inzetten voor de uitvoering van het gemeentelijk minimabeleid.
* Onderzocht zal worden of de functie van de kredietbank in zijn huidige vorm gehandhaafd moet blijven. Handhaving van de dienstverlening aan de burger vormt daarbij een uitgangspunt.

* Gezocht wordt naar verdere mogelijkheden om de arbeidsparticipatie te intensiveren.

6. DE STEDELIJKE ONTWIKKELING

6.1 Algemeen

Bij de verdere ontwikkeling van Oosterhout, die zich zal voltrekken binnen de grenzen van de bestaande stedelijke contour en dus inclusief Vrachelen, staat kwaliteit (afwisseling, duurzaamheid, menselijke maat, aantrekkelijkheid) voorop. De uitkomst van de Strategiediscussie wordt verder op een interactieve wijze in een Stadsvisie uitgewerkt. Die moet een meer gedetailleerd beeld bieden van de maatschappelijke ontwikkeling van Oosterhout tot het jaar 2015 en de daarmee samenhangende (ruimtelijke) inrichting van onze gemeente. Het stadscentrum verdient daarbij bijzondere aandacht, teneinde af te maken wat begonnen is.

Het verder ontwikkelen van het stedelijk gebied is steeds vaker een kwestie van samenwerking tussen overheid, inwoners en marktpartijen. De gemeente zal daarbij de regierol vervullen en randvoorwaarden aan die samenwerking stellen, ook in financiële zin.

De beginselen van paragraaf 2.5 zijn leidend.

6.2 Specifiek

Verkeer en openbaar vervoer


* Mobiliteit is de ruggegraat van de economie. Bij concrete projecten op het gebied van verkeer en vervoer zijn verkeersveiligheid, doorstroming en leefbaarheid belangrijk.

* Streven is het langzaam verkeer en het openbaar vervoer te bevorderen. Investeringen zullen hierop worden getoetst.
* Het onderzoek naar de herinrichting van de hoofdwegenstructuur op langere termijn heeft de bijzondere aandacht om te komen tot een samenhangende aanpak. Daarbij dient te worden bezien waar grote stromen niet bestemmingsverkeer (al dan niet interlokaal) door straten met veel woningen - als het maar enigszins mogelijk is - kan worden teruggedrongen.

* De verdere ontwikkeling van een hoogwaardige verbinding met Breda is van groot belang.

Milieu


* Het milieurendement moet een belangrijk afwegingscriterium vormen bij alle milieu-relevante werkzaamheden van de gemeente en het realiseren van voorzieningen en projecten. Het principe zal in ieder geval worden opgenomen in het nieuwe gemeentelijk milieubeleidsplan en de nieuwe afvalnota.

* Bij milieubeleid staat duurzaamheid voorop.
* De deelname in het Platform duurzaam Oosterhout is van groot belang. Met het opstellen van een lokale agenda 21 zal richting en inhoud kunnen worden gegeven aan duurzaamheid.

* Aspecten van duurzaamheid moeten worden meegenomen in plannen voor nieuwe woningbouwlocaties.

* In het voorjaar 2000 zal aan de gemeenteraad een voorstel worden voorgelegd over de toekomst van het kringloopbedrijf. Daarbij zal het uitgangspunt van milieurendement centraal staan.

Ontwikkelingsprojecten

De uitkomst van de in december 1997 afgesloten Strategiediscussie is richtinggevend. Dat betekent:


* Dat de projecten waarover in regionaal verband afspraken zijn gemaakt ten behoeve van de onderlinge afstemming van de woningbouwproductie verder worden uitgevoerd.

* Dat wij verder gaan met de ontwikkeling van de woonwijk Vrachelen.
* Dat wij, daar waar mogelijk, inbreidingslocaties in de stad zelf voor woningbouw benutten, om zo de kwaliteit van het stedelijk gebied te kunnen vergroten.

* Dat ook in de toekomst op het gebied van bedrijfsterreinen kleinere uitbreidingslokaties mogelijk zijn om te voldoen aan specifieke behoeften uit de samenleving

Voorts worden de volgende randvoorwaarden gesteld:


* Met de groene ruimten in de gemeente dient zorgvuldig te worden omgegaan.

* Bij grondtransacties wordt niet onderhandeld over de grondprijzen die in het algemeen van tevoren door de raad zijn vastgesteld.
* Uitgangspunt is dat alleen aan projecten van derden wordt meegewerkt, als tevoren duidelijk is dat daarvoor geen gemeentelijke bijdrage is verschuldigd. De kosten die de gemeente moet maken worden zoveel mogelijk doorberekend. Hetzelfde geldt voor mogelijke planschade-claims. Daartoe zal in concrete gevallen zoveel mogelijk gewerkt worden met intentie-overeenkomsten en realisatie-overeenkomsten.
* Gezien de bestaande vraag naar vrije kavels in de markt zal het college op zoek gaan naar mogelijkheden om het aanbod van vrije kavels in overeenstemming te brengen met die vraag, onverminderd het streven om ook andere doelgroepen te blijven bedienen.

* In het kader van voorgaand punt zal Vrachelen fasen 4 en 5 extensief worden verkaveld. Fasen 4 en 5 zullen worden afgerond in de richting van Den Hout met een groene landschappelijke overgang, die recht doet aan de bestaande structuur en die een buffer vormt tussen de bebouwing en het open agrarisch gebied.

* Het uitgangspunt van het college is dat alle nieuwe woningbouwlokaties tenminste kostendekkend zullen zijn per project, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om van dit principe af te wijken.
* Indien er goede vooruitzichten zijn dat de gemeente financieel kan profiteren, kan voor concrete projecten worden overwogen om als partner mede risico te dragen in constructies op basis van publiek-private-samenwerking.

* Bij de beoordeling van ontwerpen voor woningbouw dienen duurzaamheid en een goede prijs-kwaliteitsverhouding uitgangspunt te zijn.

De Zwaaikom

De Zwaaikom is ook op nationaal niveau een voorbeeld in het kader van het landelijke project "Stad en Milieu". Nu er wellicht kansen zijn, mogen die niet onbenut blijven. De partijen zullen tot een positieve besluitvorming kunnen komen mits:


* Er vanzelfsprekend sprake is van een goede planvorming waarin de diverse belangen op een zorgvuldige wijze zijn gewogen.
* Er een substantiële bijdrage door hogere overheden wordt verleend.
* Het financiële risico voor de gemeente aanvaardbaar is en past binnen de financiële kaders die daarvoor in dit politiek akkoord geformuleerd zijn.

Deze beoordeling vindt plaats voordat het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht.

Het Warande-gebied

Er wordt een visie voor het Warande-gebied opgesteld, zodat voor de toekomst een strategisch ruimtelijk kader aanwezig is om concrete projecten te kunnen invullen en te toetsen.

De binnenstad


* De planvorming voor de herinrichting van de Markt wordt voortgezet. Van verschillende kanten zal onderzocht worden wanneer daadwerkelijke uitvoering gestalte kan krijgen.

* Er zal worden onderzocht of het mogelijk is om in het gebied tussen de Strijenstraat en de basiliek, langs de Torenstraat, in overleg met alle belanghebbenden, te komen tot een in de omgeving passende, betaalbare grootschalige herontwikkeling tot huisvesting van meerdere voorzieningen. Een dergelijke ontwikkeling zal automatisch een stevige publiekstrekker opleveren aan de noordoostkant van het Winkelcentrum. Indien deze ontwikkeling doorgang vindt, zal de wenselijkheid van de verhuizing van V&D naar de Markt worden heroverwogen.

Slotjesveld

Het huidige karakter van het Slotjesveld als een open en groene ruimte zal worden behouden. Onderzocht zal worden in hoeverre in de toekomst aan het gebied een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven tot een markanter en interessanter groengebied binnen de stadsring. Integratie en versterking van de cultuurhistorische context, behoud en versterking van de ecologische functie en de mogelijkheden tot multifunctioneel gebruik en inrichting worden hierbij bezien. Financiering kan wellicht plaatsvinden door aan de randen bestaande bebouwing opnieuw te ontwikkelen.

Bestemmingsplannen


* Er zal een herziening plaatsvinden van de bestemmingsplannen voor de kerkdorpen en het Buitengebied.

* Bij de herziening van bestemmingsplannen worden monumentale bomen opgenomen.

Natuur en landschap

De ontwikkeling van landschapsbeleidsplannen zal in samenwerking met belanghebbende partners worden voortgezet. Voor concrete plannen worden middelen vrijgemaakt om tot uitvoering te komen door een heroverweging van de middelen voor bestaand beleid. Daarbij wordt het principe "rood voor groen" gehanteerd. Op andere terreinen worden voor concrete plannen middelen vrijgemaakt om tot uitvoering te kunnen komen.

7. DE VOORZIENINGEN

7.1 Algemeen

De veelzijdigheid van een gemeente als Oosterhout ziet men terug in het scala aan voorzieningen dat de gemeente biedt. De komende periode zal benut moeten worden om de lijnen uit te zetten waarlangs de voorzieningen in Oosterhout in de toekomst vorm zullen kunnen krijgen. Niet alleen de bereikbaarheid en de spreiding van voorzieningen, maar ook het technisch en financieel beheer, participatie door de markt, kostendekkendheid en profijtbeginsel zijn daarbij leidende begrippen, net als de beginselen van paragraaf 2.5.

In het algemeen wordt een bundeling van voorzieningen nagestreefd, onder het motto van "gebundelde deconcentratie". Daarmee kunnen immers synergetische effecten worden bereikt voor de inwoners. Bovendien kunnen voor de gemeente en anderen gunstige financiële effecten ontstaan door bijvoorbeeld lagere beheers- en/of personeelskosten en een benutting van vrijkomende grond en gebouwen. In dit licht wordt ook verwezen naar hetgeen in het vorige hoofdstuk onder ‘de binnenstad’ is verwoord.

7.2 Specifiek

Accommodatiebeheer


* De gemeente komt met een plan voor een vorm van technisch-integraal accommodatiebeheer voor gemeentelijke panden.

Sport


* Een nieuwe gemeentelijke sportnota zal spoedig worden opgesteld. Daarin zal aandacht worden besteed aan de communicatie met de sportraad, de mogelijkheden en onmogelijkheden voor top-sport, de toekomst van sportaccommodaties en de mogelijkheden van participatie van belanghebbenden en derden.

* Op grond van de zwembadnota is in het verleden besloten onderzoek te doen naar de mogelijkheid op sportcomplex De Warande een combi-bad aan te leggen. Dit onderzoek wordt voortgezet waarbij ernaar gestreefd wordt de exploitatie volledig door de markt te laten plaatsvinden. De toekomst van de gemeentelijke zwembaden wordt daarbij betrokken. De minimale gemeentelijke eisen, waaronder de bereikbaarheid, moeten worden gegarandeerd. Het streven is erop gericht om door middel van een sterke participatie en exploitatie door marktpartijen de gemeentelijke lasten op het product "zwembaden" te kunnen verminderen, terwijl voor Oosterhout de kwaliteit van de voorziening in zijn geheel verbeterd wordt.

Jeugdbeleid


* Het is noodzakelijk het (blijven) wonen in de stad van jongeren actief te bevorderen, door middel van betaalbare huisvesting, voldoende werkgelegenheid en voldoende op de jeugd afgestemde voorzieningen.
* De Nota jeugdbeleid zal worden geactualiseerd en in een realistische planning worden opgenomen.

Onderwijsbeleid


* De uitvoering van voorstellen over (door)decentralisatie van het onderwijsbeleid doet recht aan de nieuwe positie van de gemeente op het terrein van onderwijs.

* Aandacht wordt gegeven aan goede voorzieningen voor het voortgezet onderwijs. Dit vormt een belangrijk bespreekpunt met de gemeenten in de sub-regio.

* De functie van de school(gebouwen) in een wijk moeten worden uitgebouwd. Op basis van een te ontwikkelen samenhangend beleid in het kader van de stadsvisie op het gebied van onderwijs, welzijn, cultuur en sport, zal moeten worden onderzocht hoe de introductie van "brede" scholen vorm en inhoud kan worden gegeven. Daarbij wordt bezien in hoeverre door middel van hergroepering, herstructurering en bundeling van voorzieningen positieve effecten voor het kwaliteitsniveau zijn te bereiken en bovendien gemeentelijke middelen kunnen vrijkomen.
* Meer aandacht zal worden besteed aan voor- en na-schoolse opvang, de uitbreiding van kinderopvang op concurrentie-basis en buurthuizen.

Ouderenbeleid


* Gezien de demografische ontwikkelingen waarvoor onze stad zich gesteld ziet, is het van het grootste belang een integraal ouderenbeleid via een masterplan ouderen te ontwikkelen. De rapporten vanuit de maatschappelijke organisaties worden daarbij betrokken.
* Er zal aandacht worden besteed aan huisvesting voor ouderen in alle inkomenscategorieen.

Sociale en culture voorzieningen


* De activiteiten op het gebied van cultuur zijn en worden voornamelijk gericht op Oosterhout en wellicht ten behoeve van de gemeenten in de sub-regio. Er wordt op zo kort mogelijke termijn een samenhangende visie ontwikkeld op de toekomst van de culturele voorzieningen.
* Met het bestuur van de bibliotheek wordt creatief meegedacht en meegewerkt aan de toekomst van de bibliotheekvoorziening in Oosterhout, waarbij het streven naar ombuigingen én een gewenste verbetering van de kwaliteit in evenwicht moet en kan worden gebracht.
* Om de buurthuizen ook in de toekomst van wezenlijke betekenis te kunnen laten zijn voor zoveel mogelijk mensen in een wijk dient gefaseerd tot een herstructurering te worden gekomen. Bundeling met andere maatschappelijke voorzieningen wordt nagestreefd.
* De rol en functie van een culturele raad zal opnieuw tegen het licht worden gehouden.

Grootschalige voorzieningen


* Voor echt grootschalige voorzieningen zal de gemeente door het optreden van schaalvoordelen meer en meer gebruik maken van samenwerking in de regio om ook grootschalige voorzieningen in Oosterhout mogelijk te maken.

* De bereikbaarheid en kwaliteit van grootschalige voorzieningen is voor de inwoners van Oosterhout van wezenlijk belang. Het gemeentebestuur zal daar steeds alert op zijn. In dit kader zal ook bestuurlijk gestreefd blijven worden naar optimale gezondsheidszorg-voorzieningen in Oosterhout.

Nieuwkomersbeleid


* Onder het motto van het streven naar integratie van rechtmatig verblijvende allochtonen in een multiculturele samenleving in Oosterhout zal specifiek gemeentelijk beleid gericht op doelgroepen alleen worden gevoerd indien daar de noodzaak voor is aangetoond.

8. DE DIENSTVERLENING

8.1 Algemeen

In de volgende eeuw wordt de relatie tussen overheid en burger verder verbeterd en het draagvlak voor besluitvorming verbreed. Communicatie en klantgerichtheid zijn daarbij leidende begrippen. Bovendien moet het imago en de uitstraling van de gemeente en de betrouwbaarheid door bijvoorbeeld handhaving worden verbeterd.

8.2 Specifiek

Stadhuis

De planvorming voor een ver(nieuw)bouw van het stadhuis wordt voortgezet. Daarbij wordt niet alleen naar Arbo-technische aspecten gekeken, maar vooral ook naar mogelijke verbeteringen in de klantgerichte benadering. Een eenvoudige en toegankelijke dienstverlening in de vorm van het "Overheidsloket 2000" en het komen tot één publieksbalie worden hierbij betrokken. In dit licht wordt ook verwezen naar hetgeen in hoofdstuk 6 onder ‘de binnenstad’ is verwoord.

Communicatie en ICT


* De informatienota wordt spoedig bestuurlijk behandeld. Bijzondere aandacht zal worden gegeven aan de technische, personele en financiële mogelijkheden om een gefaseerde invoering van ontwikkelingen op het gebied van internet en e-mail, die de communicatie met de burgers en wellicht het aanbieden van gemeentelijke producten kunnen verbeteren, mogelijk te maken.

* De communicatienota wordt bijgesteld. Speerpunt van beleid dient de imago-verbetering te zijn. Duidelijk moet worden hoe in het algemeen én in concrete gevallen ruchtbaarheid wordt gegeven aan besluiten van het college en de raad. Een gemeentelijke pagina is niet altijd voldoende. Belangrijke aangelegenheden dienen uitvoerig in de media aan bod te komen om gemeentelijke standpunten en besluiten goed naar voren te brengen.

* Het taalgebruik blijft een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst. De ontwikkelingen die daarvoor in gang zijn gezet worden belangstellend gevolgd en zonodig van nieuwe impulsen voorzien.
* Onderzocht wordt hoe door regelmatige peilingen (preferenda) meer informatie en communicatie mogelijk zal zijn.

Bestuurlijke vernieuwing


* Er wordt een vorm van een gemeentelijke rekenkamer ingevoerd. De plannen daarvoor dienen op korte termijn concreet te worden.
* Er wordt op korte termijn een voorstel voor een referendumverordening opgesteld waarin zal worden geregeld onder welke voorwaarden de gemeenteraad, danwel de bevolking een referendum zal kunnen (laten) houden. Hierin zullen waarborgen worden opgenomen over de vraagstelling, de procedure, de opkomst en de stemming. Bovendien wordt hierbij ingegaan op de financiering bij een eventuele uitvoering.
* Er zal een evaluatie plaatsvinden van de ervaringen die zijn opgedaan in het kader van de interactieve beleidsvorming. Het resultaat hiervan moeten leiden tot zo duidelijke mogelijke richtlijnen voor de verdere toepassing van het instrument, zodat voor alle betrokkenen meer helderheid kan ontstaan.

Personeelsbeleid


* Het komend jaar zal veel aandacht worden besteed aan de imago-verbetering. De negatieve beeldvorming omtrent de organisatie, het bestuur, de politiek en vooral de ambtenaar dient te worden omgebogen. Daartoe vindt steeds afstemming plaats over de communicatie naar buiten.
* De communicatie van bestuur en management naar binnen zal sterk gericht zijn op de aansporing van het individu en het versterken van een "wij"-gevoel. Het enthousiasme en geloof in eigen kunnen dragen bij tot een gezonde arbeidsmotivatie.

* Bij de uitvoering van het gemeentelijk takenpakket dient efficiënt en flexibel gebruik te worden gemaakt van de beschikbare financiële en personele middelen. Daartoe dient in het te voeren personeels- en organisatiebeleid onderscheid te worden gemaakt tussen een kernformatie en een formatie van medewerkers die uitwisselbaar en flexibel worden ingezet. Mede in relatie hiermee zal tevens concernbreed worden onderzocht op welke wijze zal moeten worden omgegaan met het inkopen van externe adviezen of inhuren van tijdelijke krachten, om dit zo doelmatig mogelijk vorm en inhoud te kunnen geven.

Handhaving

De handhaving en vergunningverlening op verschillende beleidsterreinen zoals openbare orde, milieu, en woningbouw is een belangrijk aandachtspunt. Bezien zal worden op welke wijze hier verder vorm en inhoud aan kan worden gegeven. Kostendekkendheid vormt ook hierbij een belangrijk criterium.

Bestuurlijke besluitvorming


* Voor de hele organisatie zullen heldere eisen worden geformuleerd voor de voorbereiding van bestuurlijke besluitvorming. Proces en procedure dienen helder te worden beschreven. Voor de inhoud van voorstellen worden richtlijnen opgesteld ten aanzien van taalgebruik, opbouw en omvang. De adviezen en voorstelformulering dienen volstrekt helder te zijn. Sluipende besluitvorming via onheldere stappen dient te worden voorkomen. Het gemeentebestuur neemt heldere besluiten en geeft ook heldere bestuurlijke opdrachten.

* De commissieverordening en de instellingsbesluiten worden aangepast aan de portefeuilleverdeling van de leden van het college. Omdat alle raadsleden thans voorzien worden van dezelfde informatie kan om praktische redenen de verordening zo worden aangepast dat alleen leden van commissies worden benoemd door de raad. In voorkomende gevallen zijn fracties vrij om een willekeurig fractielid als plaatsvervanger af te vaardigen. Het staat fracties echter vrij om binnen de fractie vaste plaatsvervangers aan te wijzen.

9. DE FINANCIËN

Voor het restant van de raadsperiode en in het licht van het meerjarenperspectief tot 2004 gelden de volgende algemene financiële uitgangspunten:

9.1 De financiële positie

Meerjarenperspectief


* Uitgaande van de begroting 2000 geldt tot het jaar 2004 een reëel sluitend perspectief met een structurele buffer van ƒ 250.000,- in het jaar 2004.

* Tussentijdse beperkte niet-structurele tekorten zijn aanvaardbaar mits en voor zover deze kunnen worden gedekt uit de reserves.

Ombuigingsoperatie

Voor het op orde krijgen van de gemeentefinanciën heeft de ombuigingsoperatie in de richting van de voorjaarsnota absolute prioriteit. Om te kunnen voldoen aan het gewenste meerjarenperspectief zal voor ongeveer 10 miljoen structureel dienen te worden omgebogen, uitgaande van het thans (1 december 1999) bekende perspectief.

De reserves

Er zal een nota worden opgesteld over het reservebeleid. Daarin komen in ieder geval aan bod de gewenste hoogte van reserves op termijn en de criteria waarbinnen specifieke reserve- of fondsvorming mogelijk of wenselijk is.

Grondexploitatie

Er zal een grondnota worden opgesteld, waarin de financiële aspecten van de grondexploitatie en het gemeentelijk grondbeleid voor de toekomst integraal zullen worden beschreven.

9.2 De inkomsten

Lastendruk


* Een onevenredige stijging van de (gemeentelijke) lasten voor de burgers met de laagste inkomens zal zoveel mogelijk worden tegengegaan. In voorkomende gevallen zal worden bezien in hoeverre (aanpassing van) het kwijtscheldingsbeleid soelaas kan bieden.

* De stijging van de tarieven van de plaatselijke belastingen zal worden beperkt tot het inflatiepercentage, met uitzondering van het tarief voor niet-woningen.

* Indien de ombuigingsoperatie in het kader van de voorjaarsnota niet binnen een afzienbare termijn de noodzakelijke financiële middelen oplevert, dan zullen voor het resterende tekort als uiterste noodgreep de onroerend-zaakbelastingen worden verhoogd.

Overige inkomsten


* De retributies (vergoeding voor een dienstverlening) zullen in principe kostendekkend zijn.

* "Milieu-heffingen" (met name afvalstoffenheffing en rioolrecht) zullen in principe kostendekkend zijn.

9.3 De uitgaven

De begroting


* Bestaand beleid zal jaarlijks worden getoetst op het effectieve nut van de voorziening voor de burger of groepen van burgers. Zonodig maakt een kosten-batenanalyse onderdeel uit van de toetsing.
* Rijksbezuinigingen op doeluitkeringen zullen in principe worden doorvertaald naar het betrokken beleidsveld. Van dit uitgangspunt kan slechts op goede gronden worden afgeweken.

* De gemeente zal nadrukkelijker aandacht gaan geven aan het volgen van prijsontwikkelingen op diverse categorale gebieden zoals energie en dergelijke. In de begroting zal bij de uitgaven op diverse terreinen niet meer automatisch worden uitgegaan van inflatie-correcties. Van jaar tot jaar zal worden bezien welke compensatie nodig is.

Investeringen


* Exclusief de vastgestelde bijdragen in het kader van de huisvesting onderwijs, zal er een realistisch plafond worden ingesteld voor de jaarlijkse investeringen. Het aanbrengen van een dergelijk plafond betekent dat alleen nieuwe investeringen worden opgenomen onder het gelijktijdig schrappen, tot eenzelfde bedrag, van reeds geplande investeringen.

* In het investeringsplan zullen de financiën meer gebundeld per categorie worden opgenomen. Hierdoor is het op voorhand inbouwen van een veilige marge in ramingen minder noodzakelijk. Bovendien wordt bij aanbestedingen meer concurrentie gestimuleerd.

Subsidies


* De gemeente gaat zich in het algemeen meer richten op output-subsidiëring.

* Bovendien zal op de verschillende terreinen bezien moeten worden in hoeverre het profijtbeginsel steeds beter een rol kan spelen, zodat subsidie ook daar terecht komt waar die voor bedoeld is.

9.4 Overige uitgangspunten

Financiële discipline


* De prioriteiten zullen één keer per jaar worden vastgesteld bij de voorjaarsnota, die vervolgens wordt uitgewerkt in een begroting. Ten aanzien van tussentijdse voorstellen zal een zeer terughoudend standpunt worden ingenomen. Ieder voorstel zal nauwgezet worden getoetst aan de drie criteria "onvoorzienbaar", "onuitstelbaar" en "onontkoombaar" (de drie O’s).

* Voor een zorgvuldige uitvoering volgens de begroting zullen de spelregels voor het budgethoudersschap en budgetbeheersing streng worden nageleefd. Ongeautoriseerde overschrijding van budgetten zal onder geen beding worden geaccepteerd.

* De helderheid van begrotingswijzigingen dient voor bestuur en organisatie te worden vergroot.

Aldus opgemaakt te Oosterhout op 1 december 1999. Het Overleg Collegevorming 2000-2002,

De fractie van het CDA,
namens deze,
M.P.C. Willemsen. R.Z.P. Broere.

De fractie van de VVD,
namens deze,
A.J.H. Wijers. Y.C.M.G. de Boer.

De fractie van de PvdA,
namens deze,
C.P.W. Bode-Zopfi. A.J. Emmen.

De fractie van Groen Brabant,
namens deze,
C.J. Noltee. F.C. Gerbrands.

De secretaris, De waarnemend secretaris,
A. Haasnoot. E.B.A. Lichtenberg.

PORTEFEUILLEVERDELING

W.R. Ligtvoet


* Openbare orde en veiligheid

* Kabinetszaken & representatie

* Onderzoek & Statistiek

* Algemeen bestuurlijke zaken

* Bestuurlijke organisatie

* Bestuurlijke coördinatie

* Internationale samenwerking

* Burgerzaken

A.J. Emmen (1e loco-burgemeester)


* Onderwijs

* Sociaal-cultureel Werk

* Kinderopvang

* Bibliotheek

* Coördinatie Accommodatie-beleid.

* Kunst en cultuur

* Maatschappelijk werk

* Sociale zorg (inclusief kredietbank) en werkgelegenheid
* Lid R. B. A.

* Voorzitter Sociale Werkvoorziening

* Voorzitter Stichting Werk

* Eeuwwisseling 2000

* Buurtbeheer

* Huisvesting bestuur en apparaat

* Welzijn (jeugd, ouderen, nieuwkomers, WVG)
* Volksgezondheid

Y.C.M.G. De Boer (2e loco-burgemeester)


* Ruimtelijke ordening

* Stedenbouw

* Stadsvernieuwing

* Bouwzaken (w.o. welstandstoezicht)

* Verkeer (inclusief parkeerbeleid)

* Openbaar Vervoer

* Economische zaken (exclusief aan- en verkoop van gronden)
* Monumenten

* Regionale samenwerking

* Lid DB Stadsgewest Breda

F.C. Gerbrands (3e loco-burgemeester)


* Personeel en organisatie

* Financiën

* Communicatie

* Informatievoorziening en automatisering

* Facilitaire ondersteuning

* Milieuzorg

* Mediabeleid

* Afvalverwijdering

* Openbaar groen

* Middenstandszaken

* Coördinatie stadsvisie

R.Z.P. Broere (4e loco-burgemeester)


* Volkshuisvesting

* Openbare nutsvoorzieningen

* Ontwikkelingssamenwerking

* Sport Recreatie en Toerisme

* Weekmarkten & Kermiszaken

* Civieltechnische werken

* Grondzaken (inclusief aan- en verkoop van gronden) en vastgoedregistratie

* Agrarische zaken

Vervangingsregeling


* Wethouders Emmen en Gerbrands vervangen elkaar
* Wethouders De Boer en Broere vervangen elkaar

COMMISSIES

Commissie Algemene Zaken & Middelen

Voorzitter: W.R. Ligtvoet

Portefeuillehouders: Ligtvoet, Emmen, Gerbrands, De Boer.


* Openbare orde en veiligheid

* Kabinetszaken & representatie

* Onderzoek & Statistiek

* Algemeen bestuurlijke zaken Bestuurlijke organisatie
* Bestuurlijke coördinatie

* Internationale samenwerking

* Burgerzaken

* Financiën

* Regionale samenwerking

* Personeel en organisatie

* Communicatie

* Informatievoorziening en automatisering

* Facilitaire ondersteuning

* Huisvesting bestuur en apparaat

* Economische zaken (exclusief aan- en verkoop van gronden)
* Nader aan te wijzen grote projecten zoals o.a. de Stadsvisie

Commissie Sociale Zorg, Werk en buurtbeheer

Voorzitter: A.J. Emmen


* Sociale zorg (inclusief kredietbank) en werkgelegenheid
* Buurtbeheer

* Eeuwwisseling 2000

Commissie Ruimtelijke Ordening & Verkeer

Voorzitter: Y. C. M. G. De Boer


* Ruimtelijke ordening

* Stedenbouw

* Stadsvernieuwing

* Bouwzaken (w.o. welstandstoezicht)

* Verkeer (inclusief parkeerbeleid)

* Openbaar Vervoer

* Monumenten

Commissie Onderwijs, Welzijn & Cultuur

Voorzitter: A.J. Emmen


* Onderwijs

* Sociaal-cultureel Werk

* Kinderopvang

* Bibliotheek

* Coördinatie Accommodatie-beleid.

* Kunst en cultuur

* Welzijn (jeugd, ouderen, nieuwkomers, WVG)
* Volksgezondheid

* Maatschappelijk werk

Commissie Volkshuisvesting, Grondzaken, Sport en Civiele Techniek

Voorzitter: R.Z.P. Broere


* Volkshuisvesting

* Openbare nutsvoorzieningen

* Agrarische zaken

* Grondzaken (inclusief aan- en verkoop van gronden) en vastgoedregistratie

* Ontwikkelingssamenwerking

* Sport Recreatie en Toerisme

* Weekmarkten & Kermiszaken

* Civieltechnische werken

Commissie Milieu, Groen en Middenstand

Voorzitter: F.C. Gerbrands


* Mediabeleid

* Middenstandszaken

* Afvalverwijdering

* Openbaar groen

* Milieuzorg

Oosterhout, 1 december 1999

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie