Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Levensmiddelenhandel CBL wil strengere eisen aan veevoeder

Datum nieuwsfeit: 01-12-1999
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Hoofd PR en Voorlichting

CBL

070-3376200


PRESENTATIE DOOR SIJA DE JONG VAN HET CENTRAAL BUREAU LEVENSMIDDELENHANDEL TIJDENS DE JONGERENDAG VAN DE COOPERATIE ABC TE RUURLO OP 1 DECEMBER 1999

Dames en heren,

Allereerst wil ik melden dat het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel verheugd is om een bijdrage te kunnen leveren aan uw thema van de dag: "Veilig voedsel voor mens en dier".

Voordat ik inga op het thema van vandaag zal ik eerst kort toelichten waarvoor CBL staat:

Het CBL is de brancheorganisatie van de 5000 supermarkten in Nederland. Ons werk is het behartigen van de gezamenlijke belangen van de levensmiddelenhandel. Het CBL telt 32 leden. Alle supermarktorganisaties in Nederland zijn lid van het CBL. Het CBL is op een groot aantal terreinen actief. Zo houden we ons bezig met hygiëne/HACCP, marktonderzoek, public affairs, winkelcriminialiteit, opleidingen voor het supermarktpersoneel, de Warenwet, enzovoorts. Met een omzet van ruim 45 miljard gulden is de supermarktbranche een belangrijke factor in de Nederlandse economie. Zo'n tweederde van alle bestedingen aan voedings- en genotmiddelen vindt plaats in de supermarkten. De supermarkt is voor consumenten verreweg het belangrijkste aankoopkanaal en het aandeel groeit nog steeds gestaag. De sector is één van de grootste adverteerders, één van de grootste vervoerders en één van de grootste werkgevers. Alles bij elkaar bieden de supermarkten en distributiecentra werk aan ruim 200.000 mensen.

In de dioxinecrisis, die we net achter de rug hebben, vervulde het CBL een belangrijke rol. Als spil van de gehele retailsector coördineerde het CBL de recall-acties van alle Nederlandse supermarkten.

Het CBL gaf de lijst uit van de verdachte producten die mogelijkerwijs met dioxine besmet waren en die uit voorzorg uit de schappen gehaald werden. Mutaties op de lijst werden dagelijks bijgewerkt door het CBL en de consument kon met een gerust hart boodschappen doen.

Consumenten willen natuurlijk een lekker stukje vlees maar ze hebben ook eisen op het gebied van kwaliteit en voedselveiligheid. En als we over kwaliteitseisen spreken moeten we natuurlijk ook niet de voornaamste eis vergeten, die klanten hebben: en dat is de smaak van een product. Na veiligheid, wat voor consumenten trouwens vanzelfsprekend is en geen extra aspect bij het boodschappen doen hoort te zijn is het belangrijkste aspect bij de koop de smaak van een levensmiddel. Negentig percent let bewust op de smaak bij de koop en driekwart vindt de invloed op de gezondheid van belang. Zestig procent let op de prijs van een product. Gemak in de keuken is ook een trend waar consumenten op letten: vlees gesneden in stukjes of reepjes, gekruid of gemarineerd wordt snel aantrekkelijker voor consumenten die weinig tijd in de keuken willen besteden. Op deze eisen kunnen we bij de verwerking en met voorverpakking goed inspelen. Maar ook welzijnseisen of eisen die aan het milieu gesteld worden, tellen wij tot de kwaliteitseisen, die consumenten stellen.

Boven alles spelen voedselveiligheidsaspecten bij de inkoop de belangrijkste rol. Voedselveiligheid vormt de basis van alle eisen. Het is zo vanzelfsprekend, dat de consument het niet eens uitdrukkelijk hoeft te vragen. Stelt u zich voor dat in de winkel niet gevraagd wordt of het lekker of vers is maar dat de klant vraagt of hij van het gekochte vlees niet ziek kan worden.

Dat is toch absurd. Nee, de consument heeft recht op vlees dat geen gezondheidsrisico bevat. De voedselveiligheid is de basisgarantie die wij met ons product aan de consument meegeven. Dit geldt voor alle producten in de winkel maar zeker gaat bijzondere aandacht uit naar de versproducten en in het bijzonder naar vlees. De consument is iets te vaak met problemen in deze sector geconfronteerd.

Hormonen, BSE, salmonella en de recente dioxinecrisis vormen aanleiding voor vragen over het product. Voor de klant zijn wij de eerste die wordt aangesproken. Wij willen daarom als supermarkten liever voorkomen dan genezen en wij willen de consument kunnen garanderen dat hij gecontroleerd vlees koopt. Daarom hebben de Nederlandse retailers ook gekozen voor het IKB-keurmerk.

Het in 1996 in Nederland ingevoerde IKB-keurmerk voor varkensvlees is wat dat betreft een grote stap in de goede richting. Zo hebben onze vleesinkopers een criterium waar ze van uit kunnen gaan. Zij kopen alleen nog bij erkende IKB-deelnemers. Een vleesleverancier die aan IKB deelneemt geeft hiermee aan dat hij serieus met zijn product bezig is, doordat hij zich vrijwillig aan controles onderwerpt, die verder gaan dan de wettelijke eisen. IKB geeft een houvast ten opzichte van het gebruik van medicijnen, van voer-leveranciers en van gecontroleerde wachttijden zodat geen residuen in het vlees zitten. De traceerbaarheid biedt een extra waarborg naar de consument toe, dat hij een veilig geproduceerd stuk vlees gekocht heeft.

De Nederlandse supermarktbranche is al jaren fervent voorstander van integrale ketenbewaking. De onafhankelijke controle op alle onderdelen van het systeem maakt het voor ons tot een ideale tool voor de inkoop. De vleesinkopers kunnen ervan uitgaan dat alleen gecontroleerde programmadeelnemers binnen de IKB-keten leveren. IKB beslaat dan ook alle schakels van de keten.

Het IKB-keurmerk wordt door ons als garantie gezien op de belangrijke weg naar een uitgebreider controlesysteem dat, behalve technische garanties, ook garanties geeft met betrekking tot een milieu- en diervriendelijker productie van varkensvlees.

Consumenten vragen hier steeds vaker om. Dan heb ik het niet alleen over een beperkte groep consumenten, maar ook over de reguliere consumenten. Die willen in toenemende mate de herkomst van bepaalde producten zien. Ze willen antwoord hebben op specifieke vragen. Niet alleen over de samenstelling van producten, maar ook over de manier waarop het tot stand is gekomen. Zijn sojabonen genetisch gemodificeerd? Is er op koffieplantages geen sprake van kinderarbeid? En dus ook: wordt vlees wel milieu- en diervriendelijk genoeg geproduceerd.

De supermarkt is de eerste schakel in de keten tussen producent en klant. Klanten hebben vertrouwen in de artikelen die ze bij ons kopen. Ze verwachten bovendien dat er volop aandacht wordt geschonken aan aspecten als milieu en gezondheid.

Dat vertrouwen brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.

Daarbij moet ik wel toegeven dat de ervaringen die we hebben met diervriendelijke producten aanleiding geven tot enige voorzichtigheid. Klanten kopen weliswaar massaal scharreleieren, maar de verkoop van scharrelkippen is beduidend minder. Datzelfde geldt voor scharrelvarkensvlees. Tijdens enquêtes geven klanten in grote meerderheid aan voor diervriendelijke producten te willen kiezen, ook al zijn deze duurder. Het daadwerkelijke koopgedrag geeft vooralsnog een ander beeld. Het gaat bij scharrelvlees en bij biologisch varkensvlees om een echte nichemarkt. Hoewel de belangstelling voor biologische producten in Nederland sterk toegenomen is de laatste tijd. Het CBL levert ook een belangrijke bijdrage aan de stimulering van de afzet van producten uit de biologische landbouw. Het CBL had een grote inbreng bij het totstandkomen van het convenant "biologische varkenshouderij". In maart van dit jaar is het convenant ondertekend en aangeboden aan de Minister van Landbouw. In het convenant heeft het CBL zich verplicht de afzet van biologisch varkensvlees in de supermarkten te stimuleren. In het afgelopen half jaar is de verkrijgbaarheid van dit bijzondere vlees flink toegenomen. Het biologische vlees is inmiddels in de meeste supermarkten te koop.

Niet alleen bij vlees maar ook bij eieren kiezen de supermarkten voor IKB. Vanaf 1-1-2000 gaan onze ei-inkopers de deelname aan IKB als voorwaarde bij hun leveranciers stellen. IKB is ook hier de basis voor een veilig ei en voor de garantie van traceerbaarheid. Later zullen andere kwaliteitsaspecten toegevoegd worden zoals: dierenwelzijn, milieu, rassen etc. Zo zal de meetlat van IKB hiermee geleidelijk hoger komen te liggen.

Op deze plek wil ik ook ingaan op de communicatie van het keurmerk. In het begin was IKB bedoeld als business-to-business communicatie, een hulp voor inkopers van de supermarkt. Later leek het een logische stap om de zorg die bij de inkoop besteed werd via het keurmerk aan de consument te laten weten.

Op de vleesverpakking en in advertenties etc. maken wij gebruik van de afbeelding van het keurmerk, wat de consument intussen goed herkent. De klant dwingt ons om de weg van de ketenbeheersing op te gaan. Van fok tot kok, zeg maar. Daarbij staat de Nederlandse klant bekend voor zijn prijsbewuste inkoopgedrag. Nederlanders willen de beste kwaliteit voor een gunstige prijs. Doordat veel bedrijven aan IKB deelnemen kunnen wij dit voordeel aan de consument doorgeven. Hij betaalt voor zijn IKB-lapje niet meer.

Het CBL is hier vandaag gevraagd om in te gaan op het thema "Veilig voedsel voor mens en dier."

De recente dioxineaffaire heeft weer eens aangetoond dat voedselveiligheid en kwaliteitsitems ongelofelijk belangrijk zijn. Motorolie werd door een vetsmelter met afgewerkte frituurolie vermengd. Het recyclen van frituurolie ten behoeve van het verkrijgen van een grondstof voor de diervoederindustrie is gangbare praktijk. Nooit had er echter voor die tijd een consument bij stil gestaan dat zijn oude frituurvet nog als voer voor kippen en varkens gebruikt kan worden. Gevaar voor de volksgezondheid ontstond op het moment dat men zich realiseerde dat de gevaarlijke stof dioxine in het veevoer beland was. De verspreiding naar andere mengvoerbereiders, de uitlevering aan honderden veehouders en de verwerking in duizenden voedingsproducten maakten het noodzakelijk dat een gigantische tracking en tracing operatie moest worden uitgevoerd, om mogelijkerwijs met dioxine besmette producten op te sporen en te verwijderen. De dioxineaffaire heeft aangetoond dat de traceerbaarheid van producten goed geregeld moet zijn, om in het geval van een calamiteit de betreffende producten uit de schappen te kunnen verwijderen. Het is echter nog belangrijker om deze incidenten te voorkomen:

Direct na de dioxineaffaire was er sprake van rioolslib in het veevoer.

Het doet er niet toe welke ongewenste stof in het diervoer zit; het mag gewoon helemaal niet gebeuren. Het veevoer staat aan het begin van de voedselketen. De dioxineaffaire heeft aangetoond wat voor een letterlijke olievlekwerking van een fout in een bedrijf uit kan gaan. Ik stel dus: Veilige voeding begint met veevoer, dat veilig moet zijn.

Wij zijn in de afgelopen weken vaak geciteerd met onze eis dat het veevoer beter moet worden; de controles moeten effectiever en onveilig veevoeder moet uitgesloten zijn. Met onze eis steunen wij de veehouders die aan het begin van onze voedselketen staan. De boeren zijn uiteindelijk diegene die het voer moeten vervoederen. Boeren spelen een belangrijke rol spelen in deze vicieuze cirkel door voer te weigeren wat niet voldoet aan minimale kwaliteitseisen: staat op de zak, wat erin zit? Klopt de declaratie? Worden er geen ingrediënten opgevoerd die niet toegestaan zijn? Maakt de leverancier gebruik van gecertificeerde grondstofleveranciers? Wordt de veevoerbereider regelmatig onafhankelijk geaudit?

Leveranciers zullen hun producten zeer zorgvuldig moeten controleren, oftewel zich laten auditen. Zoals dit ook bij onze leveranciers de merk- en huismerkleveranciers het geval is. Indien bij een fabriek tijdens een audit een tekortkoming geconstateerd wordt staat vast welke actie ondernomen moet worden. Indien het om een afwijking van geringe aard gaat, bijvoorbeeld een administratieve fout, zal het bedrijf een kans krijgen om de tekortkoming te verhelpen. Indien het om een zeer ernstige fout gaat, moet het bedrijf rekenen op afkeuring en zal het niet meer mogen leveren. Veel bedrijven in de verwerkende voedingsbranche hebben intussen voor een vrijwillige certificering op HACCP gekozen.

De logische eis die in richting veevoederbereiders gaat en naar de leveranciers van grondstoffen voor veevoederbereiding is dan ook dat deze zich zouden moeten laan certificeren door onafhankelijke instanties.

Veilig veevoer mag geen toeval zijn maar moet de vanzelfsprekende basis vormen in de de landbouw. Eten van vlees mag geen gezondheidsrisico worden. De consument beseft dat alles wat de landbouw aan de dieren vervoedert automatisch op zijn bord terechtkomt. Hij betaalt voor een veilig stuk vlees en heeft recht om dit ook te krijgen.

Bedankt voor uw aandacht.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie