Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SER wil arbeidsdeelname ouderen bevorderen

Datum nieuwsfeit: 01-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
SER

1 december 1999

SER doet in ontwerpadvies aanbevelingen aan bedrijfsleven en overheid om arbeidsdeelname ouderen te bevorderen

Ouderen moeten langer blijven werken. Dat is van groot belang, omdat zo spanningen op de arbeidsmarkt kunnen worden verlicht en de kosten van de vergrijzing kunnen worden opgevangen. De SER doet in een ontwerpadvies (1) aanbevelingen en voorstellen aan zowel het bedrijfsleven als de overheid om de arbeidsdeelname van ouderen te bevorderen.

Dat staat in een ontwerpadvies dat zal worden besproken in de raadsvergadering van vrijdag 17 december a.s. Het is opgesteld door een werkgroep van de Commissie Arbeidsmarktvraagstukken, onder voorzitterschap van prof.dr. F. Leijnse. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister de Vries en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 1999.

Doelstelling

In het ontwerpadvies onderschrijft de raad met het kabinet de noodzaak van een beleid ter vergroting van de arbeidsdeelname van ouderen. Het kabinet beoogt een stijging van de werkgelegenheidsgraad onder ouderen van circa 25-30 procent nu tot meer dan 50 procent in het jaar 2030. In het ontwerpadvies beschouwt de raad deze kwantitatieve beleidsdoelsteling als een na te streven richting voor het te voeren beleid; de nagestreefde stijging moet in de eerste plaats worden gerealiseerd bij de leeftijdscategorieën jonger dan 60 jaar. In beginsel dienen alle arbeidsgeschikte personen jonger dan 60 jaar deel te nemen aan het arbeidsproces. Uittreding van 60-plussers dient plaats te vinden op basis van individuele preferenties (bewuste kosten/baten-afweging tussen (door)werken en niet-werken of pensionering).

Twee beleidssporen
Volgens het ontwerpadvies zijn er naast intensivering van het bestaande beleid extra inspanningen nodig om ouderen aan het werk te houden. Daartoe dienen twee beleidssporen te worden gevolgd. Het eerste spoor betreft de verantwoordelijkheid van de sociale partners. Bedrijven moeten een leeftijdsbewust en op termijn leeftijdsonafhankelijk personeelsbeleid voeren. Het tweede spoor gaat over de regelingen voor de arbeidsvoorwaarden en vervroegde uittreding. Er moeten zodanige financiële prikkels komen dat mensen die langer blijven werken worden beloond en mensen die vervroegd uittreden de daaraan verbonden kosten zelf dragen.

Aanbevelingen aan bedrijfsleven

Het ontwerpadvies doet de volgende aanbevelingen aan CAO-partijen, ondernemingen en werknemers:

* Voer een toekomstgericht employability-beleid. Werkgevers moeten blijvend investeren in de employability van alle werknemers en werknemers moeten investeren in de eigen inzetbaarheid en mobiliteit op de arbeidsmarkt.

* Bezie periodiek alle elementen van de arbeidsvoorwaarden in het licht van de bevordering van de arbeidsdeelname van ouderen. Gedwongen eenzijdig opgelegde demotie is hierbij niet aan de orde.
* Kies voor een duurzame financiering van de op ouderen gerichte arbeidsvoorwaardelijke regelingen (zoals
vervroegdeuittredingsregelingen, seniorendagen, toeslagen voor oudere werknemers) op een wijze die niet leidt tot een verhoging van de arbeidskosten van oudere werknemers. Deze financiering over een langer deel van de loopbaan kan worden gerealiseerd binnen het collectieve kader van de regeling. Op die manier wordt ook individueel maatwerk mogelijk.

* Bezie de bestaande keuzemogelijkheden binnen het arbeidsvoorwaardenpakket op hun bruikbaarheid voor een leeftijdsbewust personeelsbeleid.

* Bezie of in de praktijk flexibeler dan tot nu toe kan worden omgegaan met het doorwerken na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst bij het ingaan van het (flexibele) pensioen, bijvoorbeeld door een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan. De raad gaat er daarbij in algemene zin van uit dat het ingaan van het pensioen leidt tot het beëindigen van de bestaande arbeidsovereenkomst.

* Geef ouderen bij werving en selectie meer kansen. Geef het zittend personeel introductiecursussen en oriëntatiecursussen om hun kansen op de externe arbeidsmarkt te vergroten.
* Wees terughoudend met aanvullingen op WW-uitkeringen, aangezien deze de prikkel wegnemen voor ouderen om weer te gaan werken. De middelen kunnen beter worden ingezet om ouderen te herplaatsen in passende arbeid en om hun employability te verbeteren.
* Houd bij collectieve ontslagen nadrukkelijk rekening met de arbeidsmarktkansen van de betrokkenen. De groep die ontslagen wordt, moet een afspiegeling vormen van de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand van het betreffende bedrijf.
* Zet VUT-regelingen met voortvarendheid om in prepensioen- of flexibele pensioenregelingen. Deze regelingen dienen een bewuste afweging tussen (door)werken en pensionering mogelijk te maken en mogen geen belemmeringen opwerpen voor langer werken (na de spilleeftijd).

Voorstellen aan overheid

Naast deze aanbevelingen aan het bedrijfsleven doet het ontwerpadvies de volgende voorstellen voor het overheidsbeleid:
* Start een voorlichtingscampagne gericht op het vergroten van de inzetbaarheid, flexibiliteit en mobiliteit van 40-plussers.
* Leg in arboconvenanten ook het accent op maatregelen die het langer werken van ouderen aantrekkelijk maken.
* Stimuleer de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid het voortouw te nemen voor een leeftijdsbewuste aanpak van oudere werkzoekenden (maatwerk, intensieve individuele begeleiding, scholing en training).

* Zet de huidige arbeidsvoorzieningsinstrumenten in voor het voeren van een mobiliteitbevorderend ouderenbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van intersectorale bemiddeling.

* Houd binnen het arbeidsvoorzieningsbeleid ruimte om een sectorale aanpak te continueren en zo mogelijk te intensiveren zodat in sectoren maatwerk kan worden geleverd voor de aanpak van knelpunten.

* Voer de sollicitatieplicht voor werkloze 57½- plussers gefaseerd in, nadat het kabinet aannemelijk heeft gemaakt gemaakt dat oudere werkzoekenden een reële kans hebben op een passende baan. Bij de invoering van deze plicht spelen verschillende elementen een rol: 1) bij de omschrijving van het begrip passende arbeid waarvoor de sollicitatieplicht geldt, moet op adequate wijze rekening worden gehouden met de leeftijd en arbeidservaring van de betrokkenen; 2) indien bij de wederinvoering van de sollicitatieplicht onderscheid naar categorieën wordt gemaakt, dan dient deze plicht bij voorrang te worden ingevoerd voor kansrijke werklozen; 3) de gefaseerde invoering van de sollicitatieplicht dient te geschieden door het geleidelijk opschuiven van de leeftijdsgrens waarboven geen sollicitatieplicht geldt, waardoor deze plicht zal gelden voor nieuwe oudere werklozen. Volgens het ontwerpadvies zijn er uiteenlopende opvattingen over de vraag wanneer de sollicitatieplicht opnieuw kan worden ingevoerd en wat precies de interpretatie is van de voorwaarden die daaraan moeten worden verbonden.

* Overweeg onder strikte voorwaarden (in het bijzonder ten aanzien van het financiële draagvlak) verdergaande vormen van differentiatie van de sectorale WW-premie (specifiek door de voortzetting van de vorming van premiegroepen) te overwegen na ommekomst van evaluatieonderzoeken.

* Zet fiscale instrumenten in om de arbeidskosten van oudere werknemers te verlagen en om de extra kosten voor de vergroting van hun employability te compenseren, zoals een afdrachtkorting voor werkgevers, toegespitst op specifieke categorieën oudere werknemers.

* Verwijder (via de Wet REA) regelingen in pensioenen die de reïntegratie van oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikten belemmeren.

* Geef de individuele werknemer het wettelijk recht een knip in de pensioenberekening te laten aanbrengen, indien als gevolg van aanpassing van de arbeidsduur of van een lager gesalarieerde functie het pensioengevend salaris wordt verlaagd.
* Overweeg VUT-regelingen die na een nader te bepalen datum tot stand komen niet meer fiscaal te faciliëren.
* Ga na of prepensioen- en flexibele pensioenregelingen zodanig zijn ingericht dat zij een bewuste afweging tussen (door)werken en pensionering mogelijk maken en geen belemmeringen opwerpen voor langer werken (na de spilleeftijd). Mocht uit onderzoek blijken dat dit niet het geval is, dan beveelt het ontwerpadvies aan de desbetreffende bepalingen in de Wet fiscale behandelingen pensioenen nader te bezien.

Het ontwerpadvies gaat ervan uit dat via deze combinatie van aanbevelingen en voorstellen de arbeidsdeelname van ouderen afdoende en duurzaam kan worden verhoogd. Eveneens zal deze mix bijdragen tot de ook door het kabinet beoogde mentaliteitsomslag, in die zin dat het voor werknemers vanzelfsprekender wordt langer door te werken en dat werkgevers rekening houden met de groeiende noodzaak oudere werknemers in te zetten in het arbeidsproces.

De aanbevelingen en voorstellen worden in het ontwerpadvies geformuleerd in plaats van de vele denkbare beleidsmaatregelen die het kabinet in de adviesaanvraag heeft gepresenteerd. De adviesaanvraag bevat immers geen beleidsprogramma, maar een lijst van beleidsopties met de daaraan verbonden voor- en nadelen. Een deel van deze maatregelen en instrumenten is volgens het ontwerpadvies niet effectief. De door het kabinet gekozen opzet maakt het onvermijdelijk dat een aanzienlijk aantal denkbare beleidsopties wordt verworpen, maar dat betekent niet dat de SER de problematiek minder urgent acht of een gericht beleid op dit punt minder noodzakelijk, aldus het ontwerpadvies.

1. Het gaat om een ontwerpadvies. De opvattingen die hier worden weergegeven, zijn die van de werkgroep van voorbereiding

Noot van de redactie:
Meer informatie bij Mariek de Valk, tel.: 070 3499648

-

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie