Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie Gerda Verburg (CDA) op begroting Sociale Zaken 2000

Datum nieuwsfeit: 01-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Tweede Kamer : Gerda Verburg: Begrotingsbehandeling SZW 2000 (011299)

Gerda Verburg: Begrotingsbehandeling SZW 2000 (011299)

Den Haag, 1 december 1999

In een beschaafde samenleving zijn wij allemaal van elkaar afhankelijk (Samuel Johnson 1791)

MdV. De arbeidsmarkt is ongekend sterk in beweging maar toont tegelijkertijd een paradoxaal gezicht.
Groeiende spanning op de arbeidsmarkt (190.000 vacatures) tegenover meer dan 900.000 mensen langdurig aan de kant. De op een na hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld tegenover een nog steeds groeiend risico op uitval wegens overbelasting, stress of het totaal opgebrand zijn. De noodzaak om oververhitting van de economie te voorkomen, tegenover een politiek die nog steeds plannen en voorstellen laat beoordelen op de vraag of het meer banen oplevert. Een schreeuwende behoefte aan een bredere participatie van werkzoekenden enerzijds tegenover de bijna natuurlijke houding van arbeidsorganisaties om niet te investeren in loopbaanbeleid voor oudere werknemers of het integreren van allochtone werknemers.

Wie had dat 5 jaar terug kunnen dromen? Zelfs de meest vergaande scenarios van het CPB voorspelden dit scenario niet. Per vacature stroomden nog altijd meer dan 50 sollicitatiebrieven binnen. Lichtjaren ver weg lijkt die situatie nu. Werknemers in de zorg kunnen kiezen voor een paard of een wereldreis als ze een nieuwe collega weten te werven.
In de marktsector is de lease auto populair als werf-premie, terwijl in het MKB steeds meer ondernemers door personeelstekort met de handen in het haar zitten.
Zowel de paradox als de uitgekomen droom, vragen om arbeidsmarktbeleid (anticiperend). Een beleid dat is gericht, op het actief bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het verkennen van en inspelen op de vraagontwikkeling in branches en sectoren.
Dat is een ander beleid dan het huidige werkgelegenheidsbeleid (reagerend), dat vooral is gericht op het creëren van extra (en gesubsidieerde) werkgelegenheid. De begroting voor 2000 ademt nog vooral de sfeer van de werkgelegenheidsaanpak, als het gaat om de instrumenten. Mijn fractie vindt dat de tijd gekomen is voor een kanteling in denken en handelen. De bewindspersonen van SZW spelen hierin een grote rol.
In die zin breekt de tijd aan om het ministerie om te dopen in: ministerie van sociale zaken en arbeidsmarktbeleid. SZA. (In 1981 is de naam Sz uitgebreid met de W , in verband met de toen sterk groeiende werkloosheid. De eerste minister van SZW was Joop den Uyl.)

Ingehaald

Werk, werk en nog eens werk, was het motto van het kabinet Kok 1. Het resultaat is bekend. Meer dan 600.000 nieuwe banen in een kabinetsperiode. Ongekend en ongeëvenaard.
Het tempo waarin de economie zich ontwikkelde en de daarmee gepaard gaande banengroei, had echter wel een signaal moeten zijn, dat de vraag op de arbeidsmarkt het aanbod in rap tempo zou gaan overtreffen. Met een gespannen arbeidsmarkt als gevolg. Het tegendeel gebeurde. Daar waar het CDA in de verkiezingscampagne pleitte voor (op knelpunten) gerichte lastenverlichting, zetten de coalitiepartijen vooral in op algemene lastenverlichting, die, geheel volgens het computerprogramma van het CPB, dik zou scoren in het creëren van werkgelegenheid.
Nu, na anderhalf jaar Kok 2, dreigt de arbeidsmarkt vast te lopen. Veel vraag, te weinig aanbod waardoor er nu bijna 200.000 vacatures zijn, waarvan 60 % moeilijk vervulbaar.
Op de razendsnelle veranderingen op de arbeidsmarkt wordt niet voldoende ingespeeld.
Het recent verschenen rapport van de ROA, schetst een arbeidsmarkt met twee gezichten: Veel vraag en dus groeiende spanning op de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden en verslechterende perspectieven voor lager opgeleiden. Hierdoor dreigt een tweedeling op de arbeidsmarkt tussen hoger en lager opgeleiden.
Daarnaast schetst het rapport de schaarsteontwikkeling in de sectoren die het meest in de knel raken. Het gaat dan vooral om onderwijs, zorg, de overheid, handel en dienstverlening en het bankwezen. Tekorten oplopend tot meer dan 40.000 in het onderwijs (bij ongewijzigd beleid) zijn onrustbarend.

Verantwoordelijkheid

Tijd voor arbeidsmarktbeleid, niet reactief maar anticiperend. Criteria hiervoor zijn de volgende:

directe en doelgerichte bemiddeling in het belang van zowel werkgever als werkzoekende.

uitvoeringsorganen moeten hun kaartenbakken kennen.

ingewikkelde regelingen voor werkzoekenden met een zwakke positie op de arbeidsmarkt, worden vereenvoudigd en geflexibiliseerd.

De arbeidsmarkt wordt actief verkend en bewerkt, zodat in de beroepsopleiding(en) kan worden geanticipeerd op de vraagontwikkeling.

inzet en resultaten worden gemeten, zodat effecten zichtbaar worden.

Arbeidsmarktbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en de overheid. Of de markt nu krap is of ruim.

Werkgevers en werknemers zijn medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van de regionale en sectorale arbeidsmarkt. Niet alleen door mee te praten, maar ook door gericht te investeren in sector of regio via bijv. scholing, (re)integratie en het bieden van kansen aan mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Ook gemeenten hebben hier een kernverantwoordelijkheid voor met name moeilijk bemiddelbare werkzoekenden. De scoop van gemeenten is vooral lokaal, terwijl de arbeidsmarkt met name regionale en sectorale kenmerken heeft.
Afstemming en samenwerking tussen gemeenten en sociale partners is daarom cruciaal. Dat vergroot de effectiviteit.

Arbeidsmarktbeleid dat anticipeert in plaats van reageert, kan alleen tot zijn recht komen als het (mede) gedragen wordt door zowel de (lagere) overheid als sociale partners. Dit geldt evenzeer voor de sociale zekerheid. Een dergelijke visie is bepalend voor de arbeidsverhoudingen en de sociaal-economische ordening. De opzet en structuur van de uitvoeringsorganisaties sociale zekerheid en arbeidsvoorziening zijn hiervan een afspiegeling. Dat zal dan ook de basis moeten zijn van ieder voorstel dat betrekking heeft op vernieuwing van vormgeving en de uitvoering.

Voor het maken van de stap van werkgelegenheidsbeleid naar arbeidsmarktbeleid, moet de bereidheid bestaan om de huidige werkgelegenheidsinstrumenten kritisch tegen het licht te houden.

Sluitende aanpak

Met de arbeidsmarktwind in de rug ligt de officiële fasering van invoering vóór op het schema. (2003)
Daardoor kan nóg meer accent gelegd worden op de bemiddeling van langdurig werklozen.
Daarover is de CDA-fractie verheugd, omdat zo tweedeling kan worden voorkomen.
Toch blijkt de aanpak voor jongeren blijkt niet echt sluitend. Naar schatting 10.000 jongeren worden niet bereikt.
Bovendien geven de organisaties voor begeleid werken, (Bobw) steeds meer indringende signalen af dat een groeiend aantal werkzoekenden dat via de sluitende aanpak wordt geplaatst, na korte tijd uitvalt. Niemand weet blijkbaar wat er met hen gebeurt, waar ze blijven enz. Ook vragen zij nadrukkelijk aandacht voor de integratie van Wajong-ers via begeleid werken. In de praktijk blijkt in veel gevallen de opdracht voor integratie via begeleid werken, gewoon niet verstrekt te worden. Graag een reactie hierop.
Monitoring en resultaatmeting zouden toch gelijk oplopen met de invoering van de sluitende aanpak? Ook de uitvoering van de wet-rea loopt nog niet goed.
Toe te juichen zijn voorbeelden van WSW-bedrijven die zwerfjongeren werven, en zo een bijdrage leveren aan de sluitende aanpak. Daarbij lopen ze echter vaak aan tegen strakke regelgeving die het soepel en effectief inspelen op vraag en aanbod belemmert. Ook voor mensen met psychiatrische problemen biedt de WSW kansen om de arbeids-draad weer op te pakken. Is de minister bereid om ook dit soort vormen van sluitende aanpak te honoreren en belemmeringen hiervoor weg te nemen?

Wet sociale werkvoorziening

Binnen de WSW is veel deskundigheid opgebouwd mbt. het begeleiden en reïntegreren van werknemers die zichzelf niet kunnen redden op de arbeidsmarkt (arbeidshandicap.)
Hiervan zou meer gebruik gemaakt kunnen worden, door de WSW-bedrijven meer in te schakelen in combinatie met andere
arbeidsmarktinstrumenten.
In de Nwsw (1998) is vastgelegd dat de WSW 25% van alle werknemers zou moeten uitplaatsen. Dat percentage wordt lang niet gehaald. Veel werkgevers blijven aarzelen om een WSW-er in dienst te nemen, ondanks de via de flex-wet toegenomen mogelijkheden voor een tijdelijk dienstverband.
Begeleid werken via detachering kan een oplossing bieden. Detachering als aanloop naar een normaal dienstverband. Is de minister bereid de mogelijkheden hiertoe te verruimen?
De wachtlijst voor de WSW schijnt niet langer een probleem te zijn . Dit mede doordat de indicatiestelling strenger is geworden. Onduidelijk is echter waar WSW-kandidaten blijven die zijn afgewezen? Kan de minister daarin inzicht verschaffen?
Ook zijn er nog steeds wachtlijst-problemen tussen WSW, WIW en dagopvang AWBZ. Herindicatie van mensen leidt te vaak tot het heen en weer schuiven tussen beide, waarbij steeds opnieuw de wachtlijstladder beklommen moet worden. De CDA-fractie vraagt de minister om dit probleem, samen met de staatssecretaris. VWS aan te pakken.

Gemeentelijke instrumenten

De wet inschakeling werkzoekenden ( WIW) en de Instroom /doorstroombanen (I/D) worden door gemeenten uitgevoerd. Naast de 40.000 I/D-banen in het kabinet Kok 1, is in het regeerakkoord voor Kok 2 vastgelegd nog eens 20.000 nieuwe I/D-banen te creëren. De vraag is of deze extra uitbreiding wel noodzakelijk en gewenst is. Ligt het niet meer voor de hand om bij een vragende arbeidsmarkt werklozen direct te bemiddelen naar een gewone baan? Hierbij kan dan sprake zijn van een normale beloning voor de werknemer in combinatie met een (tijdelijke) vermindering van loonkosten voor de werkgever. De huidige regelingen lopen elkaar nogal eens voor de voeten. Ook is er veel te weinig inzicht in de begeleiding en de door- en uitstroom. Dat maakt het geheel ondoorzichtig en het beoordelen van feitelijke effecten onmogelijk.
Daarnaast is het van belang onderzoek te doen naar de mogelijkheid van vereenvoudiging, stroomlijning en flexibilisering van genoemde regelingen met als doel te komen tot één regeling, waarbij fiscale instrumenten een rol kunnen spelen. Zijn de bewindspersonen hiertoe bereid?

Over de grens

Het thema asielzoekers en betaalde arbeid, staat inmiddels ook op de agenda. Daarbij bekruipt mijn fractie het gevoel dat het hier gaat om een discussie met een hoog gelegenheid gehalte. Was de discussie ook gevoerd als er geen krapte was? En wat gebeurt er bij vraaguitval? Het argument dat zo lang niets doen fnuikend is voor asielzoekers deugt op zich; maar niet in dit verband. Mijn fractie deelt het argument, maar is het dan niet logischer om de oorzaak hiervan weg te nemen door de procedure te verkorten?
De minister heeft zich overigens ook nog niet verder uitgelaten over de vraag hoe hij de arbeidsvoorwaarden en de sociale zekerheid voor werkende asielzoekers denkt vorm te geven? Waar staat de minister op dit punt?

De CDA-fractie kiest om eerder genoemde redenen niet voor het sterk verruimen van de mogelijkheden voor asielzoekers om betaalde arbeid te verrichten.
Wel voelen wij ervoor om in het kader van de 12-wekenregeling het begrip teljaarte vervangen voor kalenderjaar.

Voor het inspelen op vraagontwikkeling op de arbeidsmarkt ziet mijn fractie meer effect in het benutten van de mogelijkheden van werving en arbeidsbemiddeling van werknemers vanuit andere EU-lidstaten. De mogelijkheden zijn er, maar kunnen veel beter worden benut. Hoe denkt de minister hierover?

Eveneens paradoxaal op de huidige arbeidsmarkt is het fenomeen van illegale arbeid ofwel zwart werk Dat verschijnsel lijkt, ondanks de enorme vraag op de arbeidsmarkt, nog toe te nemen. Kan de minister inzicht verschaffen over omvang en ontwikkeling van deze vorm van arbeid en welke stappen neemt hij zich voor om dit terug te dringen?

Nog een ander gezicht van de arbeidsmarkt is dat van Oudere werknemers

De jacht op de oudere werknemer lijkt geopend. Krapte op de arbeidsmarkt? Dan moeten ouderen maar langer blijven werken. Als de VUT in één klap wordt afgeschaft, zou zelfs de spanning op de arbeidsmarkt in één keer zijn opgelost. Maar wat dan als op enig moment het aanbod de vraag weer gaat overtreffen? De Vut opnieuw uitvinden? Dit doet denken aan de rol die vrouwen decennia lang hebben gespeeld op de arbeidsmarkt: Dat van klapstoeltje. Veel vraag? Dan vrouwen werven.
Vraaguitval? Dan vrouwen exit.

De SER komt binnenkort met een advies inzake de participatie van ouderen. De minister van EZ vond het niet nodig dit advies af te wachten en pleitte onlangs reeds voor het afschaffen van de VUT, het opleggen van de sollicitatieplicht voor wn van 57,5 jaar en ouder en een flexibele pensionering. Er van uitgaande dat Jorritsma namens het kabinet sprak, vraagt de CDA-fractie aan deze minister waarom dan nog gewacht wordt op een SER-advies?

Dit is niet de manier waarop de CDA-fractie met oudere werknemers wenst om te gaan. Wij onderschrijven het belang van het langer actief blijven van ouderen in de betaalde arbeid. Maar dat kan niet een beleid zijn, dat zich in hoofdzaak richt op het aanscherpen van verplichtingen. Participatievergroting van oudere werknemers zal pas kunnen slagen als er sprake is van een gericht pakket aan voorwaarden en personeelbeleid. Vertrekpunt zijn de opgebouwde rechten. Zorgvuldigheid en vrijwilligheid zijn daarbij op dit moment het parool. Niet een sollicitatieplicht voor 57,5 jarigen, zonder actieve bemiddeling en kans op een baan. Blijven investeren in opleiding en employability, ook voor oudere werknemers. Meer mogelijkheden voor deeltijd, waarbij pensioenrechten niet in gevaar mogen komen. (verantw. sociale partners) Gebruik maken van de ervaring van oudere werknemers, vraagt meer creativiteit, gericht op capaciteiten en mogelijkheden van oudere werknemers dan tot nu toe wordt tentoon gespreid. Daarbij realiseren wij ons dat de huidige werkdruk die door veel werknemers wordt ervaren, ertoe leidt dat veel oudere werknemers zich opgebrand voelen. Zonder leeftijdsbewust personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid, zal het WAO-risico voor oudere werknemers fors toenemen. Delen de bewindspersonen deze opvatting? Daar komt nog bij dat arbeidsorganisaties een cultuurverandering zullen moeten doormaken. Het beleid is hier- ook bij non-profit-organisaties bij reorganisaties nog sterk gericht op het ontslaan van vooral oudere werknemers. Hoe ziet de minister in dit verband zijn eigen rol in kabinet en in relatie tot sociale partners?

Vrijwilligerswerk

De CDA-fractie wil vrijwilligerswerk bevorderen. In het stimuleren daarvan heeft de minister van SZW een specifieke rol: Uitkeringsgerechtigden moeten de mogelijkheid hebben om vrijwilligerswerk te doen. Uitkeringsinstelling en sociale dienst hebben een verantwoordelijkheid, maar maken die niet voldoende waar. Beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, wordt in sommige situaties wel erg eng gedefinieerd. Duidelijke spelregels en goede voorlichting zijn nodig. Zodat uitkeringsinstanties en uitkeringsgerechtigden weten waar ze aan toe zijn. Voor gehandicapte vrijwilligers is extra aandacht nodig.
(vervoersfaciliteiten/ wvg). Daarnaast wil de CDA-fractie dat voor bijstandsgerechtigden die geen sollicitatieplicht hebben, de vrijstelling in de abw voor inkomsten uit (vrijwillige) arbeid wordt verhoogd naar minimaal fl. 200,= per maand. Ten slotte vraagt de CDA-fractie aandacht voor de positie van leden van de vrijwillige brandweer. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan brand- en rampenbestrijding. Voor werknemers die tevens lid zijn van de vrijwillige brandweer geldt dat zij weggeroepen kunnen worden. De voorwaarden hiervoor zijn vaak onvoldoende geregeld in de CAO. Daardoor ontstaat het risico dat werknemers zich terugtrekken uit de vrijwillige brandweer. Dat zou een maatschappelijk verlies zijn. Welke oplossing zien de bewindspersonen hiervoor?

Grensarbeid

Na 2 jaar ligt er eindelijk een notitie inzake knelpunten voor grensarbeiders op het terrein van de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Nu kunnen er begin volgend jaar wellicht eindelijk spijker met koppen geslagen worden. Dat is meer dan hoog tijd. Want het schiet tot nu toe allemaal niet echt op. Daar komt bij dat de grensarbeiders rond de Belgische grens onzeker zijn over de resultaten van de herziening van het belastingverdrag tussen Nederland en België. Ook het belastingplan 2001 brengt de nodige onzekerheid en onrust in grensstreken. In het kader van arbeidsmarktbeleid vraagt grensarbeid om een push. Belemmeringen weghalen is één, gericht investeren in werving is van even groot belang.
Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze hij inzake grensarbeid mogelijkheden ziet en zich inzet om belemmeringen in de sociale zekerheid weg te halen via de te vernieuwen richtlijn 1408/71 (EG)?

Tenslotte

Voorzitter, de arbeidsmarkt is ongekend sterk in beweging. De CDA-fractie vindt dat de bewindspersonen zich sterker zou kunnen en moeten profileren als de bewindspersonen van sociale zaken en arbeidsmarktbeleid.
Belemmeringen wegnemen, instrumenten herijken en het investeren in anticiperend arbeidsmarktbeleid, dat verder kijkt dan de huidige vraag en aanbod-situatie Maar vooral beleid dat inspeelt op te verwachten ontwikkelingen. Verkenningen zijn er voldoende. Uitdagingen méér dan genoeg.

Kamerlid: Gerda Verburg

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie