Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

EU: integratie milieuaspecten en ontwikkeling energiebeleid

Datum nieuwsfeit: 02-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

2230. Raad - ENERGIE

Press Release: Brussels (02-12-1999) - Press: 388 - Nr: 13685/99
_________________________________________________________________

13685/99 (Presse 388)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2230e zitting van de Raad


- ENERGIE -

Brussel, 2 december 1999

Voorzitter :

de heer Erkki TUOMIOJA

Minister van Handel en Industrie van de Republiek Finland

STRATEGIE VOOR DE INTEGRATIE VAN MILIEUASPECTEN EN DUURZAME ONTWIKKELING IN HET ENERGIEBELEID - VERSLAG AAN DE EUROPESE RAAD VAN HELSINKI

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het voor de Europese Raad van Helsinki bestemde verslag over een strategie voor de integratie van milieuaspecten en duurzame ontwikkeling in het energiebeleid.

Zoals bekend heeft de Europese Raad van Wenen een groot aantal samenstellingen van de Raad, met inbegrip van de Raad Energie, verzocht dergelijke verslagen voor te leggen aan de Europese Raad van Helsinki (10 en 11 december 1999).

Luidens het verslag is de doelstelling van deze strategie, de integratie van milieuaspecten en duurzame ontwikkeling in het energiebeleid te bewerkstelligen en verder te bevorderen. Het concept duurzame ontwikkeling brengt met zich mee dat op evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met economische, milieuhygiënische en sociale aspecten, en kan rechtstreeks worden gekoppeld aan de doelstellingen van het energiebeleid, t.w. continuïteit van de voorziening, concurrentievermogen en milieubescherming.

Bij de formulering van de strategie en de vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen is het subsidiariteitsbeginsel een van de essentiële leidraden. Er is een evenwichtige, realistische en flexibele aanpak vereist. De strategie brengt andere gemeenschappelijke en gecoördineerde beleidslijnen en maatregelen tot ontwikkeling tussen de lidstaten, die met de nationale prioriteiten en kenmerken rekening moeten houden. De noodzaak gevolg te geven aan het Protocol van Kyoto maakt het nog urgenter die instrumenten uit te werken.

In het verslag worden een coherent beleidskader, prioritaire gebieden voor maatregelen en gemeenschappelijke en gecoördineerde maatregelen beschreven.

Wat de langetermijnvisie betreft, verzoekt de Raad de Commissie om de strategie te toetsen teneinde nieuwe beleidsinitiatieven te ontwikkelen waarbij de implicaties van de uitbreiding in aanmerking worden genomen. Om het proces van toezicht op de vorderingen van deze strategie op gang te brengen, is bij het verslag een eerste reeks indicatorengroepen en een reeks indicatoren gevoegd.

De conclusie van het verslag luidt dat deze strategie


- ertoe bijdraagt dat de Gemeenschap haar Kyoto-doelstelling verwezenlijkt voor 2008-2012 en in 2005 vorderingen kan aantonen overeenkomstig het Protocol van Kyoto;

- het optreden op nationaal en regionaal niveau aanvult;
- de noodzaak benadrukt van nauwere samenwerking tussen de verschillende beleidssectoren om te zorgen voor verbetering van de compatibiliteit en benutting van synergie.

De Raad zal de uitvoering van de uiteengezette strategie voortdurend volgen en verzoekt de Commissie om de twee jaar verslag uit te brengen.

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR DE INTERNE MARKT VOOR ELEKTRICITEIT: STAND VAN DE UITVOERING EN HARMONISATIEBEHOEFTEN - CONCLUSIES

Commissielid DE PALACIO bracht aan de Raad verslag uit over de uitvoering van de hierboven bedoelde richtlijn. Zij uitte er haar voldoening over dat de uitvoering van deze richtlijn in de lidstaten in het algemeen opschiet.

Er moet evenwel nog veel werk worden verricht alvorens alle hinderpalen voor de totstandbrenging van een interne markt uit de weg zullen zijn geruimd. Meer in het bijzonder moet worden bekeken hoe gemeenschappelijke regels voor de prijsstelling voor grensoverschrijdende transmissie dienen te worden vastgelegd. Commissielid DE PALACIO wees in dit verband op de vorderingen die vorige maand zijn gemaakt in het kader van het zogenoemde proces van Florence.

Hoewel zij ingenomen waren met de gemaakte vorderingen, tekenden verscheidene delegaties tijdens het aansluitende debat toch aan dat er een symmetrische openstelling van de markt nodig is om tot gelijke mededingingsvoorwaarden te komen voor een echte interne markt voor elektriciteit. Grensoverschrijdende prijsstelling, congestiebeheer en investeringen in transitlijnen werden genoemd als onmiddellijk te treffen maatregelen. Er werd wederom gewezen op de taak die in dezen is weggelegd voor het proces van Florence.

Tot besluit van zijn debat nam de Raad de volgende conclusies aan:

"De Raad:

CONSTATEERT met genoegen dat de transmissienetbeheerders vrij goed opschieten met hun besprekingen over de uitwerking van voorstellen voor de vaststelling van tariferings- en ontstoppingsmechanismen, die van essentieel belang zijn voor de totstandkoming van een functionele interne elektriciteitsmarkt;

IS evenwel VAN OORDEEL dat er nog veel werk moet worden verricht;

VERZOEKT derhalve de transmissienetbeheerders en de nationale regulerende autoriteiten, respectievelijk de lidstaten, om in snel tempo en ononderbroken door te werken en concrete, haalbare voorstellen ter oplossing van de resterende problemen aan te reiken, waaronder het opzetten vóór april 2000 van een systeem voor informatie-uitwisseling tussen de transmissienetbeheerders om tot een efficiënte aanpak van de transmissiebelemmeringen te komen;

CONSTATEERT dat het proces van de totstandkoming van de interne elektriciteitsmarkt geflankeerd wordt door activiteiten op andere gebieden, in het bijzonder door maatregelen op fiscaal en milieugebied die in de bevoegde fora moeten worden getroffen, en VERZOEKT de Commissie de ontwikkelingen terzake te blijven volgen;

VERZOEKT de Commissie om tijdig voor de volgende Raad Energie een voortgangsrapport in te dienen dat, indien er op dat ogenblik geen significante vorderingen zijn geboekt, vergezeld dient te gaan van voorstellen voor een regelgevend optreden of andere passende acties."

ENERGIERENDEMENTSEISEN VOOR VOORSCHAKELAPPARATEN VOOR FLUORESCENTIELAMPEN

De Raad bereikte overeenstemming over een voorlopig positief standpunt, in afwachting van de latere behandeling van het advies van het Europees Parlement, over een voorstel voor een richtlijn inzake energierendementseisen voor voorschakelapparaten voor fluorescentielampen.

Dit voorstel heeft tot doel minimumrendementseisen vast te stellen voor voorschakelapparaten voor fluorescentielampen, teneinde de markt om te vormen en tegen geringe kosten een aanzienlijke energiebesparing te verwezenlijken. Fluorescentieverlichting heeft namelijk een niet te verwaarlozen aandeel in het energieverbruik in de Gemeenschap.

VERSTERKING VAN DE NOORDELIJKE DIMENSIE VAN HET EUROPESE ENERGIEBELEID
- CONCLUSIES

"De Raad

HERINNERT aan de mededeling van de Commissie van 20 november 1998 betreffende een Noordelijke Dimensie voor het beleid van de Unie1, de conclusies van de Raad van 31 mei 1999 betreffende de uitvoering van een Noordelijke Dimensie voor het beleid van de Europese Unie 2, alsmede aan de Conferentie van de ministers van Energie over samenwerking in het Oostzeegebied, van 24-25 oktober 1999;

IS INGENOMEN met de mededeling van de Commissie betreffende de versterking van de Noordelijke Dimensie van het Europese energiebeleid 3;

STELT VAST dat deze mededeling een uitvoerige analyse bevat van de energiesituatie in het Oostzeegebied en het gebied van de Barentsz-zee en van de bijdrage van deze regio's aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het energiebeleid in de Europese Unie;

WIJST OP het belang van deze regionale samenwerking op energiegebied voor het beleid van de EU, met name met het oog op de uitbreiding en de betrekkingen met Rusland;

LEGT DE NADRUK op de toegevoegde waarde van regionale samenwerking in de noordelijke gebieden en elders voor de lidstaten van de EU en voor alle andere betrokken landen;

ERKENT dat de noordelijke gebieden:


- belangrijk zijn voor de toekomstige energievoorziening van de EU,


- zullen bijdragen tot het algehele concurrentievermogen van de EU,


- geconfronteerd worden met uitdagingen op milieugebied, met name met betrekking tot de nucleaire veiligheid;

IS HET EROVER EENS dat bij de versterking van de Noordelijke Dimensie van het energiebeleid in Europa de inspanningen geconcentreerd dienen te worden op de volgende aspecten:


- versterking van de internationale samenwerking op energiegebied en van de bestaande institutionele regelingen in het Oostzeegebied en het gebied van de Barentsz-zee,


- een nauwere samenwerking met de industrie,


- voltooiing van de infrastructuur, liberalisatie van de markt, het onderling verbinden en herstructureren van de markten,
- het ontwikkelen en versterken van de milieudimensie en duurzame ontwikkeling op energiegebied,

- sluiting van de minder veilige kerncentrales en voortdurende verbetering van de nucleaire veiligheid,


- toezicht op de uitvoering van gemeenschappelijke doelstellingen;

WIJST EROP dat de bestaande communautaire programma's (PHARE, TACIS, INTERREG, Kaderprogramma voor de energiesector, Trans-Europese netwerken op energiegebied, OTO-kaderprogramma) in combinatie met de bilaterale, regionale en internationale programma's, alsmede de activiteiten in het kader van het Verdrag inzake het Energiehandvest, in dit verband een krachtige bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de energiesector in deze regio;

BEKLEMTOONT het belang van een betere coördinatie tussen de diverse programma's en van de samenwerking tussen alle betrokken partijen, met inbegrip van de internationale financiële instellingen;

ONDERSTREEPT de noodzaak van een grotere doelmatigheid, het voorkomen van dubbel werk en het concentreren van de werkzaamheden;

IS INGENOMEN MET het voornemen van de Commissie en van de betrokken lidstaten om ook in de toekomst in het kader van deze regionale samenwerking een actieve rol te spelen;

VERZOEKT de Commissie vergelijkbare acties op te zetten ter versterking van andere regionale dimensies van het energiebeleid in Europa;

VERZOEKT de Commissie om regelmatig verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang."

TOEGANG VAN ELEKTRICITEIT UIT DUURZAME BRON TOT DE INTERNE MARKT VOOR ELEKTRICITEIT

Namens haar instelling lichtte Commissielid DE PALACIO voor de Raad de hoofdlijnen toe van een toekomstig kader ter bevordering van elektriciteit uit duurzame bron.

Het communautaire kader moet twee doelstellingen dienen:


- een significante stijging van de elektriciteitsproductie uit duurzame bron in alle lidstaten, waardoor een fundamentele bijdrage wordt geleverd aan de verwezenlijking van de verbintenissen van Kyoto en de doelstellingen van het Witboek over duurzame energiebronnen, en


- de geleidelijke opneming van duurzame elektriciteit in de interne markt voor elektriciteit.

De Raad nam nota van de informatie van de Commissie en van opmerkingen van de delegaties, en verzocht de Commissie zo spoedig mogelijk met een voorstel te komen voor een richtlijn betreffende de toegang van elektriciteit uit duurzame bron tot de interne markt voor elektriciteit.

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR DE INTERNE MARKT VOOR AARDGAS: HARMONISATIERAPPORT

De Raad nam nota van het rapport van Commissielid DE PALACIO over de harmonisatiebehoeften ten aanzien van de gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas.

Zoals in het geval van elektriciteit stipuleert Richtlijn 98/30/EG van 22 juni 1998 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas dat de Commissie vóór het eind van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een rapport voorlegt over harmonisatiebehoeften die niet in verband staan met de bepalingen van de richtlijn.

Dit eerste rapport identificeert met name aspecten waaraan tijdens de tenuitvoerleggingsperiode meer aandacht besteed zou kunnen worden, in plaats van in dit stadium concrete harmonisatiemaatregelen voor te stellen. Het rapport besteedt in het bijzonder aandacht aan de technische en commerciële voorwaarden voor een efficiënte interoperabiliteit van de gasnetten en interconnecties tussen de verschillende gassystemen.

ZEKERHEID VAN DE GASVOORZIENING IN DE EUROPESE UNIE

De Commissie presenteerde haar mededeling over de zekerheid van de voorziening en andere aspecten betreffende aardgas.

Er zij aan herinnerd dat de Raad Energie bij de aanneming, in mei 1996, van zijn conclusies betreffende de mededeling van de Commissie over de huidige en toekomstige gasvoorziening in de Europese Gemeenschap, de Commissie heeft verzocht de verschillende in de mededeling aan de orde gestelde vraagstukken diepgaand te bestuderen en over twee jaar bij de Raad een voortgangsrapport in te dienen met voorstellen om de algemene zekerheid van het gassysteem van de EG zo nodig en wanneer nodig te versterken.

Deze mededeling betreft enerzijds kortetermijnaspecten van de zekerheid van de gasvoorziening, die hoofdzakelijk in het kader van de interne markt voor gas zullen moeten worden behandeld, en anderzijds een reeks later te bekijken externe kwesties en beleidsvraagstukken die hoofdzakelijk verband houden met langetermijnaspecten van de zekerheid van de gasvoorziening.

De Raad nam nota van deze presentatie en droeg het Comité van Permanente Vertegenwoordigers op deze mededeling te bestuderen, teneinde voor een passende follow-up te zorgen.

ENERGIEHANDVESTVERDRAG

De Raad nam nota van een voortgangsverslag over het Energiehandvestverdrag (EHV) en hechtte zijn goedkeuring aan het mandaat houdende machtiging van de Commissie om onderhandelingen te voeren over een multilateraal doorvoerkader onder auspiciën van de Conferentie over het Energiehandvest.

Het doorvoerprotocol moet tot doel hebben:


- veilige, efficiënte, ononderbroken en onbelemmerde doorvoer te waarborgen;


- efficiënter gebruik van doorvoerinfrastructuur te bevorderen;


- de totstandbrenging of wijziging van doorvoerinfrastructuur te bevorderen.

Zoals bekend, zijn het Energiehandvestverdrag (EHV) en het Protocol bij het Energiehandvestverdrag betreffende energie-efficiënte en daarmee samenhangende milieuaspecten in 1994 met succes voltooid. Tot dusver hebben in totaal 40 landen het EHV bekrachtigd. Op 16 april 1998 is het EHV in werking getreden. Sindsdien is de Conferentie over het Energiehandvest regelmatig bijeengeroepen. Haar volgende zitting is gepland op 7 december 1999. De hoofddoelstellingen van die zitting zijn de aanneming van het werkprogramma en de begroting voor 2000, alsmede de start van de onderhandelingen over een multilateraal doorvoerkader.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten die vergezeld gaan van verklaringen die de Raad voor het publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn aangegeven met een asterisk; deze verklaringen zijn verkrijgbaar bij de Persdienst.)

EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE

Investeringsprojecten *

De Raad stelde de Verordening vast tot vaststelling van de investeringsprojecten die krachtens artikel 41 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan de Commissie moeten worden meegedeeld.

In deze verordening wordt bepaald welke investeringsprojecten door de atoomenergie-industrie aan de Commissie moeten worden meegedeeld, opdat zij een advies uitbrengt overeenkomstig artikel 43 van het Euratom-Verdrag. Het is de bedoeling dat deze verordening in de plaats komt van de vorige verordening, die dateert uit 1958 (Verordening van de Raad nr. 4 (PB 417 van 06.10.1958), aangevuld met Verordening nr. 1 van de Commissie (PB 511 van 27.11.1958)).

HANDEL

Toetreding van Jordanië tot de Wereldhandelorganisatie (WTO)

De Raad en de Vertegenwoordigers van de Regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, stemden ermee in dat Jordanië tot de WTO toetreedt. Dit gezamenlijk standpunt zal door de Commissie bij de WTO worden ingediend namens de Gemeenschap en haar lidstaten.

ALGEMENE ZAKEN

Overeenkomst inzake de handel in textielproducten met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het besluit waarbij de Commissie wordt gemachtigd te onderhandelen over de verlenging van de Overeenkomst inzake de handel in textielproducten met de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

WEGVERVOER

Technische wegcontroles

De Raad stelde zijn gemeenschappelijk standpunt vast over een ontwerp-richtlijn betreffende technische wegcontroles van bedrijfsvoertuigen die gebruik maken van de wegen in de Europese Unie. Dit gemeenschappelijk standpunt zal overeenkomstig de medebeslissingsprocedure van het Verdrag (artikel 251) voor tweede lezing aan het Europees Parlement worden toegezonden.

Deze ontwerp-richtlijn beoogt de veiligheid en de ecologische kwaliteit te verbeteren van de zware voertuigen die in de lidstaten passagiers en goederen vervoeren. Tevens beoogt het ontwerp een uniforme beoordeling te geven van de kwaliteit van het onderhoud van deze voertuigen, en daarmee de vervoerders ervan te weerhouden een voorsprong op de concurrentie te verwerven door voertuigen te gebruiken die niet goed onderhouden zijn.

Het gemeenschappelijk standpunt voorziet in onaangekondigde wegcontroles, het gehele jaar door, van vrachtwagens en aanhangwagens van meer dan 3,5 ton en van bussen met meer dan acht zitplaatsen. De nieuwe regelingen voor de technische controle zijn bedoeld als aanvulling op de verplichte jaarlijkse controle als bedoeld in Richtlijn 96/96/EG. Aangezien de ontwerp-tekst geldt voor alle bedrijfsvoertuigen die van het wegennet van een lidstaat gebruik maken, met inbegrip van voertuigen uit derde landen, is het toepassingsgebied bovendien ruimer dan dat van Richtlijn 96/96/EG.

Het voorgestelde systeem voor wegcontroles behelst een inspectie van de meest zichtbare onderdelen van de met het oog op de veiligheid en milieubescherming op de voertuigen geïnstalleerde systemen en uitrustingen. De ontwerp-tekst past in het kader van het Europese programma "Auto-Olie I", waarin een objectieve evaluatie is gemaakt van het geheel van de meest renderende maatregelen op het vlak van de voertuigentechnologie, de brandstofkwaliteit, de controle en het onderhoud alsook de niet-technische maatregelen om de door het wegvervoer veroorzaakte emissies te verminderen.

MILIEU

Verdrag van Bazel

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit houdende machtiging van de Commissie om namens de Europese Gemeenschap tijdens de vijfde vergadering van de Conferentie der Partijen (COP5) van het Verdrag van Bazel (Bazel, 6-10 december 1999) onderhandelingen te voeren over kwesties in samenhang met dat verdrag (Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan).

BENOEMING

Economisch en Sociaal Comité

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een besluit tot benoeming van de heer Dimitrios DIMITRIADIS tot lid van het Economisch en Sociaal Comité ter vervanging van de heer C. FOLIAS, voor de verdere duur van diens ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2002.


________________________

Footnotes:

Footnotes:

Footnotes:

_________________________________________________________________

nl/energy/13685.NL9.htm

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie