Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief aan Kamer van Minister Brinkhorst over Nertsenhouderij

Datum nieuwsfeit: 06-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Actueel

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
TRCJZ/1999/12448
datum
06-12-1999

onderwerp
Nertsenhouderij
(Trcnr. 99/6186)
doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Op 21 september jongstleden heb ik u het rapport van de heer J. van Noord doen toekomen, waarin de resultaten zijn beschreven van zijn onderzoek naar de gevolgen van een verbod op het bedrijfsmatig houden van nertsen in Nederland. In het rapport worden tevens voorstellen gedaan voor de wijze waarop uitvoering gegeven kan worden aan de motie van mevrouw Swildens-Rozendaal c.s. van 1 juli 1999 [Kamerstukken II 1998/99, 26 200XIV, nr. 63].

De afgelopen periode heb ik mij, mede op basis van het rapport van de heer Van Noord, beraden op een mogelijke uitwerking van de motie-Swildens. In het algemeen overleg van 1 juli jongstleden heb ik u reeds enkele meer praktische aspecten genoemd waaraan aandacht dient te worden besteed. In dit verband heb ik onder meer de heer Van Noord verzocht de gevolgen van een verbod in kaart te brengen en de Landsadvocaat gevraagd te onderzoeken in hoeverre een verbod op het houden van nertsen verenigbaar is met het Europese recht. Voorts heb ik in de Landbouwraad van juli jongstleden deze aangelegen-heid aan de orde gesteld.

De motie overwegend stuit ik op een aantal vragen die meer ethisch en rechtsfilosofisch van aard zijn. Met name de constatering in de motie dat het doel van de bontproductie de instandhouding van de bedrijfsmatige nertsenhouderij niet rechtvaardigt, heeft betrek-king op ethische vraagstukken rond het gebruik van dieren en roept daarmee zeer fundamentele vragen op. Gelet op het fundamentele karakter van de vragen heb ik het Rathenau Instituut verzocht mij hierin te ondersteunen. Op 2 december jongstleden heeft, op mijn verzoek, een door het Rathenau Instituut georganiseerde discussiebijeenkomst met ethici, bestuurskundigen en rechtsfilosofen plaatsgevonden. Van de bijeenkomst wordt een verslag gemaakt, dat ik u zo spoedig mogelijk zal toezenden.

De discussie heeft mij gesterkt in mijn opvatting dat de motie omtrent de nertsenhouderij niet op zichzelf staat, maar past in de voortschrijdende ontwikkeling van de maatschappelijke grondhouding van de mens ten opzichte van het dier. Vanwege deze brede betekenis van de motie-Swildens ben ik van mening dat de huidige wetgeving niet voldoende basis biedt om een verbod van de nertsenhouderij te baseren op de maatschappelijke onwenselijkheid

up

datum
06-12-1999

kenmerk
TRCJZ/1999/12448

bijlage

van de bontproductie. Hiervoor zou een wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren noodzakelijk zijn. Het besluitvormingsproces over deze materie is echter nog niet ver genoeg gevorderd om reeds met een voorstel te kunnen komen.

De komende tijd wil ik vooral aandacht besteden aan de vraagpunten die tijdens de door het Rathenau Instituut georganiseerde bijeenkomst naar voren zijn gebracht. Ik noem bijvoorbeeld de vragen naar de rol en taak van de overheid in deze en de wenselijkheid van regelgeving op dit gebied. Zo kwam onder meer de vraag naar voren hoe zwaar de Nederlandse maatschappelijke bezwaren tegen de bontproductie wegen, gelet op de voortschrijdende integratie van markt en cultuur binnen de Europese Unie. Ook noem ik de vraag naar de vormgeving van een afwegingskader voor de beoordeling van de maatschappelijke aanvaardbaarheid van een productiedoel.

Gelet op deze fundamentele vragen komt het mij ongewenst voor reeds nu tot een defini-tieve afweging omtrent de uitvoering van de motie te komen, zonder aan de hiermee samenhangende fundamentele punten voldoende aandacht te hebben kunnen besteden. Vanwege het zwaarwegende karakter van deze vragen ben ik van mening dat de beantwoording door regering en volksvertegenwoordiging gezamenlijk behoort plaats te vinden. Ik beraad mij thans op deze vragen en ik zal u hierover volgend jaar mijn ideeën doen toekomen. Ik spreek alvast de hoop uit dat wij hierover dan diepgaand kunnen spreken.

Het houden van nertsen roept sterk uiteenlopende emoties op; ik heb daar begrip voor. Waar ik volstrekt geen begrip voor heb, zijn intimidatie-acties van zogenaamde dierenbeschermers in de richting van nertsenfokkers. Soms zelfs uitmondend in het loslaten van dieren en vernielingen op de bedrijven zelf.
Ik veroordeel dergelijke acties ten sterkste en vind dat deze onze zorgvuldige afweging van de in het geding zijnde belangen op geen enkele wijze mogen beïnvloeden.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

up Reageren


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie