Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Ontwikkelingssamenwerking over macrohulp

Datum nieuwsfeit: 06-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

26433000.022 brief min os over macrohulp

Gemaakt: 14-12-1999 tijd: 16:43

Ken-merk


__

26433 Landenbeleid structurele bilaterale hulp

nr. 22 Brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 6 december 1999

Tijdens het overleg met de Commissie voor Buitenlandse Zaken over het landenbeleid van 28 juni 1999 heb ik toegezegd de Kamer een notitie over de toekomst van de macrohulp te zenden.

Het is mij een genoegen u bijgaand de betreffende notitie te doen toekomen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

E.L. Herfkens

Ken-merk


__

Blad

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd./2

Notitie Macro-georiënteerde Programmahulp


1. Achtergrond

In deze notitie wordt een uiteenzetting gegeven over de beoordeling, allo-catie en uitvoe-ring van ma-cro-georiënteerde pro-gram-ma-hulp in het Neder-land-se beleid voor ontwik-ke-lings-sa-men-wer-king. Aanlei-ding voor de notitie is een viertal recente ontwik-kelin-gen die van invloed zijn op het beleid ten aanzien van pro-gram-ma-hulp:

a) de conclusies en beleidsaanbevelingen in het rapport van de Algemene Reken-kamer aan de Tweede Kamer over Pro-gram-mahulp (Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 455, nrs. 1-2);

b) de conclusies en beleidsaanbevelingen van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Be-leids-eva-lua-tie- (I-OB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van de Eva-luatie Cofi-nan-cie-ring Neder-land - We-reld-bank, 1975-1996;

c) de recente actualisering van het beoordelingskader voor de toewijzing van macro-georiënteerde pro-gram-ma-hulp aan lan-den;

d) het besluit om de Nederlandse ontwikkelingshulp te concentreren op een beperkte groep landen.

Programmahulp omvat alle bijdragen die beschikbaar zijn gesteld voor alge-mene, niet projectmatige, financiële onder-steuning van het ontwikkelingsbeleid en de ontwik-kelings-pro-gramma's van een land (definitie OESO-DAC). Program-mahulp kan worden onder-schei-den in macro-geori-nteer-de en sectorale pro-gram-ma-hulp. Macro-geori-nteer-de pro-gram-mahulp heeft betrek-king op pro-gram-ma-hulp welke niet ten be-hoeve van indivi-du-ele secto-ren of projecten wordt geallo-ceerd en omvat in de praktijk beta-lings-ba-lans-steun, algemene begrotingssteun, cofinanciering van structu-rele aanpas-singsprogram-ma's (m.n. Wereld-bank) en schuld-verlich-ting. In het verle-den werd macro-georiënteerde pro-gram-ma-hulp ook dik-wijls in de vorm van algemene im-port-steun Import-steun impli-ceert het be-schikbaar stellen van de-viezen ten be-hoeve van de aanschaf van import-goe-deren met gebruikmaking van licen-ties. De tegen-waarde van deze deviezen dient vervol-gens ten goede te komen aan de begroting. ver-strekt, maar s-inds 1996 heeft Neder-land geen import-steun meer gegeven. Onder invloed van de libera-lisa-tie van het kapitaalverkeer en de over-gang naar conver-ti-bele valu-ta's is het geven van im-port-steun minder oppor-tuun gewor-den.


2. Het beleid ten aanzien van macro-georiënteerde programmahulp

De macro-georiënteerde programmahulp zal meer dan voor-heen inte-graal onder-deel uitma-ken van de landenprogramma's voor de landen waar-mee Neder-land een structu-rele bilate-rale ontwik-kelingsrelatie onderhoudt. In het nieuwe lan-den-beleid zullen met ingang van het jaar 2000 aan deze landen meerja-rige landenal-lo-ca-ties worden toege-we-zen. De alloca-ties zullen bestaan uit zowel secto-rale allocaties (voor projecten én pro-gramma's) als, waar rele-vant, alloca-ties voor ma-cro-georiënteerde pro-gramma-hulp Hierdoor wordt tevens de integratie van macro-georiënteerde pro-gram-mahulp in de sec-to-rale be-na-de-ring tot stand gebracht.. Dit bete-kent derhal-ve dat de macro-georiënteerde program-mahulp in grote mate structureel wordt inge-bed in de landen-al-lo-ca-ties.

Deze structurele macro-georiënteerde programmahulp wordt in beginsel gereserveerd voor de landen waar-mee een structurele bilaterale ontwikkelingsrelatie wordt aangegaan en enkele voormalige com-mu-nis-tische landen in Oost-Europa Armenië, Bos-nië-Her-ze-go-vi-na, Georgië, Kyr-gy-zië, Moldavië (zie brief 26-2-99, Kamer-stuk V) en in het kader van het Balkan-beleid, Albanië. , op voor-waarde dat ook deze laatst-genoemde landen voldoen aan de criteria van goed beleid en goed bestuur. Zoals in eerdere brieven aan de Tweede Kamer reeds werd aangegeven, zal de samenwer-king met deze landen via het multilaterale kanaal verlopen (m.n. cofi-nancie-ring met de We-reld-bank). Tenslotte kan ook macro-geori-nteerde program-mahulp worden ver-strekt aan landen waarmee de ontwikke-lingsre-latie wordt beëindigd of beperkt ('thema-lan-den') in het kader van exit-strategieën. Dit geldt in het bijzonder voor landen met een nog uitstaan-de bilate-rale schuld, -waar-mee, als gevolg van de afbouw van het samen-wer-kings-pro-gram-ma, een nega-tieve netto-ODA -stroom ten opzichte van Nederland ont-staat c.q. dreigt te ont-staan.

Naast de genoemde structurele macro-georiënteerde programmahulp, die onderdeel wordt van de lan-den-al-lo-ca-ties, blijft er een aparte voor-zie-ning voor niet-structu-rele ma-cro-georiënteerde programmahulp. Deze hulp zal worden aange-wend voor ad hoc ondersteu-ning van landen die de macro-econo-mi-sche con-se-quen-ties ondervin-den van economische en humani-taire noodsituaties en
-ver-an-derin-gen in hun externe omge-ving (bij-v. de orkaan Mitch, de buur-lan-den die schade onder-vinden van de Balkan-crisis, de gevolgen van de eco-nomi-sche crisis in Rus-land voor de regio, etc.).

Jaarlijks zal in de eerste helft van het begro-tings-jaar de zoge-noem-de ma-cro_exer-citie (zie hieron-der) worden uitge-voerd ter bepa-ling van de landen die in prin-cipe voor macro-georiënteer-de program-mahulp in aanmer-king komen. De uit-kom-sten van deze exerci-tie zijn bepalend voor de jaarplanaanschrijvingen aan de posten die weer de basis vormen voor de jaarplannen die door de posten worden opgesteld. In de jaarplanaanschrijving worden de voort-schrij-dende meerja-rige alloca-ties voor macro-geori-nteer-de pro-gram-ma-hulp aange-geven. In de exerci-ties in de daarop-vol-gen-de jaren zal wor-den getoetst of de uitvoe-ring van de meer-ja-ren toezeg-gin-gen on-ge-wij-zigd kan worden voort-ge-zet.

Binnen de landen-al-lo-ca-ties zal de komen-de jaren een groei-end aandeel naar pro-gram-ma-hulp (macro- en secto-raal) worden geallo-ceerd, overeenkomstig de doelstelling "program-mahulp waar het kan, projecthulp waar het moet". Jaar-lijks zal in het kader van de jaar-plan-exercitie aan de posten worden verzocht invulling aan deze doelstelling te geven en over de realisatie hiervan te rapporteren.-

Recente internationale ontwikkelingen

In het kader van de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank is in sep-tem-ber jl. beslo-ten om het schul-den-ini-tia-tief voor zwaar-ver-schul-dig-de arme landen (het zoge-noem-de 'HIPC debt initiative') uit te brei-den. Een bredere groep landen zal in aan-mer-king komen voor ruime-re financiële onder-steu-ning in het kader van dit initia-tief.

Om in aanmerking te komen voor deze ruimere onder-steu-ning is de formu-le-ring van een natio-nale stra-tegie ter bestrijding van de armoe-de, vastge-legd in een 'Pover-ty Reduc-ti-on Strate-gy Paper' (PRSP), vereist. In dit document worden het macro-eco-nomi-sche, het struc-turele hervor-mings- en het sociale beleid geïntegreerd en afgestemd op de doel-stellin-gen op het gebied van armoe-debe-strijding en sociale ontwikke-ling-. Het PRSP zal de lei-draad vormen voor de We-reld-bank (IDA) en het IMF bij de bepa-ling en afstem-ming van hun activi-tei-ten in een land en zal op termijn het Policy Frame-work Paper (PFP) gaan ver-vangen. Het IMF heeft de naam van haar concessionele financieringsprogramma ESAF (Enhanced Struc-tural Adjust-ment Facility) daarom gewij-zigd in Poverty Reduction and Growth Faci-lity (PRGF). Tevens heeft het IMF inmiddels besloten dat strategieën ter bestrijding van de ar-moede niet alleen in HIPC landen dienen te worden opgesteld, maar ook in andere PRGF landen.

In de strategie ter bestrijding van armoede (PRSP) wordt een directe koppe-ling tot stand

gebracht tussen schuld-ver-lich-ting en ar-moe-de-be-strij-ding; bespa-rin-gen uit schuld-ver-lich-ting zullen worden aan-ge-wend voor directe ar-moede-be-strij-ding. De over-heid van een zwaar-verschul-digd land dient bij de formu-lering van de armoe-de-be-strij-dings-strate-gie het voor-touw te nemen. Daarnaast dienen alle overige seg-men-ten van de samen-leving bij de opstelling ervan te worden betrok-ken, teneinde een vol-doende draag-vlak te creëren.

Neder-land ondersteunt de nieuwe benadering van Wereldbank en IMF ten aanzien van armoedebestrijding en de uitbrei-ding van het HIP-C-schulden-ini-tiatief en heeft toegezegd substantieel bij te dragen aan finan-cie-ring van deze uit-brei-ding. Voorts bestaat het voorne-men om ook de Nederlandse macro-georiënteerde programmahulp- deel te laten uitma-ken van de armoe-de-be-strij-dings-strate-gieën, wanneer deze in de komende 1 à 2 jaar geïm-plemen-teerd gaan wor-den. Het Nederlandse beoordelingskader zal daarbij wor-den afge-stemd op de inhoud en doelstellingen van de PRSP's.


3. De uitvoering van het beleid ten aanzien van macro-georiënteerde

programmahulp

Met de opstelling van de Handleiding Programmahulp in 1994 werd een begin gemaakt met de ontwikkeling van een beoor-de-lings-ka-der voor de allocatie van macro-georiënteerde programmahulp. In het rapport van de Algemene Reken-kamer over Pro-grammahulp (Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 455, nrs. 1-2) wordt opgemerkt dat beste-dings-voor-stellen voor -m.n. schuld-verlich-ting in de afge-lopen jaren slechts gedeel-telijk aan dit initiële beoor-de-lings-kader zijn onderwor-pen.

Als gevolg van internationale en interne beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van structurele aanpassingsprogramma's en schuld-ver-lich-ting is het beoor-de-lings-ka-der, zoals uiteen-gezet in deze Handleiding, in de praktijk verder ontwik-keld en in aange-paste vorm toege-past bij de interne besluit-vor-ming.

De besluit-vor-ming over de macro-georiënteerde programmahulp is vanaf 1996 nader gesyste-mati-seerd door de invoe-ring van de jaarlijkse macro-exercitie: een vroeg-tijdige, simul-tane afwe-ging van alle beste-dings-voor-stellen voor het desbetref-fende jaar. In deze ma-cro-exerci-tie, die thans onderdeel uitmaakt van de jaarplancyclus, wordt jaarlijks het be-schik-bare budget voor alle vormen van macro-georiënteerde programmahulp geallo-ceerd. Op basis van een aantal inhoudelijke en beleidsmatige criteria wordt een analyse en beoor-de-ling gemaakt van de beste-dings-voor-stel-len voor macro-georiënteerde pro-gramma-hulp in sa-menhang met het door het desbetreffende land gevoerde beleid. Uitein-de-lijk wordt vastge-steld welke landen zich kwali-fi-ceren voor macro-georiënteerde pro-gramma-hulp, voor welke vorm en voor welk bedrag. Hierbij spelen - naast de criteria van goed eco-nomisch en sociaal be-leid en goed be-stuur - met name de uitvoe-rings-capa-citeit op centraal overheidsniveau en de speci-fieke finan-cie-rings-be-hoefte een belangrijke rol. Op deze wijze kunnen landen en voorstel-len onder-ling worden verge-leken.

In 1997 vond aanpassing plaats van het initiële beoordelingskader van de Handleiding waar-door een uniforme beoordeling mogelijk is geworden van schuldverlichting en de overige vormen van macro-georiënteerde program-mahulp. Voor schuld-ver-lichting werden daarbij -speci-fie-ke, op de schul-den-pro-blema-tiek toege-sneden, analyses in het beoor-de-lings-kader geïnte-greerd. Hier-mee werd de facto reeds tege-moet ge-komen aan een be-lang-rijke aanbe-veling die in 1999 door IOB in de 'Eva-lua-tie Cofi-nan-ciering Neder-land - We-reld-bank, 1975-1996' werd gedaan.

Ten slotte is voorafgaand aan de macro-exercitie van 1999 het beoordelingskader opnieuw bijge-steld. Daarbij zijn de verschillende dimensies van goed bestuur nader uitge-werkt en hebben aspecten als netto ODA-stro-men, gender en de positie van de minst ontwikkelde landen (MOL's) -een aparte plaats gekregen in het beoordelingskader. In de bijge-voeg-de bijlage wordt het 'Be-oorde-lings-kader voor Macro-geori-nteerde pro-gramma-hulp' uiteen-gezet dat sinds 1999 in ge-bruik is.

Met het oog op de effectiviteit van de programmahulp richt het beoordelingskader zich zoveel mogelijk op reeds gereali-seerd beleid. Terug-hou-dendheid zal wor-den be-tracht met het geven van macro-georiënteerde program-mahulp aan landen die nog geen aantoon-baar 'track record' van goed hervor-mings-beleid hebben opge-bouwd.

Vanwege de samenhang tussen de verschillende vormen van macro-georiënteerde pro-gram-mahulp en de allocatie van deze hulp op basis van een unifor-m beoor-de-lings-ka-der wordt tevens gestreefd naar één budget voor alle vormen van macro-georiënteerde pro-gram-ma-hulp. De beide budget-ten die tot op heden bestaan, voor respectievelijk non-secto-rale pro-gram-mahulp en schuld-ver-lichting, zullen daarbij worden samen-ge-voegd.


4. Transparantie, verantwoording, monitoring en evaluatie

Besteding van een groeiend aandeel van de hulp-gel-den aan pro-gram-ma-hulp is een van de uitgangspunten van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Programmahulp -kan echter alleen verantwoord worden ingezet als het ontvan-gende land de aan-wen-ding van de hulp-gel-den voldoende -in-zich-telij-k en trans-paran-t kan ma-ken zo-dat een ade-quate verant-woor-ding van de beste-ding van hulpgel-den mogelijk is.

In dit kader zal Nederland, in samenhang met het invoeren van de sectorale be-nade-ring, ondersteuning geven aan de verdere uitwer-king van fiscal frame-works door hulp-ont-van-gen-de landen. Een 'fiscal framework' vergroot de trans-paran-tie van de aan-wen-ding van hulp doordat inzicht wordt ver-schaft in de loop van de finan-ciële stro-men in een land Zij geven echter geen nor-matieve oordelen over de nood-zaak of wense-lijk-heid van deze stro--men. . Op deze wijze kunnen ook de nega-tieve aspecten van fungi-biliteit (onder-linge uitwis-sel-baar-heid van beste-din-gen) -van hulp-gel-den worden ingeperkt. De ont-wik-keling van 'fiscal frame-works' wordt voor wat betreft sub-Sahara Afrika door de We-reld-bank geco-rdi-neerd in het kader van het Special Pro-gram-me of Assis-tance to Africa (SPA).

Een 'fiscal framework' benadert de finan-cie-ringsbehoefte van het ontvangende land vanuit de over-heids-be-gro-ting Deze benadering bouwt voort op de 'two-gap' modellen die in de jaren zestig werden ontwik--keld om de restricties op econo-mi-sche groei van in-divi-du-ele lan-den te analy-se-ren als gevolg van kapitaal-schaarste. Op ba-sis daarvan werd een schatting gemaakt van de behoefte aan hulpgelden.. Deze benadering is complementair aan de tradi-tio-nele benade-ring van de financieringsbehoefte waarin de betalingsbalans centraal staat. In een 'fiscal frame-work' wordt bij de berekening van een ex ante finan-cie-rings-kloof met name gekeken naar de over-heids-inkom-sten en het geplan-de niveau van pu-blieke
-uit-ga-ven op de mid-den-lange termijn. Het laatst-genoemde niveau is sterk afhan-kelijk van de ontwik-kelings-agenda van het hulp-ont-vangen-de land en zijn doelstellingen op het gebied van groei en armoe-de-be-strij-ding.

Donoren kunnen vervolgens de ontwikkelingsagenda van het hulp-ont-van-gen-de land onder-steunen door middel van program-mahulp. Een lo-gisch uit-vloei-sel van het gebruik van 'fis-cal frame-works' is de over-gang van eenjarige naar meerjarige toezeg-gingen en naar meer co-rdinatie onder donoren.

Het 'fiscal framework' en de overgang naar meerjarige toezeggingen onderstrepen ook het belang -van moni-toring door donoren. De ori-ntatie van dono-ren wordt namelijk ver-ruimd van het beheer van (de eigen) hulp-fond-sen naar een dialoog met het ontvan-gende land over de sa-menstel-ling en het beheer van de totale over-heids-uitga-ven.

In de toekomst zal er verder bij het monitoren van hulpgelden naar worden gestreefd om de condi-tio-nali-teit niet te beperken tot de uitvoering van con-crete beleidsmaatre-gelen (zoals verla-ging van de import-tarie-ven), welke traditioneel door de IMF en de Wereld-bank werden toege-past. Tevens zal worden getracht om, in sa-men-spraak met de hulpont-van-gen-de landen, te monitoren aan de hand resul-taat-ge-richte indica-toren (zoals verlaging van de kinder-sterf-te). Door monitoring te ver-rich-ten aan de hand van meet-bare resul-ta-ten, wordt getracht de ef-fec-tivi-teit van over-heids-beleid beter zicht-baar te -maken.

Ter verbetering van de inzichtelijkheid en de toetsbaarheid van de uitvoering van pro-grammahulp -zal vanaf 1999 jaar-lijks voor alle vor-men van programmahulp een over-zicht aan de Kamer worden verstrekt, zoals dat voor schuldverlichting gebruikelijk is.

Met het geven van macro-georiënteerde programmahulp wordt feitelijk het gehele over-heids-programma van een land ondersteund. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de wijze waarop de evaluatie van dergelijke activiteiten dient plaats te vinden. Hierbij zal het accent meer komen te liggen op de beoordeling van het gehele beleid dat het ontvangende land voert en in mindere mate op het meten van de effecten van de afzonderlijke Neder-land-se program-ma-hulp-ac-ti-vi-tei-ten.

Om beter inzicht te krijgen in de ervaringen die zijn opgedaan met de verschillende vormen van schuldverlichting is voor 1999-2000 een evalua-tie van de Neder-land-se bijdra-gen aan schuld-ver-lich-ting opgenomen in het evalua-tie-pro-gram-ma van IOB.

Bijlage:

Beoordelingskader voor Macro-georiënteerde programmahulp

(incl. schuldver-lichting)


1. Inleiding

In de onderstaande para-gra-fen wordt een beeld ge-schet-st van het geactualiseerde beoor-de-lings-kader en de criteria die een rol spelen bij de interne besluit-vor-ming over macro-georiënteerde programmahulp. Het beoordelingskader bestaat uit 2 fasen. In fase I wordt de kwali-teit van het ge-voerde beleid en bestuur geanalyseerd en beoor-deeld op 8 aspecten die in 4 clusters zijn ge-groe-peerd. Mede in het licht van de nieuwe benadering van We-reldbank en IMF ten aanzien van armoedebestrijding zal de analyse van de verschillen-de aspecten in nauwe samenhang plaatsvinden, teneinde de integratie van macro-e-co-no-mi-sche en sociale aspecten te waarborgen.

Op basis van de eerste fase van het beoordelingskader wordt een groep landen geselec-teerd waar-van het beleid en bestuur als vol-doen-de is beoor-deeld om voor macro-geori-nteerde program-ma-hulp in aanmer-king te komen. Deze groep omvat allereerst een selectie van de landen waar-mee Neder-land heeft beslo-ten om een struc-turele bilaterale ontwikke-lingsrela-tie verder uit te bouwen. Daarnaas-t kunnen enkele voorma-lige com-mu-nis-tische landen in Oost-Europa Armenië, Bos-nië-Her-ze-go-vi-na, Georgië, Kyr-gy-zië, Moldavië (zie brief 26-2-99, Kamer-stuk V) en in het kader van het Balkan-beleid, Albanië. tot deze groep beho-ren. Ten-slotte kunnen landen in het kader van een exit-strate-gie in aan-merking komen, wanneer sprake is van een nega-tieve netto-ODA- stroom.

In fase II wordt vervolgens de prioriteit van deze landen vastgesteld aan de hand van een analyse van meerdere karakteristieken waarbij de financieringsbehoefte centraal staat. Daarbij wordt tevens per land bekeken welke vorm van macro-georiënteerde pro-gram-ma-hulp het meest in aanmerking komt.


2. Aspecten voor Beleidsbeoordeling (fase I)

Het aangepaste beoordelingskader tracht de beleidsomgeving in het hulpontvangende land te analyseren. De volgen-de vier clusters bevat-ten acht aspec-ten ter beoor-de-ling van de kwali-teit van het gevoerde beleid en bestuur.

A. Visie multilaterale organisaties en beleidsdialoog


1. visie van multilaterale organisaties (Wereldbank en IMF) op het macro-economische beleid


2. ruimte voor beleidsdialoog (bilateraal en multilateraal)

B. Macro-economisch beleid


1. economisch stabilisatiebeleid


2. structureel hervormingsbeleid

C. Goed bestuur / institutionele capaciteit


1. transparantie en effectiviteit


2. participatie en rechtmatigheid

D. Sociale ontwikkeling en beleid


1. armoedebestrijding


2. gender

ad. A


1. Er dient te worden vastgesteld wat de visie is van de Wereldbank en het IMF over het gevoerde macro-economische beleid in de afgelo-pen jaren in het betreffende land en met name of een land een IMF programma uit-voert (on/off track).


2. Een oordeel dient te worden gevormd over de mate waarin een vruchtbare beleidsdia-loog wordt gevoerd. Een open dialoog tussen de regering van het ontvangende land en de verschillen-de donoren (multilateraal, m.n. IMF en Wereldbank, en bilateraal) is van belang om overeenstemming te bereiken over de te volgen ontwikkelings-strategie, de allocatie van middelen en waar nodig over de vereiste beleidsaanpas-singen en hervor-mingen.

ad. B

Nadere analyse van het economische beleid vindt plaats op basis van informatie van de We-reld-bank, het IMF en andere bronnen.


1. Allereerst dient te worden bekeken of het stabilisatiebeleid van een land succesvol wordt/is uit-ge-voerd. Hierbij zal de aandacht met name worden ge-richt op het begro-tings-be-leid, het mone-taire be-leid (incl. in-flatie-bestrijding) en de wissel-koers-po-li-tiek.


2. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan het structurele hervormingsbeleid, ge-richt op de economische struc-tuur en het in-sti-tu-ti-o-ne-le en ju-ri-di-sche kader ter stimu-lering van de productieve sector en versterking van de financiële sector.

ad. C

De centrale doelstelling van het Nederlandse beleid ten aanzien van goed bestuur is het bevorderen van de transparante en verantwoordelijke aanwending van gezag en middelen door de overheid in dialoog met de bevolking. Goed bestuur is een noodzakelijke voor-waarde voor een effectief beleid. Goed bestuur blijkt ook een signi-ficante in-vloed te hebben op de vooruitzichten voor economi-sche groei en ar-moede-bestrij-ding van landen.

Voor het hanteren van goed bestuur als criterium van beleid is een inschatting van de kwaliteit van het bestuur nodig. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen vier onderling samenhangende aspecten van goed bestuur die centraal staan in het Nederlandse beleid.

15


- transparantie van het bestuur en het afleggen van rekenschap door de overheid aan de bevolking;


- effectiviteit van bestuur;


- participatie van de bevolking in het bestuur;


- rechtmatigheid, rechtvaardigheid en rechtszekerheid van het bestuur.

De eerste twee aspecten hebben met name betrekking op de be-heers- en uitvoe-rings-capa-citeit, welke bepaalt of de middelen die in de vorm van ma-cro-georiënteerde program-mahulp worden beschikbaar gesteld, effectief kunnen worden inge-zet. De laatste twee aspecten hebben betrekking op goed bestuur in ruimere zin, waarbij de parti-cipatie van het maatschappelijk middenveld en de rechtszekerheid van belang zijn.

ad. D

Bij sociale ontwikkeling en beleid wordt aandacht besteed aan de armoede en gender situatie in een land, het beleid dat op deze terreinen wordt gevoerd en de middelen die hiervoor op de begroting worden gealloceerd.

De recente ontwikkelingen met betrekking tot de formulering en uitvoering van armoede-be-strij-dings-stra-tegieën in het kader van het 'HIPC debt initia-tive' zullen de aan-dacht voor armoedebestrijding en sociaal beleid aanzien-lijk vergro-ten.

Bovengenoemde acht aspecten ter beoordeling van de kwaliteit van het gevoerde beleid en be-stuur worden, waar mogelijk, geconcretiseerd in meetbare indica-to-ren. Aan de hand van realistische maatstaven dient te worden bepaald of landen voor macro-georiënteerde programmahulp in aanmerking komen. Bij de beoordeling van landen gaat het zowel om de stand van zaken nu (abso-lu-te niveau) als om wijzigingen in de richting waarin het beleid en de uitvoering bewegen (dyna-miek/trend).

Deze meetpunten zullen ook een rol spelen bij de jaar-lijkse toets in geval van meerjarige committeringen. Hierbij kunnen landen-specifie-ke "bench-marks" worden gefor-mu-leerd, waaraan conditiona-liteit kan worden verbonden.


3. Prioriteitsstelling en Kanaalkeuze (fase II)

De behoefte aan ondersteuning door middel van macro-georiënteerde programmahulp van de verschillende landen is met name bepalend voor de prioriteitsstelling van de landen die op basis van de kwaliteit van het gevoerde beleid (fase I) voor deze finan-ciële onder-steuning in aanmerking komen.

De prioriteitsstelling van landen wordt vastgesteld op basis van de volgende karakteristie-ken:


1. 'IDA-eligibility', welke uitdrukking geeft aan de relatieve armoede en de toe-gang tot de inter-na-tio-nale kapitaalmarkt


2. schuldensituatie/financieringskloof


3. netto ODA-stromen


4. continuïteit in het Nederlandse beleid

ad. 1. De International Development Association (IDA) stelt aan de hand van de mate van relatieve armoede van een land en de toe-gang tot de interna-tio-nale kapi-taal-markt vast of een land aan de eisen voldoet voor zachte leningen van de Wereld-bank. Deze karak-teris-tieken worden ook gehanteerd bij de prioriteitsstelling van landen voor macro-geori-nteer-de programmahulp.

De internationale tendens van teruglopende budgetten voor ontwikkelingssamen-wer-king en de doelstelling van armoedebestrijding noopt tot een concentratie van de hulp op de arme-re landen. Bin-nen deze groep 'IDA-eligible' landen wordt bij-zon-de-re aan-dacht gericht op steun aan de minst ont-wik-kel-de landen (MOL's).

ad. 2. De totale behoefte aan macro-georiënteerde programmahulp wordt, mede aan de hand van een 'fiscal framework', be-paald door de finan-cie-rings-kloof en de mate van ver-schul-di-ging. Hierbij wordt reke-ning ge-houden met het geheel aan hulp dat het betreffende land ont-vangt van de rest van de inter-nati-onale ge-meenschap. Donor-coördinatie is in dit kader dan ook van groot belang om te voor-komen dat de con-centratie van hulpgel-den de absorp-tieca-paciteit van een land te boven gaat.

Bij schuldverlichting speelt bovendien de omvang en de structuur van de uitstaan-de schuld een bepalende rol bij de keuze tussen landen die in aanmerking komen voor onder-steuning van Nederland. Deze zwaarte van de schuldenlast wordt geanalyseerd aan de hand van een aantal schuldindicato-ren.

ad. 3. De net-to ODA-relatie om-vat de hulp die Neder-land aan het be-treffen-de land geeft, gecorri-geerd voor financiële middelen die uit deze landen naar Neder-land terug-vloei-en. Laatstgenoemde uit-stroom heeft betrekking op betaling van rente en aflos-sing op uit-staan-de leningen die in het verleden door Nederland zijn verstrekt in het kader van de ontwik-kelings-samenwerking. In de praktijk blijken slechts enkele landen een nega-tieve netto ODA-relatie met Nederland te hebben. Dit criterium zal daarom m.n. van belang zijn voor de landen waar een dergelijke situatie zich in het kader van een exit-strate-gie voor-doet.

ad. 4. Nederland heeft in de jaren negentig aan een aantal landen meerdere jaren achter-een een sub-stan-tieel bedrag aan macro-georiënteerde programmahulp gege-ven. In de landen-scree-ning zijn landen geselecteerd waar-mee Neder-land een structu-rele bilaterale ontwikke-lingsrelatie verder wil uitbou-wen. In de komende jaren zal de struc-turele macro-geori-nteerde programmahulp dan ook worden gecon-cen-treerd op deze -lan-den en worden met deze landen meerjarige afspraken gemaakt. Op deze wijze wordt een grotere conti-nu-teit bereikt- bij de verlening van macrogeorienteerde programmahulp.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie