Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief ontwikkelingssamenwerking over bezoek bali

Datum nieuwsfeit: 06-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

26800V00.056 brief min os t.g.v. verslag bezoek bali Gemaakt: 14-12-1999 tijd: 15:22 RTF


26800 v Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2000

nr. 56 Brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 6 december 1999

Hierbij heb ik het genoegen u aan te bieden het verslag van mijn bezoek aan Mali dat in de tweede helft van oktober jl. plaatsvond.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

E.L. Herfkens

Verslag bezoek Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

aan Mali

17-23 oktober 1999

Inhoudsopgave

I. Samenvatting en Conclusies

II. Hoofddoelen van het bezoek

II.a. Hulp Helpt

II.b. Oriëntatie op de macro-economische-sociale en

politieke situatie in Mali

II.c. Oriëntatie op het Nederlandse programma en de sectorale benadering

III. Overige aandachtsvelden

III.a. Revue de l'Aide/Club du Sahel/Donorcoördinatie

III.b. ECOMOG

III.c. Veiligheidsraad

III.d. SNV en MFO's

III.e. Cultuur

Bijlagen

Bijlage I Afspraken

Bijlage II Programma bezoek Mali

I. Samenvatting en Conclusies

Van 17 tot 23 oktober jl. bracht ik een werkbezoek aan Mali waar ik mij op de hoogte stelde van het Nederlandse hulppro-gramma en de voortgang van de sectorale benadering, de mate waarin de hulp werkt en de alge-mene situatie in Mali. Ik voer-de daartoe gesprek-ken met President Ko-naré, de Vice-Mini-ster Presi-dent, de Ministers van Financiën en van Buiten-landse Zaken, de voor het Neder-land-se pro-gram-ma be-lang-rijke vak-ministers, verte-gen-woor-di-gers van re-ge-rings-en oppo-si-tie-par-tij-en, de voormalige president Amadou Toumani Touré, vertegen-woor-digers van bi- en multi-late-rale donoren, een (ESAF)missie van IMF/WB en be-zocht "in het veld" een aantal program-ma's waaraan Nederland steun verleent, zoals het Office du Niger (geïrrigeerde rijstteelt/voedselzekerheid), gezond-heidszorg-centra aan de basis, een onderzoekscentrum, het UNES-CO monu-ment Djenné en een scholenge-meen-schap. Gebruik-makend van het feit dat de Amerikaanse Secretary of State Albright en ik gelijktij-dig in Mali aanwezig waren, werd een bijeenkomst gerealiseerd om de Malinese troepen te bedanken voor hun inzet voor con-flictpreventie en vredeshandhaving in de regio. Verder waren er gesprekken met SNV, Nederlandse ontwik-kelingswerkers in Mali en leden van het team van de Directie Inspectie Ont-wikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB), dat momen-teel een evaluatie doet van het Nederlandse programma in Mali.

Het was een goed opgezet, interes-sant en ge-slaagd be-zoek. Ik was onder de indruk van het warme ont-haal en de gast-vrij-heid van de Malinezen.

Zoals ik ook tijdens de lokale persconferentie kon meedelen zijn mijn conclusies over het Nederlandse hulpprogram-ma in Mali positief, omdat ik constateerde dat in Mali de hulp wel degelijk helpt, het geld goed besteed en duur-zaam-heid nage-streefd wordt. Dit laatste vooral door de inzet van de mensen waar-om het gaat.

Positief was ik ook over hetgeen Mali de laatste tien jaar bereikt had, zeker waar het het gehalte aan democratisering, het onlangs in-gezette decentralisatieproces en de resul-taten op macro-eco-nomi-sche terrein betreft. Minder positief ben ik over de struc-turele hervormingen. Het is mij geble-ken, dat Mali op macro-econo-misch terrein goede resulta-ten heeft be-reikt, maar dat de hervor-mingen van het overheids-ap-paraat de laatste jaren achter-bleven, waar-door mo-men-teel, bij tegenval-lers als dalende katoen-prijzen, de macro-econo-mische resul-taten grote risico's lopen en het HIPC completion point in december a.s. niet gehaald dreigt te worden. Boven-dien is het Mali tot nog toe onvoldoene gelukt de sociale in-dicatoren te ver-beteren.

Ik heb zowel mijn waardering over het bereikte als mijn zorg over bovenstaande constater-ingen uitge-sproken in de gesprekken met betreffende be-windslieden en de Presi-dent.

Ook heb ik geconstateerd, dat in Mali in-voe-ring van de secto-rale benadering niet gemak-kelijk zal zijn. Aan Malinese kant behoeft de coördinatie van de hulp op nationaal niveau de nodige aan-dacht. Op dit mo-ment zijn drie Mini-steries verant-woordelijk voor de hulp. Dit zal m.i. op den duur terug-gebracht moeten worden naar één Mini-sterie met duidelijke budgetverantwoordelijkheid. Aan donorzijde is verdere afstemm-ing van groot belang. Op dit moment is Nederland de enige bilaterale donor die de sectorale benadering volgt. Daarnaast is in Mali uiter-aard sprake van in-sti-tuti-onele zwak-te. Dit tezamen maakt dat in-voe-ring van de secto-rale benade-ring zowel aan Malinese als aan donorzijde de nodige -tijd, mid-delen en mens-kracht zal vragen.

Bij de implementatie van het in 1997 gestarte OECD-initiatief Revue de l'Aide (in-tus-sen ge-trok-ken door de Club du Sahel) ter ver-be-ter-ing van de hulp blijkt de voortgang nog beperkt te zijn. Ech-ter het feit dat er sprake is van een pilot-activi-teit waarbij de dono-ren hun regelge-ving ter-zijde kun-nen zet-ten om het hulpsysteem te verbe-teren, maakt dit ini-tia-tief uniek. Middels het Neder-landse Voorzit-ter-schap van de Club du Sahel zal er de komende twee jaar alles aan gedaan worden dit ex-pe-ri-ment te ondersteunen.

Ik heb het feit, dat in het kader van de vanaf 1994 in-gevoerde programmatische aanpak in Mali projecten in eigen Nederlands beheer zijn afgebouwd, als positief ervaren. De rol van Neder-land-se deskun-dig-heid is teruggebracht en omgezet in die van advis-eur. De benodigde technische as-sistentie bij de sec-to-rale benader-ing verdient verdere aandacht.

Ik heb in Bamako aangegeven dat het Nederlandse pro-gram-ma zich in principe voorlopig kan blijven richten op de werkter-rei-nen gezondheid, onderwijs, plat-te-landsontwikkeling en mi-lieu. Of deze werkterreinen ook tot vier sectoren omgevormd zullen worden staat nog niet vast, maar op korte termijn zal hierover uitsluitsel moeten komen.- Ook kan cul-tuur nog enkele jaren als aandachts-veld blijven bestaan.

II. Hoofddoelen van het bezoek

II.a. Hulp helpt

Door de bezoeken aan o.m. het Office du Niger (ON), de onder-wij-sinstellingen en de dorps cq. districts gezondheidscentra, heb ik kun-nen con-stat-eren dat de Nederlandse hulp een posi-tie-ve bij-drage levert. Nederland was als één van de eerste dono-ren bereid de situatie in het vervallen ir-rigatiegebied van het ON serieus te nemen en ge-richt te ondersteu-nen zodat niet alleen het areaal uitbreidde, maar ook de produktie van rijst van 2 naar 6 ton per ha. groeide en het ON momenteel de vraag van boeren om land niet meer bij kan benen. De inge-zet-te posi-tie-ve ont-wik-ke-lin-gen heb-ben andere dono-ren aange-trok-ken en inmid-dels is het gebied van de ON een rela-tief welva-rend ge-bied. Nederland heeft er ook toe bij-gedragen dat vrouwen be-trok-ken raken bij de activiteiten van het ON en hun positie verbe-teren in het gebied van de ON. Ik was onder de indruk van het werk dat verzet werd en het feit, dat ook zonder Neder-landse technische assistentie (de laat-ste paar jaar sterk afge-nomen) het werk daadkrachtig wordt voortgezet.

Ik bezocht een tweetal gezondheidscentra die geheel door Ma-linese staf en de bevolk-ing zelf gerund werden. De centra maakten op mij een goede indruk, een actieve staf gaf met kennis van zaken informatie over het werk en het be-heer van de centra, waarbij de spe-ciale aan-dacht voor moeder en kind, geboor-tenbeperking en aidspro-gram-ma's naar voren kwam. Ik con-stateerde dat juist in een land als Mali, waar de geboorte-cijfers hoog zijn, de aandacht voor de repro-ductieve gezond-heidszorg slechts moeizaam op gang komt. Culturele fac-toren spelen daarin een belangrijke rol. Ik heb bena-drukt dat bin-nen het Nederland-se programma de reproductieve gezondheid-szorg aan-dacht zal blijven houden evenals aids. Ook hier was ik onder de indruk van de inzet van de mensen zelf en het feit dat men in staat is met de finan-ciele bijdragen van de bevolk-ing uit de streek de centra te laten functioneren.

Bij het bezoek aan een scholengemeenschap in de volkswijk Daoudabougou van Bamako kwam eenzelfde betrok-kenheid van ou-ders en leerlingen bij het welslagen van de school naar voren.

Niet alleen heb ik tijdens mijn veldbezoeken kunnen waarnemen dat de hulp in Mali geholpen heeft, maar ook dat er sprake is van duurzaamheid, want in alle gevallen zijn het de Malinezen zelf die het beheer en uitvoering van de projecten in eigen hand hebben. Ik heb in het kader van duurzaamheid tijdens al mijn bezoeken, en zeker in het veld, bena-drukt dat Nederland alleen kan en wil helpen als men zich-zelf helpt.

II.b Oriëntatie op de macro-economisch-sociale en politieke situatie in Mali

Mali was en is één van de allerarmste landen in de wereld. Ik heb dan ook grote waarder-ing voor het feit dat het land de laatste zes jaar in staat is geweest de macro-economische situatie op orde te krijgen, een groei van gemiddeld 5% per jaar te behalen, de inflatie drastisch te beteugelen en het overheidstekort beheersbaar te maken. Ik heb de Minister van Finan-ciën hiermee gecomplimenteerd. Echter tijdens het ge-sprek met de net aange-ko-men missie van We-reld-bank en IMF (ESAF Art. IV) werd mij duide-lijk dat de situatie zich inmiddels minder rooskleurig ontwikkelt. Door de recente sterke daling van de katoenprijzen wordt zichtbaar dat de structurele hervormingen van het overheidsapparaat (zowel privatiseringen als reor-ganisatie van de Ministe-ries) te ver achter gebleven zijn en het positieve macro-economisch plaatje nu aan risico's bloot-gesteld is. Dit zwakke hervor-mingsbeleid kwam dit jaar ook naar buiten in de electriciteitssector, waar aan de toegenomen vraag naar elektriciteit als gevolg van de economische groei niet vol-daan kon worden hetgeen tot grote pro-blemen (-1 % groei BNP) en irritatie onder de bevolking leidde. Het stru-c-turele her-vor-mingsbeleid stagneert sinds twee jaar, maar door de goede macro-economische resultaten tot nu toe hadden WB en IMF de Malinese autoriteiten het voordeel van de twijfel gege-ven. Deze fase is echter voor-bij. De gevolgen van dalende katoenprijzen, de achtergebleven hervormin-gen en de stagnatie in sociale indicatoren zouden zouden ernstig kunnen zijn, want -niet al-leen stag-neert de eco-no-mie, maar ook het HIPC com-ple-tion point, voor-zien voor de-cem-ber a.s., dreigt daardoor niet ge-haald te wor-den. De groot-ste pro-blemen doen zich voor in de ka-toen-sec-tor, de fi-nan-ciële sec-tor, energie (m.n. elek-tricit-eit), het onder-wijs en de platte-lands-ont-wik-ke-ling. WB enIMF hopen binnen twee weken tot een vergelijk met de Mali-nese overheid te komen over stap-pen tot verbetering van de situa-tie.

V.w.b. het sociale beleid heb ik kunnen constateren dat Mali de laatste jaren ruim eenderde van haar begrot-ing aan de so-ciale sectoren uitgeeft. On-danks de economische groei heeft men de sociale indicatoren hiermee echter on-vol-doende kun-nen verbe-teren. Hie-raan zijn de achterblijvende struc-tu-rele her-vor-mingen en beperk-te menselijke en in-stitutionele capacit-eit binnen deze secto-ren en deels ook de bevolkingsgroei de-bet. Het is mij gebleken dat de situa-tie in de sector onder-wijs ernstiger is, dan die in de gezond-heidssector. Geschrok-ken ben ik van het feit, dat een oneven-redig groot deel van de uitga-ven in de sector onderwijs naar beurzen in het tertiaire on-der-wijs gaan en de omvang van het bedrag aan deze beurzen de laatste vier jaar met 250% gestegen is (bron: Public Expendi-ture Review door de WB van de sector onderwijs van september jl.). Ook heb ik in de klassen die ik bezocht en de gesprekken die ik voerde geconstateerd dat de deelname van meisjes aan het on-der-wijs nog veel te wensen overlaat.

Ik heb zowel de zorg over het achterblijven van de structurele hervormingen, het daardoor niet behalen van het HIPC-comple-tion point en de stagnatie in sociale indicatoren duidelijk uit-ge-spro-ken in de gesprekken met mijn Malinese ge-spreks-part-ners in de regering. Een ieder, waaronder President Konaré, deelde mijn zorg, maar men gaf ook aan dat de We-reld-bank zelf ook niet altijd de eigen afspraken nakomt en dat Mali met een zeer lage capa-ci-teit en ge-brek aan fi-nan-ciele middelen kamp-t. Dit wordt ver-sterkt door het feit dat inter-nation-ale or-ganisaties de goede mensen "weg-ko-pen". Pre-sident Konaré deel-de bovendien in uit-gesproken vorm mijn zorg over de situ-atie in het onder-wijs. Hijzelf was voor-nemens een comité in het leven te roepen om de situatie rond het onder-wijs uit het slop te halen.

M.b.t.het (goed) bestuur van Mali heb ik overigens ook zeer positieve informatie ontvan-gen en ervaringen opgedaan. Zo is de inzet van de mensen bij zaken die henzelf betreffen groot. Dit wordt in de nabije toekomst versterkt door het om-vangrijke decentralisatieproces dat met de lokale verkiezingen van mei/juni jl. in het gehele land ingang gezet is. Ook het par-ticipatieve karakter van beleidsontwikkeling is daarvan een voorbeeld. Uit gesprekken met de vertegen-woordigers van op-positie en regeringspartijen, bijv. met ex-president Amadou Toumani Touré en uit eigen observaties in Mali werd mij duide-lijk dat de democratie wortel geschoten heeft, ondanks het feit dat de dialoog tussen de twee groeperingen van politieke par-tijen al enige jaren stagneert. Van de op-positie was ik minder onder de indruk m.n. omdat men in hun uit-een-zetting vooral gericht was op het verleden en geen ideeën en plannen voor de toekomst leek te hebben ontwikkeld. De op-positie en enkele andere gesprekspartners verweten de regeringspartijen een in-cor-rec-te kies-lijst (teveel ge-re-gis-treer-de kie-zers) niet te willen bij-stel-len. Deze hou-ding van de rege-ringspar-tijen vormt het voor-naam-ste struikel-blok in de stag-nerende dialoog tussen de beide groepen poli-tieke par-tij-en. Over-wogen moet worden hoe en of de Neder-landse Am-bas-sade in Bamako bij het nader tot elkaar bren-gen van op-positie en re-geringspar-tijen een rol kan spelen.

Ik heb geconstateerd dat er in Mali een grote mate van pers-vrijheid is, zoals ook bleek uit de aanwezigheid van een di-vers gezelschap (zowel TV als schrijvende pers) aan jour-nalis-ten op de lokale persconferentie en de kritische hou-ding die velen, inclusief de aan de regering gelieerde pers, in-nemen tegenover de Malinese rege-ring. Ook viel mij de hoge kwalit-eit van de lokale pers op.

De wijze waarop Mali omgaat met aansturing en coör-dinatie van de hulp verdient verbetering. Nederland blijkt met drie Mi-nis-te-ries van doen te hebben (Buitenlandse Zaken, Plan-ning en Fi-nanciën) om tot een bepaling en uitvoer-ing van het pro-gramma te komen. Ik heb hie-rover mijn zorg uitgesproken en erop aan-gedrongen te komen tot één coördine-rend Minis-te-rie dat te-vens budget-taire zeggen-schap heeft. In mijn visie zou dat het Mi-nisterie van Planning of Financiën die-nen te zijn

II. c. Oriëntatie op het Nederlandse programma en de sec-torale benadering

Zoals gezegd wordt de hulp in Mali op nationaal niveau nog on-vol-doende gecoör-dineerd door één Mini-sterie met bud-get-ver-ant-woor-de-lijk-heid. Dit samen met de afwezigheid van een kri-ti-sche massa aan dono-ren die de sec-torale bena-der-ing na-streeft en de institutionele zwakte in het land, maakt -dat in-voer-ing van de sec-torale bena-der-ing in Mali als een uit-da-ging beschouwd kan worden.

Ik heb tijdens de bijeenkomst met Nederlandse ontwik-kelings-werkers en de medewerkers van de Nederlandse Am-bas-sade in Bamako aangegeven dat het con-cept secto-rale bena-dering wat ruimer geïnterpreteerd zou kunnen worden zodat de samenhang tussen onderwijs, ge-zondheid, milieu en eco-nomie gewaar-borgd wordt. Er moet binnen de secto-rale benader-ing evenwicht kun-nen worden gebracht tussen de sociale en productieve sectoren. Bovendien moet het moge-lijk zijn decentralisatie in sectorale program-ma's onder te brengen. Ik doel bij decentralisatie ook op de decentra-lisatie van de over-heidsdiensten.

Verder is mij in Mali opnieuw gebleken, dat de sector plat-telandsontwikkeling vanwege de om-vang en breedte van beleid en activiteiten die tot deze sector gerekend worden, in de hui-dige sectorale benadering -moeilijk een plek kan krijgen. Dit betreur ik, omdat Nederland juist in deze sector ervar-ing en deskundigheid heeft opgebouwd.

Ik heb nog eens duidelijk gemaakt dat er geen blauwdruk vanuit Den Haag voor de sectorale benadering per land aangeleverd gaat worden. Elk land dient aan de sectorale benadering vol-gens de behoef-tes en mogelijkheden van het land in kwestie en de aard van het Nederlandse hulp-pro-gram-ma vorm te geven.

Ik heb mijn gesprekspartners en de Malinese pers meegedeeld dat Nederland in Mali voorlopig actief blijft in plat-telandspontwikkeling, milieu, gezondheid, onderwijs en cul-tuur. In het eind-gesprek met de medewerkers van HMA Bama-ko heb ik mijn twij-fels uitge-sproken over de Nederlandse steun aan de sector basis-onder-wijs, omdat 1) Nederland geen speci-ale kennis op dit terrein heeft, 2) het Minis-te-rie van- Basis-on-derwijs in Mali slecht blijkt te func-tio-neren en 3) de Mali-nese over-heid de uitga-ven -voor het tertiair onderwijs nau-welijks- beteu-gelt, zeker niet waar het beurzen voor studen-ten betreft. Overigens heb ik ook aangegeven dat het argument dat Nederland een be-langrijke trekkers-func-tie speelt in deze sector in Mali voort-zetting van interventie in deze sector ver-dedig-baar maakt.

De belangrijke rol die Nederland in Mali aan Vrouwen en Ont-wikkeling (V&O) toekent heb ik van harte on-dersteund, want uit het veldbezoek is me duidelijk geworden dat er nog veel ge-beuren moet voordat de situatie van de vrouw werkelijk verbe-terd is. Ik heb benadrukt dat niet kan worden volstaan met mainstreaming van V&O in de gekozen sectoren, maar dat ook aparte ac-tivit-eiten buiten de gekozen sectoren nodig blijven.

Ik heb gewezen op de nood-zaak van moni-tor-ing en beïn-vloe-ding van mul-ti-late-rale orga-nisaties en in-for-matie-ver-strek-king hier-over door zowel de medewerkers van de Ambas-sades als de amb-tenaren in Den Haag.

Ook benadrukte ik de noodzaak om het reguliere formele beleids overleg met de nationale autoriteiten in de 17+3 landen op-nieuw in te stellen.

III. Overige Aandachtsvelden

III.a. Revue de l'Aide/Club du Sahel/ Donorcoördinatie

Tijdens een bijeenkomst met de belangrijkste bi- en multi-laterale donoren en enkele vertegenwoordigers van de Malinese overheid is mij gebleken, dat in het OECD-in-itiatief 'Revue de l'Aide'(inmi-ddels "getrokken" door de Club du Sahel) ter- verbe-te-ring van het hulpsysteem in Mali nog weinig voortgang geboekt wordt. De gesprekspartners gaven als belangrijkste reden aan de be-perkte capaci-teit aan ontvan-gende kant om het owners-hip werkelijk inhoud te geven. Maar ook aan donor-kant is de samenwerking be-perkt. Ik heb Tanzania aan-ge-haald als voor-beeld van een land waarin do-nor-co-ördi-na-tie en hulp-ver-be-te-ring op dit moment meer perspectief bieden, omdat daar een aantal gelijkgezinde, do-noren (Neder-land, Uni-ted King-dom en Noor-we-gen) aan-we-zig is. Gezien echter het be-staan van de Revue de l'Aide, waar-bij donoren hun eigen regelgeving opzij kunnen zetten en bin-nen het in-formele plat-form dat de Club du Sahel biedt el-kaar aan kun-nen spre-ken op ge-drag dat niet conform de af-spraken is, doet zich in Mali een unieke -situatie voor om het hulpsysteem te verbeteren. Ik zal er met het Nederlandse Voor-zit-terschap van de Club du Sa-hel alles aan doen om dit ex-peri-ment te faciliteren.

Ik heb tijdens het gesprek met de belangrijkste bi- en multi-laterale donoren -mijn be-leid m.b.t. de sec-to-rale benadering uit-een-ge-zet. Ik heb daar-bij mijn zorg uitge-sproken over de afwe-zig-heid van één coör-dine-rend Mini-sterie en het feit dat al-leen Neder-land als bilate-rale donor de sectorale be-nadering volgt. Ik wees erop, dat het Mini-sterie van Buitenlandse Zaken niet het meest aan-gewezen Mini-sterie is voor de coör-dinatie van de hulp, omdat hulp en ontwik-keling m.i. een bin-nenlandse aange-legen-heid is.

III.b. ECOMOG

Er is van de aanwezigheid van Secretary of State Albright gebruik gemaakt om gezamenlijk de Malinese ECOMOG-troepen te bedanken voor hun bijdrage aan verschillende vredesoperaties in Afrika. Ik heb in mijn speech benadrukt dat ik in mijn beleid aandacht zal blijven geven aan con-flictpre-ventie en vredeshandhaving in Afrika en heb daarbij het ver-band gelegd tussen ont-wik-ke-ling en vrede.

In mijn gesprekken met President Konaré en de Mini-ster van Buiten-land-se Zaken heb ik aangegeven dat ik de bijdrage van Mali aan ECOMOG in Sierra Leone ook in de nabije toekomst financië-el wil steunen (inclusief transport-kosten) als de gele-gen-heid zich voor-doet, hetgeen afhankelijk is van de uit-komst van de debat-ten hierover in de Veiligheidsraad.

III.c. Veiligheidsraad

In de week voorafgaande aan mijn bezoek aan Mali is dat land in de Veiligheidsraad gekozen. Bij de President en de Minister van Buitenlandse Zaken heb ik mijn felicitaties daar-voor over-ge-bracht. De Mini-ster van Buitenlandse Zaken herinnerde er aan dat Mali voor de Nederlandse kandidatuur campagne had gevoerd in de regio en dat Mali inmiddels met tevredenheid heeft vast-gesteld, dat Nederland haar beloftes waarmaakt. Voorbeelden daarvan zijn de open debatten die Nederland als voorzitter or-ganiseerde over Afrika en de problematiek van de kleine wa-pens. Hij sprak hiervoor zijn waardering uit.

Het feit dat Nederland en Mali gedurende een jaar bei-den lid van de Veiligheidsraad zijn, leidde tot de vaststelling dat de inzet van beide landen op de meeste onderwerpen overeen komt en dat er een sterke wil tot samenwerk-ing is. Ik heb zowel aan de Presi-dent als aan de Minis-ter van Bui-ten-landse Zaken de brief aan de Tweede Kamer van ok-tober vorig jaar over onze voornemens in de Veiligh-eidsraad over-handigd.

III.d. SNV en MFO's

Tijdens het gesprek met SNV heb ik mijn waardering uitgespro-ken voor hun werk in het kader van de decentralisa-tie/lokaal bestuur. Ik heb benadrukt dat SNV voor mij meer is dan alleen een uitzendende organisatie. Ook heb ik erop gewe-zen dat het tijd is dat Nederland een duidelijk beleid voor technische assistentie ont-wik-kelt in het licht van het nieuwe beleid van de secto-ra-le benader-ing.

Tijdens het gesprek met SNV heb ik met genoegen geconstateerd dat in Mali de samen-wer-king enerzijds tussen de Ambassade en SNV en anderzijds tussen de Nederlandse Ambassade en de Mede-financierings organisaties bin-nen de sectorale benader-ing in een com-plementai-re relatie moge-lijk blijkt te zijn. De samen-werking met BI-LAN-CE (CO-RDAID) is hiervan in de stedelijke pro-blema-tiek een voor-beeld. Bin-nenkort vindt bovendien overleg plaats tussen Mali-nese coun-ter-parts van de MFO's en de Nederland-se Am-bassade om na te gaan hoe de sa-menwer-king binnen de sectorale benader-ing vorm kan krijgen.

III.e. Cultuur

Ik bezocht de oude stad Djenné en liet mij informeren over de door Nederland gesteunde restauratie van delen van de stad in het kader van het behoud van het cultureel erfgoed van Mali. Ik ben overtuigd van het belang van dit soort activiteiten in een land als Mali omdat daarmee zowel de eigen identiteit als het toerisme bevorderd worden. Tijdens de persconferentie met de Malinese pers en de debrief-ing met HMA Ba-mako en mijn de-legatie -heb ik dan ook meegedeeld, dat cul-tuur als apart aan-dachts-veld naast de sectoren voorlopig kan blijven bestaan. Wel heb ik een tijdslimiet inge-bouwd door te stellen dat de bestaande ac-tiviteiten in de huidige vorm bin-nen een jaar of vijf dienen te wor-den afge-bouwd.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie