Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag verhandelde in openbare vergadering Enkhuizen

Datum nieuwsfeit: 06-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Enkhuizen

Zakelijk verslag van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad der gemeente Enkhuizen, gehouden op maandag 6 december 1999 te 20.00 uur in het stadhuis, Breedstraat 53, 1601 KA Enkhuizen.

Agenda

Voorstelnr


1.

Opening.

1a.

Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemming.


2.

Verslag van de vergaderingen van 1 en 8 november 1999.


3.

Ingekomen stukken en mededelingen.

152

4

Statutenwijziging en grondverkoop Stichting Jachthaven Enkhuizen.

91

5

Pilots kerntaken.

96

6

Subsidieprogramma 2000.

151

7

Vaststellen belastingverordeningen 2000.

132

8

Bezoldigingsverordening Enkhuizen 2000.

133

9

Aanpassing bedragen in vergoedingsregeling vrijwillige brandweer Enkhuizen.

136

10

Subsidie Stichting Kinderopvang Harlekijn inzake uitbreiding buitenschoolse opvang.

137

11

Beleidsplan abw1999-2000.

138

12

Wijziging artikel 30 beleidsregels bijzondere bijstand.

139

13

Eindoverdracht bestuur openbaar basisonderwijs.

141

14

Financiële overdracht bestuur openbaar basisonderwijs.

142

15

Aanpassing Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Enkhuizen.

144

16

Vaststellen Havenverordening Enkhuizen 1999.

145

17

Verordening liggelden Enkhuizen 2000.

146

18

Beëindiging subsidiëring Stichting Algemeen Maatschappelijk Werk.

147

19

Verkoop grond achter woning Westerstraat 126.

143

20

Verkoop grond achter woning Westerstraat 124.

148

21

Verkoop grond naast woning Wulpenlaan 26.

149

22

Toekomst sow.

150

23

Rondvraag.

24

Sluiting.


1. Opening.

De voorzitter
opent de raadsvergadering en heet allen van harte welkom. Vervolgens deelt hij mede dat van de heer Bode bericht van verhindering is ontvangen.

De heer Boland
(d66) brengt naar voren dat van op 1 en 2 november gehouden begrotingsvergadering alleen het verslag van de eerste avond is geagendeerd. Is het niet gebruikelijk met de vaststelling daarvan te wachten totdat ook het verslag van het tweede gedeelte van die vergadering gereed is?

De voorzitter
verneemt dat hiervoor geen vaste regel bestaat.

De heer Hart
(eb) stelt voor pas tot vaststelling over te gaan op het moment dat de notulen van de begrotingsvergadering compleet zijn.

De voorzitter
laat graag aan de raad over te besluiten op welk tijdstip de notulen moeten worden vastgesteld. Hij constateert vervolgens dat een ruime meerderheid ervoor kiest het verslag van het op 1 november gehouden deel van de begrotingsvergadering vanavond vast te stellen.

1a. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen.

De voorzitter
trekt penning nummer 10 uit het mandje en constateert dat volgens de presentielijst eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen bij mevrouw Dangermond.


2. Verslag van de vergaderingen van 1 en 8 november 1999.

Maandag 1 november 1999.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) verwijst naar de bladzijden 10 en 11. In de algemene beschouwing van de heer Dol is gevraagd alsnog een gesprek aan te gaan met de zogenaamde `ex-Dijkliggers'. Heeft dat inmiddels plaatsgevonden?

De voorzitter
antwoordt ontkennend. De bootjesbezitters hebben via de inspraakmogelijkheid die de raadscommissie ab/ez kent in voldoende mate hun zegje kunnen doen. Verder is zowel bestuurlijk als ambtelijk met een aantal betrokkenen meermaals van gedachten gewisseld. Bovendien is de woordvoerder van de betrokken mensen partij geweest in beroep- en bezwaarprocedure.

De heer Van Doornik
(cda) herinnert eraan dat is toegezegd de uitspraak van de commissie voor de beroepschriften aan de raadsleden toe te zenden en dat is niet gebeurd.

De voorzitter
weet dat in ieder geval werd toegezegd de uitspraak ter inzage te zullen leggen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) beweert dat de uitspraak noch is toegezonden noch ter inzage is gelegd.

De voorzitter
zegt toe dat het betreffende stuk alsnog ter inzage zal worden gelegd.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het verslag van de op 1 november 1999 gehouden vergadering conform het ontwerp vastgesteld.

Maandag 8 november 1999.

De heer Boland
(d66) tekent aan dat op bladzijde 12 in de voorlaatste regel van zijn spreekbeurt `De raad' moet worden veranderd in `Het college'.

De heer Tesselaar
(eb) verzoekt de laatste zin van zijn op pagina 20 weergegeven spreekbeurt, te weten `Is een rotonde de veiligste oplossing voor de plek die in het geding is?', te vervangen door `Is een rotonde nodig op de plek die in het geding is?'

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) spreekt naar aanleiding van zijn op bladzijde 26 opgenomen vragen waardering uit voor de schriftelijke reactie die daarop van ambtelijke zijde is gegeven.

De voorzitter
: De heer Baan heeft deze opmerking gehoord.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) meldt naar aanleiding van pagina 27 dat hij nog een antwoord schuldig is op hetgeen de heer De Geus in de rondvraag van de vorige raadsvergadering heeft gesignaleerd. Hem is gebleken dat niet de bedoelde schakelkast op het voetpad is geplaatst, maar het voetpad tegen de bestaande kast is aangelegd. In ieder geval moet worden geconstateerd dat de coördinatie niet vlekkeloos is geweest! Besloten is de kast te verplaatsen, maar dat zal enige tijd in beslag nemen omdat kabels moeten worden verlegd.

De heer De Geus
(rpf/sgp) bedankt de portefeuillehouder voor diens antwoord. Overigens blijkt uit de woorden van de heer Knukkel dat een tekstwijziging wenselijk is. Ongetwijfeld kan de notulist de zinsnede `. . . midden op het voetpad een gigantische kast werd geplaatst; . . .' zodanig aanpassen dat de werkelijke gang van zaken beter wordt weergegeven. De desbetreffende zinsnede dient als volgt te worden gelezen. `. . . het voetpad dermate ongelukkig is aangelegd dat nu een gigantische schakelkast midden op het pad staat; . . .'

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de aangebrachte correcties, vervolgens het verslag van de op 8 november 1999 gehouden vergadering vastgesteld.

3 Ingekomen stukken en mededelingen.

(Voorstel nummer 152, 1999.)


1. Kopie van een bezwaarschrift, de dato 4 november 1999, van mevrouw S.A. Curti te Enkhuizen tegen een wvg-beschikking van 23 september 1999.
Burgemeester en wethouders stellen voor deze kopie voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Jans
(eb) informeert naar de procedure afhandeling van dit ingekomen stuk. Is het in handen van de commissie voor de beroepschriften gesteld?

Voorts wil hij weten hoe wordt gereageerd op de stelling van de briefschrijfster dat de afgesproken termijnen zijn overschreden.

De voorzitter
deelt mede dat het bezwaarschrift in handen van de genoemde commissie is gesteld. Zij zal in haar beoordeling tevens aandacht schenken aan de bewering dat afgesproken termijnen niet in acht zijn genomen.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) maakt naar aanleiding van het antwoord de opmerking dat een bouwvergunning wordt geacht te zijn verleend indien niet binnen acht weken op de betreffende bouwaanvraag is gereageerd. Geldt iets dergelijks niet voor wvg-aanvragen?

De voorzitter
moet het antwoord op deze vraag schuldig blijven. De secretaris zal in overleg met een jurist bekijken wat wettelijk is bepaald en dat laten weten.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


2. Kopie van een brief, de dato 17 november 1999, van de heer J. Mazereeuw te Enkhuizen aan burgemeester en wethouders inzake een schadevergoeding ex artikel 49 wro.
Burgemeester en wethouders stellen voor deze kopie voor kennisgeving aan te nemen.

De heer Boland
(d66) is onduidelijk waarom het college van burgemeester en wethouders niet voorstelt dit ingekomen stuk in commissieverband te behandelen. Tot nu toe zijn planschadeclaims steeds eerst op commissieniveau besproken.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) legt uit dat de brief aan het college is gericht. Een kopie van dat stuk is aan de raad gestuurd en die kan feitelijk niets anders doen dan daarvan kennis nemen. Het originele stuk zal voorzien van een collegeadvies aan de raadscommissie w/ro worden voorgelegd. Met andere woorden: via een omweg komt ingekomen stuk nummer 2 toch bij de commissie terecht.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


3. Brief, de dato 16 november 1999, van Helma Lok-Hörnemann, raadslid, fractie van Verenigd Links/GroenLinks, te Enkhuizen met betrekking tot het zonder overleg verplaatsen van de in het jaar 2000 te houden raadsvergaderingen van de maandagavond naar de dinsdagavond.

Burgemeester en wethouder hebben schriftelijk meegedeeld dat deze aangelegenheid aan de orde is geweest in het fractievoorzittersoverleg van 18 november 1999. Naar aanleiding van dat overleg is het vergaderschema voor het jaar 2000 met inachtneming van de gemaakte opmerkingen aangepast.

De heer De Geus
(rpf/sgp) kondigt aan twee opmerkingen te zullen maken.

Tijdens het fractievoorzittersoverleg heeft spreker laten weten grote moeite te hebben met het aangeboden vergaderschema, want dat verstoort de mogelijkheden die zijn arbeidssituatie biedt. Vandaar dat hij zich achter de brief van mevrouw Lok schaart en graag zal zien dat wordt bekeken wat al dan niet in de laatste vier maanden van 2000 mogelijk is.

Het gecorrigeerde vergaderschema is niet bij spreker terechtgekomen en hij verzoekt hem dat alsnog te doen toekomen.

De voorzitter
belooft dat de heer De Geus het gevraagde zal krijgen.

De heer Jans
(eb) was in eerste instantie verbaasd en later verontwaardigd toen hij bemerkte dat de vergaderdag was gewijzigd. Veel raadsleden hebben een normale baan en moeten in een aantal gevallen rekening houden met werkroosters die voor een heel jaar worden gemaakt. Daarin is de maandag voor de politiek vrijgehouden, zodat problemen ontstaan wanneer opeens een andere vergaderdag wordt gekozen. Gelukkig heeft voor het eerste halfjaar van 2000 een correctie plaatsgevonden, maar het tweede halfjaar levert nog problemen op. Daarover zal alsnog moeten worden gesproken.

De heer Dol
(vl/gl) meent dat sprake is van een communicatieprobleem. Mevrouw Lok heeft uitstekend verwoord dat data niet zomaar kunnen worden veranderd. Zijns inziens behoort deze materie in de daarvoor bestemde raadscommissie te worden bediscussieerd.

De voorzitter
lijkt het, gehoord de gemaakte opmerkingen, goed één en ander voor de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie ab/ez te agenderen. Het college had goede redenen om een andere vergaderdag te kiezen, maar kennelijk stuitte die bij bepaalde raadsleden op bezwaren. Het is verstandig op dit moment de discussie te sluiten en in de commissiebijeenkomst nog een kort rondje aan deze kwestie te wijden om de knoop snel te kunnen doorhakken.

De heer Hart
(eb) toont zich verontwaardigd over de uitspraak dat nu geen besluit wordt genomen en in de commissie met een kort rondje zal worden volstaan. Een agenda die al jarenlang op maandag wordt gepland, is zonder enig overleg met de raadsleden die niet aan het fractievoorzittersoverleg kunnen deelnemen opeens gewijzigd. Daarvoor kan geen begrip worden opgebracht!

De voorzitter
: Ik ben hier stil van.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor algemeen bestuurlijke en economische zaken.


4. Brief, de dato 1 november 1999, van de Commissie Landelijk Schoon van het Westfries Genootschap met betrekking tot burgerbebouwing in het landelijke gebied.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

De heer Jans
(eb) weet vrijwel zeker dat dit schrijven reeds in de commissie is behandeld.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Inderdaad.

De voorzitter
concludeert dat deze brief van de lijst van ingekomen stukken moet worden verwijderd.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.


5. Brief, de dato 25 november 1999, van F.L.M. Laan te Enkhuizen met betrekking tot de schotten aan de flat aan de Jan Gooskaai en over de hoge snelheid waarmee op de Sebastiaan Centenweg wordt gereden.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.


6. Motie, de dato 5 november 1999, van de gemeente Oss met betrekking tot het functieloon voor wiw-medewerk(st)ers.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen.

De heer Dol
(vl/gl) zal graag zien dat de achtergrondinformatie die bij deze motie hoort aan de gemeente Oss wordt opgevraagd en bij de stukken voor de raadscommissie ow/sv wordt gevoegd.

De voorzitter
doet de toezegging dat de secretaris van de raadscommissie ow/sv zal worden gevraagd de bedoelde informatie op te vragen en aan de commissieleden beschikbaar te stellen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


7. Brief, de dato 15 november 1999, van de Stichting Welstandszorg Noord-Holland te Amsterdam met betrekking tot de aanbieding van de nota `Welstandszorg Noord-Holland 2000'.

8. Brief, de dato 21 november 1999, van het Sociaal Beraad Enkhuizen te Enkhuizen met betrekking tot het niet meewerken aan de vestiging van minimawinkels.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor openbare werken en sociale voorzieningen.


9. Brief, de dato 12 november 1999, van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw te Huizen met betrekking tot liquiditeitspositie van de Stichting Verantwoord Wonen te Nieuwerkerk aan de IJssel.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.

De heer Jans
(eb) verenigt zich met het collegevoorstel. Van deze gelegenheid maakt hij gebruikt om erop te wijzen dat de onderhavige stichting eigenaresse van het Snouck van Loosenpark is en wellicht het predikaat `toegelaten instelling' zal verliezen met alle gevolgen van dien. De fractie van Enkhuizer Belang zal daarom graag zien dat tijdens de commissievergadering over àlle relevante informatie kan worden beschikt.

De voorzitter
verheelt niet dat het college de zorg van de heer Jans deelt. Ook die zal in de commissie kunnen worden besproken.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10. Brief, de dato 20 november 1999, van J. Boeder te Enkhuizen met betrekking tot de parkeersituatie aan de Frieseweid.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor financiën en onderwijs.

11 Burgemeester en wethouders hebben verzoeken om vrijstelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ontvangen voor het bouwen van:

a. een bedrijfsgebouw aan De Trompet in opdracht van Vrodest Enkhuizen bv;
b. een bedrijfsgebouw op de hoek Kruitmolen-Het Witte Hert in opdracht van Blokinvest bv.

Burgemeester en wethouders zijn voornemens om ten behoeve van de onderhavige verzoeken de in de artikelen 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vervatte vrijstellingsprocedure te voeren.

Ingevolge artikel 19, derde lid, van voornoemde wet bestaat echter de mogelijkheid dat de gemeenteraad in plaats van burgemeester en wethouders de in het kader van de vrijstellingsprocedure noodzakelijke beslissingen neemt, indien ten minste een vijfde deel van het aantal raadsleden (in casu vier leden) daartoe de wens te kennen geeft.

Burgemeester en wethouders stellen voor:

a. in te stemmen met het voeren van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor bovengenoemde plannen;

b. geen gebruik te maken van de raadsbevoegdheid zelf te beslissen, maar dat aan burgemeester en wethouders over te laten;

c. voor zover een inhoudelijke behandeling van bovengenoemde bouwplannen of één daarvan gewenst is deze te laten plaatsvinden in de op 20 december 1999 te houden vergadering van de raadscommissie voor welzijn en ruimtelijke ordening.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


4. Statutenwijziging en grondverkoop Stichting Jachthaven Enkhuizen.

(Voorstel nummer 91, 1999.)

De heer Jans
(eb) dient de volgende moties in.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,

in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999, gelet op:
raadsvoorstel nummer 91, de dato 8 november 1999, inhoudende een statutenwijziging van de Stichting Jachthaven Enkhuizen; overwegende:
dat in de huidige conceptstatuten onvoldoende de belangen van de gebruikers van de jachthaven zijn opgenomen, alsmede onvoldoende maatregelen zijn genomen om verkoop van de jachthaven aan derden te voorkomen;
voorts overwegende:
dat een stichting niet de meest democratische ondernemingsvorm is, waardoor alle zaken goed in de statuten geregeld dienen te worden; verzoekt burgemeester en wethouders:
de statuten te herzien, vooral de volgende onderdelen:


- de samenstelling van het bestuur (uit welke geledingen samengesteld);

- voldoende waarborgen inbouwen, zodat verkoop van de jachthaven aan derden niet zonder instemming van gebruikers en de gemeente Enkhuizen kan plaatsvinden;

en gaat over tot de orde van de dag.'

Toelichting. In artikel 4 van de conceptstatuten is bepaald dat

`het bestuur moet zijn samengesteld, zodanig dat zoveel mogelijk stromingen binnen het werkgebied van de stichting die zich in de doelstelling van de stichting kunnen vinden zich in het bestuur vertegenwoordigd weten'.

Deze tekst is buitengewoon vaag en geeft, bijvoorbeeld, de watersportvereniging `Almere' niet het recht in het bestuur te zijn vertegenwoordigd. De fractie van Enkhuizer Belang meent dat alle betrokken groeperingen een plaats in het bestuur moeten hebben.

Een ander punt is dat, indien de voorliggende conceptstatuten worden vastgesteld, het bestuur op grond van artikel 14 de bevoegdheid heeft verkregen de statuten te wijzigen. Kortom: elk willekeurig benoemd bestuur kan de statuten veranderen en zelfs besluiten de jachthaven te verkopen. Dit soort consequenties dient nader te worden bestudeerd.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,

in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999, gelet op:
raadsvoorstel nummer 91, de dato 8 november 1999, inhoudende een statutenwijziging van de Stichting Jachthaven Enkhuizen en de verkoop van de Compagnieshaven;
overwegende:


- dat de havens en wateren tezamen met de monumenten, het historische karakter van Enkhuizen en de campings onderdelen zijn van het recreatieve en toeristische beleid van de gemeente;
- dat de gemeente thans drie havens in eigendom heeft, te weten de Binnenhaven, de Buitenhaven en de Compagnieshaven;
- dat de verkoop van de Compagnieshaven betekent dat geen integraal beleid meer kan worden gevoerd met betrekking tot het terzake te voeren bestuurlijke en financiële beleid;

voorts overwegende:

dat de financiële positie van de gemeente dermate zorgwekkend is dat bij een eventuele verkoop van een dergelijk belangwekkend object alle bestuurlijk-financiële finesses en mogelijke alternatieven zijn onderzocht;

verzoekt burgemeester en wethouders:

de besluitvorming terzake op te schorten voor een periode van vier maanden.

en gaat over tot de orde van de dag.'

Toelichting. In de steunfractie van Enkhuizer Belang hebben enkele mensen zitting die veel ervaring hebben met het beheer van een jachthaven. Zij hebben het één en ander beknopt op papier gezet, omdat de tijd heeft ontbroken een uitgewerkt voorstel te maken. Het stuk bevat de volgende punten.

1. De gemeente stelt de verkoop en wijziging statuten van de Compagnieshaven vier maanden uit teneinde andere oplossingen nader te bestuderen.

2. De gemeente verkoopt via de stichting de ligplaatsen aan de ligplaatshouders tegen een redelijke prijs, zodat men diens hobby in alle geledingen van de bevolking kan blijven uitoefenen.
3. De geschatte opbrengst is f 9 miljoen (600 ligplaatsen à raison van gemiddeld f 15.000,--, uitgaande van f 375,-- m2). Voor ligplaatshouders die dit niet kunnen betalen, zal een andere regeling gevonden moeten worden.

4. De stichting krijgt voor gebruik steigers en voorzieningen een nader vast te stellen vergoeding.

5. De gemeente neemt bestaande schuld of gedeelte op zich in mindering op de opbrengst van de verkoop van de ligplaatsen.
6. Ligplaatsen kunnen geïndexeerd alleen terug worden gekocht aan de door de stichting aan te houden wachtlijst van ligplaatsgegadigden.

Voordelen:
a. Ligplaatsen hoeven voor de houders niet jaarlijks te worden verhoogd.
b. Water en grond blijven direct en indirect eigendom van de gemeente.
c. Een belangrijk deel van het gezichtsbepalend waterfront blijft onder controle van de gemeente.
d. De gemeente hoeft niet te bankieren.

De gemeente heeft thans drie havens in eigendom, te weten de Binnenhaven, de Buitenhaven en de Compagnieshaven. Verkoop van laatstgenoemde haven betekent dat geen integraal beleid meer kan worden gevoerd.

De fractie van Enkhuizer Belang begrijpt dat deze tekst vragen oproept. Helaas kunnen die nu niet allemaal worden beantwoord, vandaar dat een uitstel voor een verdere uitwerking wordt gevraagd.

De voorzitter
reageert als volgt. Al enige jaren is met het bestuur van de Compagnieshaven gediscussieerd over een verlenging van het erfpachtcontract. In juni is de raad daarover geïnformeerd en bovendien is deze materie meerdere malen in de commissie aan de orde geweest. In de vorige raadsvergadering is het collegevoorstel aangehouden en spreker heeft dan ook bijzonder grote moeite met de gedachte dat nu in het zicht van de haven nogmaals tot uitstel wordt besloten. Tegenover de Compagnieshaven zou dat niet van zorgvuldig bestuur getuigen.

De voorgestelde `verkoop' - feitelijk wordt de erfpacht omgezet in huurkoop - is eigenlijk een andere financiële constructie dan erfpacht. In wezen brengt het gemeentebestuur niet diens tafelzilver op de markt, zoals is gesuggereerd. Het college heeft vooral gezocht naar waarborgen voor continuering van het huidige, goede beleid van het stichtingsbestuur en niet geprobeerd een flinke financiële slag binnen te halen. Vanaf de 70-er jaren hebben de verenigingen in een goed stichtingsverband de haven op poten gezet en deze willen dat zo houden. Het is dan ook prettig te kunnen constateren dat de onderhavige financiële constructie een breed draagvlak onder de verenigingen kent.

Mocht de raad verder gaande garanties willen hebben - bijvoorbeeld alleen verkoop na goedkeuring van de raad -, dan is het denkbaar een nadere afspraak met het bestuur te maken of een aanvullend convenant te sluiten; daaraan kàn echter een zeker prijskaartje hangen. Ook voor een aanscherping van het antispeculatiebeding kan begrip worden opgebracht, maar het gaat tè ver deze aangelegenheid opnieuw ten principale aan de orde te willen stellen.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) vult de woorden van de voorzitter aan met de mededeling dat het contract een antispeculatiebeding kent. Als de haven wordt doorverkocht, gaat de overwinst naar de gemeente. Dat bedrag neemt jaarlijks met 10 % af.

De heer Hart
(eb) begrijpt dat het college van het wellicht vergaande eb-voorstel opkijkt en daarom is het goed de achtergrond daarvan te schetsen. De voorzitter deelde in een besloten vergadering mee dat een convenant met de Stichting Jachthaven Enkhuizen was getekend; de fractie van Enkhuizer Belang was daarvan niet op de hoogte. De volgende dag werd de overeenkomst in de krant gepubliceerd. Vervolgens maakte het college een raadsvoorstel. Elke raadsfractie heeft echter de vrijheid dat te amenderen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. In ieder geval is het voor Enkhuizen van belang dit raadsvoorstel in heroverweging te nemen. Daarvoor is nog tijd genoeg, want de verkoop kan zeer waarschijnlijk toch niet eerder dan in april 2001 plaatsvinden.

De voorzitter
verzet zich tegen de suggestie dat de raad is overvallen. Zoals gezegd, de discussie was al enige jaren gaande. Stichtingsbestuur en college spraken in juni slechts de intentie uit die in het nu voorliggende raadsstuk is verwoord. Zowel het stichtingsbestuur als het college was van mening dat de eigen achterban, respectievelijk de verenigingen en de raad, eerder over de intentieverklaring moesten worden geïnformeerd dan de pers en dat gebeurde ook. Daarna is zes maanden gediscussieerd, waarbij moet worden opgemerkt dat de inhoudelijke bijdrage van de eb-fractie zeer gering was. Spreker was dan ook verbaasd toen hij vernam dat de fractie van de heer Hart zaterdag een bijeenkomst organiseerde zònder ook ambtenaren en/of het college uit te nodigen. Vanwege de, gelukkig, goede contacten in deze stad kende ook spreker zaterdag om 13.00 uur de discussiepunten.

De heer Hart
(eb): Wees dankbaar dat Enkhuizen nog steeds raadsleden heeft die na een werkweek actief in de politiek willen zijn en in het belang van de gemeente Enkhuizen nadenken.

De voorzitter
: Applaus verzekerd, maar jammer dat niet op mijn woorden is gereageerd.

De heer Wiersma
(cda) gaat allereerst op de statutenwijziging in. Het zou geen goede zaak zijn als straks de jachthaven werd vervreemd zonder dat de gemeente daarop invloed kon uitoefenen. Het is daarom verstandig dit punt nog eens nauwkeurig te bezien. Ook moet duidelijk worden gemaakt dat de direct belanghebbenden, in casu de verenigingen, bij het reilen en zeilen van de haven betrokken blijven. Niemand twijfelt aan de goede bedoelingen van het huidige bestuur, maar dat blijft niet eeuwig in functie. De haven, voor Enkhuizen van groot belang, moet voor iedereen toegankelijk blijven. Dat dient op enigerlei wijze, bijvoorbeeld via een (aanvullend) convenant, te worden gegarandeerd.

Zaterdag is onder andere het financiële aspect aangeroerd. Bij velen leeft twijfel over datgene wat toen is gepresenteerd. Toch verdient het de voorkeur te voorkomen dat, indien de raad met de voorgestelde transactie akkoord gaat, een fractie de martelaarsrol kan spelen, dus kan zeggen: `Zie je wel, ze luisteren niet. Ze doen maar!' Kortom: deze zaak loopt al enige tijd en het kan dan ook niet bijster bezwaarlijk zijn nog enige tijd, bijvoorbeeld een extra maand, uit te trekken om de door de eb-fractie gepresenteerde cijfers te laten onderbouwen.

De voorzitter
: Met alle respect voor de suggestie de eb-fractie in de gelegenheid te stellen met nadere berekeningen te komen, is het veel belangrijker te horen hoe de cda-fractie over het globaal geschetste eb-voorstel denkt. Ligplaatsen voor f 15.000,-- verkopen, is een fundamenteel andere invalshoek dan het college voorstelt. Bovendien moet niemand de illusie hebben dat een nieuw, afgewogen, alternatief voorstel binnen een maand op tafel kan worden gelegd.

De heer Wiersma
(cda): Momenteel betalen de ligplaatshouders een bedrag dat op een aantal factoren is gebaseerd. Eén daarvan is dat de jachthaven jaarlijks f 35.000,-- aan de gemeente moet afdragen, gekapitaliseerd betekent dat circa f 700.000,--. In het collegevoorstel wordt dat bedrag opgetrokken tot f 4,8 miljoen, hetgeen op het eerste gezicht tot aanzienlijk hogere ligplaatskosten zal moeten leiden. Volgens de eb-fractie kan geen f 4,8 miljoen maar f 9 miljoen worden verkregen, terwijl de ligplaatskosten zullen dálen. Op dit punt schiet sprekers fantasie te kort en daarom is het niet onverstandig te laten voorrekenen op basis van welke truc dat kan. Jongstleden zaterdag kon dat helaas niet worden uitgelegd.

De heer Tesselaar
(eb): Een precieze berekening vergt meer tijd dan één weekendje.

De heer Wiersma
(cda): Hoe dan ook, de cda-fractie heeft geen moeite met het collegevoorstel, integendeel, maar tactisch is het waarschijnlijk beter nog wat tijd te nemen.

De voorzitter
: Nogmaals, veel interessanter is hoe de cda-fractie zelf over het eb-voorstel denkt. Als iemand beweert dat f 4 miljoen naar f 9 miljoen kan worden opgeschroefd, moet ten minste bij benadering kunnen worden aangegeven waarop dat stoelt. Tot nu toe is alleen maar gezegd dat daarvoor extra tijd moet worden uitgetrokken, alhoewel in de afgelopen maanden vanaf alle kanten - ambtenaren, deskundigen en politiek - naar deze materie is gekeken.

De heer Wiersma
(cda): De fractie van het cda wacht de beantwoording van het college af en zal in tweede instantie haar definitieve standpunt kenbaar maken.

De heer Hekkert
(vvd) beaamt dat dit raadsvoorstel een lange voorgeschiedenis kent en uitvoerig is bediscussieerd. Na een uitgebreide toelichting is de fractie van de vvd tot de conclusie gekomen dat de voorgestelde verkoop van water en grond goed is. De opstallen en dergelijke zijn immers al eigendom van de stichting.

Het gemeentebestuur wil zich in de toekomst zoveel mogelijk op kerntaken concentreren. In de optiek van de vvd-fractie past het beheer van een jachthaven daarin niet. De stelling dat drie havens beleidsmatig een zeker verband met elkaar houden, is niet houdbaar, omdat de Compagnieshaven op dit punt een andere positie inneemt.

Samenvattend: de fractie van de vvd stelt zich volledig achter het collegevoorstel en zal de ingediende moties niet ondersteunen. Ten aanzien van een mogelijke toekomstige vervreemding van de jachthaven meent de fractie dat wat nu in de regeling staat ruimschoots voldoende is.

De heer Van der Veen
(pvda) heeft niet de behoefte wederom uitvoerig op dit onderwerp in te gaan. In de raadsvergadering van 8 november liet de pvda-fractie al weten met het raadsvoorstel te kunnen instemmen, maar uitsluitend omdat raadsbreed werd gevraagd nog eens naar de financiële aspecten te kijken, ging zij met uitstel akkoord. Welnu, inmiddels is een verduidelijking gegeven en die is voldoende om het collegevoorstel te kunnen onderschrijven.

De heer Dol
(vl/gl) begint zijn betoog met de stelling dat een nieuw uitstel een volstrekt verkeerd signaal in de richting van het stichtingsbestuur zal zijn. Iedereen heeft ruimschoots de tijd gehad, in dit geval vanaf medio juni, om alternatieven naar voren te brengen en/of wijzigingen voor te stellen. Vanzelfsprekend kost het ontwikkelen van een alternatief tijd, maar dat moet niet om twee minuten voor twaalf, in casu afgelopen zaterdag, worden gepresenteerd. Daarbij komt nog dat het eb-voorstel, waarover men twijfels kan hebben, niet door het ambtelijk apparaat is gecontroleerd.

Over de statutenwijziging kan worden opgemerkt dat die bepaalde garanties voor de toekomst biedt. De samenstelling van de bloedgroepen is geregeld en wordt niet veranderd. In de afgelopen jaren is nimmer voorgesteld de statuten aan te passen met de intentie de bloedgroepensamenstelling te veranderen. Waarom zou dat straks wèl gebeuren? De bloedgroepen zijn immers in het bestuur vertegenwoordigd.

De heer Tesselaar
(eb): Ook in het bestuur van de spe bestond het volste vertrouwen. Iedereen heeft echter kunnen zien wat er gebeurt wanneer te weinig democratische controle op een stichtingsbestuur wordt uitgeoefend. Zo'n bestuur kan tot een dictatuurtje verworden.

De heer Dol
(vl/gl): In algemene zin mag worden betwijfeld dat stichtingsbesturen buitengewoon democratisch zijn, maar dat kan niet worden toegespitst op het onderwerp dat nu aan de orde is.

De heer Tesselaar
(eb): Als statuten weldoordacht zijn, worden toekomstige problemen voorkomen.

De heer Dol
(vl/gl): De bij de spe ontstane problematiek vloeit niet voort uit de statuten. Daar gaat het om een uitvoeringszaak.

In dit geval wordt met een antispeculatiebeding op twee gedachten gehinkt. Enerzijds wil de gemeente verkopen en anderzijds toch de vinger aan de pols houden. Het bestuur heeft bewezen dat het capabel is en uit niets blijkt dat het in de toekomst diens taken niet goed zal uitvoeren. De fractie van Verenigd Links/GroenLinks ziet dan ook niet in dat extra waarborgen moeten worden gecreëerd.

De achtergrond van de twee ingediend moties is wat dubieus. Er wordt ongefundeerd twijfel gezaaid, waarschijnlijk met het motief de verkoop op het laatste moment te voorkomen. Overigens staat de inhoud van de moties haaks op datgene wat de eb-fractie in de afgelopen maanden heeft rondgebazuind, te weten géén verkoop van de jachthaven. Hoe principieel is die fractie eigenlijk? De moties getuigen in ieder geval van een zwalkende zienswijze.

De heer Tesselaar
(eb): Met welke pet op spreekt de heer Dol? Wanneer is hij uit het bestuur van de Compagnieshaven gestapt?

De heer Dol
(vl/gl): Het vl/gl-standpunt is met de politieke pet op verwoord.

De heer Tesselaar
(eb): De heer Dol maakte ultimo september nog deel uit van het stichtingsbestuur en werkte in die hoedanigheid mee aan de voorbereiding van het raadsvoorstel dat nu op tafel ligt. Geen wonder dat hij het voorstel verdedigt en tracht de fractie van Enkhuizer Belang zwart te maken.

De voorzitter
: Nu wordt de houding van een collega-raadslid op een zeer onzorgvuldige manier ter discussie gesteld. Dergelijke verdachtmakingen moeten . . .

De heer Tesselaar
(eb): Er is geen sprake van een verdachtmaking! Een onloochenbaar feit is dat de heer Dol op 21 september jongstleden nog lid was van het stichtingsbestuur.

De heer Boland
(d66) attendeert erop dat de raad hem tot lid van het bestuur van de Stichting Jachthaven Enkhuizen heeft benoemd. Spreker mag vanuit dat bestuur en namens een politieke fractie aan deze tafel het woord voeren. Daarover kan niet de minste twijfel bestaan. Of hij aan een eventuele stemming over het collegevoorstel zal deelnemen, hangt af van het verloop van deze discussie. Aan de andere kant heeft de raad in de afgelopen jaren het recht en de mogelijkheid gehad om aan de gemeentelijke vertegenwoordigers in het stichtingsbestuur vragen over de Compagnieshaven te stellen. Daarvan is nimmer gebruik gemaakt en ook is nooit kritiek op stukken van de jachthaven geuit. Welaan, dat kan uitsluitend als een compliment aan het stichtingsbestuur worden opgevat. Spreker is overtuigd van de capaciteiten van het stichtingsbestuur en de vitaliteit van de haven.

Toen indertijd over de stichting van de jachthaven werd gesproken, hadden watersportverenigingen nog niet de mogelijkheid dat geheel zelfstandig te doen, dat was gewoonweg nog een brug te ver. Vandaar dat het gemeentebestuur daartoe is overgegaan en de verenigingen in de gelegenheid heeft gesteld van de haven gebruik te maken. Die tijd is echter voorbij, het is nu wel degelijk mogelijk een dergelijke haven zelfstandig te exploiteren.

In de discussie tussen het stichtingsbestuur en de gemeente werd allereerst over een hogere pachtsom gesproken, maar aangezien die voor beide partijen moeilijk bleek te motiveren, werd uiteindelijk voor verkoop gekozen; voor jachthaven en gemeente een chique oplossing.

Met betrekking tot de motie over de statutenwijziging moet worden erkend dat een stichting niet de meest democratische rechtsvorm is. Als men echter stelt dat een stichtingsbestuur elk willekeurig besluit kan nemen, gaat deze stelling ook voor een gemeenteraad op. Ook een raad kan, uiteraard binnen wettelijke grenzen, doen en laten wat deze wil. Toch spreekt niemand over een dictatuur.

De heer Hart
(eb): Een raad kan worden weggestemd.

De heer Boland
(d66): Ja, eens in de vier jaar en niet eerder.

De heer Tesselaar
(eb): Wanneer wordt het stichtingsbestuur gekozen?

De heer Boland
(d66): Het gaat erom dat een zittende raad besluiten kan nemen die niet door de burgers kunnen worden beïnvloed. In dit geval gaat het om een stichting die al 20 jaar lang goed word bestuurd en er is geen enkele aanwijzing dat daarin opeens verandering zal komen.

Het voorstel van de eb-fractie, inhoudende uitstel van de voorgenomen verkoop, betekent een vooruitgang in de houding van die fractie. Nu wordt niet slechts `nee' gezegd, want zij heeft ook geprobeerd tot een alternatief te komen. Helaas is dat nog zó onvoldragen dat de fractie van d66 geen aanleiding ziet dat te omhelzen.

Afsluitend: het gemeentebestuur moet geen koudwatervrees tonen. Als de raad een deel van de gemeente wil verzelfstandigen, moet deze niet pogen daarop toch nog enige grip te houden.

De heer De Geus
(rpf/sgp) sluit zich ten aanzien van de statutenwijziging kortheidshalve aan bij het standpunt dat de heer Wiersma heeft verwoord.

Voor wat betreft de verkoop van de haven meent de fractie van de rpf/sgp dat het college een alleszins redelijk voorstel heeft gedaan. Daar staat tegenover dat afgelopen zaterdag een aantal interessante aspecten naar voren is gekomen. In de beleving van sprekers fractie zijn die zeker de moeite van het onderzoeken waard. Overigens moet voor elk plan het uitgangspunt worden gehanteerd dat Enkhuizers over betaalbare ligplaatsen moeten kunnen beschikken. Het huidige bestuur, waarin ook de rpf/sgp-fractie het volste vertrouwen heeft, kan niet worden verweten dat het de indruk wekt dit uitgangspunt te zullen verlaten, integendeel. Niemand kan echter in de toekomst kijken en daarom is het niet onverstandig de door de eb-fractie geventileerde gedachte in overweging te nemen, te weten alleen het water in de boxen te verkopen. Op die manier houdt het gemeentebestuur, zij het op afstand, toch nog enige greep op mogelijke toekomstige ontwikkelingen.

Kortom: de fractie van de rpf/sgp stelt voor eb-motie nummer 2, inhoudende uitstel, te volgen. Zodoende krijgt de fractie van de heer Jans de tijd om een initiatiefvoorstel aan te bieden. In ieder geval is het interessant te laten nagaan of inderdaad een hogere verkoopprijs kan worden verkregen, terwijl voor de ligplaatshouders lagere lasten ontstaan.

De voorzitter
: Waar kan in het eb-voorstel een aanknopingspunt worden gevonden dat de gedachte rechtvaardigt dat èn tot een hogere verkooprijs kan worden gekomen èn de ligplaatshouders met lagere lasten worden geconfronteerd? In de maandenlange procedure voorafgaand aan deze discussie is daarvan niets gebleken. Als iemand nu, in het zicht van de haven, de onderhandelingen wil heropenen, dient ten minste duidelijk te worden gemaakt hoe zodoende een voordeel kan worden behaald.

De heer De Geus
(rpf/sgp): De tegenvraag is of deze aangelegenheid per se in 1999 moet worden afgerond dan wel enig uitstel, bijvoorbeeld tot 1 maart, kan velen. Mocht de eb-fractie niet in staat zijn binnen die termijn met een initiatiefvoorstel te komen, dan mag worden aangenomen dat ook die fractie zich achter het collegevoorstel zal scharen. Vooralsnog wekt de eb-fractie dat zij de kip met de gouden eieren heeft ontdekt, want de heer Jans heeft beweerd dat de gemeente meer geld krijgt en de ligplaatsen goedkoper worden.

De voorzitter
: Kan de rpf/sgp-fractie een tipje van de sluier oplichten en ten minste globaal aangeven waar het verschil tussen f 700.000,-- en f 4,5 miljoen vandaan komt?

De heer De Geus
(rpf/sgp): Dat zal moeten blijken uit de te maken berekening en daarvoor is enige tijd nodig. De voorzitter doet er goed aan de eb-fractie uit te dagen die berekening op een kortere termijn dan over vier maanden voor te leggen. Mocht die berekening geen of onvoldoende aanknopingspunten voor een ander standpunt bieden, dan zal de fractie van de rpf/sgp zonder meer met het voorstel van burgemeester en wethouders akkoord gaan.

De voorzitter
: Na een halfjaar in volle openheid te hebben onderhandeld, zegt nu opeens een fractie het ei van Columbus te hebben gevonden. Het gemeentebestuur moet zich als een betrouwbare onderhandelingspartner gedragen en heeft derhalve tegenover de contractpartner de maatschappelijke plicht op het afgesproken tijdstip een besluit te nemen. Dat kan niet worden uitgesteld op basis van een paar getallen waaraan geen controleerbare berekening ten grondslag ligt.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd): In dit verband is het goed eraan te herinneren dat de gemeente geen eigenaresse is van steigers enzovoort, maar alleen van het water. Voor een paar vierkante meter water f 15.000,-- vragen?

De heer Tesselaar
(eb): In Medemblik kan dat.

De voorzitter
: De haven van Medemblik is in geen enkel opzicht met de Compagnieshaven te vergelijken. Daar liggen boten van 20 meter en is de situatie volstrekt anders.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Inderdaad in Medemblik worden boxen voor meer dan f 100.000,-- verkocht. Zulke bedragen zijn alleen door mensen met een dikke portemonnee op te brengen.

Ook over het bankier spelen van de gemeente Enkhuizen moet nog iets worden gezegd. Uit de brieven van onder andere de vng over treasurybeheer is gebleken dat dit punt in een wat ander daglicht komt te staan. De aanvankelijk bestaande vrees blijkt, gelukkig, niet gegrond te zijn.

Ten slotte. Ondanks de omstandigheid dat de rpf/sgp-fractie op zich geen enkele moeite met het collegevoorstel heeft, meent zij dat het eb-voorstel voldoende aanknopingspunten biedt om tot enig uitstel te besluiten.

De voorzitter
schorst hierna de beraadslagingen voor collegeberaad.

(Schorsing.)

De voorzitter
heropent de beraadslagingen.

Het college heeft zich beraden op het voorstel van de eb-fractie de onderhandelingen ten principale te heropenen. Burgemeester en wethouders zijn tot het oordeel gekomen dat die weg niet moet worden ingeslagen. Na een lange procedure zijn alle mogelijke bedragen en de intentie van het stichtingsbestuur, verankerd in de afgelopen jaren, aan de orde geweest en het is dan ook onredelijk nu opnieuw tot uitstel te besluiten. De heer Dol raakte met twee opmerkingen de kern van de zaak.

F
De verenigingen vormen feitelijk het stichtingsbestuur en dat kan alleen datgene doen wat de eb-fractie vreest indien dezelfde verenigingen dat willen. Welnu, er is geen enkele reden zelfs geen aanwijzing om te veronderstellen dat de vrees van de eb-fractie zal worden bewaarheid.
F
Het is wat tegenstrijdig als twee volwassen contractpartners tot een goede deal komen en één van beide tòch een vinger aan de pols wil houden of aan de touwtjes wil blijven trekken.

Alles overziende handhaaft het college van burgemeester en wethouders diens voorstel en ontraadt het de beide ingediende moties.

De heer Jans
(eb) kan zich niet met het antwoord van de voorzitter verenigen.

Voor de goede orde zij vermeld dat het niet de bedoeling van de eb-fractie is geweest het huidige bestuur in een kwaad daglicht te stellen, integendeel. Vanavond is al eerder gezegd dat de samenstelling van het bestuur zich zal wijzigen. Over 30 jaar kunnen geheel andere mensen het stichtingsbestuur vormen en die zijn wellicht onbekend met de intenties waarmee deze overeenkomst wordt gesloten. Vandaar dat in de statuten bepaalde waarborgen dienen te worden opgenomen.

Het college heeft een lange periode nodig gehad om tot deze transactie te komen; de fractie van Enkhuizer Belang heeft die tijd niet gehad. Weliswaar is het te laat ingediend, maar desondanks doet de fractie een klemmend beroep op de collega-raadsfracties de gevraagde termijn te geven. In ieder geval moet helder zijn dat het bedrag van f 4,5 miljoen ruimschoots kan worden overschreden. Wie vermoedt dat ergens een zak met geld ligt, moet in ieder geval proberen die binnen te halen.

De heer Wiersma
(cda): Momenteel dragen de ligplaatsen, afgerond, f 36.000,-- aan de gemeentekas af, dus per ligplaats f 60,--. Gekapitaliseerd op basis van 5 % levert dat per ligplaats f 1.200,-- op. Bij verkoop kost dezelfde ligplaats f 4,8 miljoen gedeeld door 600 - het aantal ligplaatsen - f 8.000,--. Het eb-voorstel behelst dat bedrag op f 15.000,-- te stellen, en wel onder het motto dat de ligplaatshouder daar op de lange duur beter van wordt en de gemeente meer geld in kas krijgt. Wie bedenkt dat een ligplaatshouder via diens vereniging in het bestuur is vertegenwoordigd, mag veronderstellen dat zowel de raadsleden als het stichtingsbestuur en de ligplaatshouders zeer tevreden met het eb-voorstel zijn. Helaas ontbreekt de cda-fractie het licht om in te zien dat f 60,-- per jaar méér is dan f 750,-- of f 400,-- in het collegevoorstel. Als dat helder kan worden gemaakt, zal iedereen het voorstel van de eb-fractie van harte steunen.

De heer Jans
(eb): Juist om dat goed te kunnen uitleggen vraagt de fractie van Enkhuizer Belang enig uitstel. De opmerking dat het nu twee minuten voor twaalf is, kan als `irrelevant' worden afgedaan, omdat de huidige pachtovereenkomst nog steeds van kracht is.

Resumerend:


- Statuten zodanig aanpassen dat meer vertegenwoordigers van de verenigingen, die een gezamenlijk belang hebben, in het bestuur zitting krijgen.

- Gun de eb-fractie de nodige tijd om een uitgewerkt voorstel te maken, dat zal meer in het laatje brengen dan het collegevoorstel.
- De fractie was aanvankelijk tégen verkoop, omdat de gemeente al haar zeggenschap over de Compagnieshaven zou kwijtraken. Na aanvaarding van de beide moties heeft het gemeentebestuur in ieder geval nog enige invloed op de stichting en is de fractie van Enkhuizer Belang bereid de overdracht te steunen.

De heer Wiersma
(cda) betoogt dat hetgeen de eb-fractie heeft laten weten in dit geval een tè wankele basis is om opnieuw tot uitstel te besluiten. Vandaag is, helaas, niet meer inzicht gegeven dan zaterdag is gebeurd.

Ten aanzien van de statutenwijziging is het wèl verstandig die nog eens tegen het licht te houden. De heer Jans zegt terecht dat het huidige bestuur niet wordt gewantrouwd, maar tijden en inzichten zijn nu eenmaal aan verandering onderhevig. Nu alles uit handen geven, kàn spijt tot gevolg hebben.

De heer De Geus
(rpf/sgp) betreurt dat de heer Jans ook in tweede instantie geen tipje van de financiële sluier heeft kunnen oplichten. De voorzitter heeft erop gewezen dat het onzorgvuldig is nu wederom tot uitstel over te gaan. Overigens geeft de heer Jans zelf toe dat de eb-moties te laat zijn ingediend en dit impliceert dat die fractie zelf wel inziet dat de moties weinig of geen kans maken. Hoe dan ook, de eb-fractie heeft de veelbelovende cijfers niet kunnen hardmaken, vandaar dat de fractie van de rpf/sgp nu achter het voorstel van burgemeester en wethouders gaat staan.

Hierna wordt motie nummer 1 - statutenwijziging van de Stichting Jachthaven Enkhuizen - van de heer Jans cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 9 tegen 7 stemmen verworpen.

Vervolgens wordt motie nummer 2 - verkoop van de Compagnieshaven - van de heer Jans cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen verworpen.

De voorzitter
: Aan de orde is het ongewijzigde collegevoorstel.

De heer Hart
(eb): Kan het collegevoorstel in stemming worden gebracht, terwijl nog over een statutenwijziging moet worden gesproken?

De voorzitter
: Raadsvoorstel nummer 91 bevat twee onderdelen, te weten

>
statutenwijziging;
>
grondverkoop.

De op het voorstel ingediende moties zijn beide verworpen, zodat nu het ongewijzigde voorstel van burgemeester en wethouders aan de orde is.

Hierna wordt het voorstel van burgemeester en wethouders in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen aanvaard.

Vóórgestemd hebben mevrouw Dangermond-Hilderink, de heer Wiersma, mevrouw Dekker, de heer Dol, mevrouw Lok-Hörnemann, de heer Boland, De Geus, Van der Veen, Van Pijkeren, Knukkel, Hekkert en Van Doornik alsmede mevrouw De Munnik-Blank.

Tégengestemd hebben de heren Hart, Jans en Tesselaar.


5. Pilots kerntaken.

(Voorstel nummer 96, 1999.)

De heer Hekkert
(vvd) zet uiteen dat het niet gemakkelijk is de discussie zuiver en academisch te houden, de pilots hebben dat duidelijk aangetoond. In een kerntakendiscussie moet nauwkeurig worden vastgesteld welke activiteiten in Enkhuizen

·
echte gemeentelijke kerntaken zijn;
·
niet als kerntaken van de gemeente worden aangemerkt; ·
slechts gedeeltelijk door de gemeente zouden moeten worden uitgevoerd, omdat een onderscheid tussen beheer en uitvoering kan worden gemaakt.

Als wordt vastgesteld dat het beheer van iets een kerntaak is maar de uitvoering niet, dient te worden onderzocht of goede voorwaarden kunnen worden geformuleerd waaronder een andere organisatie dan de gemeente de desbetreffende taak kan uitvoeren. Het kan zo zijn dat vervolgens toch wordt besloten het gemeentelijke apparaat (enige tijd) met de uitvoering te belasten, maar daarvoor moet wel een behoorlijke motivatie kunnen worden gegeven.

Het ambtelijke apparaat kreeg de opdracht te onderzoeken wat al dan niet tot de gemeentelijke kerntaak kon worden gerekend en kwam vervolgens al vlot tot de slotsom dat alle pilots als `kerntaken' kunnen worden bestempeld. Deze conclusie ging het college te ver, drie van de vier pilots zijn in de ogen van burgemeester en wethouders geen kerntaken. Na goed overleg met de or en de betrokkenen is besloten dat de or adviesrecht heeft ten aanzien van de activiteiten/werkzaamheden die van de gemeenteraad niet het predikaat `kerntaak' krijgen.

Aan een kerntakendiscussie zit meer vast. Het gemeentebestuur dient bepaalde zekerheden te geven, waarbij moet worden gedacht aan werk, inkomen, pensioenrechten te cetera. Vandaar dat een sociaal statuut behoort te worden opgesteld. Ook daaraan wordt veel aandacht besteed. Het maken van een sociaal plan kost veel tijd, terwijl het college van arbeidszaken van de vng over een kant-en-klaar model beschikt dat de activiteiten van de gemeente helemaal dekt. De vvd-fractie geeft dringend in overweging bij voorkeur dat model te kiezen, omdat een eigen, afwijkend statuut het gevaar van onduidelijkheid in zich kan bergen.

De fractie van de vvd is het eens met de in het raadsvoorstel verwoorde conclusie ten aanzien van

ð
camping `Enkhuizer Zand' en camping `De Vest'; ð
schoonmaak gebouwen;
ð
postbezorging.

Over het vierde punt, te weten het onderhoud van het openbaar groen, moet het volgende worden opgemerkt. Het behéér van het openbaar groen, dat in hoge mate medebepalend is voor het stadsgezicht, wordt terecht als een gemeentelijke kerntaak bestempeld. Het ònderhoud van het groen, een uitvoeringszaak, is echter géén typische kerntaak. Uitbesteding van het onderhoud kan echter zodanige problemen opleveren dat moet worden besloten daartoe (tijdelijk) niet over te gaan, maar dat doet niets af aan de stelling dat het onderhoud geen gemeentelijke kerntaak is.

De heer Dol
(vl/gl): In het raadsstuk wordt slechts voorgesteld het college de opdracht te geven de genoemde pilots úít te werken. Met andere woorden: daartoe wordt nu nog niet besloten. Moet volgens de vvd-fractie het openbaar groen wel of niet in de uitwerking worden betrokken?

De heer Hekkert
(vvd): Ja, ook het onderhoud van het openbaar groen, in dit geval de uitvoering, mag in de uitwerking worden meegenomen.

De heer Hart
(eb): Heeft de heer Hekkert namens de gehéle vvd-fractie gesproken?

De heer Hekkert
(vvd): Ja.

De heer Hart
(eb): Waarom is het afwijkende standpunt van de vvd-wethouder niet in het collegevoorstel vermeld?

De voorzitter
: Soms is sprake van voortschrijdend inzicht.

De heer Van Doornik
(cda): De cda-fractie acht het niet correct dat is nagelaten een afwijkende mening van een collegelid vóór de discussie kenbaar te maken.

De voorzitter
: Toen het raadsstuk werd geschreven, kon dat nog op unanieme steun van het college rekenen, maar elke wethouder is ook lid van een raadsfractie en kan na fractieberaad tot een ander inzicht komen. Daarvan wordt het college niet zenuwachtig.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) memoreert dat zijn fractie zich vanaf het begin van de discussies aan de vier pilots heeft geconformeerd. De rpf/sgp-fractie is ingenomen met het feit dat het college heeft besloten voor te stellen de pilots uit te werken in plaats van uit te voeren; de details van één en ander zullen dus later in commissieverband kunnen worden besproken.

Uit de brief van 8 november van de ondernemingsraad blijkt dat sprake is van discommunicatie tussen de wethouder en de or. Dat is te betreuren, ook omdat daardoor aanzienlijke vertragingen zijn opgetreden. Bovendien werd indertijd afgesproken dat de besluitvorming pas aan de orde zou kunnen komen op het moment dat een sociaal statuut was geboren. Weliswaar is daarover al heel veel gezegd, maar gereed is het nog niet.

De fractie van de rpf/sgp gaat met het collegevoorstel akkoord, doch zet een vraagteken bij de volgorde. Eerst had het sociaal statuut moeten worden vastgesteld - dat zou voor de rust onder het personeel beter zijn geweest - en pas daarna hadden de pilots aan de orde moeten komen.

De heer Wiersma
(cda) vreesde even dat hij het sociaal statuut had gemist, maar gelukkig bleek dat niet het geval te zijn. De discussie over de kerntaken wordt gevoerd alsòf reeds een door de raad geaccordeerd sociaal statuut aanwezig is en op zich behoeft dat geen problemen op te leveren.

Waar gaat het in wezen om? In het boek `Groen' staat dat

`Het uitgangspunt voor de kerntakendiscussie moet zijn:

¨
een slanke, slagvaardige lokale overheid,
¨
gericht op strategiebepaling, beleidsvorming en belangenafweging, ¨
die op hoofdlijnen stuurt, randvoorwaarden aangeeft, kwaliteitseisen stelt,
¨
het gewenste voorzieningenniveau bepaalt en zich veel minder bezighoudt met uitvoeringstaken.

Het bestuur heeft hierbij uitgesproken dat het hier geen bezuinigingsoperatie betreft.'

Naar aanleiding van de laatste zin zij opgemerkt dat de kerntakendiscussie wel íéts dient op te leveren. Het gemeentebestuur moet zich afvragen hoeveel een bepaalde taak nu kost, wie daarmede bezig is en welk bedrag in het geding is wanneer de bewuste taak op een andere wijze wordt verricht. Mocht die andere manier méér kosten, dan zullen in deze raad weinig mensen kunnen worden gevonden die bereid zijn de taak af te stoten, te verzelfstandigen, te privatiseren of wat dan ook!

De heer Hekkert
(vvd): Wat verstaat de cda-fractie onder een kerntakendiscussie? I. Nagaan of een taak voordeliger door de gemeente dan wel een externe organisatie/instelling kan worden gedaan. II. Een principiële afweging waaruit moet blijken of een bepaalde taak al dan niet door de gemeente díént te worden uitgevoerd. Pas nadat zo'n afweging is gemaakt, wordt naar het kostenaspect gekeken.

Naar de mening van de vvd-fractie is momenteel II. aan de orde.

De heer Wiersma
(cda): Correct. In de brief van de ondernemingsraad is dat keurig geformuleerd. In dat stuk wordt over de procedure het volgende opgemerkt.

`Stap 1. De blote politieke constatering van de gemeenteraad of iets al dan niet een kerntaak is, heeft geen direct gevolg voor het personeel en de organisatie.
Stap 2. Het stellen en beantwoorden van de vraag wat doen wij met een taak, zelf uitvoeren of afstoten, heeft wel gevolgen voor het personeel en de organisatie. - Volgens de cda-fractie moet hier worden gelezen: kàn gevolgen hebben voor . . . - Hierover heeft de or adviesrecht.
Stap 3. Als dan besloten wordt om de werkzaamheden af te stoten, moet natuurlijk wel vastgesteld worden op welke wijze (. . .) sociaal statuut.'

Dit is de juiste volgorde. In de stukken die over de vier pilots - `onderdelen' is een betere benaming - zijn toegestuurd, wordt echter al bij voorbaat geconcludeerd dat alles tot de kerntaken van de gemeente moet worden gerekend. De cda-fractie onderschrijft die conclusie zeker niet.

Het collegevoorstel heeft de instemming van sprekers fractie, zij het met uitzondering van het onderdeel `openbaar groen'. Het beheer van het openbaar groen is ook in de ogen van de cda-fractie zeker een kerntaak, maar niet de uitvoering en de praktijk bewijst dat. De dsw doet immers al veel onderhoudswerkzaamheden. De gemeente bepaalt waar welke struik of boom moet worden geplant of gesnoeid, maar zij behoeft dat niet per se zelf te doen, integendeel. Vandaar dat de fractie van het cda met betrekking tot het openbaar groen van oordeel is dat de uitvoering geleidelijk, in dit geval via natuurlijk verloop, kan worden afgestoten. Overigens staat op pagina 15 van het al eerder genoemde, fraaie boekwerk volkomen terecht de volgende passage.

'De aanwezigheid van de afdeling plantsoenen gevolgen heeft voor de rest van de organisatie. (. . .) Een groot deel van het werk van de garage wordt verricht voor de afdeling plantsoenen. Bij verdere uitbesteding van plantsoentaken zal dit gevolgen kunnen hebben voor de garage. Het is dan nog maar de vraag of deze nog rendabel kan functioneren.'

Even verderop in het boek wordt ook nog gesteld dat (een verdere) uitbesteding ook consequenties kan hebben voor de omslag van de apparaatskosten en de afdeling p
&o Ook deze opmerking is zonder meer juist.

De heer Boland
(d66) stemt allereerst in met punt 5 van het ontwerpbesluit.

De kritiek van de fracties van de vvd en het cda, waarschijnlijk mede het gevolg van het feit dat het collegevoorstel ultrakort is geformuleerd, wordt door spreker gedeeltelijk onderschreven. Ten aanzien van het openbaar groen, punt 1, wordt gesteld: `is een kerntaak'. De onderliggende gedachte is dat kerntaken door de gemeente zelf dienen te worden uitgevoerd, maar dat behoeft niet altijd het geval te zijn. De heer Wiersma heeft er al op gewezen dat het onderhoud van het openbaar groen voor een groot gedeelte, pakweg 75 %, is uitbesteed. Kortom: het beheer van casu quo het beleid inzake het openbaar groen is ook volgens de d66-fractie ten principale een kerntaak, maar de uitvoering daarvan kan (voor een groot deel) worden verzelfstandigd. Overigens geeft het rapport geen aanleiding te besluiten de huidige mate van verzelfstandiging te wijzigen.

Punt 2 behelst de ook door de fractie van d66 onderschreven kernachtige uitspraak dat de exploitatie van de campings geen gemeentelijke kerntaak is.

Voor de punten 3 en 4 geldt dat aanduiding `kerntaak' misplaatst is. Het gaat om de ondersteunende functies `schoonmaakonderhoud aan gebouwen' en `bezorging van de post'.

Uit de vier projecten moet lering worden getrokken.

q
Functies zoals in de punten 3 en 4 worden genoemd horen niet in een kerntakendiscussie thuis. De betrokken sectoren moeten de vrijheid hebben zelf te kunnen bepalen hoe dergelijke functies efficiënt en goedkoop kunnen worden uitgevoerd. q
Een afdeling moet niet haar eigen evaluatie schrijven. Weliswaar is het rapport van met name de afdeling groen uitstekend, maar ten principale is het onjuist uitsluitend af te gaan op een oordeel over het eigen functioneren.

Met inachtneming van deze opmerkingen kan de d66-fractie met het collegevoorstel akkoord gaan.

De heer Hart
(eb) vangt zijn betoog aan met de opmerking dat in de afgelopen tien jaar verschillende reorganisaties hebben plaatsgevonden. Hij kan zich dan ook levendig voorstellen dat meerdere medewerk(st)ers van de gemeente Enkhuizen zich afvragen wat nu weer boven hun hoofd hangt.

De fractie van Enkhuizer Belang is opgevallen dat nog steeds geen sociaal statuut is geschreven. Vanaf het begin heeft de eb-fractie erop aangedrongen juist dàt als eerste in orde te maken en daarna met de kerntakendiscussie te beginnen. Wat het college nu heeft gedaan, is het paard achter de wagen spannen.

Voorts constateert sprekers fractie dat aan dit raadsvoorstel geen financiële onderbouwing ten grondslag ligt. Cijfers zijn weliswaar niet altijd allesbepalend, maar spelen wel degelijk een rol.

De fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het kader niet naar de mensen op de werkvloer luistert, met als gevolg dat wel medewerk(st)ers worden afgestoten maar de top blijft zitten. De gemeente Enkhuizen wordt een schip met een veel te zware mast.

De heer Van der Veen
(pvda) benadrukt dat in een kerntakendiscussie het belangrijkste element de maatschappelijke verantwoordelijkheid behoort te zijn. In dit licht kan de pvda-fractie zich goed vinden in de verzelfstandiging van de beide campings.

Met betrekking tot het openbaar groen wordt aan deze tafel heel duidelijk een onderscheid gemaakt tussen beheer en uitvoering. De fractie van de pvda meent dat een klein, slagvaardig team in stand moet worden gehouden dat zich ook met de uitvoering bezighoudt. Vooral de buitendienstmedewerkers bouwen in de wijken waar zij werken een zekere relatie met de bewoners op. Daardoor hebben zij een sterkere binding met het groen en alles wat daarmee annex is dan derden aan wie de (onderhouds)werkzaamheden worden uitbesteed.

In de commissievergadering heeft sprekers fractie gezegd te betreuren dat dit voorstel wordt behandeld zònder dat eerst een sociaal statuut is vastgesteld. De portefeuillehouder heeft, gelukkig, de bevredigende toezegging gedaan dat het statuut ruim op tijd zal worden aangeboden. De fractie zal de wethouder daaraan houden. Verder is in de commissie naar aanleiding van vragen van de fracties van Enkhuizer Belang en de pvda beloofd dat de rechtspositie van de medewerk(st)ers goed zal worden geregeld. Van deze belofte is met blijdschap kennisgenomen.

Afrondend: de fractie van de pvda kan met dit aangepaste collegevoorstel instemmen.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) behoeft weinig toe te voegen aan de opmerking die de heer Dol al eerder heeft gemaakt. Voor de fractie van Verenigd Links/GroenLinks is het van essentieel belang dat instemmen met dit raadsvoorstel níét inhoudt dat daadwerkelijk tot verzelfstandiging dient te worden overgegaan. De fractie ziet de verdere uitwerking van één en ander met belangstelling tegemoet.

Over de toekomstige situatie van de campings wordt in spreeksters fractie verschillend gedacht. Zij hoopt dan ook dat de ambtelijke adviezen uitdrukkelijk in de uitwerking zullen worden betrokken.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) roept in herinnering dat tijdens de begrotingsbehandeling in 1997 is besloten een kerntakendiscussie te voeren, waarna in december 1998 de kerntakennota is vastgesteld. Nu worden de eerste vier pilots behandeld. Van het proces dat tot deze pilots heeft geleid, is veel geleerd. Aan de hand van de opgedane ervaringen zal in volgende gevallen waarschijnlijk op een andere manier worden geopereerd. Het college meent dat het gewenst is de zaken in een bredere context aan te pakken. Moet alleen worden geluisterd naar de afdeling die met de in het geding zijnde taken is belast of is het beter ook externe deskundige in te schakelen? Met alle waardering voor de inzet die de verschillende afdelingen en het personeel hebben getoond, lijkt het verstandig ook mensen van buiten het gemeentelijke apparaat bij de uitwerking van één en ander te betrekken.

Met betrekking tot de kerntaken is een principieel punt of de uitvoering van werkzaamheden die daaruit voortvloeien per se door de gemeente ter hand dienen te worden genomen. Vorig jaar is nadrukkelijk gezegd dat bezuinigen níét het uitgangspunt is, want dan bestaat het gevaar dat taken worden afgestoten zònder acht te slaan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de positie van het personeel.

In de kerntakennota is ten aanzien van openbare werken het volgende geschreven.

'Onder deze groep vallen onder andere het groot en klein onderhoud van wegen, openbare verlichting, bruggen, vaarten en grachten, openbaar groen, riolering en milieubeheer en er is sprake van een kerntaak.'

Vervolgens is daaraan een essentiële uitspraak toegevoegd.

'In beleidsmatige en sturende zin ligt bemoeienis van de gemeente voor de hand.'

Welnu, dit uitgangspunt heeft tot het voorliggende raadsstuk geleid. Overigens is over het openbaar groen nog het volgende opgemerkt.

'Ten aanzien van de uitvoering kan een grote mate van uitbesteding worden voorgestaan.'

Juist in die sector wordt al een groot aantal werkzaamheden uitbesteed, men denke aan, bijvoorbeeld, de dsw. Dit neemt niet weg dat in ieder geval een collegemeerderheid van oordeel is dat in beleidsmatige en sturende zin een taak voor de gemeente is weggelegd.

Men kan de academische vraag stellen of alles nog wel een gemeentelijke kerntaak is. In de met algemene stemmen vastgestelde kerntakennota is níét voor deze benadering gekozen, maar aan de andere kant is ook duidelijk gesteld dat bepaalde taken wel degelijk bij de gemeente thuishoren, zeker indien sprake is van een maatschappelijk belang.

Een andere in de commissie besproken zaak betreft het sociaal statuut. Eén van de uitgangspunten van de kerntakennota is dat de rechtspositie personeel - behoud van werk, inkomen en opgebouwde pensioenrechten - niet uit het oog mag worden verloren. Het college heeft een sociaal statuut vastgesteld en dat met de or besproken. Aanstaande woensdag zal dat stuk aan de werknemersdelegatie van het go en vervolgens aan het gehele go worden voorgelegd. Spreker hoopt dat de besprekingen over het statuut nog deze maand kunnen worden afgerond, zodat niets een verdere uitwerking van hetgeen nu voorligt in de weg staat. Daarin zal de or, die adviesrecht heeft, een belangrijke rol spelen, vandaar dat het oorspronkelijke collegevoorstel is veranderd; in plaats van uitvoering wordt nu over uitwerking gesproken.

Spreker kan zich vinden in de opmerkingen die de heer Boland over de vier pilots heeft gemaakt. Voor met name het groen en het recreatiegebied dienen beleidsuitgangspunten te worden vastgesteld. De andere twee punten betreffen meer uitvoeringszaken. Overigens is hiermee ook aangegeven welke lijn in de verdere uitwerking zal worden gevolgd, indien de raad dit voorstel aanvaardt.

De heer Wiersma
(cda) distilleert uit de beantwoording dat de wethouder voor wat betreft het openbaar groen de gedachte van de cda-fractie niet overneemt. De kwalificatie `kerntaak' wil nog niet zeggen dat die per se volledig door de gemeente moet worden uitgevoerd. In het al eerder aangeduide boekwerk wordt gesteld dat het mooi is

'een ploeg mannen te hebben die met een half woord snel inzetbaar is voor een klus, zoals assistentie bij calamiteiten, gladheid, storm, dreigende overstromingen, storingsdienst, assistentie bij evenementen, plaatsing afzettingen, bouw podia, reiniging, interne verhuizingen, begeleiding van bezoekers en verkeer bij grote evenementen, sinterklaas, assistentie bij andere afdelingen als zich daar piekwerkzaamheden voordoen.'

Als er mensen zijn, is er werk. Zijn er geen mensen, dan vervalt (veel van) het werk!

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Het uitgangspunt van een collegemeerderheid is dat het openbaar groen in beleidsmatige en sturende zin als een kerntaak moet worden beschouwd. De gemeenteraad moet vervolgens beoordelen of die taak dient te worden uitbesteed dan wel op een adequate, zorgvuldige en snelle wijze door het beschikbare ambtelijke apparaat kan worden uitgevoerd. Bovendien moet worden bekeken of het apparaat met het particuliere bedrijfsleven kan concurreren. In de beoordeling van de pilot `openbaar groen' is dat nog eens duidelijk aangegeven.

De heer Wiersma
(cda): De betrokken managers hebben uitgesproken dat alle pilots kerntaken zijn. Ook ten aanzien van het openbaar groen wordt gezegd dat het financieel beter is dat met de huidige bezetting te blijven doen. Daarbij wordt opgemerkt dat van de oorspronkelijke 22 fte's nog maar 13,88 zijn overgebleven. Op die manier wordt de mist alleen maar dikker gemaakt! Dergelijke berekeningen moeten met een gepast wantrouwen worden beoordeeld, want men mag veronderstellen dat naar een bepaalde uitkomst is toegeschreven. Vandaar dat daarstraks terecht door iemand is opgemerkt dat niet uitsluitend naar het rapport van de betrokken manager of afdeling mag worden gekeken. Zo is de efficiency níét gemeten, terwijl dat toch een belangrijk element is wanneer de prestaties van de overheid met die van de markt worden vergeleken.

De heer Hekkert
(vvd) begreep in eerste instantie van de wethouder dat de uitvoering van de groenwerkzaamheden ter discussie zou staan. Als die in de uitwerking van een eventuele verzelfstandiging wordt betrokken, ontstaat vanzelf duidelijkheid.

Vervolgens stelde de wethouder dat men een academische discussie kan opzetten over de vraag wat al dan niet een kerntaak is, maar daarvoor voelt het college kennelijk niets. Toch is dat met de or afgesproken, zie het stappenplan dat de heer Wiersma zo-even heeft geciteerd. Graag opheldering.

Met betrekking tot het sociaal statuut is gezegd dat daarover deze week zal worden gesproken. Ter voorkoming van mogelijke, onnodige vertragingen wil spreker graag weten waarom de portefeuillehouder blijkbaar niet van zins is het beschikbare vng-model te hanteren, alhoewel het in deze gemeente gebruikelijk is dergelijke regelingen wèl over te nemen.

De heer Van der Veen
(pvda): Hoe denkt de heer Hekkert over het ontwerpstatuut zoals dat op dit moment bij de werkgeversdelegatie bekend is? Dat ontwerp wijkt weinig van het vng-model af. Eigenlijk is het vng-model confectiewerk, deze gemeente heeft voor maatwerk gekozen.

De heer Boland
(d66): De d66-fractie heeft bezwaar tegen een discussie over stukken die niet bij àlle raadsleden bekend zijn!

Wethouder Knukkel
(vl/gl) onthult dat het vng-model ultimo september tot stand is gekomen. Op dat moment had het college het ontwerpstatuut al vastgesteld en was het in de ondernemingsraad besproken. Aanstaande woensdag zal uitgebreid op deze materie worden teruggekomen.

Spreker handhaaft het standpunt zoals dat vorig jaar in de kerntakennota is vastgelegd. Het openbaar groen is een kerntaak, maar iedere keer moet worden bekeken of en, zo ja, in hoeverre uitbesteding kan plaatsvinden. Overigens geldt dit voor èlke (kern)taak.

De heer Hekkert
(vvd): Aan deze tafel wordt in geen enkel opzicht getwijfeld aan de stelling dat het beheer van het openbaar groen een gemeentelijke kerntaak is. Het enige dat de fractie heeft gevraagd, is de uitvoering te betrekken in de uitwerking van een mogelijke verzelfstandiging.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Dat gaat in tegen de formulering die in het raadsvoorstel is vermeld. In het stuk staat letterlijk:

'2.1 Onderhoud Openbaar Groen
Beheer en onderhoud van het openbaar groen wordt beschouwd als een kerntaak.'

Wanneer in deze academische discussie is vastgesteld wat tot de kerntaken moet worden gerekend, is de praktische uitwerking een zaak van het college. Van bepaalde zaken is gezegd dat die géén kerntaken zijn en wordt voorgesteld het college de opdracht te geven de verzelfstandiging daarvan uit te werken. Er is dus een essentieel verschil tussen beide mogelijkheden.

De heer Wiersma
(cda): Toen onder leiding van deze wethouder voor de eerste keer met het go over het onderwerp `kerntaken' werd gesproken, stelde de portefeuillehouder dat voor een kerntakendiscussie een financiële aanleiding moest bestaan, want anders zou slechts over gebakken lucht worden gesproken. Iedereen was het met die uitspraak eens. Wat nu wordt gedaan, is meer een efficiencydiscussie dan een kerntakendiscussie. Het gaat in wezen om de vraag welke taken absoluut door de gemeente moeten worden uitgevoerd - de kosten daarvan spelen een ondergeschikte rol - en al het overige komt in principe in aanmerking om te worden uitbesteed.

De heer Hekkert
(vvd): De vvd-fractie zal graag zien dat het raadsvoorstel zodanig wordt aangepast dat de uitvoering van de groenwerkzaamheden wordt meegenomen in de uitwerking van een mogelijke verzelfstandiging.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Nee. Het college van burgemeester en wethouders heeft duidelijk uitgesproken dat ook het onderhoud van het openbaar groen een kerntaak is. In het college zal wel worden bezien welk deel van die taak kan worden uitbesteed. Op dit moment is de gemeentelijke `groentaak' al tot een minimaal niveau teruggebracht en dat dient in het belang van de gemeenschap in ieder geval te worden gehandhaafd.

Hierna wordt het voorstel van burgemeester en wethouders bij handopsteken in stemming gebracht en met 9 tegen 7 stemmen aanvaard.


6. Subsidieprogramma 2000.

(Voorstel nummer 151, 1999.)

De heer Wiersma
(cda) kan zich in grote lijnen met het aangeboden subsidieprogramma verenigen. Voor één punt maakt de cda-fractie een uitzondering en dat betreft de reservering voor culturele activiteiten. Spreker dient daarom de volgende motie in.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999; overwegende:


* dat de stad Enkhuizen als subregionaal centrum ook een culturele taak vervult;

* dat in de conceptsubsidieverordening 2000 de reservering voor culturele activiteiten is wegbezuinigd;

* dat voor de bedoelde culturele activiteiten steeds een grote personele, vrijwillige inzet wordt gedaan;

* dat door het wegvallen van deze subsidie het culturele aanbod in Enkhuizen ernstig verschraalt;

stelt vast:
dat het om een relatief gering bedrag gaat, waarmee veel activiteiten zijn gemoeid;
besluit:
de subsidie voor de post `reservering culturele activiteiten' voor het jaar 2000 vast te stellen op f 9.000,--; verzoekt burgemeester en wethouders hiervoor een passende dekking te vinden;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Boland
(d66) schaart zich eveneens achter de grote lijnen in het collegevoorstel, maar heeft net als de cda-fractie een motie over de culturele manifestaties opgesteld. De fractie van d66 heeft de stellige indruk gekregen dat wat al te kort door de bocht is besloten de daarvoor bestemde post te schrappen. Voor het terugdraaien van dat besluit gelden de volgende overwegingen.

PR Een aantal manifestaties kent een lange voorbereidingstijd. Als nu wordt besloten daarvoor geen financiële bijdrage (meer) te verstrekken, kunnen de betrokken organisaties volgend jaar in problemen komen.
PR Voorts zijn er manifestaties waarvoor bepaalde instanties/organisaties alleen een subsidie beschikbaar stellen indien kan worden aangetoond dat in de gemeente voldoende draagvlak bestaat of op een gemeentelijke bijdrage mag worden gerekend.
PR Drie organisaties hebben via de inspraakmogelijkheid kenbaar gemaakt dat zij met de in de vorige punten genoemde moeilijkheden te maken krijgen. De betrokken organisaties willen onderzoeken of een andere financiering mogelijk is dan wel een andere financiële bron kan worden gevonden. Voor dat initiatief is ongeveer een jaar nodig.

Samenvattend: de fractie van d66 stelt voor ten behoeve van culturele manifestaties weer een reservering op te nemen. Daarop moeten alle daarvoor in aanmerking komende organisaties een beroep kunnen doen. Het benodigde bedrag, in casu f 10.000,--, kan volgens de fractie voor het jaar 2000 eenmalig uit de post `onvoorzien' worden geput. Vervolgens zou het college in samenspraak met de betrokkenen moeten bezien of een structurele oplossing voor de volgende jaren kan worden gevonden. De d66-motie luidt als volgt.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999 voor de behandeling van raadsvoorstel 151 betreffende vaststelling Subsidieprogramma 2000;
overwegende:


* dat voorgesteld wordt het begrote bedrag voor culturele manifestaties te schrappen uit het Subsidieprogramma 2000;
* dat een aantal manifestaties zo'n lange voorbereidingstijd kent dat schrappen op dit moment zeer ingrijpend is;
* dat voor een aantal manifestaties alleen wanneer een gemeentelijke subsidie is verstrekt een succesvol beroep op andere subsidies kan worden gedaan;

* dat betrokken organisaties ideeën hebben om een deel van de huidige subsidies in een andere vorm bijeen te brengen, maar voor de uitwerking daarvan ten minste een jaar nodig hebben;
* dat vanwege het gestelde bezuinigingsdoel er geen ruimte meer is in de subsidiebegroting;

besluit:


* voor 2000 alsnog een reservering van f 10.000,-- te maken voor culturele manifestaties;

* uit deze reservering subsidies te verstrekken aan culturele manifestaties die mede door andere fondsen worden mogelijk gemaakt;

* dit bedrag voor het jaar 2000 te betalen vanuit de post `onvoorzien';

* burgemeester en wethouders te verzoeken


* om samen met de betrokken organisaties zo spoedig mogelijk te overleggen over een structurele oplossing van deze subsidie;
* de raad van hun bevindingen op de hoogte te houden;

en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Van der Veen
(pvda) refereert aan twee moties die zijn fractie tijdens de begrotingsbehandeling heeft ingediend. De eerste motie beoogt de loonstijging van 6 % volledig te compenseren in plaats van de voorgestelde 2 %. Het gaat dan om instellingen die zelf geen of onvoldoende extra inkomsten kunnen genereren, zoals de Stichting Peuterspeelzalen Enkhuizen en de Stichting Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek Enkhuizen. De desbetreffende motie heeft de volgende inhoud.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op dinsdag 2 november 1999; overwegende:


* dat in het subsidieprogramma zoals in het collegeprogramma is afgesproken een bezuiniging wordt gerealiseerd;
* dat maatschappelijke organisaties die medewerk(st)ers in dienst hebben en daarvoor afhankelijk zijn van gemeentelijke subsidies nog een tweede bezuiniging krijgen opgelegd doordat in de cao's een loonsverhoging van 6 % is afgesproken, terwijl het subsidieprogramma in een loonstijging van slechts 2 % voorziet;
* dat de overeengekomen cao-loonsverhoging van 6 % redelijk is, daar medewerk(st)ers in de welzijnsector jarenlang niet in voldoende mate hebben kunnen profiteren van de economische groei, terwijl dat in andere sectoren wel het geval was;

verzoekt burgemeester en wethouders van Enkhuizen in het gemeentelijke subsidieprogramma een compensatie te bieden voor een loonstijging van 6 % in plaats van 2 %;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Boland
(d66): Kan het effect van de motie worden gekwantificeerd en uit welke post worden die kosten gedekt?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Tijdens de begrotingsbehandeling is duidelijk geworden dat het om ongeveer f 49.000,-- gaat. Afgesproken werd dat in het kader van de behandeling van dit subsidieprogramma naar een dekking zou worden gezocht, maar die kon helaas niet worden gevonden.

De heer Van der Veen
(pvda): Juist.

De tweede motie handelt over het beheer van de gemeentelijke kunstcollectie. In het begrotingsprogramma staat dat de kosten van het beheer door de Stichting Kunstcentrum `De Twee Wezen' structureel worden opgenomen, maar de dekking daarvan is niet in het subsidieprogramma terug te vinden. Vandaar dat de navolgende pvda-motie nog steeds actueel is.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op dinsdag 2 november 1999; overwegende:


* dat sinds 1997 de gemeentelijke kunstcollectie wordt beheerd door de Stichting Kunstcentrum `De Twee Wezen';

* dat burgemeester en wethouders van Enkhuizen bij de begroting voor het jaar 2000 hebben aangegeven dat dit beheer in 2000 voortgezet dient te worden;

* dat derhalve geen sprake meer lijkt te zijn van een incidentele zaak, maar van een structurele relatie tussen gemeente en voornoemde stichting;

verzoekt burgemeester en wethouders van Enkhuizen voor het beheer van de gemeentelijke kunstcollectie door de Stichting Kunstcentrum `De Twee Wezen' te komen tot een structurele dekking van de hieraan verbonden kosten;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Jans
(eb) becommentarieert de moties als volgt.


1. pvda / Subsidieprogramma. Aangezien de fractie van Enkhuizer Belang overtuigd is van de noodzaak tot een bezuiniging te komen, kan zij zich niet in deze motie vinden.

2. pvda / De Twee Wezen. De eb-fractie onderschrijft deze motie. Overigens staat het kunstcentrum niet meer in het subsidieprogramma, omdat het een structurele zaak is geworden, althans dat heeft spreker in de commissie begrepen.
3. D66 en cda / Culturele manifestaties/activiteiten. Niet duidelijk is waarom in de d66-motie een bedrag van f 10.000,-- is opgenomen; vorig jaar werd immers f 9.000,-- gevoteerd. In een tijd van bezuiniging moet in geen geval méér worden gegeven! Op zich is de fractie van Enkhuizer Belang wel een voorstandster van een reservering voor culturele activiteiten. De dekking moet echter niet in `onvoorzien' worden gezocht, maar elders in de subsidiebegroting, bijvoorbeeld de bedragen voor spe, Brijder Stichting en Anti-Discriminatie Buro naar rato korten.

De heer De Geus
(rpf/sgp) steunt kortheidshalve de cda-motie.

Waarom in de d66-motie, die dezelfde strekking heeft, f 1.000,-- meer wordt gevraagd, is onduidelijk. De rpf/sgp-fractie wil trouwens graag weten of het college zich conformeert aan de dekking die in de motie van de heer Boland is aangegeven.

Zeer waarschijnlijk hebben alle raadsleden een brief over het peuterspeelzaalwerk gehad. De Stichting Peuterspeelzalen Enkhuizen kampt met krappe financiën en dat acht de rpf/sgp-fractie zorgelijk. Wellicht moet worden overwogen iets aan die problematiek te doen. In het stuk wordt echter de suggestie gewekt dat het pand aan de Goudenregenstraat winst oplevert. Zijn de in dat verband genoemde bedragen correct?

Op de zojuist uitgereikte moties van de pvda-fractie zal spreker in de tweede termijn reageren.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) wil niet opnieuw terugkomen op de bezuiniging van f 200.000,--, waarvan f 100.000,-- ten laste van kunst en cultuur komt. Hopelijk zullen spoedig betere tijden aanbreken en kan de gemeente dan wat meer aan kunst en cultuur uitgeven.

De ingediende moties geven aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.

S
Moties d66 en cda / Reservering culturele activiteiten. Gelet op de in de moties genoemde bedragen gaat de d66-motie verder dan die van het cda. Aangezien in de ogen van de fractie van Verenigd Links/GroenLinks niet genoeg aan kunst en cultuur kan worden uitgegeven, zal zij de motie van de heer Boland graag steunen. S
pvda-motie 1 / Loonkosten peuterspeelzaal-bibliotheek. Volgens de vl/gl-fractie is deze zaak een rijksaangelegenheid. Bovendien zijn de financiële gevolgen van de motie onduidelijk, zodat die niet zal worden gesteund.
S
pvda-motie 2 / De Twee Wezen. Deze motie kan spreeksters fractie volledig onderschrijven.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) vermeldt dat in de commissievergadering vooral over de reservering culturele activiteiten is gediscussieerd. Deze reservering moest als gevolg van de gestegen lonen helaas sneuvelen. Alhoewel het college positief staat tegenover het beschikbaar stellen van geld voor culturele activiteiten, kan daartoe niet worden besloten wanneer de nodige financiële middelen domweg ontbreken. De d66-fractie geeft in overweging voor het komende jaar een incidentele dekking toe te passen, in casu de post `onvoorzien', en daarna te bekijken hoe een structurele oplossing kan worden gevonden. De post `onvoorzien' is daarvoor niet bedoeld. Bovendien is in het kader van de begrotingsbehandeling gezegd dat de dekking binnen de begroting van w/ro moet worden gevonden. Welnu, dat schatgraven heeft tot spreeksters diepe droefenis niets opgeleverd. Hoogst waarschijnlijk zijn in het afgelopen jaar alle schatten reeds opgegraven!

De fractie van Enkhuizer Belang stelt voor ten behoeve van de culturele activiteiten naar rato geld weg te halen bij de posten die voor spe, Brijder Stichting en Anti-Discriminatie Buro zijn gereserveerd. Die optie is lastig. Dergelijke (voorgenomen) kortingen moeten in april kenbaar worden gemaakt, zodat de betrokken organisaties in de gelegenheid zijn het traject te bewandelen dat voor elke instelling enzovoort geldt wanneer een subsidie wordt verminderd dan wel beëindigd.

De heer Hart
(eb): Voor een nooit verschenen jongerenwerker is een bepaald bedrag gereserveerd. Kan dat geld niet worden gebruikt?

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): De jongerenwerker is in september aangesteld en wordt sindsdien betaald. Vanwege allerlei problemen, waarover straks nadere mededelingen zullen worden gedaan, heeft de raad nog niet officieel besloten het bedrag goed te keuren. Dat geld is dus niet voor andere doeleinden beschikbaar.

De heer Wiersma
(cda): Uit de brief van de peuterspeelzaal blijkt dat dit jaar f 10.000,-- overblijft en dus kan dat bedrag als dekking worden gebruikt.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Vanmorgen is dat schrijven, voorzien van een ambtelijk advies, op mijn bureau beland. Met dat overschot kan een eenmalige oplossing voor het jaar 2000 worden gecreëerd. De negatieve gevolgen van de loonkostenstijging zijn echter structureel en daarvoor zal dus iets anders moeten worden bedacht. Het college kijkt met name naar organisaties die echt in problemen komen, bijvoorbeeld omdat zij geen of niet genoeg extra inkomsten kunnen verwerven. De peuterspeelzalen wilden de ouderbijdrage 4 % verhogen, hetgeen zou betekenen dat geen f 53,-- maar f 55,-- moest worden betaald. Als alle gestegen kosten in de ouderbijdrage worden doorberekend, bedraagt de stijging 12 %; de bijdrage wordt dan verhoogd van f 53,-- tot f 59,-- per maand. Een verhoging van f 6,-- per maand klinkt héél anders dan een stijging van 6 %. In dit geval is het beter voor een verhoging van de ouderbijdrage te kiezen, zeker als wordt gekeken naar de tarieven die in deze regio worden gehanteerd.

De heer Van der Veen
(pvda): Voor veel mensen is een verhoging van f 6,-- een niet onaanzienlijke extra kostenpost.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Daar staat tegenover dat ouders hun kind twee dagdelen naar de peuterspeelzaal kunnen brengen, waar geschoold personeel voor preschoolse educatie en een goede verzorging borg staat.

De heer Van der Veen
(pvda): Dat kan zo zijn, maar dit is niet de enige verhoging waarmee de betrokken mensen worden geconfronteerd.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl): Die mensen kunnen een beroep doen op de sociale voorziening die deze gemeente kent. Voor de mensen die het tarief wel gemakkelijk kunnen betalen, is f 6,-- geen onoverkomelijke verhoging. Bovendien zegt mevrouw Dekker terecht dat de kinderen daar in goede handen zijn.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Goed, tot zover de peuterspeelzalen.

In de gesprekken die met het bestuur van de bibliotheek zijn gevoerd, is naar voren gekomen dat het lidmaatschap met circa f 2,50 kan worden verhoogd. Na die verhoging dient de bibliotheek wel in de pas te blijven lopen met de bibliotheektarieven in deze regio. Het verschil tussen inkomsten en uitgaven dat bij de bibliotheek ontstaat, is een probleem dat in de komende tijd aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.

Samenvattend: voor de organisaties die met gestegen (loon)kosten worden geconfronteerd en zelf geen of onvoldoende extra inkomsten kunnen genereren, kan binnen de begroting van w/ro helaas geen geld worden gevonden.

De voorzitter
: Het mag duidelijk zijn dat de moties op de nodige sympathie van het college mogen rekenen, maar dat geldt niet voor de dekking.

Spreker schorst hierna op verzoek van wethouder Knukkel de beraadslagingen voor vijf minuten.

(Schorsing.)

De voorzitter
heropent de beraadslagingen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) schetst waartoe het collegeberaad heeft geleid.

~
Moties d66 en cda / Culturele activiteiten. Het feit dat organisaties vaak een gemeentelijke subsidie nodig hebben om in aanmerking te kunnen komen voor bijdragen van andere instanties heeft voor het college de doorslag gegeven. Het college denkt binnen het subsidieprogramma een bedrag van f 9.000,-- te kunnen vinden door bepaalde posten, waaraan voor 2000 nog geen invulling is gegeven, te heralloceren. De commissie zal daarover worden geïnformeerd.
~
pvda-motie 1 / cao`s. Het college handhaaft het standpunt dat organisaties die via eigen (extra) inkomsten de klap van de loonsverhoging (voor een groot deel) kunnen opvangen dat ook behoren te doen. Voor de instellingen die dat niet kunnen, zal gezamenlijk naar oplossingen moeten worden gezocht, indien dat wordt gevraagd.
~
pvda-motie 2 / De Twee Wezen. In dit geval is sprake van een omissie. Het bedrag dat voor De Twee Wezen nodig is, hoort niet meer in het subsidieprogramma thuis. In 2000 kunnen de kosten ad f 10.000,-- uit het kunstfonds worden bestreden. Daarna blijft zelfs nog wat geld over voor het maken van een aanvang met de 1 %-regeling.

Met inachtneming van deze opmerkingen neemt het college de moties over.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het gewijzigde subsidieprogramma 2000 vastgesteld.


7. Vaststellen belastingverordeningen 2000.

(Voorstel nummer 132, 1999.)

De heer Van Doornik
(cda) beroept zich op de eerder gedane mededeling dat de horeca via de legesverordening aan de kosten van de bewakingsdienst zal bijdragen. Zijn de opgevoerde bedragen voldoende om die kosten te dekken?

De voorzitter
repliceert dat die kosten nog niet worden gedekt. Zoals in de commissie is meegedeeld, zullen eerst nog enkele technische tabelletjes moeten worden gemaakt. In de komende commissiebijeenkomst zal daarop worden teruggekomen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.


8. Bezoldigingsverordening Enkhuizen 2000.

(Voorstel nummer 133, 1999.)

De heer Jans
(eb) citeert artikel 11, lid 1, van de verordening.

'Het salaris van de gemeentesecretaris wordt bij indiensttreding vastgesteld in salarisschaal 13.'

Heeft deze bepaling gevolgen voor de salarisschaal van de sectorhoofden?

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Nee.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


9. Aanpassing bedragen in

vergoedingsregeling vrijwillige brandweer Enkhuizen.

(Voorstel nummer 136, 1999.)

De heer Tesselaar
(eb) zag op weg naar het stadhuis de sportschool `Barbos' in brand staan. Gelukkig bleek het om een oefening van de brandweer te gaan! De fractie van Enkhuizer Belang is trots op de vrijwillige brandweer en stemt dan ook van harte met de voorgestelde aanpassing in.

De voorzitter
: Het laatste geldt voor de gehele gemeenteraad!

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

10. Subsidie Stichting Kinderopvang Harlekijn inzake

uitbreiding buitenschoolse opvang.

(Voorstel nummer 137, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

11. Beleidsplan abw1999-2000.

(Voorstel nummer 138, 1999.)

De heer Wiersma
(cda) vernam dat in de commissie onder meer vragen werden gesteld over armoedeval, glijdende schaal et cetera waarop in de volgende commissiebijeenkomst zou worden teruggekomen. Is deze informatie correct?

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Ja.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

12. Wijziging artikel 30 beleidsregels bijzondere bijstand.

(Voorstel nummer 139, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

13. Eindoverdracht bestuur openbaar basisonderwijs.

(Voorstel nummer 141, 1999.)

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) geeft de volgende, nadere informatie. Vorige week is een brief met een aantal vragen van de mr van de openbare school `De Tweemaster' binnengekomen. Die vragen zijn schriftelijk beantwoord, waarbij nadrukkelijk is aangegeven dat de directies en het nieuwe bestuur met de financiële overdracht akkoord zijn gegaan. De bestuursoverdracht is dus in principe rond.

De heer Dol
(vl/gl) stipt een mogelijk probleem aan. Uit de genoemde brief blijkt dat de mr nog niet geheel met de overdracht kan instemmen. Wanneer scholen en/of besturen fuseren hebben de betrokken mr's een bepaald recht, te weten advies of instemming. Waarschijnlijk is in dit geval het instemmingsrecht van toepassing. Formeel kan de raad dus pas met dit collegevoorstel instemmen zodra duidelijk is dat ook de mr akkoord is.

De heer Boland
(d66) leest in zijn stukken dat op 6 december overleg heeft plaatsgevonden en een schriftelijke bevestiging van de directie is ontvangen. Gaat het om dat stuk?

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) bedoelt een ander stuk. Op de laatste bladzijde daarvan staat de brief van 6 december. Daarin komt onder meer de volgende tekst voor.

'Geacht schoolbestuur,
Hierbij bedanken wij u hartelijk voor de open en correcte wijze waarop u de financiële overdracht met ons heeft besproken. De directies van De Tweemaster en Het Driespan kunnen zich met het raadsvoorstel verenigen.'

De heer Dol
(vl/gl): Een directie is geen mr.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd): Jawel, maar in de brief van de mr staat dat die met één en ander zullen instemmen, indien ook de directies en de gemeenteraad akkoord gaan.

Spreekster weet niet welk recht de mr in dit specifieke geval heeft. Overigens is ook over de financiële afhandeling met de mr overleg gevoerd.

Verder kan nog worden opgemerkt dat in de brief van De Tweemaster over het zelfbeheer wordt gesproken. Aan het nieuwe schoolbestuur is meermaals duidelijk gemaakt hoe de gemeente en de directies daar tegenover staan, maar voor het overige is dat een zaak van het nieuwe bestuur.

Voorts staat vast dat, met alle respect voor welke Enkhuizer mr dan ook, 't Skitteljacht een verantwoordelijkheid van de mr in Drechterland is.

Ook moet worden geconstateerd dat de invulling van de vacature bij Het Driespan nog door de gemeente Enkhuizen als oud bestuur zal worden afgehandeld. Dat levert geen probleem op.

Tot slot kan over de financiële afhandeling - dit onderwerp komt bij agendapunt 14 aan de orde - worden gemeld dat overeenstemming met de overdrachtcommissie, het nieuwe bestuur en de directies is bereikt. Gelet op dit feit neemt het college aan dat ook de mr van De Tweemaster hiermee zal instemmen.

De voorzitter
acht het, gehoord de opmerking van de heer Dol, verstandig conform het collegevoorstel te besluiten onder het voorbehoud dat niet aan de rechten van de mr wordt getornd. Mocht blijken dat het vermoeden van de heer Dol juist is, dan is het raadsbesluit niet rechtsgeldig en zal hierop worden teruggekomen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.

14. Financiële overdracht bestuur openbaar basisonderwijs.

(Voorstel nummer 142, 1999.)

15. Aanpassing Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Enkhuizen.

(Voorstel nummer 144, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 14 en 15 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

16. Vaststellen Havenverordening Enkhuizen 1999.

(Voorstel nummer 145, 1999.)

De heer Dol
(vl/gl) voert op de eerste plaats aan dat communicatie met burgers en organisaties één van de speerpunten van het collegebeleid is. In het voorliggende stuk is daarvan niets te vinden. Toch is vlak voor de commissievergadering een reactie van de lwo ontvangen en ook van de vng is enig faxwerk binnengekomen. Verder was in de krant te lezen dat onder een deel van de doelgroep, in casu de varende woonschepen, ontevredenheid zou heersen. Kortom: de communicatie is niet geweldig. Alleen via het inspreekrecht kan op dit soort voorstellen worden gereageerd. Daarvoor moet een ander kanaal worden gecreëerd, zeker als naar toekomstige ontwikkelingen zoals de aanleg van de Gependam wordt gekeken. Een aantal maanden geleden is een fors aantal adviescommissies, waaronder de havencommissie, opgeheven. Achteraf moet worden erkend dat daardoor de gang van zaken in en rond de havens niet zo verloopt als wenselijk is. De betrokkenen staan tegenwoordig langs de zijlijn en dat doet geen recht aan de bedoelingen van deze raad. Vandaar dat de fractie van Verenigd Links/GroenLinks

w
erop aandringt tot een structureel overleg te komen met degenen die een zeker belang bij de havens hebben, bijvoorbeeld in een (weer) op te richten adviescommissie voor de havens; w
voorstelt de onderhavige verordening een maand aan te houden om alsnog een adequaat overleg met de belanghebbenden te kunnen organiseren.

Zodoende wordt voorkomen dat de raad door allerlei mensen en organisaties met brieven, faxen enzovoort wordt bestookt en uiteindelijk een Salomonsoordeel moet vellen.

De voorzitter
bevestigt dat met het opheffen van de havencommissie een leemte is ontstaan. Tijdens de commissievergadering heeft ook de heer Prins namens de schippers een dergelijke opmerking gemaakt. In de afgelopen week is daarover nader gesproken; het gesprek richtte zich op drie punten.

a. Tussen de havendienst en de gebruikers van de haven, waarbij vooral aan de schippers van de bruine vloot moet worden gedacht, dient structureel overleg plaats te vinden. In dat overleg moeten praktische zaken aan de orde komen, bijvoorbeeld plaats en wijze van afmeren.
b. Het tweede punt betrof de verordening en zaken in het verlengde daarvan. Naar aanleiding van de reactie van de lwo - is de vergunning aan de eigenaar of het water gebonden? - heeft een aanpassing plaatsgevonden, nadat terzake een advies aan de vng was gevraagd. Gelet daarop gaat het dan ook wat ver te stellen dat de communicatie niet geweldig is geweest.

De heer Van Doornik
(cda): De inspraakreactie van de lwo vloeide voort uit het feit dat die organisatie met de gemeente in een procedure was verwikkeld. Met andere woorden: de lwo liep min of meer toevallig tegen de inspraakmogelijkheid op.

De voorzitter
: Klopt, maar afgezien van één geval bestaan tussen de gemeente en de bewoners van de woonarken helemaal geen problemen, integendeel.

c. In de krant van heden staat een artikel over de varende woonschepen. De bezitters daarvan betalen een fundamenteel ander tarief dan de degenen die een woonark hebben en dat is ook logisch. Dat mensen die hoogstens enkele malen per jaar met hun woonschip de Oosterhaven in en uit varen het tarief te hóóg vinden, is in deze context niet relevant. Op grond van de gemaakte beleidskeuze geldt voor varende woonschepen immers hetzelfde tarief als voor elk ander varend schip.

De heer Dol
(vl/gl): Jawel, maar het is goed het gemeentelijke beleid dat aan deze tafel wordt gemaakt met àlle belanghebbenden door te spreken. Wellicht kan dan een krantenartikel zoals vandaag is verschenen worden voorkomen of wordt dat ten minste genuanceerder geschreven.

De voorzitter
: Er bestaat geen verschil van mening over de gedachte dat beter vorm moet worden gegeven aan consultatie, inspraak en betrokkenheid. Daarover zijn al afspraken gemaakt.

Voor wat betreft de voorliggende verordening mag worden gesteld dat daarin het door de raad vastgestelde beleid is vertaald en met de bbz en deskundigen een goed overleg heeft plaatsgevonden. De verordening kan dan ook vanavond worden vastgesteld, maar als een raadsmeerderheid desalniettemin van oordeel is dat nog een extra maand nodig is, kan dat. Overigens zal het instellen van een adviescommissie vrijwel zeker niet tot gevolg hebben dat de inhoud van de verordening moet worden gewijzigd. Bovendien is het de vraag of de beoogde adviescommissie binnen een maand kan worden geformeerd.

De heer Dol
(vl/gl): Deze verordening is als handvat gebruikt om tot een adviescommissie te komen.

De voorzitter
: Ja, dat is wel duidelijk geworden!

Hopelijk is het volgende compromisvoorstel acceptabel. Het college bekijkt in overleg met bbz nog eens nauwkeurig aan welke belangengroepen de voorliggende conceptverordening moet worden toegestuurd met het verzoek spoedig commentaar te leveren. Mochten die reacties aanleiding geven om de discussie te heropenen, dan zal dat gebeuren. Zo niet, dan kan de verordening in januari worden vastgesteld. Los daarvan zal zo vroeg mogelijk in het komende jaar met de daarvoor in aanmerking komende clubs weer regelmatig rond de tafel worden plaatsgenomen.

De heer Boland
(d66) belicht dat hij al vaker heeft gevraagd tot een platform te komen waarop met de gebruikers van de haven overleg kan worden gevoerd. Als de voorzitter toezegt dat een dergelijk overlegorgaan zal worden gecreëerd en als eerste opdracht krijgt de onderhavige verordening nog eens goed tegen het licht te houden, is dat voldoende. Het staat de raad immers te allen tijde vrij de verordening aan te passen.

De heer Dol
(vl/gl): Een uitstekend voorstel.

De voorzitter
: Met dank aan de heer Boland wordt aldus besloten.

Mevrouw Dangermond-Hilderink
(vvd) vestigt de aandacht op de artikelen 2.16, geluidshinder, en
2.17, aggregaten. Op 23 november is in de commissie ow/sv gesproken over geluidshinder die wordt veroorzaakt door schepen die aan de Harlingersteiger liggen. In die discussie is gezegd dat de schepen tot 21.00 uur aggregaten kunnen laten draaien, maar in de verordening is dat niet opgenomen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) bestrijdt die zienswijze. In de raadscommissie is door middel van een notitie inzicht gegeven in de schepen die aan de Harlingersteiger hebben gelegen en de overlast die zich heeft voorgedaan. Afgesproken is dat de betrokken afdeling zal nagaan of een krachtstroominstallatie nodig is dan wel andere maatregelen dienen te worden genomen om de overlast te beteugelen. Welnu, dat onderzoek is nog niet afgerond. Zodra dat wel het geval is, zal de commissie daarover, vanzelfsprekend, worden geïnformeerd.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

17. Verordening liggelden Enkhuizen 2000.

(Voorstel nummer 146, 1999.)

De heer De Geus
(rpf/sgp) rapporteert dat zijn fractie na de commissievergadering schriftelijk zes vragen aan de heer Ruiter heeft doen toekomen. Die vragen zijn onmiddellijk beantwoord.

Met de zogenaamde `voormalige Dijkliggers' is indertijd een aantal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de voorzieningen die in/bij de Oosterhaven zouden worden gerealiseerd, maar op dit moment zijn die bij lange na niet aanwezig.

Een ander punt is dat de betrokkenen voor vierkante meters water moeten betalen die zij niet gebruiken. Navraag bij de heer Ruiter heeft geleerd dat passanten betalen naar lengte van de boot. Deze situatie is voor de fractie van de rpf/sgp aanleiding om het volgende amendement in te dienen.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999 voor de behandeling van raadsvoorstel 146 betreffende de Verordening liggelden Enkhuizen 2000;
overwegende:


* dat passanten die door de havendienst een ligplaats krijgen toegewezen in de Oosterhaven en de Buitenhaven altijd per lengtemeter betalen;

besluit:


* dat op grond van het gelijkheidsbeginsel, ten aanzien van de uitgangspunten van de heffingsgrondslag, de voormalige Dijkliggers hiermede gelijkgeschakeld moeten worden door ook hen te laten betalen voor het werkelijke aantal lengtemeters ingenomen water;

verzoekt burgemeester en wethouders de verordening op dit punt aan te passen;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De heer Hekkert
(vvd) tracht het rpf/sgp-amendement te begrijpen. Passanten betalen per strekkende meter en dat is correct, want hun schepen liggen in de Buitenhaven niet in een box. Als zij niet willen worden `gestapeld', kunnen zij een box in de Oosterhaven krijgen. Op dat moment moet men echter de prijs van de box betalen in plaats van het aantal meters.

De heer Tesselaar
(eb): Nee, ook in dat geval wordt per meter betaald!

De voorzitter
: Passanten krijgen in principe geen box toegewezen en daarom liggen hun boten in de Buitenhaven in rijen. Mensen die een box huren, de vaste liggers, hebben aan beide kanten een steiger en verkeren ook overigens in een totaal andere situatie, vandaar dat voor boxen een geheel andere heffingsgrondslag geldt. Mocht een passant een box kunnen gebruiken omdat de betrokken vaste ligger weg is, dan doet dat niets af aan de status `passant' en wordt ook dan per meter betaald.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Het gaat de rpf/sgp-fractie met name om de ex-Dijkliggers. Die mensen hebben gevolg gegeven aan het verzoek van de gemeente te verhuizen. In dat kader zijn bepaalde toezeggingen gedaan die nog niet allemaal zijn verwezenlijkt, waarbij ook duidelijk is dat sommige zeer waarschijnlijk nooit zullen worden gerealiseerd. Daar komt nog bij dat het overgangstarief zeer snel stijgt. Vandaar dat de fractie voorstelt een andere heffingsgrondslag te hanteren.

De voorzitter
: Nu worden twee zaken door elkaar gehaald. Juridisch zijn er in de gemeente Enkhuizen twee grondslagen voor het huren van water.

fS Passanten. Betaling per meter bootlengte voor een plaats in een rij. Ook als gebruik kan worden gemaakt van een box in de Oosterhaven geldt het tarief per meter.
fS Vaste liggers. Betaling per box in de Oosterhaven.

Welnu, als wordt besloten voor de ex-Dijkliggers die een bootje in de Oosterhaven hebben het liggeld per meter lengte vast te stellen, moet dat op grond van het gelijkheidsbeginsel voor iedereen gelden die een plaats in de Oosterhaven heeft. Met andere woorden: op dat moment wordt niemand meer per box aangeslagen maar per meter en ontstaat een totaal andere situatie.

Als een substantiële raadsmeerderheid toch iets voor de ex-Dijkliggers wil doen, is er slechts één mogelijkheid, en wel het gereduceerde tarief verder faseren; de thans gehanteerde 50 centimeter per jaar zou kunnen worden veranderd in, bijvoorbeeld, 25 centimeter per jaar.

De uitspraak dat de gemeente de beloofde voorzieningen bij lange na nog niet heeft gerealiseerd, moet worden genuanceerd. Aanvankelijk bestond het voornemen dure, draaibare hekken aan te brengen, maar iedereen vond dat weggegooid geld. Vandaar dat die voorziening werd geschrapt. De andere voorzieningen, zoals fietsenrekken en toiletten, laten een jaar langer op zich wachten dan de bedoeling is geweest en dat hangt samen met de aankoop en aanpassing van de zwarte loods.

Wethouder Knukkel
(vl/gl): Die voorzieningen hadden al gereed kunnen zijn, maar dan was een eiland nodig geweest dat niemand wenste. Vandaar dat de zwarte loods is aangekocht.

De heer Dol
(vl/gl) wijst erop dat voorliggende verordening in zowel de raadscommissie ab/ez als de raadscommissie f/o is besproken. In de laatste commissie zijn alle vragen en opmerkingen weggewimpeld met het argument dat voor de ex-Dijklliggers een aparte regeling geldt, die niets met de verordening heeft te maken. In dit licht moet vanavond niet aan details van de regeling worden gesleuteld, bijvoorbeeld 50 centimeter wijzigen in 25 centimeter per jaar, maar de regeling als geheel worden bediscussieerd.

De voorzitter
: De regeling voor de gefaseerde invoering van het gereduceerde tarief heeft de havenmeester in een brief van 25 november 1998 vastgelegd. De kern daarvan is dat jaarlijks 50 centimeter wordt ingevuld. Mocht de raad dat tempo willen verlagen, dan zal dat schrijven voor de volgende commissievergadering worden geagendeerd.

De heer Hart
(eb) poneert de stelling dat men soms eens moet terugkijken. In augustus 1997 zijn twee versies van een raadsvoorstel geproduceerd. Daarin wordt verwezen naar verslagen van bijeenkomsten waarin afspraken met de zogenaamde `Dijkbootbezitters' zijn gemaakt. In het verslag van de op 22 april 1997 gehouden bespreking - aanwezig de ligplaatshouders Schering en Roosendaal alsmede de ambtenaren Santema, Mulder en De Wit - staat onder andere:

'Afgezien van de trendmatige verhoging is er geen sprake van verhoging van het liggeldtarief. Wel zal in de toekomst zowel aan de Dijk als in de Oosterhaven per oppervlakte van de box moeten worden betaald, hetgeen per saldo duurder is dan betaling per oppervlak vaartuig. Thans wordt aan de Dijk per oppervlak van het vaartuig betaald, omdat de huidige boxmaten onvoldoende aansluiten bij de omvang van de vaartuigen. Het streven is erop gericht de boxmaten in de Oosterhaven zoveel mogelijk aan te passen aan de omvang van de schepen van de ligplaatshouders aan de Dijk.'

Uit de verslagen blijkt heel duidelijk dat de ex-Dijkliggers alleen hebben ingestemd met een trendmatige verhoging en boxmaten die aan hun schepen zijn aangepast. De gemeente heeft echter grotere boxen gerealiseerd dan in het overleg met de betrokkenen is toegezegd, dat is onjuist. De fractie van Enkhuizer Belang dient daarom de volgende motie in.

`De raad van de gemeente Enkhuizen,
in vergadering bijeen op maandag 6 december 1999 gelet op:
toezeggingen die zijn gedaan aan de bootbezitters die enkele jaren geleden gedwongen moesten verhuizen van de Dijk naar de Oosterhaven;
overwegende:
dat deze ex-Dijkliggers niet alleen aanmerkelijk slechter af zijn op hun huidige ligplaats in de Oosterhaven, maar daarenboven ook nog eens worden geconfronteerd met exorbitante liggeldverhogingen; voorts overwegende:
dat in het oorspronkelijke plan voor de Oosterhaven vier kleine vingersteigers waren ingetekend, maar deze bleken instabiel zodat later werd gekozen voor boxen van minimaal 10,6 meter, waardoor kleine bootjes in feite liggeld betalen voor vierkante meters onbenut water;
verzoekt burgemeester en wethouders om, geheel volgens het oorspronkelijke plan, vier steigers van 10,6 meter te beschouwen alsof het kleine vingersteigers zijn en deze vervolgens toe te wijzen aan ex-Dijkliggers;
en gaat over tot de orde van de dag.'

De voorzitter
: Nogmaals, als een raadsmeerderheid meent dat de invoering van het gereduceerde tarief of alles wat daarmee verband houdt niet goed is verlopen, zullen de desbetreffende regeling en alle stukken die daarop betrekking hebben opnieuw in de commissie aan de orde worden gesteld. Dan kan worden bezien of een meer acceptabele regeling tot de mogelijkheden behoort. Met uitzondering van dat ene onderdeel kan de verordening vanavond zonder bezwaar worden vastgesteld.

De heer Tesselaar
(eb): Het maakt weinig uit of een verhoging van ruim 70 % over vier dan wel acht jaar wordt uitgesmeerd!

De voorzitter
: Daarover kan in commissieverband nog eens worden gepraat.

De heer Van Doornik
(cda) spijt het dat in de commissie geen antwoord kon worden gegeven op de vraag welke relatie met de Gependam moest worden gelegd. Volgens de verordening geldt voor de bruine vloot een jaartarief van f 135,-- per strekkende meter. In de folder staat dat de Gependam als ligplaatsaccommodatie geschikt is voor maximaal 80 schepen. Dat leidt tot de berekening:

80 (schepen) maal 30 (meters) maal f 135,-- (jaartarief per meter) is f 340.000,--.

Dat is aanzienlijk minder dan het begrote bedrag van f 600.000,--.

De voorzitter
herhaalt zijn in de commissie gedane toezegging dat in de volgende commissievergadering op deze getallen zal worden gereageerd.

De heer Boland
(d66) verschilt met de heer van Doornik van mening. In èlke jachthaven is het gebruikelijk abonnementen uit te geven. Vervolgens worden op tijdstippen dat de schepen van de abonnementhouders weg zijn de ligplaatsen nogmaals verhuurd. Deze omstandigheid is in de berekening van de heer Van Doornik niet meegenomen.

De heer Van Doornik
(cda): Uitgaande van 80 schepen die dag en nacht aanwezig zijn . . .

De voorzitter
: Nee, nee, als het goed is váren die schepen!

De heer Boland
(d66): Het zou inderdaad een slechte zaak zijn als de schepen dag en nacht in de haven lagen, want dan zouden de eigenaars zeer snel failliet zijn!

De voorzitter
: In de commissie zal dit punt nader worden uitgeplozen.

Met inachtneming van hetgeen in deze gedachtewisselingen is afgesproken, kan de liggeldverordening worden aanvaard.

De heer Hart
(eb): Is die conclusie niet wat voorbarig? Wat gebeurt er met de motie van de fractie van Enkhuizer Belang?

De voorzitter
: Die motie wordt noch verworpen noch aanvaard, maar aangehouden en vervolgens betrokken bij de in de raadscommissie te voeren discussie over de vraag of de regeling voor de ex-Dijkliggers al dan niet een aanpassing behoeft.

Mevrouw Lok-Hörnemann
(vl/gl) dringt erop aan vóór die commissievergadering nog eens aandacht te schenken aan het daarstraks al geciteerde verslag van de op 22 april 1997 gehouden bespreking. Daarin staat ook:

'Daarnaast zullen zij worden betrokken bij verdere uitvoering van de herinrichtingsplannen van de Oosterhaven.'

Spreekster heeft begrepen dat de in het verslag bedoelde personen in geen enkel opzicht bij de plannenmakerij betrokken zijn geweest. De aangekondigde discussie is een mooie gelegenheid om die omissie te herstellen.

De voorzitter
: Als onderdeel van het toegezegde gebruikersoverleg.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gemaakte afspraken en de gedane toezeggingen, vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

18. Beëindiging subsidiëring Stichting Algemeen Maatschappelijk Werk.

(Voorstel nummer 147, 1999.)

19. Verkoop grond achter woning Westerstraat 126.

(Voorstel nummer 143, 1999.)

20. Verkoop grond achter woning Westerstraat 124.

(Voorstel nummer 148, 1999.)

21. Verkoop grond naast woning Wulpenlaan 26.

(Voorstel nummer 149, 1999.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen 18 tot en met 21 van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

22. Toekomst sow.

(Voorstel nummer 150, 1999.)

De heer Boland
(d66) bestempelt het voorliggende stuk als `bedroevend', want dat laat allerlei kansen onbenut. Alle fracties hebben in de kerntakendiscussie de mond vol gehad over een sociaal statuut, maar zodra de medewerk(st)ers op enige afstand staan, doet de raad helemaal niets. Voorts heeft het college van burgemeester en wethouders geen visie gegeven, maar slechts gevraagd of het algemeen bestuur van het sow iets dergelijks wil ontwikkelen. Jammer, hopelijk wordt dit verzuim alsnog spoedig hersteld en voert deze raad een inhoudelijke discussie over de vraag hoe met het samenwerkingsorgaan dient te worden omgegaan.

In het verleden is een aantal gemeenschappelijke regelingen beëindigd, en wel op grond van de veronderstelling dat de afzonderlijke gemeenten de betreffende taken, zoals muziekschool en woonwagenschap, zelf beter kunnen uitvoeren. Achteraf bleek dat die oplossing duurder uitpakte.

Bekend is dat verschillende instanties aan het sow hebben gevraagd of het bepaalde activiteiten wil overnemen, maar het sow-bestuur gaat daar niet op in omdat het samenwerkingsorgaan mogelijk wordt opgeheven.

Alle aangeduide aspecten zijn niet besproken en komen evenmin in het raadsstuk aan de orde. De fractie van d66 stelt dan ook voor te besluiten zelf een visie te ontwikkelen en vervolgens het sow-bestuur te vragen die uit te werken.

De heer Dol
(vl/gl) beperkt zijn bijdrage omdat de heer Boland reeds veel zaken heeft aangeroerd.

De fractie van Verenigd Links/GroenLinks wil alle voor- en nadelen van het collegevoorstel op een rijtje hebben om een verantwoorde afweging te kunnen maken, met name voor wat betreft het swb. Zo kan men zich afvragen welke situatie ontstaat indien de kerngemeente Hoorn het swb gaat beheren. De voor- en nadelen moeten duidelijk maken wat vanuit het oogpunt van, bijvoorbeeld, financieel beheer, personeelsbelangen enzovoort in de beoordeling dient te worden betrokken. Dat kan niet op basis van de voorgestelde keuze b.

De voorzitter
juicht het toe in het kader van de bestuurlijke organisatie na te denken over de vormgeving van de ook in de toekomst noodzakelijke samenwerking. In de notitie wordt als gevolg van tijdgebrek wat kort door de bocht gesteld dat een vierde bestuurslaag of verlengd lokaal bestuur nu en in de toekomst een doodlopende weg is. Vandaar dat wordt voorgesteld de toekomstige samenwerking onder te brengen in de in januari/februari te voeren discussie over de bestuurlijke organisatie. Daarin kunnen de onderhavige stukken worden betrokken.

Op dit moment wordt de raad gevraagd de stelling te bevestigen dat het onzinnig is in de toekomstige bestuurlijke organisatie nog een instituut als het sow te hebben.

De heer Boland
(d66) verwerpt deze stelling. Al jaren geleden is uitgesproken dat het samenwerkingsorgaan geen extra bestuurslaag mag worden, maar dit wil nog niet zeggen dat geen gemeenschappelijke uitvoeringsinstantie kan functioneren.

De voorzitter
beklemtoont dat de, pakweg, vier of vijf toekomstige gemeenten in West-Friesland zullen moeten bepalen hoe de altijd noodzakelijke intergemeentelijke samenwerking gestalte dient te krijgen. Misschien wordt besloten een bepaald deel van de taken door een centrumgemeente te laten uitvoeren, maar het is ook denkbaar dat men de taken verdeelt.

Voor de goede orde zij nog opgemerkt dat de sociale invalshoek niet ter discussie staat. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het personeel en zullen de daarmee samenhangende rekening volledig moeten betalen.

De heer Boland
(d66): Uit het stuk van het sow-bestuur kan worden opgemaakt dat binnen een bepaalde termijn een reactie moet worden gegeven, maar kennelijk wil dit college eerst een geheel andere discussie afronden, te weten die over de gemeentelijke herindeling. Als dat zo is, moet de gemeente Enkhuizen tegen het sow zeggen; `Nog even rustig blijven, totdat . . .'

De voorzitter
: Dat komt overeen met het standpunt van Venhuizen. Die gemeente adviseert het sow intact te laten totdat het beeld van de toekomstige bestuurlijke organisatie helder is en op zich is dat een consequente redenering. Daaraan kleeft echter het probleem dat een aantal grote sow-onderdelen, namelijk het caw, de brandweer en de ggd, uit de gemeenschappelijke regeling verdwijnen, waarna een organisatie met een geweldig waterhoofd overblijft.

De heer Boland
(d66): Wordt hiermee aangegeven dat de discussie over de gemeentelijke herindeling geen rol speelt?

De voorzitter
: Voor de afbouw van het sow speelt die discussie inderdaad geen rol.

De heer Boland
(d66): Dan behoeft dus niet op de afronding van de discussie over de gemeentelijke herindeling te worden gewacht en kan bij wijze van spreken volgende week al een antwoord worden gegeven.

De voorzitter
: Blijkbaar praten wij langs elkaar heen. In de eerstvolgende commissievergadering zal deze discussie worden voortgezet. Die bijeenkomst zal plaatsvinden voordat dit stuk in het sow wordt behandeld, zodat de voortzetting van dit raadsdebat aan de commissie ab/ez kan worden gedelegeerd; in die commissie zitten immers allemaal wijze mensen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.

23. Rondvraag.

¡
De heer Wiersma (cda) snijdt de morgen in de Tweede Kamer te houden discussie over de privatisering van het treinvervoer in Noord-Holland aan. Een aantal gemeenten, waaronder Den Helder en Alkmaar, heeft zich per brief tegen een dergelijke ontwikkeling uitgesproken. Wordt het niet hoog tijd dat ook de gemeente Enkhuizen luid en duidelijk aan de betrokken minister laat weten dat zij absoluut niet met een eventuele privatisering kan instemmen?

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) volstaat met de belofte dat zij zo spoedig mogelijk met deze zaak aan de slag zal gaan.

¡
De heer Wiersma (cda) liep gisteren over de Wethouder Westdorpbrug en kwam daar twee vernielde reddingshaken tegen. In zulke gevallen repareert de gemeente de haken en hangt die weer netjes op hun plaats terug. Het enige dat op die manier wordt bereikt is dat de haken de volgende week weer worden vernield of in het water gegooid. Geef de haken een andere plek, en wel zodanig dat die in geval van nood ook echt kunnen worden gebruikt. Overigens moet nog worden opgemerkt dat het kastje waarin een reddingsboei behoort te hangen slechts gebakken lucht bevat!

De heer Dol
(vl/gl): Deze materie is in de raadscommissie in aanwezigheid van een cda-vertegenwoordiger besproken. Wordt in die fractie niets kortgesloten?

Wethouder Knukkel
(vl/gl) verzucht dat de gemeente bij alle bruggen steeds de nodige maatregelen neemt. Het probleem is dat de haken voor iedereen bereikbaar moeten zijn en daarvan maken vandalen misbruik. Hopelijk weet iemand voor deze problematiek een adequate oplossing te bedenken, want het repareren en vervangen van de reddingsmiddelen geeft niet alleen veel ergernis maar kost de gemeente ook handenvol geld.

¡
De heer Wiersma (cda) schildert dat het fraaie hekwerk voor het gebouw van openbare werken gedeeltelijk is weggehaald. Dat deel is vervangen door een ketting waaraan een bordje met de tekst `Verboden toegang' hangt. Bovendien is ter plaatse - wie verzint zoiets?! - een vierkante, roodbruine paal neergezet. Spreker geeft in overweging zowel de ketting als de paal te verwijderen en het originele hek terug te plaatsen.

Wethouder Knukkel
(vl/gl) verduidelijkt dat vanwege overlast bepaalde maatregelen zijn genomen. In het kader van de herinrichting van de Westerstraat werd besloten een deel van het hekwerk te verwijderen om zodoende een plein voor het gebouw van openbare werken te creëren. Helaas moest noodgedwongen een andere afsluiting worden aangebracht, maar daardoor was het gebouw van De Twee Wezen niet meer bereikbaar. Nu is een kleine doorgang gemaakt.

De heer Wiersma
(cda): Graag een betere en meer esthetisch verantwoorde oplossing zoeken!

¡
Mevrouw Lok-Hörnemann (vl/gl) neemt aan dat ook de gemeente Enkhuizen de brief, de dato 1 december 1999, kenmerk jf/pa/991201.05, heeft gekregen van Vereniging Milieudefensie, Stichting Natuur en Milieu, Milieufederatie Noord-Holland en Platform Leefmilieu Regio Schiphol. Als het goed is hebben inmiddels ook alle raadsleden een kopie van dat schrijven gekregen. Het stuk heeft als onderwerp `Ontwerp-Aanwijzing Schiphol: indienen zienswijzen' en gaat in op de ter visie liggende ontwerpgeluidzone voor Schiphol. Door middel van de bijgevoegde voorbeeldbrief kan daartegen bezwaar worden gemaakt. Spreekster vraagt iedereen het stuk goed te lezen.

¡
De heer Boland (d66) ontdekte in de onvolprezen Enkhuizer Courant dat een alternatief zou worden voorbereid voor de weg bij Hoogkarspel. Volgens de krant is ook de gemeente Enkhuizen daarbij betrokken. De fractie van d66 heeft bij herhaling gevraagd over deze aangelegenheid een politieke discussie te voeren, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. De raad weet dus helemaal niet welk standpunt Enkhuizen in het overleg inneemt.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd) verklaart dat slechts een eerste, verkennende bespreking heeft plaatsgevonden. Het belangrijkste punt was de vraag met welke inzet de gesprekken met de provincie zouden worden gevoerd. Besloten is naar buiten te brengen dat unanimiteit bestaat over de gedachte dat de ontsluiting tussen Hoorn en Enkhuizen prioriteit behoort te hebben, maar hoe daaraan invulling zal worden gegeven is nog onderwerp van gesprek.

De heer Boland
(d66) leidt uit het antwoord van mevrouw De Munnik af dat hetzij in commissieverband hetzij in de raad over deze kwestie van gedachten zal worden gewisseld vóórdat met de andere betrokken gemeentebesturen en/of instanties verder zal worden onderhandeld of tot afspraken wordt gekomen.

Wethouder mevrouw De Munnik-Blank
(vvd): Ja, die conclusie is juist.

¡
De heer Hart (eb) werd op zaterdag 27 november enigszins zenuwachtig. In de krant stond dat wegens een begrotingstekort problemen dreigden te ontstaan bij de herinrichting van de Westerstraat. Hoe staan de zaken er werkelijk voor?

De voorzitter
verschaft naar aanleiding van de vraag van de heer Hart de volgende informatie. De afspraak is gemaakt dat zodra het positief verlopende overleg tussen de gemeentelijke vertegenwoordigers, Winkelhart Enkhuizen en het mkb is afgerond het resultaat daarvan aan de raadscommissies ow/sv en ab/ez zal worden meegedeeld. Dat moment is weliswaar nog niet aangebroken, maar wel heel dichtbij.

De rondvraag wordt gesloten.

24. Sluiting.

De heer Hart
(eb) merkt in zijn hoedanigheid van raadsnestor het volgende op. Over enkele weken zullen de raadsleden als particuliere personen het jaar 1999 afsluiten. Als zich in de komende paar weken geen problemen in de gemeente voordoen die een extra raadsvergadering nodig maken, is dit de laatste bijeenkomst van de raad in dit jaar. Het is gebruikelijk dat dan de nestor van de raad een summier overzicht geeft van de hoogtepunten die zich in het nu bijna afgelopen jaar in Enkhuizen hebben voorgedaan en tevens mensen bedankt die zich voor de gemeente hebben ingezet. Daarmee worden echter geenszins waardeoordelen uitgesproken.

I
De gemeente heeft veel convenants gesloten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de herinrichting en de bewaking van bepaalde stadsdelen.
I
Ook zijn bouwwerken begonnen en/of gerealiseerd, bijvoorbeeld het gebouw voor openbare werken in Schepenwijk en de aanleg van de Gependam.
I
Verder is aan het drugsbeleid gewerkt.
I
Het gemeentebestuur is bezig geweest met schaalvergroting, maar hierover valt (nog) niet veel te vertellen, omdat de gesprekken daarover achter gesloten deuren plaatsvinden.

De laatste gemeenteraadsvergadering van het jaar is het juiste moment om bepaalde personen en organisaties te bedanken.

G
De media, te weten:


- de redactie van de Enkhuizer Courant;
- rtv;

- tv Enkhuizen.

G
Alle gemeentelijke medewerk(st)ers die met veel inzet in het belang van Enkhuizen hebben gewerkt en nu - vanavond is al naar voren gebracht - een moeilijke tijd doormaken. Hopelijk is de secretaris bereid deze dankwoorden, die namens de gehele gemeenteraad zijn uitgesproken, aan de betrokkenen over te brengen.

G
De notulist, de heer Roosen.

Tot slot enkele persoonlijke woorden. Het kerstfeest is in aantocht. Spreker hoopt dat kerstmis voor iedereen veel méér betekenis zal hebben dan een glimmende bal in een boom en een vet konijn op tafel. Uiteraard mogen versierselen en een wat bijzondere maaltijd niet ontbreken, maar laat die niet overheersend zijn.

De voorzitter
dankt de heer Hart voor diens woorden. Ook spreker wenst allen goede kerstdagen toe en hoopt iedereen in het nieuwe jaar weer gezond terug te zien.

Na de sluiting zal nog een korte, besloten zitting van de gemeenteraad plaatsvinden. Spreker sluit vervolgens de openbare raadsvergadering (00.15 uur)

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

der gemeente Enkhuizen op maandag 10 januari 2000.

De secretaris, De voorzitter,

(J.J.J. van Huffelen) (drs. S.P.M. de Vreeze)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie