Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA over nieuwe ontwerprichtlijnen Europese Commissie

Datum nieuwsfeit: 06-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


22112000.140 brief sts buza t.g.v. nieuwe commissievoorstellen
Gemaakt: 16-12-1999 tijd: 17:21


22112 Ontwerprichtlijnen Europese Commissie

nr. 140 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 6 december 1999

Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij twee fiches aan te bieden die werden opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC). Bij fiche 2 heeft de BNC gemeend het belang van het onderwerp van het fiche te onderstrepen middels bijvoeging van een vertaling in één van de voor Nederland belangrijke minderheidstalen van de EU.


1. Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 91/308/EEG van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.


2.a Besluit van het Europese Parlement en de Raad inzake Europees Jaar van de talen 2001


2.b Beslùit vannet Uiraupeise Parlement en de Raad inzake Uiraupeis Jaah van de tale 2001

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

D.A. Benschop
(fiche 1)(fiche 1)

Titel:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 91/308/EEG van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.

Nummer van het Commissiedocument: Com(1999)352 def.

Eerstverantwoordelijke ministerie: FIN, in nauw overleg met JUS, EZ

Behandelingstraject in Brussel:

Het voorstel is reeds een aantal keren behandeld in de Werkgroep economische vraagstukken (Witwassen). Het voorstel zal uiteindelijk worden behandeld in de Ecofinraad.

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar):

Geen relevante gevolgen.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Actualisering en uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn witwassen (1991). Naast enkele in Nederland reeds gerealiseerde voorstellen wordt de verruiming beoogd van het scala aan activiteiten en beroepen dat aan de verplichtingen van de richtlijn onderworpen is.

De voorstellen betreffen:

Identificatie van cliënten bij transacties op afstand (direct bankieren via elektronische weg);

Uitwisseling van informatie, ook met de Commissie, over witwasactiviteiten die de financiële belangen van de Gemeenschap raken.

Onder de richtlijn en dus onder de meldplicht brengen van:

Wisselkantoren (reeds in Nederland het geval);

Beleggingsondernemingen in de zin van de Richtlijn Beleggingsdiensten (reeds in Nederland het geval);

Externe accountants en financiële controleurs;

Makelaars in onroerend goed;

Handelaren in goederen van grote waarde, zoals edelstenen of edele metalen;

Geldtransporteurs;

Casino's (reeds in Nederland het geval);

Notarissen en advocaten, voor zover zij voor hun cliënten betrokken zijn bij:


- de aan- en verkoop van onroerend goed en handelszaken;


- het beheer van geld, waardepapieren of andere activa;


- de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;


- de uitvoering van andere financiële transacties;


- de oprichting, exploitatie of het beheer van rechtspersonen.

Subsidiariteittoets, proportionaliteittoets, deregulering:

Subsidiariteit: Positief.

De rechtsbasis van het voorstel is artikel 47, lid 2 en artikel 95 EG. Het voorstel betreft een mix van beroepsgroepen waarvoor het aspect van communautaire marktverstoring bij het opleggen van verplichtingen speelt. De effectiviteit van Europese samenwerking bij de bestrijding van witwassen is gediend met harmonisatie van verplichtingen tot melding van verdachte transacties en van de beroepsgroepen waarop de meldplicht rust.

Proportionaliteit: het voorstel is gerechtvaardigd.

Deregulering: Twijfelachtig.

Het voorstel leidt tot nieuwe verplichtingen voor betrokken beroepsbeoefenaren en tot taakverzwaring voor de overheid. Deze nieuwe verplichtingen kunnen worden ingevoegd in bestaande wetgeving.

Nederlandse belangen:

De opsporing van misdrijven en het ontnemen van wederrechtelijk verkregen vermogen is ermee gediend dat opsporingsautoriteiten geïnformeerd worden over verdachte transacties. Gezien het internationale karakter van witwassen is Europese samenwerking en harmonisatie van meldverplichtingen in het belang van Nederland.

Consequenties voor nationale regelgeving/ beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG):

Aanpassing van bestaande regelgeving zal noodzakelijk zijn, met name (de uitvoeringsregelingen van) de Wet melding ongebruikelijke transacties en de Wet identificatie bij financiële dienstverlening. Draagvlak in de betrokken beroepscategorieën is daarbij wenselijk.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure:

Parlement heeft medebeslissingsrecht.

(fiche 2 a)(fiche 2 a)

Titel:

Besluit van het Europese Parlement en de Raad inzake Europees Jaar van de talen 2001

Nummer van het Commissiedocument: COM (1999) 485

Eerstverantwoordelijke ministerie: OCW i.o.m. BZK

Behandelingstraject in Brussel:

Bespreking in Onderwijscomité (eerste bespreking heeft op 25/26 oktober 1999 plaatsgevonden).Presentatie tijdens Onderwijsraad 26 november 1999

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar):

Het betreft een éénmalig project in 2001.

B3-1003: 8 meuro.

PM: Bij begroting 2000 is een bedrag van 4 meuro door de Commissie gereserveerd ten behoeve van voorbereidingskosten. Dit komt boven op het eerder genoemde bedrag van 8 meuro (bedrag aan te passen aan de hand van de definitieve begroting 2000).

Financiële en personele gevolgen voor de (Rijks)overheid: Geen gevolgen.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel:

Vooraf.

De Raad van Europa heeft 2001 uitgeroepen tot Europees jaar van de Talen en verwelkomt het vooruitzicht van een gezamenlijk initiatief met de EU. Het voorstel van de Commissie moet (mede) tegen die achtergrond geplaatst worden.

Het hoofddoel van Europese jaar van de Talen is het vergroten van het bewustzijn onder de bevolking van de Europese Unie van de voordelen die het begrijpen en spreken van elkaars talen oplevert, en van de verschillende mogelijkheden om talen te leren begrijpen en spreken. De belangrijkste boodschap is - zoals op blz. 4 van de Toelichting bij het ontwerpbesluit staat vermeld - "dat het leren van talen aangenaam kan en behoort te zijn en dat het grote voordelen oplevert, zowel in het persoonlijk leven als op economisch vlak."

Het voorstel heeft betrekking op de officiële talen van de Gemeenschap, evenals andere door de lidstaten erkende talen. In Nederland zijn dat onder meer het Fries en Nedersaksisch, maar zou zich ook kunnen uitstrekken tot het Turks en Marokkaans.

Een sleutelboodschap zal zijn dat alle talen een gelijke waardering verdienen: het doel is niet uitsluitend mensen aansporen tot het leren van "grote" talen.

Het ontwerpbesluit heeft de vier volgende doelstellingen:

Het vergroten van het bewustzijn van de rijkdom van taalkundige verscheidenheid in de Europese Unie

Het bij een zo breed mogelijke doelgroep onder de aandacht brengen van de voordelen van vaardigheden in een aantal talen

Het bevorderen van het leren van talen en aanverwante vaardigheden gedurende het gehele leven

Het verzamelen en verspreiden van informatie over het onderwijzen en leren van talen

Voorbeelden van mogelijke acties zijn: het vroegtijdig leren van vreemde talen in het kleuter- en lageronderwijs, onderwijs van andere vakken in een vreemde taal, maatregelen voor de evaluatie van de kwaliteit van programma's en onderwijsmiddelen voor het talenonderwijs, en de uitwisseling van informatie over het onderwijzen en leren van talen. Ook kunnen acties worden gehouden gericht op specifieke gebieden zoals tolken en vertalen, als ook op technische instrumenten die de doeltreffende communicatie tussen sprekers van verschillende talen vergemakkelijken.

Voorts zullen tentoonstellingen worden georganiseerd, actief gebruik van het Internet gemaakt worden, evenals televisie. Ook zullen er speciaal op kinderen gerichte Europese wedstrijden georganiseerd worden.

Het voorstel heeft derhalve niet alleen betekenis voor leerlingen, studenten en docenten, maar is eveneens sterk gericht op de Europese burger als zodanig.

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering:

Positief.

De artikelen 149 (onderwijs) en 150 (beroepsopleiding) EG-verdrag vormen de rechtsgrond van het voorgestelde Europese jaar van de talen. Hierbij geldt gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming en co-decisie. Artikel 149 noemt als onderdeel van dit optreden in het bijzonder het `ontwikkelen van een Europese dimensie in het onderwijs, met name door onderricht in en verspreiding van de talen der lidstaten'. Beide artikelen voorzien in samenwerking met de bevoegde internationale organisaties. Artikel 149 specificeert in dit verband `in het bijzonder met de Raad van Europa'. Het voorstel vloeit - naast de band die gelegd wordt in de samenwerking met de Raad van Europa - uit acties vanuit eerdere commissiedocumenten, als het Witboek "Onderwijzen en leren: naar een cognitieve samenleving (1995)". Het besluit grijpt niet in de nationale rechtsorde/competenties. Evenmin worden wetgevende voorstellen gedaan. Het voorstel kan mede dienen ter ondersteuning van nationale activiteiten.

Nederlandse belangen:

De activiteit past in het streven om de kennis van de moderne (vreemde) talen te bevorderen, alsmede om de positie van de Nederlandse en Friese taal te versterken. Nederland heeft economisch groot belang bij kennis van moderne vreemde talen (exportpositie). Het past voorts in de activiteiten aangaande internationalisering van het onderwijs. Nederland overweegt de slotmanifestatie van het Europese jaar van de talen in Nederland te laten plaatsvinden.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG): n.v.t

Rol EP in de besluitvormingsprocedure: Co-decisie

(Fiche 2 b)(Fiche 2 b)

Titel:

Beslùit vannet Uiraupeise Parlement en de Raad inzake Uiraupeis Jaah van de tale 2001

Nummer vannet Commissiedaucument: COM (1999) 485

Eâhstverantwoâhdeilijke minnesterie: AUBCW i.o.m. BZK

Behandelingstraject in Brussel:

Bespreiking in Ondegwèscaumité (eâhste bespreiking hep op 25/26 oktaubâh 1999 plaatsgevonde).Preisetasie tèdes Ondegwèsraad 26 nauvembâh 1999

Consequeties voâh EG-begrauting in EUâHAU (per jaah):

Ut betref een éénmalig prauject in 2001

B3-1003 8 muirau

PM Bè begrauting 2000 is een bedrag van 4 muirau doâh de Commissie gereiserveâhd ten behoeve van voâhberèdingskoste. Dit komp bauvenop ut eâhdâh genoemde bedrag van 8 muirau (bedrag an te passe an de hand van de deifinitieive begrauting 2000).

Kogte inhâhd en doelstelling vannet voâhstel

Vauraf.

De Raad van Uiraupa hep 2001 ùitgeroepe tot Uiraupeis jaah van de Tale en vewelkom ut vaurùitzich van een gezamelijk initiasief met de UI. Ut voâhstel van de Commissie mot (meide) tege die achtergrond geplaast worde.

Ut haufddoel van Uiraupeise jaah van de Tale is ut vegraute vannet bewustzèn ondâh de bevolking van de Uiraupeise Unie van de voâhdeile die ut begrèpe en spreike van elkaars tale opleivâht, en van de veschillende maugelèkhede om tale te lere begrèpe en spreike. De belangrèkste baudschap is - zoas op blz. 4 van de Toelichting bè ut ontwerrep-beslùit staat vemeld - "dat ut lere van tale aangenaam ken en behoâht te zèn en dat ut graute voâhdeile opleivâht, zauwel in ut pegsaunlijk leive as op eicaunaumies vlak."

Ut voâhstel hep betrekking op de offisiële tale van de Gemeinschap, eivenals andere doâh de lidstate erkende tale. In Neideland zèn dat ondegmeâh ut Fries en Neidegsaksies, maah zâh zich auk kunne ùistrekke tot ut Turks en Marokkaans.

Een sluitelbaudschap zâh zèn dat alle tale een gelèke waahdering vediene ut doel is nie ùitslùitend mense aanspaure tot ut lere van "graute" tale.

Ut ontwerrep-beslùit hep de vieâh volgende doelstellinge


4

Ut vegraute vannet bewustzèn van de rèkdom van taalkundage veschèdehèd in de Uiraupeise Unie

Ut bè een zau breid maugelèke doelgroep ondâh de aandach brenge van de voâhdeile van vaahdigheide in een aantal tale

Ut bevordere vannet lere van tale en aanvewante vaahdigheide gedurende ut geheile leive

Ut vezamele en vesprède van informasie auvâh ut ondegwèze en lere van tale

Voâhbeilde van maugelèke acties zèn ut vroegtèdag lere van vreimde tale in ut kluitâh- en lagerondegwès, ondegwès van andere vakke in een vreimde taal, maatreigele voâh de eivaluasie van de kwalitèt van programmas en ondegwèsmiddele voâh ut talenondegwès, en de ùitwisseling van informasie auvâh ut ondegwèze en lere van tale. Auk kunne acties worde gehâhwe gerich op speisifieke gebiede zoas tolke en vetale, as auk op techniese instrumente die de doeltreffende communicasie tusse spreikers van veschillende tale vegemakkelijke.

Voâhts zulle tentaunstellinge worde georganiseâhd, actief gebrùik vannet Internet gemaak worde, eivenals tillevisie. Auk zulle r speisiaal op kindere gerichte Uiraupeise wedstrède georganiseâhd worde.

Ut voâhstel hep dâhhalve nie allein betekeinis voâh leâhlinge, studete en daucete, maah is eiveneins sterk gerich op de Uiraupeise burgâh as zaudanig.

Subsidiaritèt, praupogtiaunalitèt, deiregulering:

Pausisief.

De agtikele 149 (ondegwès) en 150 (beroepsoplèding) EG-Vedrag vorme de rechsgrond vannet voâhgestelde Uiraupeise jaah van de tale. Hierbè geldt gekwalificeâhde meâhdâhhèdsbeslùitvorming en caudesisie. Agtikel
149 noem as ondâhdeil van dit optreide in ut bèzondâh ut òntwikkele van een Uiraupeise dimensie in ut ondegwès, met name doâh ondegrich in en vesprèding van de tale dâh lidstate. Bède agtikele voâhzien in samewerking met de bevoegde internatiaunale organisasies. Agtikel 149 speisificeâht in dit veband èn ut bèzondâh met de Raad van Uiraupa. Ut voâhstel vloeit - naas de band die geleg wogt in de samewerking met de Raad van Uiraupa - ùit acties vanùit eâhdere commissiedaucumete, as ut Witboek "Ondegwèze en lere naah een cognisieve sameleiving (1995)". Ut beslùit grèp nie in de natiaunale rechsorde/competenties. Eivenmin worde wetgevende voâhstelle gedaan. Ut voâhstel ken meide diene tâh ondegstuining van natiaunale activitète.

Neidelandse belange:

De activitèt pas in ut streive om de kennis van de mauderne (vreimde) tale te bevordere, alsmede om de pausisie van de Neidelandse en Friese taal te vesterke. Neideland hep eicaunaumies graut belang bè kennis van mauderne vreimde tale (expogtpausisie). Ut pas voâhts in de activitète aangaande internatiaunaliseiring vannet ondegwès. Neideland auvâhweig de slotmanifestasie vannet Uiraupeise jaah van de tale in Neideland te late plaatsvinde.

Consequeties voâh natiaunale reigelgeiving/belèd c.q. deicetrale auvâhheide (betrokkehèd IPAU/VNG): n.v.t

Rol EP in de beslùitvormingsprausedure :caudesisie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie