Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag van de Ecofin Raad en Euro-11 van 29 november

Datum nieuwsfeit: 07-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Verslag van de Ecofin Raad en Euro-11 van 29 november 1999



Aan:

De Voorzitter van de Tweede

Kamer der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR s-Gravenhage

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

BFB/99-1242m

7 december 1999

Onderwerp

Toezending verslag van de Ecofin Raad en Euro-11 van 29 november 1999.

Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad en Euro-11 van 29 november 1999.

Dit verslag wordt toegezonden aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer alsmede aan de Voorzitters van de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,
Verslag Euro-11 d.d. 29-11-1999

Besproken werden de najaarsvoorspellingen van de Commissie, de begrotingssituaties in Oostenrijk en Portugal en lopende-rekeningonevenwichtigheden op mondiaal niveau. Tijdens de bespreking is ook stilgestaan bij de koersontwikkeling van de Euro. De Voorzitter van de Euro-11 zei hierover na afloop dat de Euro-11 van mening is dat de Europese economie duidelijk herstellende is en dat hierdoor de Euro de potentie heeft voor appreciatie mede gezien de interne prijsstabiliteit, de gunstige economische groei en de gezonde positie van de lopende rekening.

Najaarsvoorspellingen van de Commissie

De Commissie licht haar najaarsvoorspellingen toe die zij op 24 november heeft gepubliceerd. De groei in de Eurozone ontwikkelt zich in 1999 zoals verwacht in de Spring Forecasts. In 2000 zal de groei in de Eurozone aantrekken als gevolg van een sterke binnenlandse vraag en de verbeterde wereldeconomie. De groei in Duitsland en Italië zal in 2000 aantrekken, maar onder de gemiddelde groei van de Eurozone blijven. De inflatie in de Eurozone is voor 1999 in de Autumn Forecasts dezelfde als in de Spring Forecasts. In de meeste kleine Lidstaten is de inflatie voor 1999 licht opwaarts bijgesteld. Vooral de gestegen olieprijzen en de in een aantal Lidstaten gestegen lonen dragen hieraan bij. De inflatie in de grote Lidstaten (Duitsland, Italië en Frankrijk) is niet veranderd t.o.v. de gematigde prognoses in de Spring Forecasts. In 2000 loopt de inflatie in de Eurozone licht op. De inflatieverschillen tussen de Lidstaten zijn gematigd en zullen naar verwachting de komende jaren verder afnemen. De lopende rekeningonevenwichtigheden zullen niet veel veranderen. De begrotingsontwikkeling in de verschillende Lidstaten is in overeenstemming met de afspraken gemaakt in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact. In diverse lidstaten is niettemin verdere consolidatie vereist. Tevens dient goed gekeken te worden naar de samenstelling van de tekortreductie. ECB-President Duisenberg geeft aan dat de voorspellingen van de Commissie nagenoeg overeenstemmen met de halfjaarlijkse voorspellingen van de ECB. Hij wijst op de duidelijk aantrekkende groei in de Eurozone, de lage inflatie en het lopende-rekeningoverschot. Verschillende Lidstaten onderschrijven de analyse van de Commissie en benadrukken dat zij hun bijdrage zullen leveren aan de herstellende groei in termen van het verder terugdringen van de begrotingstekorten en het doorvoeren van verdere structurele maatregelen.

Begrotingssituatie 2000 in Oostenrijk en Portugal

Minister Zalm die als leadspeaker was gevraagd voor Oostenrijk, wijst op de goede groeiprognoses, de gematigde inflatieverwachtingen en de lage werkloosheid. Er is wel een punt van zorg: de overheidsfinanciën. Het tekort dreigt in 2000 op te lopen tot 2,6% BBP als gevolg van de belastingverlaging in dat jaar terwijl in het stabiliteitsprogramma 1,7% BBP in het vooruitzicht was gesteld. Er dienen snel maatregelen te worden genomen om de budgettaire effecten van de belastingverlaging te compenseren opdat Oostenrijk blijft voldoen aan de verplichtingen van het Stabiliteits- en Groeipact.
Deze verplichtingen zijn internationaal van aard en ook een demissionaire regering dient deze na te komen. De Oostenrijkse minister van Financiën is het eens met de noodzaak van compenserende budgettaire maatregelen. Oostenrijk zal blijven voldoen aan de verplichtingen van het Stabiliteits- en Groeipact. Hij zal op korte termijn een besluit tekenen dat uitgavenbeperkingen aan ministeries oplegt.

De tekortontwikkeling voor Portugal is positiever dan aangekondigd in het stabiliteitsprogramma. Voor 2000 verwacht de Commissie een tekort van 1,1% BBP. Punt van zorg is evenwel de groei in de publieke uitgaven. De voorzitter van het EFC vraagt in dit kader aandacht voor de samenstelling van de tekortreductie. In een reactie geeft de Portugese minister van Financiën aan dat de groei in de publieke uitgaven zal verminderen in de komende jaren. Voorts wijst hij op diverse structurele maatregelen die in aantocht zijn waaronder het reduceren van het ambtenarenapparaat.

De voorzitter van de Euro-11 bedankt tot slot beide Lidstaten voor hun toelichting op de begrotingsontwikkeling voor 2000.

Lopende-rekeningonevenwichtigheden op mondiaal niveau

De EFC-voorzitter geeft een toelichting op de discussie in het EFC over lopende-rekeningonevenwichtigheden op mondiaal niveau. Het algemeen bevinden is dat in een wereld van vrij kapitaalverkeer niet zozeer het bestaan van grote lopende-rekeningtekorten/overschotten het probleem is (sustainability), maar veeleer de kwetsbaarheid van economieën voor plotselinge veranderingen in de risico-rendementsafweging van beleggers (vulnerability), zeker bij langdurige tekorten (stock). Dit kan aanleiding geven tot grote volatiliteit in kapitaalstromen, wisselkoersen en rente. Een aantal sprekers geeft aan dat de EU weliswaar niet verantwoordelijk is voor de huidige onevenwichtigheden, maar wel kan bijdragen aan het verminderen ervan door het genereren van hogere binnenlandse groei gebaseerd op structurele hervormingen.

Verslag Ecofin Raad d.d. 8 november 1999

Belastingpakket

De Raad gaat akkoord met het voorstel van de voorzitter van de Ecofin Raad de agendapunten versterkte samenwerking belastingbeleid, belastingpakket en energiebelasting tezamen te behandelen.

Mevrouw Primarolo, de voorzitster van de gedragscodegroep, presenteert haar eindrapport. Zij meldt dat de groep 271 mogelijk schadelijke regiems heeft onderzocht. De groep is tot het oordeel gekomen dat 66 regiems schadelijke kenmerken vertonen. Volgens haar kunnen de Lidstaten nu beginnen met het aanpassen van de schadelijke elementen uit de fiscale regiems (roll-back). Zij besluit haar betoog met er op te wijzen dat het bestrijden van schadelijke belastingpraktijken een belangrijke te vervullen taak blijft binnen Europa.

De Ecofinvoorzitter en diverse Lidstaten bedanken mevrouw Primarolo voor het werk dat zij heeft gedaan. Minister Zalm geeft duidelijk aan dat de gedragscode onderdeel uitmaakt van het belastingpakket en dat er binnen dat pakket nog veel problemen zijn die opgelost moeten worden alvorens er sprake kan zijn van het aanpassen of terugdraaien van schadelijke maatregelen. Ten aanzien van het rapport van de gedragscodegroep is hij met een aantal aspecten niet tevreden. Zo zijn de economische gevolgen van het aanpassen van fiscale maatregelen onvoldoende onderzocht. Het kan niet de bedoeling zijn dat de aanpassingen leiden tot een vlucht van kapitaal naar derde landen. Voorts is het rapport op onderdelen niet fair en gaat het rapport op sommige punten voorbij aan het mandaat van de gedragscodegroep. Tot slot merkt hij op dat Nederland vooruitgang wenst te zien op het hele dossier en derhalve altijd bereid is te onderhandelen mits daarmee een level-playing-field in Europa wordt gecreëerd.

De discussie concentreert zich vervolgens op de richtlijn spaartegoeden. Een grote Lidstaat heeft een blokkade opgeworpen die moeilijk te overkomen lijkt. Ondanks herhaalde verzoeken van de meeste Lidstaten om toch wat water bij de wijn te doen, houdt deze Lidstaat voet bij stuk. Ter verdediging van deze rigide opstelling wordt erop gewezen dat reeds in de conclusies van de Ecofin Raad van 1 december 1997 uitdrukkelijk is opgenomen dat de bepalingen van de richtlijn rekening moeten houden met de noodzaak de concurrentiepositie van de Europese financiële markten wereldwijd in stand te houden. De huidige richtlijn brengt die concurrentiepositie ernstig in gevaar. Verder heeft deze Lidstaat destijds reeds uitdrukkelijk verklaard dat de richtlijn niet van toepassing zou mogen zijn op Eurobonds en soortgelijke instrumenten. Deze positie is ook duidelijk opgenomen in het document dat een aantal maanden geleden is verspreid. Daarin zijn bovendien mogelijke oplossingen opgenomen om uit de impasse te geraken. Bovendien bestaan er nog andere problemen: de wens van een kleine Lidstaat voor vrijstelling voor beleggingsinstellingen en het probleem van de revenue sharing.

Drie grote lidstaten benadrukken het politieke belang van het belastingpakket. Het totale pakket, een onlosmakelijke geheel, vormt een compromis met positieve maar ook negatieve punten voor landen. Het kan niet zo zijn dat één land alles krijgt en de andere landen nauwelijks iets. Door de rigide opstelling van één Lidstaat bij de spaartegoedendiscussie komt het hele belastingpakket ernstig in gevaar. Het is niet te verkopen dat na twee jaar intensief onderhandelen geen enkel resultaat zal worden gepresenteerd. Daarnaast worden de gepresenteerde argumenten in twijfel getrokken. De ontwerprichtlijn brengt de concurrentiepositie van de Europese financiële markten niet in gevaar. De administratieve kosten zijn minder hoog dan wordt voorspiegeld. Bovendien zou het erg slecht zijn als Lidstaten, als gevolg van het mislukken van de richtlijn, vanwege de administratieve problemen rente-opbrengsten in de toekomst helemaal niet meer zullen belasten. Het valt niet te verkopen dat het grote geld uitgezonderd wordt van belastingheffing en dat alleen de kleintjes gepakt worden.

Diverse Lidstaten steunen de voorafgaande interventies. Het momentum mag niet verloren gaan. In december 1998 is in Wenen het besluit genomen om uiterlijk op de Europese Raad in Helsinki over het pakket te beslissen. De Ecofin Raad moet dit besluit respecteren. Bovendien schaadt de voortslepende onzekerheid over het belastingpakket het Europese bedrijfsleven. Elke Lidstaat moet bereid zijn op onderdelen water bij de wijn te doen. Eén land geeft aan bereid te zijn de pakketgedachte los te laten. De Commissie refereert aan de bijeenkomst met de marktpartijen. Het terugbrengen van de administratieve lasten van de richtlijn kan een oplossing dichterbij brengen. De gedragscodegroep zou haar werkzaamheden moeten voortzetten tot het einde van het mandaat dat pas in mei afloopt. De Commissie is tevens van mening dat het pakket als een geheel gezien moet worden. De kosten van het mislukken van het pakket zijn erg hoog. Ondanks alle kritiek en de vele pogingen om beweging te krijgen in de impasse, handhaaft deze ene Lidstaat zijn standpunt.

De voorzitter concludeert ten slotte dat:

1. het belastingpakket als een geheel gezien dient te worden, hetgeen inhoudt dat er vooruitgang dient te zijn op het hele pakket of niets;

2. het probleem van de Eurobonds alle andere problemen overschaduwt;
3. er, met een enkele wijziging, overeenstemming lijkt te bestaan over het voortgangrapport van het voorzitterschap aan de Europese Raad;

4. er verder geen enkele vooruitgang is geboekt tijdens deze zitting;
5. er tot aan de Europese Raad door voorzitterschap, Lidstaten en Commissie hard gewerkt zal worden om het grootste probleem op te lossen om zo tijdens de Europese Raad in Helsinki tot een overeenstemming te kunnen komen over het hele belastingpakket. Voorafgaand aan de Europese Raad in Helsinki zal een informele voorbespreking van de Ecofin-ministers worden georganiseerd om zo de nodige vooruitgang te kunnen boeken.

Buitensporig tekortoordeel Griekenland

De Commissie licht haar aanbeveling voor intrekking van het buitensporig tekortoordeel van Griekenland toe. Het tekort is afgenomen van 13,8% BBP in 1993 naar een verwacht 1,9% BBP in 1999. Mede als gevolg daarvan zal de schuldquote in 2001 tot onder de 100% BBP dalen. De voorzitter van het EFC geeft aan dat het EFC de aanbeveling van de Commissie steunt. Griekenland heeft voldaan aan de aanbevelingen van de Ecofin Raad van vorig jaar om het tekort voor 1998 onder de 2,4% BBP te brengen en voor 1999 onder de 2,1% BBP. Minister Zalm feliciteert de Griekse regering en zijn Griekse collega met het behaalde resultaat. De minister van Financiën van Griekenland, Papantoniou, wijst erop dat de tekortreductie is bewerkstelligd dankzij inspanningen van het Griekse volk, met name wat betreft de belastingopbrengsten. De Griekse regering zal doorgaan met het verlagen van het tekort tot 0,8% in 2001. In maart 2000 zal de Griekse regering een verzoek doen om deel te nemen aan de EMU. Hij verzoekt om een eerste bespreking in de Ecofin Raad in maart zodat een besluit kan worden genomen tijdens de Ecofin Raad in juni 2000. De voorzitter concludeert tot slot dat de Ecofin Raad instemt met de intrekking van het buitensporig tekortoordeel van Griekenland.

Economische beleidscoördinatie

Er wordt kort gesproken over het rapport over economische beleidscoördinatie dat de Ecofin Raad heeft opgesteld ten behoeve van de Europese Raad van Helsinki. De Commissie acht het nuttig dat er een rapport is met de ervaringen van één jaar EMU. Met name de suggestie dat Lidstaten een dialoog houden met hun nationale parlementen over de Globale Richtsnoeren voor het economisch beleid van de Lidstaten en van de Gemeenschap wordt als positief ervaren. De voorzitter beaamt dat het succes van beleidscoördinatie mede afhangt van de transparantie van het proces. Het rapport zal in zijn huidige vorm worden aangeboden aan de Europese Raad van Helsinki.

Voortgangsverslag actieplan financiële diensten

De Commissie geeft een korte toelichting op het voortgangsverslag en spreekt de hoopt uit dat het Portugese voorzitterschap op een aantal dossiers resultaten kan boeken. De Commissie wijst op de noodzaak van regelgeving op het gebied van een Europees paspoort voor beleggingsfondsen en op het gebied van transnationale conglomeraten. De Raadsconclusies (bijgevoegd) worden zonder discussie aangenomen.

Jaarverslag Europese Rekenkamer over het begrotingsjaar 1998

De president van de Europese Rekenkamer belicht vier punten uit het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over het begrotingsjaar 1998. Ten eerste is de Rekenkamer van mening dat het EU-beleid toegankelijker dient te worden. Er dient meer transparantie te ontstaan, ook bij het formuleren van doelstellingen opdat een betere evaluatie mogelijk is. Als tweede punt geldt dat de controlesystemen versterkt moeten worden. Hierbij is ook een rol voor de Lidstaten weggelegd aangezien 85% van de uitgaven in en door de Lidstaten geschiedt. Momenteel is de Europese Rekenkamer bezig met een onderzoek naar het interne controlesysteem van de Commissie. Als derde noemt de president van de Europese Rekenkamer het aanpassen van het personeel aan de behoeften. Te weinig personeel leidt tot slecht beheer. Als vierde element wijst hij op de vereenvoudiging van de financiële regels. Een herziening van het financieel reglement is hiertoe absoluut noodzakelijk.

In een reactie geeft de Commissie aan dat een verbetering van het financieel management één van de opgaven van de nieuwe Commissie is. De opmerkingen van de Europese Rekenkamer worden ter harte genomen en zullen ook intern bij de Commissie-diensten tot wijzigingen moeten leiden. Minister Zalm geeft aan dat de bevindingen van de Europese Rekenkamer Nederland tot zorg stemmen. Het foutenpercentage is nog steeds te hoog. De resultaten van de Europese Rekenkamer zijn jaar op jaar hetzelfde. De voortgang die is geboekt op het terrein van het financieel beheer komt vooralsnog niet tot uitdrukking in de cijfers. Hij benadrukt de noodzaak dat de Commissie in het hervormingsplan van februari 2000 een tijdpad aangeeft met duidelijk verifieerbare mijlpalen zodat duidelijk wordt wanneer er een positieve betrouwbaarheidsverklaring zal zijn. In het hervormingsplan van de Commissie zouden ook de aanbevelingen van het Comité van Wijzen moeten worden verwerkt. Deze gaan immers voor een belangrijk deel over financieel beheer, controle en fraudebestrijding. In een reactie op de interventie van minister Zalm geeft de president van de Europese Rekenkamer aan te verwachten dat het foutenpercentage zal gaan dalen als gevolg van de reeds doorgevoerde maatregelen op het terrein van het financieel beheer. Dit laat onverlet dat er nog veel werk te doen is. Diverse Lidstaten geven eveneens aan het foutenpercentage te hoog te vinden en benadrukken dat de Commissie en de Lidstaten meer moeten samenwerken, zowel bij de inning als bij de besteding van de middelen. Een lidstaat pleit voor meer aandacht voor de speciale verslagen van de Europese Rekenkamer. De Voorzitter van de Ecofin Raad bedankt de president van de Europese Rekenkamer voor zijn toelichting en geeft aan dat de Ecofin Raad in maart op het rapport van de Europese Rekenkamer zal terugkomen.

Fraudebestrijding en doeltreffend financieel beheer (SEM-2000)

Op voorstel van de voorzitter worden beide agendapunten tezamen behandeld. De Commissie geeft aan dat fraudebestrijding een hoge prioriteit heeft en hoopt op een goede samenwerking met de Lidstaten. De Commissie doet in dit kader een dringend beroep op de Lidstaten de conventie inzake bescherming van financiële belangen zo spoedig mogelijk te ratificeren. Wat betref SEM-2000 wijst de Commissie op het uitgebrachte voortgangsverslag. De Commissie zal in het voorjaar komen met een pakket van hervormingsmaatregelen waarin ook de bevindingen van SEM-2000 zullen worden meegenomen.


-0-

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie