Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Ministerie VWS over tarieven thuiszorg en PGB

Datum nieuwsfeit: 07-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


00000000.147 brief sts vws stand onderuitputting pgb tarifering pgb-vv
2000

Gemaakt: 14-12-1999 tijd: 22:29


7

De Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport


7 december 1999

Naar aanleiding van uw verzoek uit uw brief van 25 november 1999, met kenmerk VWS/99/63/LW, en in reactie op uw brief van 1 december 1999 met kenmerk VWS/99/65/LD aangaande de tarieven in de thuiszorg en de tarieven PGB Verpleging & Verzorging zal ik u hierbij informeren. De inhoud van deze brief betreft de stand van zaken onderuitputting PGB. De uitwerking hiervan vormt een aanvulling op de gegevens over de ondertoekenning PGB zoals vermeld in de Najaarsbrief, d.d. 1 december
1999. Daaropvolgend komt aan de orde de tarieven thuiszorg en tenslotte de tarieven PGB-VV 2000.
Onderuitputting PGB Bijgevoegd is een overzicht van de SVB waarin de stand van zaken per 12 november 1999 is weergegeven ten aanzien van de toekenning van PGB's door de zorgkantoren en de bestedingen van de budgethouders, voorafgegaan door een daarop gebaseerde berekening van de procentuele toekenning en besteding en de daaruit resulterende uitputting (bijlage 1 en 2). PGB-VV Uit dit overzicht blijkt dat de zorgkantoren per 12 november 1999 bij het PGB-VV gemiddeld 90% van het beschikbare subsidiebedrag hadden toegekend; het toekenningspercentage per zorgkantoor loopt uiteen van 61% tot 106%. Ondertoekenning door zorgkantoren resulteert in onderuitputting. Met deze vorm van onderuitputting is in de Najaarsbrief reeds rekening gehouden. Op het toegekende bedrag is per die datum gemiddeld 69% betaald. Indien het bestedingspercentage zich naar tijdsgelang ontwikkelt, zal het aan het eind van het jaar (op basis van 52/45 weken) uitkomen op 80%. Op grond van beide percentages - toekenning en besteding - tezamen zou dan op kasbasis over 1999 een onderuitputting ontstaan van 28%. PGB-VG Bij het PGB-VG bedraagt het gemiddelde toekenningspercentage 99%, per zorgkantoor variërend van 75% tot 110%, en het bestedingspercentage gemiddeld 62%. Indien het bestedingspercentage zich naar tijdsgelang ontwikkelt, komt het aan het eind van het jaar uit op 72%. Per saldo mag dan op kasbasis een onderuitputting worden verwacht van 29%. Hierbij wil ik nadrukkelijk opmerken dat de betalingen van budgethouders ervaringsgewijs nog enige tijd na de jaarwisseling doorlopen. De bestedingspercentages zullen daarom bij beide regelingen per saldo iets hoger uitkomen en de onderuitputting derhalve iets lager. Ten aanzien van een verklaring voor de oorzaken van de onderuitputting en de oplossingsrichting verwijs ik naar mijn brief over de onderuitputting PGB, d.d. 18 november 1999, met kenmerk DGB/OAG-2016859. Bestuurlijk overleg In de hierboven vermelde brief van 18 november heb ik tevens aangekondigd ten aanzien van de onderuitputting op korte termijn een overleg met Zorgverzekeraars Nederland, het College voor Zorgverzekeringen en de Sociale Verzekeringsbank te beleggen. Tijdens dit overleg, welk 24 november j.l. plaats heeft gehad, is - naast de oorzaken zoals reeds vermeld in de brief van 18 november- tevens het volgende aan de orde gekomen. In de eerste plaats is ten aanzien van de discrepantie tussen de omvang van het toegekende budget en de daadwerkelijke besteding ervan, door de aanwezigen een mogelijk te ruime indicatiestelling genoemd. Daarbij zal, teneinde een nadere analyse te kunnen maken van de verschillen tussen de toegekende uren en de bestede uren, de SVB gevraagd worden nader onderzoek te doen op basis van de daar aanwezige dossiergegevens. Ten aanzien van het terugdringen van de onderuitputting PGB hebben ZN en het CVZ mij beide nog eens uitdrukkelijk toegezegd, dat zij de zorgkantoren zullen wijzen op het belang van een actieve toekenning van PGB's en het hanteren van een adequate kas-verplichtingenraming om onderuitputting van het beschikbare subsidie tegen te gaan en wachtlijsten te bestrijden. Ten aanzien van het bevorderen van een goede aansluiting tussen de budgettoekenningen en de regionale aanpak van de wachtlijsten zal het CVZ de zorgkantoren verzoeken regelmatig inzicht te geven in de wachtlijsten ten aanzien van de registraties PGB per zorgregio. Aangezien op grond van de ervaring van de afgelopen jaren moet worden aangenomen dat de onderbesteding bij de budgethouders een structureel karakter draagt - doordat er tijd verstrijkt tussen toekenning en besteding van een budget en de budgethouders een zekere voorzichtigheid aan de dag leggen - is het aanhouden van een toekenningspercentage van 110% verantwoord. Aan de hand van de maandelijkse SVB-cijfers is een goede kas-verplichtingenraming mogelijk. Zorgkantoren kunnen bij het aangaan van verplichtingen bovendien rekening houden met de oploop van het macrobudget die in het kader van de meerjarenafspraken is voorzien. Hierbij merk ik overigens op dat ik ervan uit ga dat gelet op de uitspraak van het kort geding, d.d. 29 oktober 1999 van de president van de rechtbank te Utrecht, zorgkantoren een inhaalactie zullen plegen en dat daarmee een mogelijk opwaarts effect ten aanzien van de toekenning en de besteding gecreëerd wordt. Tarieven thuiszorg In reactie op uw brief van 1 december met kenmerk VWS/99/65/LD betreffende de tarieven in de thuiszorg, deel ik u het volgende mede. Thuiszorgtarieven en producten In mijn brief over de thuiszorg van 18 mei 1999, (TK 1998-1999, 23
235, nr 64) heb ik een aantal activiteiten beschreven waar in 1999 aan wordt gewerkt om de transparantie in de thuiszorg te vergroten. In hoofdlijnen komt dat neer op: het implementeren van de resultaten van het benchmarkonderzoek (zowel bij individuele instellingen als voor de gehele sector), het aanpassen van de beleidsregels thuiszorg van het COTG en het implementeren uniforme productregistratie. De beleidsregels van het COTG zijn zo aangepast dat voor elk thuiszorgproduct een integrale kostprijs kan worden vastgesteld en dat de lump sum in 2001 is afgebouwd. Vanaf 2001 wordt in de sector thuiszorg het gehele budget van een instelling verklaard door productieafspraken. Met de beleidsregels die het COTG voor het jaar
2000 heeft vastgesteld (zie bijlage 3), is een belangrijke stap gezet. Daarnaast wordt bij alle thuiszorginstellingen in 2000 de productregistratie volgens een uniform systeem uitgevoerd. Deze twee maatregelen tesamen zorgen voor een aanmerkelijke verbetering van de transparantie. Met deze twee activiteiten wordt een belangrijk deel van de aanbevelingen van het benchmarkonderzoek uitgevoerd. De producten 2000 wijken af van de producten in dit jaar. Er is een betere indeling van de producten gemaakt, gekoppeld aan het opleidingsniveau van wie de zorg feitelijk levert. De belangrijkste veranderingen zijn het aansluiten van de productdefinities op het bedrijfsvoeringsproces - hierdoor neemt het aantal producten af van 9 tot 8 - en het doorvoeren van een integrale kostprijs per product. De producten HDL en ADL gaan verdwijnen. Het product HDL wordt opgesplitst naar het nieuwe product HVZ (huishoudelijke verzorging) en Verzorging. ADL wordt opgesplitst over de producten Verzorging en Verpleging. De producten kunnen vanaf 2000 wel gekoppeld worden aan de interne bedrijfsvoeringsprocessen van de thuiszorginstelling. Voor iedere uitvoerende geldt dat alle zorgactiviteiten bijeengebracht zijn binnen één product. Hierdoor neemt de administratieve last van de uitvoerenden af. Voor wijkverpleegkundige geldt een uitzondering. Wijkverpleegkundige blijven de producten verpleging, gespecialiseerde verpleging en advies, instructie en voorlichting uitvoeren. Ik verwijs u naar de beleidsregel van het COTG. Voor medewerkers en cliënten betekent dit duidelijkheid over welke zorg er gegeven wordt. Medewerkers zullen in 2000 minder hoeven te registreren. Op macro niveau neemt de transparantie toe. De tarieven die voor 2000 voor de in dat jaar geldende producten zijn vastgesteld kunnen niet zonder meer worden vergeleken met de tarieven voor 1999. In de tarieven voor 2000 is rekening gehouden met de gewijzigde productdefinities. Daarnaast zijn de tarieven aangepast om er voor te zorgen dat de lump sum wordt afgebouwd. In feite wordt hierdoor de overhead verplaatst van de lump sum naar de tarieven en dus een groter deel van het budget vertaald in productieafspraken. Randvoorwaarde bij de invoering van het nieuwe systeem in 2000 is enerzijds dat de instellingen een budgetgarantie hebben. Het budget 2000 is niet lager dan het budget 1999. Anderzijds dienen zij een productieafspraak te maken die qua volume op hetzelfde of een hoger niveau ligt dan de afspraak in 1999. Er kan dus geen sprake zijn van een kleiner productievolume (zie COTG beleidsregel punt 2.1.3.). De nieuwe tarieven zijn zoals aangegeven mede gebaseerd op de uitkomsten van het benchmarkonderzoek. Het gelijktijdig voldoen aan de randvoorwaarden zal voor efficiente instellingen geen probleem zijn. Minder doelmatige instellingen zullen een extra inspanning moeten leveren om binnen de grenzen van het gegarandeerde instellingsbudget één en ander te realiseren. De nieuwe beleidsregels van het COTG prikkelen instellingen dan ook tot grotere doelmatigheid. Al met al leidt het nieuwe systeem tot een grotere transparantie van de thuiszorgsector. Incidentele middelen voor wachtlijsten thuiszorg Bij het COTG hebben
54 thuiszorginstellingen voorstellen ingediend voor de incidentele wachtlijstmiddelen thuiszorg 1999. De meeste voorstellen zijn al door het COTG goedgekeurd, een enkele is nog in behandeling. De 54 instellingen zijn van plan 254.271 uur meer zorg te verlenen tot en met 31 december 1999. Deze uren zijn voor ruim f 13,2 mln gecontracteerd. Een overzicht van de verdeling van de uren over de verschillende producten is bijgevoegd (bijlage 4). Tarifering PGB-VV
2000 Wat betreft de tarieven voor het PGB Verpleging en Verzorging in
2000 verwijs ik in de eerste plaats naar mijn brief van 25 november
1999 met kenmerk DGB/OAG-2022071 aan het CVZ (zie bijlage 5) over de ontwerpregeling PGB 2000. De voorgestelde wijziging van de tariefstructuur in de PGB-regeling 2000 baseert het CVZ op de nieuwe product-definities en bijbehorende maximum uurtarieven van het COTG voor de thuiszorg in natura. Het CVZ heeft voor het PGB ongeveer 75% genomen van het gemiddelde maximum uurtarief (exclusief lump sum) in natura voor alphahulp en huishoudelijke verzorging c.q. verzorging en gespecialiseerde verzorging c.q. verpleging en gespecialiseerde verpleging. Voor huishoudelijke verzorging leidt die benadering tot een uurtarief van f 26. Dat is in overeenstemming met de indexering met 3,3% die op mijn verzoek door het CVZ ook voor de budgetcategorieën van het PGB-VG is gehanteerd. Voor «verpleging incl. gespecialiseerde verpleging» leidt de benadering echter tot een verhoging met + 20% (van f 70 naar f 84). Doordat in de nieuwe productdefinities van het COTG de oude categorie «(gezins)-verzorging» is vervallen, zou in de nieuwe systematiek door de categorie «verzorging, incl. gespecialiseerde verzorging» een tariefsverhoging optreden van f
37,50 naar f 57, d.i. + 52%. Uitgaande van circa 9000 budgethouders, waarbij volgens cijfers van ITS sprake is van gemiddeld 3,8 uren verzorging per week, zou deze tariefsaanpassing een extra middelenbeslag betekenen van circa f 35 miljoen. Samen met de tariefsverhoging voor «verpleging» kan het extra middelenbeslag indicatief oplopen tot een bedrag van circa f 45 miljoen. Er moet daarnaast rekening mee worden gehouden dat een dergelijke nieuwe productdefinitie/wijziging tariefstructuur nieuwe complicaties en/of vertragingen kan oproepen doordat zij nieuwe indicatieinstellingen en budgetovereenkomsten vergt. Gelet op de wachtlijsten en het bedrag van f 5,5 miljoen dat uit hoofde van de Zorgnota 2000 voor prijsbijstelling beschikbaar is, acht ik de voorgestelde aanpassing van de tariefstructuur in de PGB-regeling 2000 niet acceptabel. In dit verband wijs ik erop dat het PGB is bedoeld als een alternatief voor zorg in natura en niet als een alternatieve bekostigingsvorm van zorg in natura. Voor zover een budgethouder niet anders kan dan zorg - met name verpleging - inkopen die wordt geleverd vanwege een thuiszorginstelling, kan worden gedacht aan een toeslag voor materiële kosten boven op de loonkosten, waarvan ik de mogelijkheid thans laat nagaan. Ik heb daarom het CVZ verzocht, in de regeling 2000 ten aanzien van het PGB-VV vast te houden aan de bestaande indeling in HDL, verzorging, ADL en verpleging en de uurtarieven 1999 voor het jaar 2000 te indexeren met 3,3%. Een afschrift van de brief die ik op 25 november jl. aan het CVZ heb gezonden treft u aan in de vorm van een bijlage. Ten aanzien van de ontwikkeling van de tariefstructuur op de langere termijn en de indicatiestellingsprocedure acht ik nadere overweging noodzakelijk. Voor de goede orde wijs ik er tenslotte op dat de in de regeling voor het PGB genoemde uurvergoedingen geen maximum Wtg tarieven zijn. Het zijn omrekeningsfactoren om op basis van de indicatiestelling tot het voor de betreffende persoon geldende budget te komen. Met dat budget kan de PGB-houder die zorg inkopen die gewenst wordt, waarbij de prijs in onderhandeling met de zorgaanbieding tot stand komt. Die zorgaanbieder hoeft geen thuiszorginstelling te zijn. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Margo Vliegenthart BIJLAGE 1: TOEKENNINGS-, BESTEDINGS- EN UITPUTTINGSPERCENTAGES PGB-VV en PGB-VG per 12 november 1999 per zorgkantoor Kolom A: toekenningspercentage zorgkantoor Kolom B: bestedingspercentage budgethouders Kolom C: onderuitputting (= kolom A x kolom B) Zorgkantoor PGB Verpleging & verzorging PGB Verstandelijk gehandicapten A B C A B C Groningen 98 71 69 107 63 67 Friesland 91 71 65 99 61 60 Drenthe 100 70 71 106 63 67 Zwolle 93 71
66 96 68 65 Twente 95 74 70 96 62 59 Stedendriehoek 96 68 65 92 68 62 Arnhem 86 68 66 103 66 68 Nijmegen 95 69 66 94 64 61 Utrecht 93 70 65
101 61 61 Flevoland 99 71 70 88 60 53 't Gooi 95 62 59 75 60 45 Noord-Holland Noord 106 67 71 103 60 62 Kennemerland 61 72 44 95 59 56 Zaanstreek/Waterland 78 64 50 104 67 70 Amsterdam 81 60 49 94 62 58 Amstelland en De Meerlanden 87 70 61 96 68 65 Zuid-Holland Noord 95 62
59 76 53 41 Haaglanden 88 65 57 98 63 62 Delft Westland Oostland 92 69
63 80 54 43 Midden-Holland 81 68 55 91 66 59 Rotterdam 75 73 55 90 61
55 Nieuwe Waterweg Noord 99 64 63 95 68 65 Zuidhollandse Eilanden 86
65 56 102 65 66 Dordrecht 101 67 68 108 51 55 Zeeland 91 72 65 105 60
63 West-Brabant 88 71 62 102 60 62 Midden-Brabant 95 75 72 108 63 69 Noordoost-Brabant 92 72 66 102 56 57 Zuidoost-Brabant 93 69 64 105 62
65 Noord-Limburg 89 71 63 110 69 76 Zuid-Limburg 82 74 60 105 62 65 Totaal 90 69 62 99 62 61.

aanvullende productieafspraken incidentele wachtlijstmiddelen thuiszorg 1999

product

uren

in procenten

alpha-hulpverlening


49.697


19,54%

huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen


104.661


41,16%

verzorging


30.109


11,84%

algemene dagelijkse levensverrrichtingen


45.798


18,01%

verpleging


21.679


8,53%

gespecialiseerde verzorging


1.902


0,75%

gespecialiseerde verpleging


426


0,17%

totaal


254.271


100,00%

Aan de Voorzitter van het College voor zorgverzekeringen

Geachte heer De Graaf,

Naar aanleiding van de concept regeling PGB 2000 en de daarin voorgenomen tariefaanpassing ten aanzien van het PGB Verpleging en Verzorging merk ik het volgende op.

In mijn brief DGB/PGB-2004525 d.d. 20 oktober 1999 en mijn brief DGB/OAG-2010783 d.d. 21 oktober 1999 heb ik u bericht dat de uurtarieven bij PGB-VV met ingang van


1 januari 2000 in het kader van indexering met 3,3 % dienen te worden verhoogd. Daarbij heb ik aangegeven dat vanaf het jaar 1999 voor de loon- en prijsbijstelling voor PGB-VV een bedrag van maximaal f 5,5 miljoen beschikbaar is.

In het door het College voor zorgverzekeringen opgestelde ontwerp wijzigingsbesluit Regeling Ziekenfondsraad persoonsgebonden budget en de ontwerp Regeling PGB 2000 (VBO-Z 455/11+3 bijlagen) en de integrale regeling PGB 2000 (VBO-Z 455/12+bijlage) staat thans aangegeven dat door de herziening van de product definities door het COTG en de daarbij behorende tarieven per product, het tarief voor verpleging met meer dan 3,3% wordt verhoogd. Daarbij aangegeven dat bovendien bij verpleging en verzorging rekening gehouden is met de producten gespecialiseerde verzorging en verpleging.

Tevens is daarbij aangegeven dat Artikel 6 van de regeling als volgt wordt gewijzigd:

Het eerste lid komt te luiden:

De zorgbehoefte van de verzekerde is in uren hulpverlening vastgesteld en vastgelegd. Daarbij wordt de volgende onderverdeling gehanteerd:

verpleging/gespecialiseerde verpleging;

verzorging/gespecialiseerde verzorging

huishoudelijke verzorging.


2. Het zesde lid komt daarbij als volgt te luiden:


6. De maximum uurtarieven voor in het eerste lid bedoelde zorgvormen bedragen:

a. verpleging/gespecialiseerde verpleging f 84,-

b. verzorging/gespecialiseerde verzorging f 57,-

c. huishoudelijke verzorging f 26,-

Een dergelijke wijziging van de tariefstructuur en tariefaanpassing zou ten opzichte van de tarieven zoals vastgesteld in 1999, neerkomen op circa f 45 miljoen extra kosten. Er moet daarnaast rekening mee worden gehouden dat een nieuwe productdefinitie/ wijziging tariefstructuur nieuwe complicaties/vertragingen kan oproepen doordat zij nieuwe indicatiestellingen en budgetovereenkomsten vergt. Daarenboven ligt het niet voor de hand dat de verwerking van de lumpsum afbouw in de integrale kostprijs van de thuiszorg, zonder correctie wordt doorvertaald in de PGB-tarieven.

Het bovengenoemde bedrag van circa f 45 miljoen afgezet tegen de door mij aan gegeven indexering van 3,3 % en het beschikbare bedrag van f
5,5 mln vind ik niet in verhouding staan en derhalve niet acceptabel. Gelet op de intensivering 2000 voor PGB en het bedrag dat beschikbaar is voor indexering betekent dit namelijk dat met de stijging van het macro-budget nauwelijks extra volume persoonsgebonden budgetten kan worden gerealiseerd in het jaar 2000. Gezien de urgentie van de wachtlijsten en het feit dat er sprake is van substantiële onderbesteding door budgethouders vind ik dat de intensivering niet zozeer aangewend dient te worden voor de ontwikkeling van de prijs, maar dat dit beschikbaar moet zijn voor de aanpak van de wachtlijsten PGB.

Daarom verzoek ik u de ontwerpregeling 2000 ten aanzien van wijzigingtariefstructuur en tariefaanpassing niet als zodanig vast te stellen. Mij staat ten aanzien van de regeling 1999 alleen een tariefsaanpassing door indexatie van 3,3 % van de -in 1999 gehanteerde-tariefstructuur (bestaand uit de categorieën HDL; verzorging; ADL en verpleging) voor ogen.

Voor regeling PGB 2000 zou een dergelijke wijziging het volgende betekenen:

HDL f 26,-

Verzorging f 39,-

ADL f 57,-

Verpleging f 72,50

Gaarne verzoek ik u de ontwerpregeling PGB 2000 dienovereenkomstig aan te passen.

Hoogachtend,

de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

Margo Vliegenthart

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie