Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Beleidsconsequenties van actieplannen over asiel en migratie

Datum nieuwsfeit: 08-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

21501020.105 brief sts buza beleidsconsequenties van de actieplannen v d werkgroep op hoog niveau inz asiel en migratie Gemaakt: 14-12-1999 tijd: 13:52 RTF


21501-20 Europese Raad

Nr. 105 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 december 1999

In het Algemeen Overleg met uw Kamer op 12 oktober 1999 inzake de Europese Raad te Tampere heb ik toegezegd U op de hoogte te stellen van de beleidsconsequenties van de Actieplannen van de Werkgroep op Hoog Niveau inzake Asiel en Migratie (HLWG), alsmede van de verdere werkwijze van de HLWG en de daarmee samenhangende transparantie. Tijdens het plenaire debat inzake de ER te Tampere op 28 oktober 1999 heb ik deze toezegging herhaald.

Ik heb daarom het genoegen uw Kamer, mede namens de Staatsseretaris van Justitie, hierbij een notitie aan te bieden die ingaat op de hierboven aangeduide problematiek.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

D.A. BenschopNOTITIE INZAKE DE BELEIDSCONSEQUENTIES VAN DE HLWG-ACTIEPLANNEN

1. Inleiding

De High Level Working Group inzake asiel en migratie (HLWG) is door de Algemene Raad van 7 december 1998 ingesteld. Op 25 januari 1999 heeft de Algemene Raad het mandaat van de HLWG vastgesteld. Tijdens de Europese Raad in Tampere van 15 en 16 oktober 1999 is geconcludeerd dat het mandaat van de op Nederlands initiatief onder de Algemene Raad ingestelde HLWG wordt verlengd en uitgebreid.

Zoals u weet is de HLWG opgericht om een impuls te geven aan een gezamenlijke EU benadering van vraagstukken op het terrein van asiel en migratie. De achterliggende idee is dat op deze beleidsterreinen de verschillen in benadering binnen de diverse lidstaten dermate groot zijn, dat een gezamenlijke aanpak slechts tot stand kan worden gebracht door kleine, praktische stappen te zetten. De kracht van de HLWG is dat alle lidstaten accepteren dat een geïntegreerde benadering in gang is gezet die gericht is op een dialoog tussen de EU en landen van herkomst om gezamenlijk een aantal problemen aan te pakken. De HLWG heeft daartoe voor Afghanistan, Marokko, Irak, Somalië en Sri Lanka Actieplannen opgesteld die op 11 oktober 1999 door de Algemene Raad zijn goedgekeurd. Daarnaast heeft de HLWG een interim rapport voor Albanië en omliggende regio vervaardigd, waarmee de Algemene Raad eveneens heeft ingestemd.

2. Consequenties van de HLWG voor het beleid

2.1. Consequenties voor het asielbeleid

2.1.1. De gevolgen van het Verdrag van Amsterdam

Het Verdrag van Amsterdam heeft de ambitie geformuleerd voor de geleidelijke totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. De ontwikkeling van een gezamenlijke aanpak van asiel- en migratievraagstukken maakt onderdeel uit van deze ambitie. Dat het Verdrag aangeeft dat dit een geleidelijk proces betreft, geeft reeds aan dat de totstandkoming van een gezamenlijke EU-aanpak van asiel en migratie geen gemakkelijke zaak is. Niettemin hebben de conclusies van de Europese Raad in Tampere een belangrijke impuls aan dit proces gegeven, waarbij het belang van een geïntegreerde, op landen van herkomst gerichte benadering in alle schakels van de migratieketen is onderstreept.

Naarmate de asielsystemen in de lidstaten naar elkaar toegroeien zal dit in de gehele asielketen consequenties hebben voor het nationaal beleid in dezen. Daarbij zal de in de HLWG opgedane ervaring wellicht van betekenis zijn, niet alleen voor het gezamenlijk vergaren, beoordelen en verwerken van landeninformatie, maar vooral ook op het vlak van de dialoog met landen van herkomst m.b.t. bestrijding van oorzaken van migratie, opvang in de regio, integratie en terugkeer.

2.1.2. Landeninformatie

Het is duidelijk dat de Actieplannen en de daaraan ten grondslag liggende gezamenlijke landenanalyse niet moeten worden verward met ambtsberichten. Ambtsberichten zijn immers geschreven met het oogmerk beslissingen in individuele asielzaken te faciliteren. De informatievergaring, -beoordeling en -verwerking die ten grondslag ligt aan de Actieplannen van de HLWG -die met een geheel ander doel zijn opgesteld dan te dienen als "EU-ambtsbericht"- kan in dit verband hooguit worden gezien als een nuttige vingeroefening voor een in de toekomst op te zetten asielinformatiesysteem.

Wanneer op den duur een gemeenschappelijk Europees asielstelsel gestalte krijgt, zal de landenanalyse op basis waarvan asielaanvragen mede worden beoordeeld in de gehele EU dezelfde moeten zijn. Alsdan zal hiervoor een duidelijk, ondubbelzinnig en gestandaardiseerd mechanisme in het leven moeten worden geroepen. Zover is het thans nog niet, maar het moge duidelijk zijn dat de regering zich zal inspannen dergelijke richtlijnen in overeenstemming te laten zijn met de nationaal geldende, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor informatie afkomstig van instellingen als UNHCR, IOM en NGO's als Amnesty International.

Ook dienen de Actieplannen van de HLWG niet te worden vergeleken met de landenbrieven die uw Kamer toegaan. Zij laten zich niet uit over toelating en bevatten geen expliciete conclusies over bijvoorbeeld de veiligheidssituatie of over de eventuele noodzaak van tijdelijke bescherming.

2.2. Consequenties voor beleid op andere terreinen

De effecten van de Actieplannen van de HLWG zullen, zoals hierboven is uiteengezet, niet in de eerste plaats merkbaar zijn in het asielbeleid, maar veeleer in de relatie van de EU met de landen van herkomst, niet alleen m.b.t. migratievraagstukken, maar ook op terreinen als ontwikkeling, economische samenwerking, vredeshandhaving en bevordering van mensenrechten. Hier zal deels sprake zijn van op basis van de Actieplannen te nemen nieuwe initiatieven en deels van intensivering van bestaand beleid. De nadruk zal daarbij per land verschillen. Waar het nieuw beleid betreft zal Nederland op ad hoc basis bezien in hoeverre daaraan een bijdrage kan worden geleverd. Waar het bestaand beleid betreft zal worden gezien hoe dit in het licht van de Actieplannen kan worden geïntensiveerd en waar door coördinatie in de EU schaal- en efficiencyvoordelen kunnen worden bewerkstelligd. Het lijkt daarbij,in hoofdlijnen in elk geval om het volgende te gaan.

2.2.1. Somalië

2.2.1.1. buitenlands beleid

vredesbevordering, conflictoplossing, versterking IGAD (IPF), handhaven territoriale integriteit onder versterking van de federale structuur, opzetten van locale overheden, intensivering samenwerking met VS en Canada, handhaven wapenembargo (VR-resolutie 733), i.s.m. UNHCR nastreven van overeenkomsten ter identificatie en documentatie van terugkerenden naar hun regio van herkomst, steun aan het Djibouti vredesinitiatief, maatregelen tegen schenders van mensenrechten, voortzetten 'humanitarian relief'-projecten (op basis van Consolidated Interagency Appeal).

2.2.1.2. ontwikkeling en economische samenwerking

opheldering van de positie van Somalië in de post-Lomé-context, bijdragen aan UNDP Mine Action Programme, i.s.m. UNHCR, UNICEF en NGO's continuering/versterking van initiatieven op een breed terrein zoals m.b.t. onderwijs, gezondheid, economische infrastructuur, 'job-creation', herstel van de 'civil society', demobilisatie en herintegratie van ex-strijders, terugkeerders en IDP's.

2.2.1.3. migratie

voortzetting van het terugkeerprogramma i.s.m. IOM (IOM-plus-programma), voortgaand onderzoek naar mensensmokkel (vooral kinderen), stationering van een ILO's.

2.2.2. Afghanistan

2.2.2.1. buitenlands beleid

voortgaande steun aan de 'Princeton approach' (combinatie van humanitaire hulp, conflictbeheersing, vredesbevordering en economisch herstel), bijdrage van expertise aan CAU.

2.2.2.2. ontwikkeling

voortgaande steun aan UNDCP

2.2.2.3. migratie

in samenwerking met UNHCR en NGO's bevorderen van terugkeer en herintegratie, stationering van ILO's, aandacht voor art. 1F gevallen, onderzoek naar mensensmokkel.

2.2.3. Marokko

2.2.3.1. migratie

productie en verspreiding van vergelijkbaar statistisch materiaal, onderzoek naar migratie(oorzaken), informatiecampagne, bestrijding van mensensmokkel, terug- en overnemeregelingen, ondersteuning van Marokko bij het instellen van visumplicht voor derde landen, stationering van ILO's, intensivering van Euro-mediterrane samenwerking op het gebied van migratie, integratie en terugkeer.

2.2.4. Irak

2.2.4.1. migratie

operationele samenwerking met Turkije ter bestrijding van illegale migratie, stationering van ILO's, ontwikkelen van gemeenschappelijke strategie m.b.t. art. 1F gevallen, onderzoek naar migratie(oorzaken), transitovereenkomst met Turkije, terugkeer i.s.m. IOM

2.2.5. Sri Lanka

2.2.5.1. buitenlands beleid

vredesbevordering en conflictbeheersing, mensenrechtenbevordering i.s.m. VS, Canada, UNGA.

2.2.5.2. ontwikkeling en economische samenwerking

vaststelling van armoedeniveaus en armoedebestrijding, politietraining inzake mensenrechten, opruimen landmijnen,

2.2.5.3. migratie

terugkeer, stationering ILO's

3. De verdere werkwijze van de HLWG

3.1. Uitvoering bestaande Actieplannen

De HLWG zal de coördinatie van de uitvoering ter hand nemen van de door haar opgestelde Actieplannen voor Afghanistan, Marokko, Noord Irak, Somalië en Sri Lanka, alsmede het Actieplan voor Albanië/Kosovo voltooien. De Actieplannen bevatten 130 actiepunten die zowel door de Commissie, door de Raad als door de individuele lidstaten tot uitvoering dienen te worden gebracht.

De Actiepunten zullen bij uitvoering ieder individueel op hun eventuele consequenties voor het nationale beleid en het beleid van de EU moeten worden bezien. Daarnaast zullen de financiële en personele consequenties nader moeten worden bekeken. Een gedeelte van de Actiepunten betreft voortzetting of intensivering van bestaand beleid van de Unie en vergt derhalve geen inzet van extra middelen. Bij maatregelen in de sfeer van ontwikkelingssamenwerking en justitiële samenwerking kunnen er beleidsmatige en materiële consequenties voor de lidstaten optreden. Bij versterking van lopende projecten van bijvoorbeeld UNHCR en IOM zullen de gevolgen meest materieel zijn.

Tijdens de HLWG-bijeenkomst van 3 november jl. is besloten dat op korte termijn (binnen enige weken) de Commissie (onder auspiciën van de HLWG) bijeenkomsten van experts bijeen zal roepen voor de genoemde landen teneinde voor elk van de actiepunten in de Actieplannen na te gaan welke bilaterale actie door de lidstaten is of reeds wordt genomen (voor zover niet reeds in de Actieplannen zelf vermeld), op welke wijze de daarvoor in aanmerking komende actiepunten door EU en/of lidstaten kunnen worden gefinancierd, welke fora (Commissie, Raad, lidstaten, gouvernementele of non-gouvernementele organisaties) in staat/bereid zijn de individuele actiepunten uit te voeren en op welke tijdstippen de uitvoering van individuele actiepunten ter hand dient te zijn genomen en wanneer te zijn beëindigd.

De subgroepen dienen in 1999 minstens éénmaal bijeen te komen en aan de HLWG te rapporteren. Momenteel vinden de eerste expertbijeenkomsten plaats.

3.2. Nieuwe Actieplannen

De conclusies van de Europese Raad in Tampere maken het mogelijk dat de HLWG Actieplannen vervaardigt voor nieuwe landen. Hoewel Nederland voorrang geeft aan de uitvoering van de bestaande Actieplannen, ligt het in de rede -nadat met deze uitvoering een begin is gemaakt- om onder Portugees voorzitterschap te komen tot een lijst van nieuwe landen waarvoor Actieplannen dienen te worden opgesteld.

4. Transparantie

Nederland heeft steeds gepleit voor zo groot mogelijke openheid t.a.v. de Actieplannen, hetgeen heeft bijgedragen tot volledige openbaarheid daarvan, met inbegrip van de aan de Actieplannen ten grondslag liggende landenanalyse. Tevens zijn organisaties als UNHCR, IOM, ECRE en Amnesty International betrokken bij de voorbereiding van de Actieplannen. Deze en andere organisaties zullen ook bij de uitvoering van de Actieplannen worden betrokken.

Het instemmingsrecht voor de Staten Generaal op bepaalde terreinen van Europese besluitvorming is vastgelegd in de goedkeuringswet bij het Verdrag van Amsterdam. Dat instemmingsrecht geldt uitsluitend voor besluiten die op basis van bepalingen uit Titel VI VEU ('Bepalingen inzake politiële en justitiele samenwerking in strafzaken') of Titel IV VEG ('Visa, asiel, immigratie en andere beleidsterreinen die verband houden met het vrije verkeer van personen') genomen worden en die beogen het Koninkrijk te binden.

De uitvoering van een aantal van de beleidsintenties die zijn vastgelegd in de Actieplannen vereisen mogelijk besluitvorming op basis van Titel VI VEU of Titel IV VEG waarmee het Koninkrijk gebonden wordt. Dergelijke ontwerpbesluiten zullen uiteraard ter instemming aan de Staten-Generaal toegaan.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie