Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister Sociale Zaken over sociale activering

Datum nieuwsfeit: 08-12-1999
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
 
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Directie Sociale Zaken Voorlichting, en Werkgelegenheid Bibliotheek en Documentatie

8 december 1999 Nr. 99/224

Toespraak door minister mr. K.G. de Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de opening van de conferentie ‘Activering versterkt’ op 8 december 1999 in ‘t Spant in Bussum.

Het is verheugend dat u vandaag vanuit alle hoeken van het land naar Bussum bent afgereisd om met elkaar de vraag te beantwoorden hoe sociale activering versterkt kan worden.

Wat nog maar een paar jaar geleden voorzichtig begon met een aantal experimenten in het kader van de bijstandswet, raakt nu - zo blijkt uit de opkomst - niet langer alleen wethouders van Sociale Zaken en sociale diensten. Ook bestuurders met de portefeuille welzijn, cliëntenorganisaties, vrijwilligersorganisaties en organisaties die zich bezig houden met maatschappelijke ontwikkeling zijn hier vandaag om mee te praten.

De kring van geïnteresseerden groeit. En dat is goed nieuws.

Want sociale activering is niet in de eerste plaats een kwestie van wetten of maatregelen. Sociale activering is vooral een andere manier van werken en nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan.

Een andere manier van werken. Dat is wezenlijk.

Niet langer accepteren dat mensen wegglijden in de anonimiteit van de kaartenbak of het computerbestand. In plaats van afschrijven, zoeken naar onvermoede mogelijkheden van mensen en kansen bieden om mee te doen in ons maatschappelijk bestel. Ook al ligt een betaalde baan niet onmiddellijk in het verschiet.

Dat is een ambitie die alleen in samenwerking binnen bereik kan worden gebracht. En daarom vind ik uw aanwezigheid belangrijk.

Op deze conferentie gaat het om de vraag hoe sociale activering versterkt kan worden. Het lijkt me goed deze vraag niet geïsoleerd, maar in de brede context van het activerend arbeidsmarkt- en reïntegratiebeleid te bezien.

Vorige week tijdens de begrotingsbehandeling hebben we onze uitgangspositie voor de komende jaren nog eens scherp onder ogen gezien.

We mogen ons gelukkig prijzen met de aanhoudende economische groei, met de substantiële groei van de werkgelegenheid - in tien jaar tijd hebben zo’n 1½ miljoen mensen extra een baan gevonden- , en de werkloosheid is gedaald tot onder de 300.000 mensen. Bijstandsgerechtigden en mensen met een WW-uitkering vinden sneller een baan. In de afgelopen vier jaar zo’n 265.000.

Dat zijn mooie cijfers, maar geen reden om fier achterom te kijken. Integendeel. We hebben nog een cruciale opgave tot een goed eind te brengen: honderdduizenden uitkeringsgerechtigden perspectief op werk bieden.

We staan wat dat betreft niet met lege handen.

In de afgelopen jaren is een breed scala aan mogelijkheden geïntroduceerd.

In- en doorstroombanen - deze kabinetsperiode zetten we in op 60.000 van deze banen -, er zijn gesubsidieerde arbeidsplaatsen en werkervaringsplaatsen in het kader van Wet inschakeling werkzoekenden, er zijn aanzienlijk meer mogelijkheden voor begeleid werken voor mensen die ook buiten de muren van de sociale werkvoorziening aan de slag kunnen. Er zijn subsidies om werkplekken aan te passen voor mensen met een arbeidshandicap.

Bijspijkeren, een vak leren, cursussen om te ontdekken wat je wilt en kunt. Het is allemaal mogelijk. Er kan heel veel.

En door ervaring wijs geworden, weten we dat de aanpak ‘bij de voordeur’ - zo snel mogelijk ingrijpen, maar in ieder geval binnen 1 jaar dat iemand werkloos is geworden - een hoop ellende later kan voorkomen. Dat noemen we de sluitende aanpak. Er is gekozen voor een stapsgewijze invoering. Eerst 25 gemeenten, volgend jaar 86 en zo wordt de kring steeds groter.

Ik vind dat we een zeer behoorlijke gereedschapskist hebben om mensen aan werk te helpen. En we trekken meer geld uit dan ooit te voren.

Daarom zeg ik zonder aarzelen: agendapunt nummer 1 voor gemeenten en uitvoeringsinstellingen is activeren, activeren, activeren.

En om met succes mensen te kunnen activeren moet je ze kennen, begeleiden en volgen. Niet denken in termen van bestanden, maar aan mensen die recht hebben op kansen.

Het is een omslag in denken en doen waar we volop mee bezig zijn. Ik wil hier graag gezegd hebben dat gemeenten op dit punt echt goed bezig zijn. Inzetten op activeren staat bij gemeenten boven aan de agenda.

Hoe past sociale activering in dit alles?

Sociale activering is het sluitstuk op de individuele benadering.

Het kan zo zijn dat ondanks alle instrumenten die u in handen hebt, een baan er voor sommige mensen toch niet zo snel in zal zitten.

Dan gaat het erom om te voorkomen dat de klant zich afgeschreven voelt en met de boodschap naar huis gaat dat niemand op hem of haar zit te wachten en dat we dat wel best vinden zo.

Juist niet. Dan komt sociale activering in beeld. De mogelijkheden van vrijwilligerswerk, stages, bevordering van sociale vaardigheden, training of een combinatie van dit soort activiteiten. En dat kan uiteindelijk toch weer een eerste stap naar betaald werk zijn.

Sociale activering kan op meer terreinen dan u wellicht denkt.

Wij associëren het met de bijstand omdat dat daar met de experimenten de eerste stappen zijn gezet. Maar sociale activering is nadrukkelijk onderdeel van de brede sluitende aanpak. Sociale activering is uitdrukkelijk ook bedoeld voor WW-gerechtigden en voor mensen in de WAO. Arbeidsbureaus en uitvoeringsinstellingen zijn dus evenzeer aan zet.

Het is voor mij dan ook niet zo zeer de vraag òf we de sociale activering kunnen versterken maar eerder hòe we dat zo effectief mogelijk kunnen doen.

Samenwerking is daarbij een belangrijke succesfactor. Samenwerking op alle niveaus.

Vanuit het kabinet werken we daar hard aan. Mijn ministerie en het ministerie van staatssecretaris Vliegenthart trekken samen op. De staatssecretaris zal na de pauze haar bijdrage leveren aan deze conferentie.

Wij kunnen voorwaarden scheppen, schotten weghalen, ondersteunen met geld. Allemaal heel belangrijk, maar het welslagen van sociale activering staat of valt uiteindelijk met de samenwerking op lokaal en regionaal niveau. De samenwerking tussen de sociale dienst, de gemeentelijke welzijnsafdeling, welzijnsinstellingen, arbeidsvoorziening, uitvoeringsinstellingen, zorginstellingen, het maatschappelijk werk, het Riagg, het Regionaal opleidingscentrum. Daar kan ongelooflijk veel verbeteren. Maar er is gelukkig ook al heel wat gepresteerd.

Dat blijkt uit de evaluatie van de experimenten met sociale activering in de bijstand. Vandaag heb ik het onderzoeksrapport aan de Tweede Kamer aangeboden. Ik wil u graag enkele andere conclusies hieruit voorleggen.

Sinds de start van de experimenten hebben zo’n 10.000 cliënten meegedaan. In de loop van de experimenteerperiode zien we dat het accent verschuift van terugdringing van sociale uitsluiting naar toeleiding naar arbeid.

Een groot aantal van de mensen die meedoet wil ook aan het werk, ook al zijn hun kansen niet altijd groot. En voor een deel lukt het. Van de 10.000 mensen hebben ruim 1100 mensen een baan gevonden. Ruim 1000 mensen zijn doorgegaan met een vervolgtraject, vrijwilligerswerk of opleiding en scholing.

Natuurlijk zijn er ook mensen die hun ambitie niet kunnen waarmaken en die moeten afhaken vanwege persoonlijke problemen. Of die onvoldoende gemotiveerd zijn. We hoeven er geen doekjes om te winden. Ook dat komt voor.

Maar ruim driekwart van de mensen geeft aan dat ze meer contacten hebben gekregen buiten de eigen familie- en kennissenkringen om. Ze voelen zich meer gewaardeerd en hebben het gevoel meer mee te tellen.

Hoe verder?

De experimenteermogelijkheden zijn echt een stimulans gebleken voor gemeenten. Vooral de mogelijkheid tot het vrijstellen van de sollicitatieplicht en de mogelijkheid het deelnemen aan het experiment te belonen met premies zonder dat die weer in mindering werden gebracht op de uitkering, hebben positief gewerkt.

We hebben al een aantal stappen gezet. Sinds 1 januari van dit jaar is de vrijlatingsmogelijkheid van de stimuleringspremie voor vrijwilligerswerk al structureel geregeld. En de onbelaste forfaitaire onkostenvergoeding is opgetrokken naar 1435 gulden per jaar.

Dat blijft dus gewoon doorgaan.

Momenteel is een wetswijziging in voorbereiding om een tijdelijke vrijstelling van één of meer arbeidsverplichtingen onder voorwaarden mogelijk te maken indien wordt deelgenomen aan een sociaal activeringstraject. Ik stel me zo voor dat hierover concrete en nauwomschreven afspraken gemaakt moeten worden tussen cliënt en gemeente.

In ieder geval is duidelijk dat de mogelijkheden van sociale activering nog lang niet zijn uitgeput. Een bereik van 10.000 mensen is nog maar een begin. Er moet nog veel worden uitgebouwd en we kunnen nog veel van elkaar leren.

Staatssecretaris Vliegenthart en ik willen dit proces graag ondersteunen. Het SZW informatie- en servicepunt voor sociale activering gaan we vanaf 1 januari volgend jaar samen vormgeven. Omdat we de ontwikkelingen op de voet willen volgen en om u de nodige ondersteuning te geven bij de lokale beleidsvorming en uitvoering.

Daarnaast heb ik in de begroting van SZW voor 2000 reeds aangekondigd dat 40 miljoen beschikbaar is voor een subsidieregeling sociale activering. Het doel van een dergelijke regeling is de inzet van het instrument sociale activering bij gemeenten te ontwikkelen en te versterken. Deze subsidieregeling wordt op dit moment uitgewerkt. Naar verwachting zal de regeling in de eerste helft van 2000 van kracht kunnen worden.

Sociale activering is niet iets wat u van vandaag op morgen van de grond tilt. Het is vooral hard werken, anders werken en samenwerken.

Ik wens u veel succes.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie